De kwestie van de verdwenen scheepswrakken in de Javazee

De kwestie van de verdwenen scheepswrakken in de Javazee

De kwestie van de verdwenen scheepswrakken van de Slag in de Javazee van 27 februari 1942, met name de toen getorpedeerde en gezonken Hr.Ms. de Ruyter, Hr.Ms. Java en Hr.Ms. Kortenaer, blijft de gemoederen bezig houden. Voor mij als tweede generatie nabestaande – mijn grootvader van moederskant Luitenant ter zee I Nico Schrakamp sneuvelde aan boord van Hr.Ms. de Ruyter – toch een kwestie met een bijzonder tintje. Al heb ik mijn grootvader niet persoonlijk gekend.

Nadat het officiële onderzoek van de Indonesische en Nederlandse autoriteiten was afgerond kwam er ineens toch weer schot in de zaak door een reportage van enkele Indonesische journalisten van de website Tirto.

Ruyter Soerabaja

Daar waar de officiële onderzoekers helemaal niets wisten te vinden brengen deze journalisten zonder al te veel moeite de hele keten van de grafschenners in beeld, van Indonesische onderaannemers tot Chinese sloopbedrijven. Ze interviewden betrokkenen en kwamen met macabere details over delen van lichamen, die tussen het schroot tevoorschijn waren gekomen. Deze zouden gedumpt zijn in massagraven of in zee.

Inmiddels heeft Nederland het officiële onderzoek weer opnieuw opgestart  naar aanleiding van de bevindingen van de Indonesische journalisten.

Vrijdag werd Defensieminister Bijleveld gevraagd door de Telegraaf of zij denkt dat de Indonesische autoriteiten het onderzoek dit keer wel serieus zullen oppakken en antwoordde met veel meel in de mond: “Daar moet ik van uitgaan. Het beschermen van maritiem erfgoed moet nu eenmaal in samenwerking gebeuren. We zullen ook kritisch meekijken. Het gaat over het handhaven van internationaal gemaakte afspraken. Dat is best ingewikkeld”.

Tja, denk je dan als nabestaande. Het bekende gewauwel van politici over “de onderste steen”, waarin we met z’n allen steeds minder vertrouwen krijgen. Het heeft allemaal met belangen te maken en door de globalisatie worden die belangen steeds ingewikkelder en ondoorzichtiger.

Zoals ik in mijn blog uit 2016 over De slag in de Javazee uiteen heb gezet is mijn familieconnectie een beetje ingewikkeld. Luitenant ter zee Nico Schrakamp, de navigator van Hr.Ms. de Ruyter, is mijn grootvader van moederskant. Mijn moeder kwam voort uit zijn eerste huwelijk, maar voor de oorlog was hij al gescheiden en hertrouwd met Julia de Roy van Zuydewijn met wie hij in 1939 een zoon kreeg. Deze zoon (mijn oom of halfoom) heette ook Nico Schrakamp en is helaas in 2011 overleden.

Omdat mijn opa’s eerste vrouw, mijn oma uit Pekalongan, helemaal uit beeld was verdwenen na de oorlog heb ik als kind altijd zijn tweede vrouw Julia (door mijn vader “tante Juul” genoemd en door mij en mijn zusje “oma Haag”) als mijn oma gezien. “Tante Juul” heeft geen makkelijk leven gehad. Op haar 32e jaar werd ze weduwe zonder het op dat moment te beseffen. Samen met haar zoon Nico junior overleefde ze ternauwernood het “Jappenkamp”. Toen ze na haar bevrijding uit het kamp bij het Rode Kruis informeerde naar haar man, kreeg ze te horen dat hij vermist was. “Dat betekent dat hij dood is”, werd daar tot haar ontsteltenis aan toegevoegd.

Eenmaal terug in Den Haag leefde ze vooral voor haar zoon Nico. Hoewel Nico junior last had van dyslexie wist hij de middelbare school af te ronden, studeerde af als Ir. Chemische Technologie aan de universiteit van Delft en heeft een mooie carrière doorlopen bij Unilever. Later is Nico nog directeur geweest van de Stichting Verpakking en Milieu, een soort belangenorganisatie voor het bedrijfsleven. Ik herinner me hem als een intelligente en fijne man.

Mijn zusje en ik gingen in de jaren zestig altijd met veel plezier logeren bij “Oma Haag” in de Viviënstraat te Den Haag. Ze was een lieve vrouw die prachtig verhalen kon vertellen; een generatie die nog niet verpest was door de TV. In haar witte kever nam ze ons mee naar het strand van Scheveningen.

Nico Schrakamp
Nico Schrakamp, 1902-1942

Al die tijd stond de foto van haar overleden echtgenoot op de schoorsteenmantel, maar veel werd daar niet over gesproken. Als het gesprek toch op haar overleden echtgenoot kwam, sprak “oma Haag” over hem op een manier die een beetje deed denken aan een verliefd schoolmeisje. Hoe charmant hij was bij het Marinebal. Dat ze een tijdje in Amsterdam woonden, in de Kerkstraat. Ze was na de oorlog nooit hertrouwd hoewel er wel aanbidders waren geweest, maar “on n’aime vraiment qu’une seule fois dans la vie”, vertrouwde ze ons toe.

“Oma Haag” ging nooit naar de officiële herdenkingen van de Slag in de Javazee. Ze voelde zich nog steeds een Marinevrouw, maar aan de politiek had ze een broertje dood. Enige uitzondering was premier Piet de Jong, want die kende ze nog uit zijn Marinetijd in Nederlands-Indië. Op haar 90e verjaardag kwam Piet langs met een presentje. Dat vond ze mooi. Een jaar later, in 2001 was dat, is ze op 91-jarige leeftijd overleden na een ongelukkige val van de trap. Het toeval wil dat de scheepswrakken in de Javazee pas een jaar later werden ontdekt door een Australische duiker.

Oma haag0002
“Oma Haag” in 1958 met mijn zusje

Oma Haag verloor haar man in februari 1942, zat drie jaar lang in een Japans kamp tevergeefs te wachten op een teken van leven, heeft haar man nooit kunnen begraven en nooit geweten waar de scheepswrakken lagen. Dat ze de huidige commotie niet meer hoeft mee te maken, is misschien maar goed ook.

Ze wist dat haar man om het leven was gekomen door een ingewikkeld politiek steekspel.  Dat de Nederlandse kolonie onverdedigbaar was geworden na de val van Singapore en het terugtrekken van het grootste deel van de geallieerde luchtmacht, was bekend onder de marineofficieren. Doorman wilde met de vloot uitwijken naar Australië, maar kreeg daarvoor geen toestemming.

