Sylvana Simons en Jan Roos: de mediatisering van de politiek

Sylvana Simons en Jan Roos: de mediatisering van de politiek

In 1967 schreef de Franse denker Guy Debord een boek getiteld “La société du spectacle”, in het Nederlands “De spektakelmaatschappij”. Hierin betoogt Debord dat de westerse consumptiemaatschappij geleidelijk overheerst zal worden door een vorm van mediatisering waarbij het imago, de verschijningsvorm, belangrijker is dan de inhoud.

societe spec 2

 

Daarnaast had Guy Debord kritiek op links (sociaaldemocraten en communisten) die in zijn ogen teveel vasthielden aan het systeem van vertegenwoordigende democratie. Debord, die in 1994 zelfmoord pleegde, pleitte voor radicale vormen van directe democratie en lijkt daarmee een denker te zijn geweest die goed aansluit op het huidige tijdsgewricht, zie UKIP of de Italiaanse Vijfsterrenbeweging en hun nadruk op directe democratie.

 

Sylvana
Ook in Nederland zien we een mediatisering van de politiek. Er zijn genoeg hardwerkende parlementariërs met kennis van zaken, maar als ze niet mediageniek zijn hoor je nooit van ze. Daarentegen zien we iemand als de min of meer uitgerangeerde ex-VJ Sylvana Simons het hoogste woord voeren in allerlei talkshows, hoewel zij nog nooit door iemand gekozen is en nul politieke ervaring heeft.
sylvana
Ook gisteravond weer mocht Sylvana haar opwachting maken in talkshow Pauw. Ik heb het maar aan mij voorbij laten gaan want ik vind het dubieus dat ongekozen figuren bovenmatig veel aandacht krijgen van onze staatsmedia, maar begreep van mijn tijdlijn op Twitter dat het arme kind zich weer in alle bochten wrong om haar nieuwe meesters Kuzu en Oztürk te behagen. Daarbij werd zij kennelijk in verdediging genomen door presentator Jeroen Pauw tegen de goed van de tongriem gesneden Wilfred Genee, een vrolijke man die ik wel eens mee heb mogen maken bij een etentje.

VNL en Jan Roos
De politieke partij Voor Nederland, opgericht door de twee voormalige PVV-kamerleden Bontes en Van Klaveren en waar ik nog enige tijd lid van ben geweest, heeft gekozen  voor een mediagenieke lijsttrekker, GeenStijl (voorheen PowNed) verslaggever Jan Roos die landelijke bekendheid verwierf als voorvechter van het referendum over het EU-Associatieverdrag met Oekraïne.

roos

Jan Roos kunnen we net als Nigel Farage van UKIP of Beppe Grillo van de Italiaanse Vijfsterrenbeweging zien als een voorvechter van radicale vormen van directe democratie. Of Roos ook een voorstander is van de klassiek-liberale filosofie van VNL moeten we nog zien, in het verleden is daar in ieder geval weinig van gebleken.

Opvallend is dat de voorstander van directe democratie Jan Roos zich liet benoemen tot lijsttrekker van VNL  zonder dat de leden van deze partij werden geraadpleegd of een keuze hadden uit meerdere kandidaten, wat bij gevestigde partijen als CDA, VVD of PvdA tegenwoordig wél het geval is. Dat lijkt tegenstrijdig.

Nadat Roos in een ultrakort filmpje al liet weten dat hij de nieuwe “fractievoorzitter” is van VNL (merkwaardig voor iemand die helemaal niet in het parlement zit) kondigde hij in een interview in de Telegraaf dat hij nu de baas is bij VNL.

Letterlijk zei Roos het volgende:

Vanaf nu ben ik de baas. Ik ben the leader of the pack. En dat betekent dat ik ook de lijnen uitzet. En dat ik zeg wat belangrijk voor ons is en wat we moeten gaan doen.

Dat lijkt me even slikken voor de twee hardwerkende, degelijke parlementariërs Louis Bontes en Joram van Klaveren die dus vanaf deze week hun instructies krijgen van hun nieuwe baas annex “fractievoorzitter” Jan Roos.