In de weken voorafgaand aan de slag waren de mannen dag en nacht in touw, maar kregen klap na klap te verwerken. Zo werd het verkenningsvliegtuigje van de De Ruyter al weken voor de slag uit de lucht geschoten. Ze voeren zonder luchtsteun blind door de Javazee, op zoek naar de Japanse invasievloot, opgejaagd door admiraal Helfrich aan de wal en onze minister van Oorlog Fürstner in Londen.

Op latere leeftijd vertelde “oma Haag” ons over de laatste autorit met haar man naar de Marinehaven van Soerabaja. Met lood in zijn schoenen was hij vertrokken en had haar gezegd dat de kans niet groot was, dat hij nog terug zou keren. Oorlogshelden? Ik zie hem meer als een oorlogsslachtoffer die zijn dure plicht heeft gedaan, net als de andere geallieerde slachtoffers. Het waren er meer dan tweeduizend.

Vermalen in een ingewikkeld internationaal geopolitiek spel, dat niet meer gewonnen kon worden toen de Britse generaal Wavell als hoogste leidinggevende van ABDACOM (American-British-Dutch-Australian Command) aan president Roosevelt en premier Churchill adviseerde om Java te laten vallen. De geallieerde luchtmacht werd teruggetrokken, maar de Nederlandse regering in Londen oordeelde dat er tot het bittere einde gestreden moest worden.

De perikelen nu omtrent de zeemansgraven van onze Marinemannen brengen mij tot de misschien wat bittere gedachte dat er weinig is veranderd. Bij leven werden de mannen opgeofferd in een internationaal politiek belangenspel en nu 76 jaar later is het niet veel beter, wanneer het gaat om het onderzoek naar hun geschonden zeemansgraf.

Ik heb er dan ook niet veel fiducie in dat er nog iets terecht zal komen van dat onderzoek. Ik steun Theo Doorman – de zoon van Karel – in zijn verzoek om eventuele lichamelijke resten te herbegraven op het ereveld van de Koninklijke Marine bij Soerabaja. Maar, net als vroeger onze “oma Haag”, kijk ik sceptisch tegen de rol van de politici aan.

Als ik af en toe op mijn blog of op Twitter een verhaaltje vertel over opa Nico de Marineman en “tante Juul” in Den Haag, dan is het vooral omdat ik op die manier hun nagedachtenis wil eren. Aan de politiek kun je dat maar beter niet overlaten.

 

 

 

Advertenties

Zwak optreden Bolkestein voor BNR Radio

Zwak optreden Bolkestein voor BNR Radio

Hoewel ik altijd een fan ben geweest van Frits Bolkestein en in ieder geval van ’s mans heldere taal en uitgesproken standpunten – hoewel niet altijd gevolgd door even uitgesproken daden – werkte het interview van Bolkestein gisteren bij BNR Radio op mij als een koude douche. De nogal doorzichtige operatie “kaltstellen” van Thierry Baudet door het voormalige VVD-opperhoofd was niet erg geslaagd.

Interviewer Bernard Hammelburg zette namens BNR overigens ook een wat vreemde toon in zijn vraagstelling door het verzet in Oost-Europa tegen EU en de figuur Soros af te doen als vormen van nationalisme, xenofobie en antisemitisme. Gewoon op een neutrale manier een vraag stellen, is er kennelijk niet meer bij tegenwoordig.

Veiligheid Joodse bevolking in Nederland
Al snel kwam het onderwerp van gesprek op een oudere uitspraak van Bolkestein over de afnemende veiligheid van de Joodse bevolking in Nederland. Bolkestein herhaalde nog maar eens wat hij toen vond en nog steeds vindt: herkenbare (dus orthodoxe) Nederlandse Joden moeten hun kinderen adviseren te vertrekken naar Israël of Amerika vanwege de toenemende invloed van islamitisch antisemitisme. Ook Duitsland ziet hij nog steeds als een veilig land voegde Bolkestein eraan toe, want die zouden wel nooit meer in hun oude fouten vervallen.

Nu kunnen we een hoop zeggen over deze uitspraken. Dat Bolkestein de toenemende onveiligheid van Joden aan de orde stelt is wat mij betreft terecht. Vreemd is wel, dat het onderscheid tussen herkenbaar of onherkenbaar Joods zijn tot beslissend criterium wordt verheven. Alsof antisemieten zich ooit dáárdoor hebben laten stoppen. Of iemand wel of niet Joods is kan immers vrij simpel achterhaald worden.

Verder vond ik het merkwaardig dat Bolkestein nu juist Duitsland erbij haalt als voor Joden veilig land terwijl we weten, ook op basis van recente onderzoeken, dat het aantal antisemitische incidenten in Duitsland sterk is toegenomen, mede door de doldwaze migratiepolitiek van Merkel. Een kwart van de Duitse bevolking denkt inmiddels weer antisemitisch en alleen al in Berlijn waren er in 2016 500 aanvallen op Joden.

Gelatenheid
Het meest kwalijke van de uitspraken vond ik echter de gelatenheid waarmee ze gedaan werden. Het was geen noodsignaal in de trant van laten we in vredesnaam de immigratie vanuit islamitische landen beperken, moslims die hier al zijn beter integreren qua normen en waarden en met zijn allen zorgen voor een veilig klimaat waarin ook de Joodse bevolking zich veilig kan voelen. Nee, het was een kil “vertrekt u maar liever, voor uw eigen bestwil”.

Oost-Europa
Vervolgens werd door Bolkestein nogmaals Oost-Europa weggezet als een bende verdwaasden. Ze worden daar dik betaald door de EU en hun verzet tegen de EU is gebaseerd op een USSR-trauma, orakelde de Bolk rustig verder. Dat leiders als Orbán rationele argumenten aanvoeren waarom zij weinig voelen om van Oost- en Centraal-Europa in navolging van West-Europa een soort Eurabia te maken, werd door Bolkestein bewust genegeerd.

Neersabelen van Baudet
Zo kwam de éminence grise uit bij het hogere doel van het gesprek: het neersabelen van de opkomende ster Thierry Baudet namens het VVD-establishment. We herinneren ons nog dat Bolkestein dat op dezelfde manier deed eind jaren negentig bij Pim Fortuyn die overigens een EU-hervormer was: een pleefiguur volgens Bolkestein toen.

Nu moest Thierry Baudet het ontgelden. Baudet heeft succes omdat hij aantrekkelijk is constateerde Bolkestein zurig, om er vervolgens aan toe te voegen dat Baudet geen ideologie heeft, dat hij zich maar beter kan beperken tot piano spelen en dat er fouten zitten in zijn Latijn.