Ik vermoed dat Roos zal gaan afwijken van de klassiek-liberale agenda van VNL (daar is maar een beperkt electoraat voor in Nederland) en het accent zal leggen op zijn boodschap van directe democratie waarmee hij ook de massa wist te mobiliseren bij het Oekraïne referendum. We kunnen niet uitsluiten dat de goedgebekte Jan Roos door zijn aanwezigheid in de media daarmee enkele zetels zal scoren.

Dat de principes van directe democratie bij het aan de leiding komen van de partij VNL door Jan Roos al helemaal niet werden nageleefd – niemand had wat te kiezen – illustreert de stelling van Guy Debord. In de spektakelmaatschappij gaat het niet over de inhoud, het gaat erom hoe je overkomt. Mensen die daar goed in zijn, de zogenaamde Bekende Nederlanders, vormen steeds meer een aparte kaste die zich ver verheven voelt boven het normale voetvolk.

Hoe geef je een partijprogramma meer substantie?

Hoe geef je een partijprogramma meer substantie?

In zijn blogs voor OpinieZ geeft Rutger van de Noort interessant, kritisch en goed onderbouwd commentaar op de verschillende partijprogramma’s. Lees bijvoorbeeld die over D66: Radicaal elitair proza voor ambtenaren . Ook over het één A4 programma van de PVV, Nederland weer van ons, kraakte Rutger een paar kritische noten

De kritiek van Rutger op het PVV programma komt er kort gezegd op neer dat het één A4 programma van de PVV weliswaar communicatief een meesterzet is maar dat de substantie ontbreekt om de centrumrechtse kiezer die uitgekeken is op de middenpartijen (dat zijn tegenwoordig bijna alle partijen) te overtuigen. Ik denk dat Rutger een punt heeft dus ik ga hier niet proberen zijn stelling te weerleggen, eerder om een richting aan te geven hoe dit beter zou kunnen.

Voor ik daarmee begin een kort woord over enkele punten die eruit springen in het PVV programma, ook wat betreft media aandacht: een verbod op moskeeën, op islamitische scholen en op de Koran. Ooit zei een analist bij Nieuwsuur (ik ben even kwijt wie) over het verschil in benadering wat betreft islam tussen Marine Le Pen en Geert Wilders het volgende: Marine Le Pen is politieker, Wilders is authentieker.

Een juiste uitspraak. Ik denk dat Geert Wilders authentiek en eerlijk is over zijn afkeer van en verzet tegen de islam. Zoals hij zes jaar geleden in NRC uitlegde roept hij de moslims op zichzelf te bevrijden. Aan de andere kant lijkt de benadering van Marine Le Pen, die islamisme / radicale islam wil verbieden en massa-immigratie wil stopzetten maar ruimte laat voor een gematigde beleving van de islam op Frans grondgebied politiek haalbaarder, ook met het oog op coalitievorming. Hier zal ik later nog op terugkomen.

Onderbouwing programma
Terug naar het onderwerp van dit blog: hoe geeft een partij een programma, ongeacht of het nou kort (prima) of lang (saai) is, meer substantie? Ik denk dat het ook in dit opzicht interessant is om te kijken naar het Front National (FN) van Marine Le Pen en Florian Philippot, die de afgelopen jaren veel stappen hebben gemaakt.

marine bleuMarine Le Pen heeft naast FN een aparte structuur, Rassemblement Bleu Marine geheten. In deze structuur zijn weer collectifs opgericht, dat zijn een soort werkgroepen. In deze werkgroepen participeren zowel partijleden als mensen uit het veld die niet politiek gebonden zijn of tot andere partijen behoren.

Zo zijn er werkgroepen voor milieu/ecologie (een speerpunt van FN), onderwijs, ondernemers, achterstandsbuurten problematiek, jongeren, etc. Als voorbeeld, zie hier een verslag in Le Point van de lancering door Marine Le Pen van een collectif voor de zorgsector. In deze werkgroep participeren artsen, chirurgen, verpleegsters, studenten, patiënten, etc. Doel is om het beste zorgstelsel ter wereld te scheppen tegen verantwoorde kosten.

Ik vind dit een uitstekende methodiek. In plaats van partijbobo’s in achterkamertjes ellenlange programma’s te laten schrijven die niemand leest, wordt er met mensen uit het veld (ook van buiten de partijpolitiek!) gewerkt om de voorstellen van de partij meer substantie te geven, en dit per sector.

Een aanpak die m.i zeker navolging verdient door Nederlandse partijen. Zodoende kunnen partijprogramma’s meer substantie krijgen maar blijven verankerd in de realiteit, in plaats van utopie te bedrijven (“gelijke kansen voor iedereen!”, “iedereen een vaste baan!” etc.)

Een jaar geleden schreef ik dit stuk over de crisis in het Nederlandse zorgstelsel en haalde daarin een zekere professor Robert Kreis aan die uiterst verstandige dingen schrijft over onze zorgsector en de sinds 2003 niet meer transparante financiering daarvan. Het is een willekeurig voorbeeld maar ook in Nederland zijn er dus deskundigen in het veld die zinnige ideeën hebben en een tegenwicht kunnen bieden tegen politici, die – als alcohol – vaak meer kapot maken dan ons lief is.

 

Sorry

Sorry

Beste landgenoten,

Hierbij een welgemeend sorry voor alle verbroken beloftes.

Sorry dat de coalitie die loon naar werken zou brengen al na twee weken kwartetten onder leiding van Wouter Bos uitgelopen was op een nivelleringsfeestje, waarbij de ziektekostenpremie op zo’n absurde manier in elkaar was gedraaid dat we maanden bezig waren om dat weer recht te trekken.

Sorry voor die valse start.

Sorry dat ik had beloofd dat er zou niet worden gemorreld aan de hypotheekrenteaftrek, dat er een belastingverlaging van 1000 euro zou komen voor ‘hardwerkende Nederlanders’ en dat er geen cent extra zou gaan naar Griekenland. Daar kwam natuurlijk helemaal niets van terecht.

Sorry dat er plotseling ook nog een half miljard euro extra naar ontwikkelingshulp ging.

Sorry dat we het economisch herstel twee jaar vertraagd hebben door tal van lastenverzwaringen en een fnuikende BTW-verhoging, die delen van het MKB in Nederland de nek om heeft gedraaid.

Sorry dat collega Lodi Asscher de arbeidsmarkt verstiert met zijn bureaucratische maatregelen. Aardige vent, maar geboren als ambtenaar. Dan krijg je dat.

Sorry dat na een soort fopliberalisering door partijgenoot Hans Hoogervorst in 2006 – die in feite een monopolie van zorgverzekeraars creëerde – de prachtige zorgsector in Nederland qua kosten bijkans verdubbelde maar de toegang tot die zorg steeds moeilijker werd, vooral voor mensen met weinig inkomen. U moet begrijpen dat veel partijgenoten van mij een aardig zakcentje verdienen in de zorgsector als zorgbobo of consultant, dus wij gaan als VVD niet meer te veel aan vertimmeren aan de verkeerde systematiek. Wel gaan we door met bezuinigen en uw zorglasten verder verzwaren, zo’n hoog eigen risico bijvoorbeeld brengt flink wat geld in het laatje.
zorg

Sorry dat ik de onderste steen boven beloofde meteen na de gruwelijke aanslag op vlucht MH17, maar al die jaren te labbekakkerig was om de primaire radarbeelden op te eisen bij de bevoegde autoriteiten in Oekraïne, Rusland en de VS (satellietbeelden).

Sorry dat we geen acht sloegen op het memo van vervangend ambassadeur Gerrie Willems die vier dagen voor het afschieten van MH17 keurig doorgaf dat het luchtruim boven Oekraïne niet meer veilig was, maar ik was die dagen juist druk doende in Brussel om de fantast Frans Timmermans een hoge positie te bezorgen bij de EU. Ik moest die man echt kwijt.

Over Oekraïne gesproken: sorry dat ik niets gedaan heb met de uitslag van jullie Oekraïne referendum, maar ik heb nu eenmaal een grote hekel aan meer invloed voor de kiezers. Wij, de elite, weten het toch beter!

Sorry dat de spaartegoeden en pensioenen van veel Nederlanders nu de bietenbrug opgaan door de absurd lage rente van de ECB, het kunst en vliegwerk van SuperMario dat de disfunctionele euro bij elkaar houdt.