Nu is er wel degelijk kritiek mogelijk op het Nexit-standpunt van Baudet, die heb ik ook, maar kom dan met een gedegen standpunt over de EU en hoe we die kunnen hervormen in decentrale richting. Hoe we soevereiniteit en democratie in onze natiestaat kunnen behouden. Hoe we de massa-migratie in weerwil van een woud aan Europese regels, restricties en rechterlijke uitspraken, weer onder controle kunnen brengen en daarmee ook de veiligheid van de Joodse bevolking kunnen herstellen. Helaas, niets van dit alles. De afkeer van de EU werd door Bolkestein afgedaan als luchtfietserij.

Euro-sprookjes
Tot slot kwam het gesprek nog op de euro. Ook hier wist Bolkestein niets beters te doen dan het oude VVD mantra van de jaren negentig nog eens te herhalen. De eenheidseuro is prima voor Europa als iedereen zich maar aan de begrotingsafspraken houdt. Ook na 15 jaar euro-ellende – hoewel we nu een groeispurt zien als gevolg van zeer riskant ECB-beleid – gaf Bolkestein blijk in dit opzicht geen enkele ontwikkeling te hebben doorgemaakt. Want op de eerste plaats is het een illusie dat alle eurolanden zich aan de regels houden. Op de tweede plaats, als ze dat wél doen (zich aan de regels houden) is het gevolg niet convergentie maar divergentie, vanwege de grote verschillen tussen hun onderlinge economieën en de cycli waarin deze zich bevinden.

Europa kan mijns inziens zeker baat hebben bij een gemeenschappelijke munt, maar zonder een vorm van monetaire flexibiliteit (wisselkoers- en rente aanpassingen) die tegemoet komt aan die onderlinge structurele verschillen, is de gemeenschappelijke munt gedoemd te mislukken. Daarvan lijkt Bolkestein nog nooit te hebben gehoord of hij weigert domweg erover na te denken.

Al met al een uiterst zwak optreden van Frits Bolkestein. Als zijn missie was het namens de VVD torpederen van de politieke komeet Thierry Baudet, kunnen we concluderen: missie mislukt.

 

Ronny

Ronny

Hoe begon het eigenlijk? Ik luisterde laatst naar het prachtige liedje Voor haar van Frans Halsema.

Op de één of andere manier realiseerde ik me dat de Amsterdamse artiesten Frans Halsema en Ronny Bierman beiden in februari 1984 zijn overleden door kanker. Veel te jong. Ronny is geboren in 1938 en Frans in 1939, dus ze waren nog maar 45 (Ronny) en 44 (Frans) jaar oud toen zij ons al kwamen te ontvallen.

Er lopen parallellen tussen beider levens. Ze waren van eenvoudige komaf zoals dat heet, waren al vroeg vastbesloten om artiest te worden en waren beiden leerling in het eerste bestaansjaar van Bob Bouber’s cabaretschool, de geïmproviseerde voorganger van de latere kleinkunstacademie. Vanuit een groep van 350 enthousiastelingen in het begin in 1959, studeerde Ronny als enige af in 1962 en was daarmee Nederlands eerste officiële kleinkunstenares.
Ronny 10

Ronny 6
Ronny Bierman in 1955, nog maar 17 jaar oud. Foto Wout v.d. Hoef

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Vervolgens verdiepte ik me, ik weet eigenlijk niet precies waarom, meer in het leven van Ronny. Al in de jaren 60 trad zij veelvuldig op in cabaretshows, op televisie en in musicals. In 1963 vormde zij op toneel een duo met Sylvia de Leur, met het komische nummer “Wij zijn de meisjes van de VVV”.

Ook op het toneel was Ronny te zien. In 1970 speelde ze in een toneelstuk in Maastricht. De immer kritische toneelrecensent Ischa Meijer was daar aanwezig en sabelde het toneelstuk neer, maar voor het optreden van Ronny Bierman had hij niets dan lof.

Ronny Ischa

Ronny 9In 1971 volgde Ronny’s doorbraak voor het grote publiek toen zij de hoofdrol speelde als “Blonde Greet” (hoewel zelf roodharig) in de eerste grote bioscoopfilm van Paul Verhoeven en cameraman Jan de Bont: Wat zien ik?!

Een film die nog steeds in de top 5 staat van meest bekeken Nederlandse bioscoopfilms. Door de naaktscènes en het pikante onderwerp – het leven van twee dames van lichte zeden, gespeeld door Ronny Bierman en Sylvia de Leur – veroorzaakte de film veel opschudding en zou trendsetter zijn voor veel Nederlandse films in de jaren 70. De film is tegenwoordig in zijn geheel te zien op Youtube.

 

Hoewel het verhaal niet veel voorstelt – dat vonden Verhoeven en De Bont toen ook al – bevat deze film schitterende, nostalgische beelden van Amsterdam begin jaren 70. En uiteraard van de prachtige Ronny, met haar grote sprekende ogen en bijzondere mimiek.

businessisbusiness-1600x900-c-default
Sylvia de Leur en Ronny Bierman in Wat zien ik?!

Het lijkt erop dat Ronny Bierman als actrice daarna wat meer op het tweede plan geraakte. We zien haar nog wel in bioscoopfilms zoals De Inbreker met Rijk de Gooijer, maar de hoofdrol ging in die films meestal naar Willeke van Ammelrooy. Het kan zijn dat Willeke daar wat meer het figuur voor had, of misschien voelde Ronny zich niet prettig bij dergelijke sexy rollen. Ik lees dat zij moeite had met haar naaktrol in Wat Zien ik?! In een interview in 1976 zei ze: “misschien ben ik preuts, maar de kleren gaan niet meer uit. Ik heb geen behoefte aan hijgers aan de telefoon”.

Na Wat zien ik?! kiest ze op TV voor de rol van tamelijk kuise, volkse vrouwen, zoals Tilly Zekereplaats in Citroentje met Suiker. In het musicalgebeuren werd zij gepasseerd door Jenny Arean, die iets beter kon zingen en grote successen vierde met de eerdergenoemde Frans Halsema. Ook Japerina de Jong  kwam iets beter uit de verf in musicals.

Ronny 4 citroentje 1973
Ronny Bierman naast Elsje de Wijn in Citroentje met Suiker (1973)

Misschien was Ronny Bierman voor het echt doorbreken als grote ster teveel een eigenzinnig multitalent, gesteld op persoonlijke vrijheid. Een impresario had ze niet; Ronny deed liever haar eigen zaken. Ze speelde net zo makkelijk volksvrouwen als keurige dames. Ze wisselde TV optredens af met film, toneel, cabaret en musicals. Ook verscheen ze als jurylid in de Berend Boudewijn Kwis, waarvoor toen heel Nederland aan de buis gekluisterd zat. Net als veel acteurs van haar generatie (Piet Römer, Adèle Bloemendaal) schakelde ze moeiteloos tussen plat Amsterdams en keurig ABN.