O ja, ook nog een welgemeend sorry namens partijgenoot Gerrit Zalm dat hij ooit de Grieken in de eurozone verwelkomde met de historische woorden: “de prestaties van Griekenland zijn buitengewoon indrukwekkend”.
zalm

Sorry dat ik een streng immigratiebeleid beloofde maar dat er door het asielbeleid jaarlijks weer tienduizenden kanslozen voor de arbeidsmarkt bijkomen, met veelal een islamitische achtergrond. Met familiehereniging erbij weer een paar voetbalstadions vol kandidaten voor de parallelle samenleving, op uw kosten en op weg naar de volgende radicaliseringsgolf. Maar daar hebben we Diederik voor als streetbuddie; daar is hij echt enorm goed in.

Sorry dat ik als tijdelijk EU-voorzitter als een bedrijfspoedeltje achter Angela Merkel aanhuppelde en niet in staat was om het Verenigd Koninkrijk in de EU te houden, onze belangrijkste bondgenoot voor een decentrale EU.

Sorry dat ik het Plan Azmani voor structurele hervorming van het asielsysteem telkens weer vergeten ben zodra mijn chauffeur de grens overschrijdt op weg naar Angela en andere belangrijke vrienden. Er zijn nu eenmaal rangen en standen.

Sorry dat ik helemaal geen visie heb op Nederland als vrij en soeverein land, maar ja, een visie is nu eenmaal in mijn ogen een soort van olifant: die belemmert het zicht.

Sorry dat ik nog steeds niet uit de kast ben gekomen, maar Albert weet er meer van.

Ik heb er allemaal reuze spijt van, maar het is nu tijd om positief vooruit te kijken. Er is een stille meerderheid in Nederland die het roerend met mij eens is; ik heb er vannacht nog van gedroomd. Ik wil de stem van die stille meerderheid zijn. Ik wil het gif van pessimisme bestrijden.

O ja, als laatste: sorry dat ik ook de komende vier jaar – als het even meezit – weer jullie premier ben.

Met lieve groeten,

Mark
mark-rutte-slaapt

 

 

 

 

Moet de boerkini verboden worden?

Moet de boerkini verboden worden?

Ooit, toen ik werkte als personeelsmanager, had ik een jaar lang een stagiaire aan mijn zijde. Op een dag vroeg ze mij of het goed was dat er twee weken lang een mede-studente zou meelopen op de afdeling. Ze noemde dat een snuffelstage. Ik had geen bezwaar tegen de snuffelstagiaire en vroeg ook niet na wie de snuffelstagiaire dan wel zou zijn. Zo verscheen op een zekere maandag Fatima (gefingeerde naam) ten tonele. Fatima droeg een hoofddoek.

Hoewel ik er niet op reageerde, voelde ik me helemaal niet op mijn gemak door deze vooraf niet aangekondigde actie van mijn stagiaire. Het zou een vreemde indruk maken om Fatima aan mijn zijde te hebben, bijvoorbeeld bij sollicitatiegesprekken. Daarmee zou ik bij sollicitanten mogelijk de indruk geven dat de hoofddoek een geaccepteerde dresscode was in het bedrijf, wat bepaald niet zo was.

Al snel ging het nieuws van de snuffelstagiaire als een lopend vuurtje door het bedrijf en velen zagen er een bewuste actie in van de HR afdeling om diversiteit te bevorderen. Ik liet het maar op zijn beloop. Overigens was Fatima een hele vriendelijke dame, ik kan geen kwaad woord over haar zeggen. Erg uitgesproken in haar opinies was ze niet, meer het gevoeglijke type.

Hoe kom ik hier op? Wat ik ermee wil zeggen is dat we in Nederland, mezelf incluis, lang aan probleemontkenning hebben gedaan. Om moeilijke discussies te vermijden. Onder elkaar zeggen we wel dat we er niet vrolijk van worden, al die islamitische invloeden, maar om de confrontatie aan te gaan met zo iemand, nee, dat doen we liever niet. Voor je het weet word je gebrandmerkt als racist of islamofoob.

Herman Vuijsje boek

In ons land zijn we, als gevolg van islamitische massa-immigratie, door verschillende fases gegaan. De eerste fase, zo’n beetje van eind jaren zestig tot 1990, was die van de ontkenning. In 1986 schreef de socioloog Herman Vuisje daar een boek over, Vermoorde onschuld, met als ondertitel: etnisch verschil als Hollands taboe. We waren zó bang om voor koloniaal of racist te worden versleten, dat alle etnische, culturele en religieuze verschillen tussen onszelf en de nieuwkomers en het ongemak daarover,  ver onder het tapijt werden geschoven.