Haar eigen achtergrond had daar natuurlijk mee te maken: opgegroeid in het volkse Amsterdam West, na een tussenstap in 1969 verhuisd naar de keurige Jacob Obrechtstraat in Amsterdam Oud-Zuid. Niet ver van waar ik vroeger woonde, in de Johannes Verhulststraat. Het was een vorm van sociale mobiliteit die ik herken in mijn eigen familie. De meer succesvolle mensen verkasten vroeger van de volkswijken naar het deftige Amsterdam Zuid.

Daar had Ronny haar plekje wel gevonden, vertelde zij in één van de spaarzame interviews waarin haar privéleven ter sprake kwam, in 1974 in het Parool.  Ze vertelt daarin dat ze zich gelukkig voelt in de Jacob Obrechtstraat en omgeving omdat de huizen er individueel en karakteristiek zijn, “De deuren, de balkonhekken, de stoepjes: ’t is zo lief allemaal. Al die huizen hebben iets eigens”, zegt Ronny en refereert daarbij aan de lelijke moderne kantoorkolossen, die het uiterlijk van de stad inmiddels verpesten.

Ook vertelt ze in dit interview over haar voorliefde voor het Vondelpark, waar ze soms doelloos rondwandelt. Het doet haar denken aan haar jeugd in Amsterdam West, want als ze met haar ouders de stad in ging voerde de weg terug door het Vondelpark. Die route nam ze altijd liever dan door de parallel gelegen Overtoom te fietsen of te lopen.

Ronny 7
Ronny Bierman in 1970. Foto van Harry Pot.

Wat betreft haar privéleven was Ronny Bierman doorgaans zwijgzaam, maar met een beetje googelen kom ik erachter dat zij van 1976 tot aan haar dood in 1984 samenwoonde met de grimeur van Oost-Duitse afkomst, Ulli von Ullrich. Destijds een bekende in de toneelwereld. Still going strong gelukkig, want in 2016 maakte Ulli nog een commercial voor de Rabo met een bejaarde filmcrew.

Van het latere werk van Ronny Bierman is niet zo veel terug te vinden, maar zij bleef verschijnen in films, op toneel, in musicals en in cabaretvoorstellingen. Ook verscheen zij in 1983 nog kort op TV in een serie van de Dolly Dots als mevrouw Kromsky, een “spiritiste”. In deze serie was ook Sylvia de Leur te zien.

Schermafdruk 2018-01-13 21.47.32
Ronny in 1983 als “spiritiste” in een TV-serie met de Dolly Dots

Helaas krijgt in 1983 een ongeneeslijke vorm van leverkanker haar in de greep. Ze moest haar rol in het toneelstuk “Koppen dicht” teruggeven en begin 1984 de strijd opgeven. Ronny werd begraven op Zorgvlied. In 2014 werd haar graf “geruimd” stond op Wikipedia, maar die zin heb ik verwijderd: het past niet bij haar. Liever denken we bij Ronny Bierman terug aan die mooie voorstellingen en films; laat dat dan haar laatste rustplaats zijn.

Zo verviel ik tot sombere overpeinzingen. Zelf heb ik mijn moeder jong verloren door kanker, zij was nog maar 35 jaar en in de bloei van haar leven toen ze overleed. Ronny Bierman en Frans Halsema werden dus maar 45, resp. 44 jaar door die nare ziekte.

Wat is dat toch, die domme loterij van leven en dood, vroeg ik me af. Ik hoor mensen wel eens zeggen dat het allemaal te maken heeft met positief denken en hoe je in je vel zit, maar daar geloof ik niet zo in. Denk dat het een stupide loterij is. Er hoeven maar een paar cellen verkeerd te muteren en de besten onder ons worden uit het leven gegrepen.

Volgens de theorie van psychologen moet je bij een overlijden na aanvankelijk verzet tot acceptatie komen. Daarna volgt verwerking. Daar ben ik waarschijnlijk nooit zo goed in geweest. Na de dood van mijn moeder – ik heb het beschreven in mijn E-boek Heimwee naar de Gerard Doustraat – raakte ik in mijzelf gekeerd. Ik verzon liever mijn moeder opnieuw in mijn gedachten, dan onder ogen te zien dat ze er niet meer was.

Zelfs nu betrap ik me erop – hoewel ik haar niet eens gekend heb – dat ik de neiging heb in mijn hoofd een herboren Ronny Bierman te bedenken die weer zingt, acteert en danst dat het een lieve lust is en daarmee zichzelf en haar publiek zielsgelukkig maakt. Maar nu ben ik oud en wijs genoeg om mezelf bij de kraag te grijpen. Back to reality, Jan.

We moeten ons leven leiden met en voor de levenden. Het is niet anders. Wel geloof ik dat we degenen die er niet meer zijn, een plekje onder de zon moeten gunnen, waar we af en toe met ze kunnen praten. Al was het maar een groetje. Dag Ronny. Dag Frans. Helaas ontbreekt dat plekje in onze moderne westerse cultuur. Alles is gericht op het hier en nu.

 

Reactie op: een twitterdiscussie over EU en euro

Reactie op: een twitterdiscussie over EU en euro

Vanochtend verscheen een artikel op de website Veren of Nu van HannibalPim (pseudoniem) onder de titel Een twitterdiscussie over EU en euro. Hierin een aantal tweets van mij en Pim. En wat gedachten van Pim, die tot de conclusie is gekomen (net als Geert Wilders en Thierry Baudet) dat hervormen van de EU onmogelijk is en Nederland de schade beperkt door de EU zo snel mogelijk te verlaten.

Hieronder een aantal gedachten van mij hierover. Ik zal proberen het kort te houden omdat de hele discussie over EU en eurozone verlaten nu eenmaal gebaseerd is op talloze aannames, waardoor het een debat is geworden waarin ieder zijn eigen gelijk kan verzinnen. Dus vermoeiend. Maar toch belangrijk. Daarom ook prima dat Pim hier een artikel aan heeft gewijd, overigens.

Als we de stand van zaken op dit moment bekijken ben ik het niet eens met Pim dat de Nexit optie niet op tafel komt. Twee van de grootste politieke partijen in de peilingen, PVV en FvD hebben een fundamentele keuze gemaakt voor de Nexit. Dus die optie komt ruimschoots aan bod. Verder zien we dat degenen die voor een federale EU pleiten (Pechtold, Verhofstadt) ook aan bod komen. Het is juist de hervormingsoptie en dan in decentrale richting, die niet aan bod komt. Wat Verhofstadt en Pechtold willen is ook hervormen, maar dan in centrale (federale) richting. Dat onderscheid moeten we wel duidelijk maken om nog enige helderheid te houden in het debat.

Wat betreft de gevestigde c.q. regeringspartijen, die zeggen wel dat ze de EU decentraal willen houden, maar op dit punt ben ik het eens met Pim die stelt dat zij heimelijk steeds meewerken aan verdere centralisatie, met kleine stapjes.