In 1991 doorbrak VVD’er Frits Bolkenstein (met toen al Geert Wilders als fractiemedewerker) de ban met zijn beroemde toespraak te Luzern waarin hij kritiek uitte op het Nederlandse immigratie – en integratiebeleid en stelde dat moslims in Nederland zich moeten aanpassen aan de hier geldende normen en waarden.  Een storm van kritiek stak op maar zijn betoog legde Bolkestein geen windeieren: hij steeg onmiddellijk in de peilingen en haalde onveranderlijk goede verkiezingsuitslagen binnen voor de VVD. Veel mensen herkenden zich in zijn kritiek.

Afijn, ik hoef het hele riedeltje niet af te lopen: na Bolkestein kregen we Fortuyn, Paul Scheffer als links immigratierealistisch buitenbeentje, Rita Verdonk, Wilders en Hirsi Ali, etc. Je zou kunnen stellen dat het zogeheten minderhedendebat de Nederlandse politiek en ook het publieke debat in de media al ruim 25 jaar domineert, al is er nog feitelijk steeds weinig veranderd aan ons immigratie- en integratiebeleid, hooguit wordt de toegang tot Nederland bemoeilijkt maar het asielbeleid staat daar weer haaks op zodat de intocht van veelal kanslozen op de arbeidsmarkt met islamitische achtergrond gewoon doorgaat.

Het punt dat ik eigenlijk wil maken is dit: we praten in Nederland al 25 jaar over elkaar, maar praten we ook met elkaar? Gaan we de confrontatie aan? Leggen we aan moslims uit waarom die hoofddoek, boerka of boerkini ons irriteert, omdat hiermee een belangrijke code doorbroken wordt?

Een code die erop is gebaseerd dat wij in Nederland religie als een privé aangelegenheid beschouwen en onze contacten op het werk of op school daar niet door laten domineren. Die code wordt ruw doorbroken als iemand met een hoofddoek op werk of school verschijnt, of in een boerkini in het zwembad.

Niet alleen gaan de meesten van ons – mezelf incluis – dat lastige gesprek niet aan, het is zelfs zo dat het dragen van prominente religieuze symbolen indirect gestimuleerd wordt door onze overheid vanuit één of ander progressief ideaal. Denk aan personeelsadvertenties of brochures van woningcorporaties waarop vaak een vrouw met hoofddoek staat geportretteerd als gelukzalig symbool van emancipatie.

Zo krijgen jonge moslima’s, zoals de twee boerkinidraagsters die afgelopen maandag bij Pauw verschenen, nooit te horen dat er iets mis is met hun opstelling totdat ze ineens merken in het zwembad dat hun boerkini irritatie en wrevel opwekt. Vervolgens gaan ze luidkeels klagen over discriminatie, zonder zich af te vragen waar die wrevel vandaan komt en waarom veel Nederlanders zich niet prettig voelen bij zoveel ostentatief religieus-ideologisch vertoon in het zwembad of elders.

De meeste Nederlandse politieke partijen, met uitzondering van de PVV, zijn tegen een boerkiniverbod. Het is een lastige discussie. Veel mensen die ik ken krijgen er maagpijn van en wie kan het ze kwalijk nemen? Want hier botsen twee essentiële vrijheden: het recht om te dragen wat je wil en het recht om in de publieke ruimte gevrijwaard te blijven van opdringerige religieuze en/of ideologische symbolen.

Aangezien de islam een combinatie is van een religie, een ideologie en een rechtssysteem (de sharia) krijg je er als nietsvermoedende zwemmer met het islamitische badpak dus drie tegelijk voor je kiezen. Alsof iemand in rechterstoga, als non én als soldaat tegelijk naast je op de duikplank staat. Dat is ook voor mij iets te veel van het goede (of slechte), dus vind ik dat we een boerkiniverbod moeten overwegen.