Pim schrijft: “hun lot is onverbrekelijk verbonden met de EU, en ze weten het. En daarom steunen ze zo stilletjes als mogelijk is de hogere versnelling waarin de beoogde samensmelting wordt gerealiseerd. Wie had vorig jaar kunnen voorspellen dat de samensmelting van de legertjes van de EU-lidstaten in een vloek en een zucht zou zijn geregeld? Het is al een gepasseerd station nu.”

Decentrale hervormingsoptie ontbreekt
Mijn eerste conclusie is dus dat de decentrale hervormingsoptie juist ontbreekt in het debat op dit moment. Er is geen politieke partij van enig belang in Nederland of West-Europa die een heldere visie heeft op een decentrale EU waarbij (zie mijn vele blogs daarover en ook mijn gesprek met Sid Lukkassen) met name een heldere visie op een flexibeler model voor de eurozone ontbreekt. Ook wat betreft migratie en asiel is het een ratjetoe in het debat, dus ook niet verwonderlijk dat iedere vorm van controle ontbreekt.

Verschillende opties
Op zich is dit vreemd want uit tal van peilingen – zelfs in Duitsland, het land dat economisch het meeste profiteert van de eenheidseuro – blijkt dat de bevolking in meerderheid voor een hervormde EU is met meer bevoegdheden op het nationale niveau. De posities van een federale EU en de exit positie zijn beide minderheidsposities, maar domineren toch het debat. Ik vind het daarom vreemd dat ForumvoorDemocratie dat voortdurend pleit voor directe democratie, deze optie niet mee wil nemen in het debat en steeds doet of het om een binaire keuze gaat: blijven zitten in een federaliserende EU of eruit stappen. Zelfs als dit zo zou blijken te zijn: mag de burger daar alstublieft over beslissen, of wordt die door de voorstanders van directe democratie onmondig verklaard?

Verder lijkt mij dat juist de constatering dat Nederland te makkelijk in de euro is gestapt zonder de voor- en nadelen goed te onderzoeken, zou moeten leiden tot voorzichtigheid. Misschien moeten we alle consequenties van de eurozone verlaten maar eens goed doorrekenen en alle opties – waaronder ook The Matheo Solution – op een rij zetten? Volgens de toch zeer kritische (waar het de ECB betreft) econoom Edin Mujagic, in het begin nog betrokken bij FvD als denktank, is het verlaten van de eurozone voor Nederland alleen compleet zinloos: we zouden gedwongen zijn onze munt te koppelen aan de euro en fortuinen moeten spenderen om speculanten af te weren.

Is de EU onhervormbaar?
Of de EU “onhervormbaar” is blijft een speculatieve discussie. Ik blijf zeggen dat je alles kunt hervormen mits je de juiste mensen aan de top zet met de juiste visie. Dat dit nu niet het geval is, daar zijn we het denk ik allemaal wel over eens, een paar kartelkeutelaars uitgezonderd. Maar die hebben belangen, zoals Pim terecht aangeeft.

Zelfs als de EU uiteindelijk onhervormbaar zou blijken te zijn, dan denk ik dat eurosceptische partijen er beter aan doen eerst met een EU hervormingsprogramma te komen. Op basis daarvan kunnen in sommige landen meerderheidscoalities gevormd worden waardoor je in ieder geval meepraat. Het telkens alleen maar Nexit! blijven roepen leidt tot hetzelfde isolement als waar Wilders in terecht is gekomen.

Kansloos of niet kansloos
Zo heel kansloos is die decentrale hervormingsoptie mijns inziens toch niet, als we zien dat nu al 13 landen (waaronder de Visegrad landen maar ook Oostenrijk en Denemarken) niets moeten hebben van het migratiebeleid van Merkel en de Europese Commissie. Een migratiebeleid dat de belangrijkste oorzaak was van de Brexit. Als Nederland dáár eerst eens stelling tegen zou durven nemen. Met een coalitie van Rutte en Pechtold zal dat niet gebeuren, dus dáár liggen scoringskansen voor de oppositie.

Mocht dit hervormen in decentrale richting mislukken en Nederland nog verder geduwd en leeggezogen worden in een EU als transferunie met van bovenaf afgedwongen massa-migratie, ja dan rest alleen de Nexit. Dat zal ik dan ook steunen net als vermoedelijk een groot deel van de gematigde kiezers. Maar de meerderheid zit niet te wachten op een crisis en crash van het financiële systeem die mijns inziens onvermijdelijk is bij een Nexit, zeker als Nederland er in zijn eentje van doorgaat uit de eurozone. Ook in het bedrijfsleven proef ik heel weinig animo voor zulke drastische stappen.

Logische volgorde
Kortom, laten we logisch blijven denken en handelen. Eerst de decentrale hervormingsoptie uitwerken en daar in de EU een meerderheid voor proberen te winnen, met als basis zoals al aangehaald de groep van ca. 13 migratiekritische landen (en het VK niet te vergeten). Pas als dat niet lukt is in Nederland een parlementaire meerderheid denkbaar om uit de EU te stappen, maar ieder weldenkend mens zal beseffen dat dit zonder een hoop economische en financiële – dus sociale – pijn niet meer gaat.

 

Eenmanslegertje

Eenmanslegertje

Het is radicalisering alom tegenwoordig. Islamisten radicaliseren. Tegenstanders van de EU radicaliseren. Islamcritici radicaliseren. EU-federalisten van het type wild zwaaiende Verhofstadt radicaliseren. Omdat ik weiger helemaal voor het ene of het andere kamp te kiezen, kreeg ik vanochtend op Twitter het verwijt dat ik radicaliseer in tactische stellingnames. Het zij zo.

Ik hoop dat we in 2018 ook nog een beetje kunnen lachen. Maar dat terzijde.

Het afgelopen jaar heb ik weer van mij doen spreken via mijn blogs op OpinieZ en ook op mijn eigen blog. Zelfs mijn cameradebuut gemaakt bij Café Weltschmerz in een tweegesprek met Sid Lukkassen over de afbraak van de natie.

De boodschap die ik breng was volgens mij wel duidelijk: Nederland moet zich inzetten voor een decentrale EU, waarin een aantal essentiële bevoegdheden terug worden gehaald naar de natiestaat en migratie beperkt moet worden. Landen gaan dan zelf over hun migratiebeleid, de immer uitdijende EU moet eerst maar laten zien dat ze effectief de buitengrenzen kan beschermen. Niemand neemt het gewauwel van Juncker en Timmermans serieus, zolang de EU een open huis is.