Toch heb ik het gevoel dat er een stap ontbreekt. In het minderhedendebat zijn we van “negeren” (1965 – 1990) naar “praten over” (1990 tot nu) gegaan, maar zijn we echt het gesprek aangegaan? Hebben we goed uitgelegd waarom die hoofddoek, boerka of boerkini ons irriteert en we ons daarmee niet op ons gemak voelen? Zijn we die confrontatie echt aangegaan?

Misschien moeten we dat eerst doen. Als dat niet helpt, kun  je altijd nog verbieden.

 

 

Het hervormingsvoorstel van de V4

Het hervormingsvoorstel van de V4

In mijn eerdere blog deze week De regionale fopspeen had ik het al aangehaald: de vier Visegrad landen in de EU (Polen, Tsjechië, Slowakije en Hongarije) ook wel de V4 genoemd, werken momenteel hard aan een EU hervormingsvoorstel dat bij de EU-top in september te Bratislava gepresenteerd zal worden. Interessant genoeg om hier even bij stil te staan.

Hoewel we natuurlijk nog niet precies weten wat het hervormingsvoorstel inhoudt, kan uit de uitlatingen van de V4 regeringsleiders zoals hier weergegeven  wel het één en ander gedestilleerd worden.

De V4 willen meer bevoegdheden terugbrengen naar de nationale staten, met name wat het immigratiebeleid betreft. Ook willen ze de Europese Raad van regeringsleiders machtiger maken ten opzichte van de Europese Commissie van Juncker & Timmermans en het Europees Parlement.

Daar staat tegenover dat de V4 de militaire poot van de EU willen versterken, met name gericht op grensbewaking en internationale veiligheid. Overigens heb je daarvoor niet per se een EU-leger nodig, wat sommigen zowel binnen als buiten de V4 suggereren. Het kan ook in de vorm van een intensievere militaire samenwerking en verhoogde budgetten van Europese landen, binnen NATO verband.

Tenslotte geven de V4 aan dat zij bijzonder hechten aan de vier peilers van de EU: the free movement of goods, services, capital and people.

Hiermee komen we natuurlijk op een gevoelig thema. Eén van de redenen voor de Brexit is geweest dat een groot deel van de Britse bevolking zich overruled voelt door de sterke toestroom uit Oost-Europa. David Cameron had op dit punt wel concessies gekregen van de EU, met name op het vlak van sociale zekerheid (EU-migranten zouden langzamer rechten opbouwen) maar uiteindelijk heeft het Britse volk deze toezeggingen beoordeeld als onvoldoende en koos voor de Brexit.

Aan de andere kant zou het hervormingsvoorstel van de V4 tot een migratie compromis kunnen leiden: in ruil voor het in stand houden van de free movement of people in de EU zou er een gezamenlijk beleid kunnen komen om toegang van migranten van buiten de EU te bemoeilijken.

Dit zou kunnen als de EU als geheel radicaal kiest voor het model van opvang in de eigen regio, zoals in 2015 voorgesteld door VVD-kamerlid Malik Azmani (en in 1994 al door toenmalig VVD-fractieleider Frits Bolkestein).

Als een meerderheid van landen in de EU dit principe van asielopvang alleen nog maar in de eigen regio overeen komt en het ook afgedwongen wordt door een sterkere bescherming van de EU buitengrenzen (Australisch “Sovereign Borders” beleid) dan zou in ruil daarvoor the free movement of people binnen de EU gehandhaafd kunnen blijven. Op deze manier kan, lijkt mij, een splitsing van de EU in West en Oost voorkomen worden.

Of en in hoeverre migranten uit Oost-Europa toegang krijgen tot de sociale voorzieningen in welvaartsstaten in West-Europa is iets dat vervolgens onderhandeld kan worden, maar daarop bestaan ook nu al bepaalde beperkingen. Ook voor partijen die vinden dat Nederland uit de EU zou moeten stappen zoals de PVV kan dit wellicht een gedachte te zijn om te overwegen, in ieder geval zolang er nog geen parlementaire meerderheid is in Nederland om de EU ook daadwerkelijk te verlaten.

Door de EU conform de (vermoedelijke) plannen van de V4  te vrijwaren van ongecontroleerde toestroom van migranten van buiten de EU zoals uitgelokt en aangemoedigd door de Duitse bondskanselier Angela Merkel, kan in ieder geval erger worden voorkomen. Ook voor een Nederlandse coalitie vanaf 2017 met daarin waarschijnlijk de PVV kan dit het overwegen waard zijn.