Ik realiseer me dat ik met mijn stellingnames in de politiek tussen de wal en het schip val. Want PVV en FvD (zie tweet hieronder van Thierry Baudet) hebben de EU officieel onhervormbaar verklaard en preken de Nexit. De gevestigde partijen leggen soms wel eurokritische accenten, maar hebben in de praktijk niet de ruggengraat om die woorden waar te maken.

Ieder heeft recht op zijn eigen waarheid. Ik denk dat Thierry oprecht en authentiek is met zijn anti-EU boodschap. Dat neemt niet weg dat ik mijn eigen visie heb, die deels Realpolitik is. Ik zie Thierry en Geert samen namelijk niet ineens 76 zetels halen, waardoor Nederland uit de EU kan stappen.

De “populistische stem” is al vijftien jaar stabiel in Nederland. In 2002 haalde de LPF van de toen net vermoordde Pim Fortuyn 26 zetels bij de parlementsverkiezingen. Dat is nu ook ongeveer het zetelaantal van FvD en PVV samen. Ver weg van een meerderheid.

We hebben in Nederland een paar procent economische groei, het is zeker niet optimaal, maar in ieder geval beter dan in het Verenigd Koninkrijk waar de economische groei na het Brexit referendum nog maar de helft is van die van ons. De Britten hebben daarnaast last van dalende koopkracht door inflatie. Natuurlijk, die groei bij ons is er door een riskante ECB-strategie, maar boeit dat de gewone burger? Ik zie de #Nexit er gewoon niet van komen, de komende jaren.

Onhervormbaar?
Kan de EU dan echt niet hervormd worden? Het begint een vermoeiende geloofsstrijd te worden. Ik kijk er nuchter tegenaan en zie nu een groep van 12, 13 EU-kritische landen in de EU waaronder de Visegrad landen, maar ook Oostenrijk en Denemarken. Landen die zich willen inzetten voor een decentrale EU. In dát kamp zou ik Nederland graag zien strijden, al weet ik dat het in een coalitie met Mark Rutte en Alexander Pechtold niet zal gebeuren. In ieder geval lijkt mij dit een realistischer scenario dan Nexit Träumerei.

Wie weet valt het Kabinet Rutte III in 2018 of 2019, waarna Mark Rutte de Nederlandse politiek zal inruilen voor een baan bij de EU en de moegestreden Geert Wilders overstapt naar een denktank in Amerika. Dat zou wellicht de weg vrijmaken voor een coalitie zoals we die nu ook zien in Oostenrijk of Denemarken. Men moet dan wel van beide kanten water in de wijn doen!

Komt tijd, komt raad. Misschien ben ik gewoon te eigenwijs voor de politiek. Ik heb mij dan ook voorgenomen u in 2018 te blijven bestoken met mijn blogs. Als een eenmanslegertje.

 

 

 

De val van Angela Merkel

De val van Angela Merkel

Het was diep in de nacht van 4 september 2018. In een hoekje van de kanselarij zat Angela Merkel ineengedoken op haar stoel, de handen in het haar. Een koffer en drie aktetassen stonden voor haar. Gereed voor vertrek uit het machtscentrum. Voor altijd, mijmerde de vrouw die ooit de machtigste was van de wereld.

Het was precies drie jaar na haar roemruchte besluit in de nacht van 4 september 2015 om de Duitse grens open te stellen voor vluchtelingen uit Hongarije. Daarmee stelde de bondskanselier toen eigenhandig het Dublin-verdrag buiten werking. Haar “wir schaffen das” werd door de hele wereld beschouwd als een lokroep. Binnen een jaar werd Duitsland overstroomd door een miljoen asielzoekers. Velen zouden volgen. Het gevolg was een maatschappelijke onrust en politieke onevenwichtigheid, die het land sinds de Tweede Wereldoorlog niet meer had gekend.

“Ach, terugkijken heeft geen zin”, mijmerde Merkel terwijl zij haar assistent vroeg de koffer alvast naar de wachtende Mercedes te brengen. Het spel was uit. Ze was in de rug aangevallen, door haar eigen partij. Wie had kunnen verwachten dat Walter Kohl – zoon van Helmut, haar mentor en vader in de Duitse politiek – ineens zou opdoemen op het CDU-partijcongres en de motie van wantrouwen zou indienen die een eind zou maken aan haar partijleiderschap van 18 jaar?

Het had geen zin meer. “Alles ist vorbei”, mompelde de vermoeid uitziende Merkel in haar stoel. De coalitie van CDU/CSU met SPD had al met al nog geen drie maanden geduurd en geleid tot een absoluut dieptepunt in de peilingen voor beide partijen. Nu was die coalitie al kaputt. Nieuwe verkiezingen stonden gepland voor oktober. Het CDU wilde die ingaan met een frisse lijsttrekker. Merkel was aan de kant gezet.

De telefoon rinkelde. Het was haar oude vriend Juncker uit Brussel. Jean-Claude Juncker die zich begin augustus had teruggetrokken als voorzitter van de Europese Commissie, nadat hij dronken van de roltrap van het Europees Parlement was gerold en daarbij een meervoudige beenbreuk had opgelopen. Volgende week zou er gestemd worden over zijn opvolger in de Europese Raad. Viktor Orbán, met steun van 16 hervormingsgezinde landen, gooide hoge ogen. Merkel wilde daar niet meer bij zijn.

“Hör mal Angela, wir wollen kämpfen” klonk het schreeuwerig door de telefoon. Behalve Juncker had ook Martin Schulz, die zich in Brussel bevond aan het ziekbed van Juncker, zich in het telefoongesprek gemengd. Beide heren verkeerden in kennelijke staat en riepen opgewonden in het gsm-toestel van Merkel dat zij zich moest verzetten. Terwijl het gekrakeel in huize Juncker doorging, drukte Angela Merkel vermoeid op de rode knop van haar telefoon om het gesprek te beëindigen. Ineens was het stil. Rust, eindelijk rust, dacht zij.

Angela Merkel pakte de belangrijkste aktetas zelf op en liep voor het laatst de trap af naar beneden. Daar stond Joachim Sauer, haar tweede echtgenoot. Merkel liep naar haar verbouwereerde man toe en gaf hem een zachte kus op het voorhoofd.

“Fijn dat jij mij als laatste in dit land toch trouw bent gebleven”, fluisterde de bijna ex-kanselier hees. “Voortaan heet ik geen Merkel meer. Ich bin jetzt Sauer”.

 

Antisemitisme toen en nu. Wat doen we eraan?

Antisemitisme toen en nu. Wat doen we eraan?

Vorige week schreef ik voor OpinieZ: het antisemitisme keert terug, een onverdraaglijke gedachteHierop voortbordurend wil ik in deze longread proberen concreet uit te werken hoe de Nederlandse overheid, los van de zaken die nu al gebeuren op het vlak van antisemitismebestrijding – veelal symptoombestrijding – tot een effectief plan van aanpak komt. Ook zal ik ingaan op de geschiedenis van antisemitisme en vervolging in Nederland tijdens WO2.