Tenslotte denk ik dat het aannemen van deze voorstellen van de V4 de facto een einde zou maken aan het informele leiderschap in de EU van Angela Merkel. In mijn ogen een additioneel pluspunt.

Hup Geert

Hup Geert

Gisteren was weer een dag om niet vrolijk van te worden, tenzij de lezer behoort tot het gilde van de onverbeterlijke cultureel-relativisten.

In opvolging van de boerkini badshow van de Jonge Socialisten kwamen twee boerkini dragende gansjes uitleggen bij talkshow Pauw dat ze die boerkini toch echt uit vrije wil dragen, vanwege hun geloof.

De aanwezige Dilan Yesilgoz van de Amsterdamse VVD bood een moedig weerwoord, maar wilde van een verbod niet spreken want dat is niet “liberaal”. Hoe storend dit islamitische sektegedrag gedrag in het openbare leven is voor de gemiddelde Nederlander, kwam niet ter sprake. Alleen de PVV is voor een boerkiniverbod, vernamen we van de aanwezige Dion Graus.

Nadat ik deze ellende tot mij had genomen, las ik op de site van Elsevier het één en ander over hetgeen Merkel, Hollande en Renzi bekokstoofd hebben bij hun onderonsje in Italië.

Hoewel het drietal zich stoer liet fotograferen op een oorlogsschip blijkt hetgeen besproken werd inhoudelijk weer van een slapte te zijn, die kenmerkend is voor onze linkse weggeefelite.

Het oude EU verdelingsplan van migranten is weer van stal gehaald. Ook werd er en vaag plan gesmeed voor de in grote hoeveelheden met hulp van Frontex (en onze Koninklijke Marine) vanuit Libië in Italië arriverende illegale migranten. In de meeste gevallen afkomstig uit veilige herkomstlanden. Angela de Waanzinnige wil deze illegalen terugsturen naar landen in Noord-Afrika in ruil voor goedgekeurde asielzoekers en een hoop EU geld.

De ratio hierachter, waarom wij illegale migranten zouden moeten ruilen voor andere asielzoekers, ontgaat mij volkomen. Het is tekenend voor onze zwakke, linksliberale weggeefelite die geen ferm standpunt durft in te nemen en zich dus chantabel opstelt. Helaas zien we dit gedrag niet alleen in de EU-gelederen maar ook nationaal.

Zo schijnt links Nederland, zie de discussie gisteravond bij Pauw, ineens de vrijheid van keuze ontdekt te hebben. Als religieus gehersenspoelde vrouwen “vrijwillig” kiezen voor een vrouwonderdrukkend systeem en kledij dan moet dat van harte gesteund worden, aldus een dame van de PvdA die bij Pauw aan tafel zat. Dezelfde PvdA die ooit pal stond voor vrouwenemancipatie.

Vreemd dat we die heiligverklaring van de individuele  keuzevrijheid nooit horen van links als mensen zich vrijwillig aansluiten bij de neo-nazi’s, Ku Klux Clan of andere griezelige clubs. Links babbelt maar een eind weg zoals het ze uitkomt en laat zich bedoeld of onbedoeld steeds meer voor het islamitische karretje spannen.

Ik weet niet hoe het de lezer vergaat maar ik ben het zat, deze constante uitverkoop van onze vrijheid en onze soevereiniteit, zowel op het vlak van de EU-bemoeienis met ons immigratiebeleid als wanneer we het hebben over de oprukkende islamisering van het openbare leven in Nederland.

De enige partij die bereid is een duidelijke streep in het zand te trekken is de PVV. In het verleden heb ik forse kritiek gehad op Wilders en de PVV, vooral vanwege de toon, maar het is nu een tijd van kiezen of kabelen, willen we nog iets redden van het vrije en soevereine Nederland waarin we opgegroeid zijn.

VNL, het klassiek-liberale alternatief voor de VVD die een Australisch immigratiebeleid voorstaat, heeft nog steeds mijn sympathie maar ik zie deze partij niet meer voor maart 2017 uitgroeien tot een machtsfactor. Bovendien zou het de sterke electorale positie van de PVV verzwakken als er allerlei rechtse splinters bij komen.

Mijn steun voor de komende verkiezingen gaat daarom naar Geert, al zal ik hem heus wel kritisch volgen. Over de hoofdlijnen zijn we het eens. Een vrij en soeverein Nederland, stoppen van de massa-immigratie, asielopvang alleen in de eigen regio, grenzen weer bewaken (zowel EU binnen- als buitengrenzen) en terugdringen van de islamisering van ons openbare leven. Hup Geert!

 

De regionale fopspeen

De regionale fopspeen

Te midden van al het gekrakeel over de EU en welke kant die wel of niet op zou moeten gaan, horen we van tijd tot tijd een lofzang op het Europa van de regio’s. Zo werd in de column van Caroline de Gruyter in NRC afgelopen weekend een boekwerk van ene Ulrike Guérot besproken, Warum Europa eine Republik werden muss.

Volgens Guérot moeten de natiestaten verdwijnen en van Europa een democratische republiek worden gemaakt die bestaat uit regio’s. Gelukkig heeft ze zelf in de ondertitel van het boek gezet dat het een Politische Utopie betreft, want zo kunnen we dit voorstel wel beschouwen.

Jean Wanningen van het magazine Follow The Money maakte mij er via Twitter op attent dat het idee van Guérin niet nieuw is: al in 1992 (ten tijde van het Verdrag van Maastricht) was niemand minder dan onze nationale bierbrouwer Freddy Heineken op hetzelfde idee gekomen en had daarover een boek gepubliceerd: The United States of Europe, a Eurotopia?  Freddy had zelfs een Heinekenkaart van Europese regio’s gemaakt, zie foto boven dit blog.

Op de eerste plaats, is de republiek een staatsvorm die oorspronkelijk uit de kleinere stadsstaten voortkomt die alleen kan bestaan bij gratie van een zekere eenheid van cultuur en taal en mentaliteit, kortom er moet een demos gevormd kunnen worden. Hoe dit in de Europese lappendeken plaats zou moeten vinden is mij een raadsel. Of het nou een lappendeken is van tientallen natiestaten is of een lappendeken van honderden regio’s maakt niet uit.

Toch is het wel waar dat mede door de constante ondergraving van natiestaten door de EU regio’s belangrijker worden en afscheidingsbewegingen in kracht toenemen. Zie de voorbeelden van Vlaanderen, Catalonië, Schotland etc. De situatie van België is natuurlijk een bijzondere, omdat hier meerdere taal- en cultuurgebieden zijn samengevoegd in één natie, met alle problemen van dien.

Heilige+Roomse+Rijk.jpgHoe het ook zij, zo’n Europa van de regio’s spreekt mij niet echt aan. Het roept bij mij eerder associaties op met het Heilige Roomse Rijk, een middeleeuws Centraal-Europees wereldlijk-religieus verband, dat bijeengehouden werd door een Keizer die in de praktijk weinig gezag had, wat mij al vagelijk doet denken aan het duo Juncker & Timmermans.

Mijn referentiekader is nog steeds dat van de natiestaten. Natiestaten die weer in ere hersteld zouden moeten worden, in plaats van ondergraven en uiteindelijk vernietigd te worden op basis van de één of andere Europese utopie.

Dit alles neemt niet weg dat Europese natiestaten moeten samenwerken (niet per se integreren) om te kunnen overleven. Samenwerken op het vlak van defensie, grensbewaking, bestrijding van terreur en grensoverschrijdende criminaliteit, betere bescherming van milieu, etc.

Binnen de EU wordt nu door de Visegrad groep (Polen, Slowakije, Tsjechië en Hongarije) gewerkt aan een hervormingsvoorstel met als doel de EU om te vormen in een verband van vrije natiestaten. Dit is volgens mij in lijn met het gedachtegoed van grote Europese leiders als Charles de Gaulle, het befaamde l’Europe des patries van De Gaulle. Door hem nooit letterlijk zo genoemd maar wel in lijn met hetgeen hij bedoelde voor Europa.

Misschien zouden we in Nederland eens deze denkrichting van de Visegrad groep serieus moeten bespreken in plaats van ons telkens weer voor het karretje te laten spannen van de één of andere pan-Europese en/of regionale utopie, die ons land meer schade doet dan goed.