Antisemitisme in Nederland
Antisemitisme is er natuurlijk altijd geweest in Nederland, zowel in latente vorm als in meer openlijke, virulente vorm. Daar staat tegenover dat in Nederland en vooral in Amsterdam eeuwenlang een Joodse minderheid heeft geleefd die niet te duchten had van pogroms en dergelijke. Ook is bekend dat de Joodse minderheid in Nederland beter geïntegreerd was dan in andere West-Europese landen. Een integratie en vaak ook assimilatie die zich op een gruwelijke manier tegen hen heeft gekeerd in de Tweede Wereldoorlog omdat Joodse mensen daardoor makkelijk op te sporen en op te pakken waren, mede omdat zij geen verzetscultuur hadden. Dat was immers niet nodig in Nederland.

Hoog percentage slachtoffers WO2 in Nederland
Veel is gezegd over het hoge percentage slachtoffers in WO2 onder de Nederlandse bevolking. Ongeveer 75% van de Joodse bevolking in Nederland overleefde de oorlog niet. Veel meer dan in België (40%) of in Frankrijk (25%) terwijl Frankrijk bekend staat als een land dat onder maarschalk Pétain collaboreerde. Hoe kon dit gebeuren? De laatste tijd merk ik dat in discussies op internet of elders veelal de volgende twee verklaringen worden aangehaald:

  1. Nederlanders zijn een bijzonder racistisch en antisemitisch volk met een lange koloniale geschiedenis, dus het is logisch dat het percentage Joodse slachtoffers hier hoger was dan in andere landen (deze verklaring hoor ik vaak uit de hoek van Social Justice Warriors e.d.)
  2. Koningin Wilhelmina is de hoofdschuldige. Zij had een hekel aan het Joodse volk, weigerde vluchtelingen in haar “achtertuin” en met haar besluit om na de Duitse inval in mei 1940 uit te wijken naar Engeland maakte zij de Nederlandse Holocaust mogelijk. Haar vertrek was namelijk – volgens deze redenatie – de reden dat Nederland onder een Duits burgerlijk bestuur viel en niet een militair bestuur, daardoor vielen er zoveel slachtoffers.

Studie van Griffioen en Zeller
De realiteit was naar mijn mening complexer. Beide verklaringen als hoofdverklaring zijn onderuit gehaald door de omvangrijke en vergelijkende studie Jodenvervolging in Nederland, België en Frankrijk 1940 – 1945  uit 2008 van de historici Pim Griffioen en Ron Zeller.  Volgens Griffioen en Zeller was juist het aanvankelijke verzet van de Nederlandse bevolking tegen de Jodenvervolging, uitmondend in de Februaristaking van februari 1941, de reden dat de Nazi’s ervoor kozen om in Nederland een bijzondere wijze van deportatie toe te passen. Deze aanpak was gebaseerd op administratieve misleiding en een volmacht voor de Duitse Sicherheitsdienst.

Koningin Wilhelmina
Wat betreft punt 2., het uitwijken van koningin Wilhelmina en de Nederlandse regering naar Londen, moet mij van het hart dat hier soms nogal eenzijdig naar wordt gekeken, zeker sinds de publicatie van het boek van wijlen Nanda van der Zee over de rol van Wilhelmina, Om erger te voorkomen. In dit debat wordt vaak vergeten dat Nederland destijds een koloniaal imperium was waarbij Nederlands-Indië (verloren gegaan in 1942 na de invasie van Japan) en vooral het bauxietrijke Suriname cruciaal waren voor de geallieerden om de oorlog te winnen.

Als de Koninklijke Familie en de regering in Nederland waren gebleven, had de meedogenloze Hitler zich deze overzeese gebieden makkelijk kunnen toeëigenen en had daarmee strategisch voordeel genoten. Of het dan beter was afgelopen voor de Joodse bevolking in Nederland is een vraag waarop, hoe wrang dat ook is, geen eenduidig antwoord kan worden gegeven, omdat het een als/dan scenario is.

Vorstin en regering in ballingschap te passief
Dit gezegd zijnde, wil ik daarmee de Nederlandse regering in ballingschap en koningin Wilhelmina niet vrijpleiten. Hun rol was te passief, zeker in het tweede deel van de oorlog, toen meer bekend was over de desastreuze gevolgen van de Jodenvervolging in Nederland. Dat dit bekend was blijkt uit de woorden van koningin Wilhelmina zelf, uitgesproken op Radio Oranje op 17 oktober 1942:

‘Ik deel van harte uw verontwaardiging en smart over het lot onzer Joodse landgenooten. En met mijn geheele volk voel ik de onmenschelijke behandeling, ja het stelselmatig uitroeien van deze landgenooten, die eeuwig met ons samen woonden in ons gezegend vaderland, als ons persoonlijk aangedaan.’

Waar bleef de oproep tot sabotage van het deportatie-apparaat?
De vraag is vooral waarom koningin Wilhelmina dit onderwerp niet vaker te berde bracht, niet opriep tot verzet of hulp aan de Joodse bevolking en waarom zij en de regering (het lijkt mij een gemeenschappelijke verantwoordelijkheid) niet tot een coherente strategie kwamen om dit “stelselmatig uitroeien van Joodse landgenoten” zoals Wilhelmina het zelf noemde, zo veel mogelijk te verhinderen.

Ten dele is dit wel gebeurd, denk aan de overvallen op bevolkingsregisters door het Verzet, maar toch veel te weinig. De treinen bleven rijden. In dit opzicht kunnen we naar mijn mening wel degelijk spreken van een ernstig falen van koningin én regering, ook al was koningin Wilhelmina volgens de meeste historici die ik heb gelezen geen antisemiet.

Wegkijkers en antisemieten
Hier kunnen we aan toevoegen, de walgelijke houding van delen van de Nederlandse politie die zich maar al te graag inzetten voor de jacht op Joodse Nederlanders en ook de houding van verraders en verklikkers, waarbij antisemitisme zeker een rol heeft gespeeld. Tevens een houding van wegkijken bij grote delen van de bestuurselite, soms overgaand in een kwalijke houding van de Nazi’s overijverig behulpzaam zijn, zoals in het geval van de Amsterdamse gemeenteambtenaar en PR-kanon Piet Mijksenaar, waarover ik heb geschreven op OpinieZ. 

Dan is er nog het uiterst kwalijke, kleinzielige, gierige optreden van zowel Nederlandse bevolking en overheden jegens Joodse Nederlanders die wél terugkeerden van de Holocaust, maar in veel gevallen hun eigendommen niet terugkregen. Juist deze belabberde houding van ná de oorlog heeft, terecht, veel kwaad bloed gezet onder de overlevenden van de Holocaust en hun familie. Hetzelfde zien we bij veel Indische Nederlanders, die ook bepaald geen warm onthaal kregen na de oorlog.

Frankrijk draaide bij, Nederland niet
Verder valt op dat terwijl in het collaborerende Frankrijk vanaf 1942 of 1943 onder de bestuurselite wel  degelijk verzet ontstond tegen de Duitse deportaties, deze houding bij de Nederlandse bestuurselite tot aan het eind van de oorlog lijkt te ontbreken. De moeilijk te beantwoorden vraag is of dit te wijten was aan al dan niet latent antisemitisme bij de Nederlandse elite, of dat de Nazi’s simpelweg succesvol zijn geweest met hun deportatietactiek in Nederland die dus gebaseerd was op manipulatie en misleiding en het opzetten van een aparte structuur onder supervisie van Duitsers.

Mijn conclusie ten aanzien van WO2
Mijn persoonlijke (subjectieve) conclusie is dat het Nederlandse volk niet antisemitischer was dan andere West-Europese volkeren. Eerder lijkt het tegendeel het geval te zijn geweest, aangezien de Joodse bevolking hier beter was geïntegreerd dan in andere landen en er eeuwenlang een harmonieuze verhouding was tussen het Joodse bevolkingsdeel en het Huis van Oranje. Ook in de dagboeken van Anne Frank of Etty Hillesum lees ik niet dat er sprake zou zijn van massaal antisemitisme onder de Nederlandse bevolking. Eerder een totale verbijstering over de gang van zaken.

Nederland is tekort geschoten
Dit neemt niet weg dat zowel koningin Wilhelmina als de Nederlandse regering in ballingschap, maar ook de Nederlandse bestuurselite, ernstig tekort zijn geschoten en niet in staat waren tot een effectieve tegenwerking van de massale deportaties. Vooral is kwalijk het wegkijken door de elite van het probleem van het groeiende antisemitisme. Al in de jaren dertig begon dit wegkijken, toen velen dachten dat het mogelijk was om het op een akkoordje te gooien met Hitler en krachtige maatregelen tegen de Nazi’s vermeden werden toen het nog kon.

Lessen van het verleden voor het heden
Zoals de Griekse filosoof Heraclitus (Herakleitos) al vijf eeuwen vóór Christus schreef: “we kunnen niet tweemaal in dezelfde rivier stappen, want er stroomt telkens ander water”. Met andere woorden, historische vergelijkingen gaan altijd mank. Toch zijn er wel een aantal – beangstigende – parallellen tussen de periode van WO2 en het heden. Als belangrijkste zou ik willen noemen, ten eerste  de wegkijkhouding van de elite en ten tweede de contaminatie van antisemitisme, beter gezegd de versterking van aanwezig (soms latent) antisemitisme door invloeden van buitenaf.

Arabisch antisemitisme
Terwijl in de jaren dertig en veertig van de vorige eeuw het antisemitisme van de nazi’s invloed had op Nederland, waardoor het al aanwezige (latente) antisemitisme ongetwijfeld versterkt werd, zien we nu dat Arabisch antisemitisme dat binnenkomt met migranten een soortgelijke rol speelt. Het is niet voor niets dat Joodse scholen en instellingen overal zwaar bewaakt moeten worden, terwijl dit twintig jaar geleden veel minder het geval was. Toch wil onze politieke- bestuurs- en media-elite dit probleem niet benoemen en maakt zich exclusief en vrij hysterisch druk om de opkomst van “het populisme”.

Beleidsomslag
Vorige week schreef ik in mijn stuk al afsluitend het volgende over het bestrijden van het antisemitisme: “Daarvoor is nu een beleidsomslag nodig. Een ander immigratiebeleid. Desnoods afgedwongen met nationale grenzen. Betere educatie over de Holocaust. En last but not least een zero-tolerance beleid ten opzichte van alle vormen van antisemitisme”.

Handen en voeten geven
Hoe kunnen we deze beleidsomslag nu meer handen en voeten geven? Ik las een prima stuk van Alan Posener op de site van het liberale Duitse blad Die Welt. In Duitsland worstelt men na de massale instroom van asielmigranten uit het Midden-Oosten sinds 2015 met dezelfde problemen: een sterke toename van Arabisch antisemitisme en contaminatie daarvan naar Duitse extreem-rechtse milieus, waar de antisemieten die er uiteraard al waren nu de kans zien om uit hun holen te kruipen. Posener stelt drie concrete maatregelen voor:

1. laat het parlement een antisemitisme-bestrijder aanstellen (in de Nederlandse context zou je kunnen denken aan iemand met soortgelijke bevoegdheden als de Nationaal Coördinator Terreurbestrijding en Veiligheid, met wie hij of zij ook nauwgezet moet samenwerken. Daarmee geeft de overheid aan het probleem serieus te nemen).

2. stop terreurfinanciering Palestijnen (in het geval van Nederland is dat een schone taak voor ons BuZa duo Halbe Zijlstra en Sigrid Kaag, die dan meteen haar neutraliteit kan bewijzen. Zie verder de belangwekkende artikelen hierover van OpinieZ collega’s Uri van As zoals deze of Ernst Lissauer met onder meer dit artikel )

3. erken Jeruzalem als hoofdstad van Israël (in Nederland al voorgesteld door ChristenUnie en SGP, met steun van ik meen PVV en FvD. Hiermee erken je de feitelijke situatie in Israël en stop je het voeden van illusies. Beter is om Team Trump te steunen bij de nieuwe aanpak van de Palestina-problematiek, met de steun van een aantal Arabische landen).

Migratie
Een belangrijk punt dat door Posener niet genoemd wordt, is het punt van immigratie. Alle hier voorgestelde maatregelen zullen volstrekt zinloos zijn als we doorgaan met het massaal binnenhalen van antisemieten via asiel- of familieherenigings “rechten”, waarop ook Midden-Oosten deskundige en antisemitisme-expert Manfred Gerstenfeld  wijst.

Opvang in de regio
Er zal dus een breuk moeten komen met het huidige (EU én nationaal) immigratiebeleid en dan heb ik het zowel over asielbeleid als familieherenigingsbeleid. Ik ben niet per definitie tegen migratie uit islamitische landen, maar alleen op basis van extreem strenge selectiecriteria (“extreme vetting”) en met een bovengrens qua aantallen. Mensen met antisemitische opvattingen moeten we hier gewoon niet meer toelaten. Asielopvang moet derhalve in de regio zelf georganiseerd worden, aangezien eenmaal toegelaten asielzoekers in de praktijk vaak niet uitgezet kunnen worden en dus een veiligheidsrisico vormen.

Is het al te laat?
Als West-Europa dit inzicht eerder had getoond was veel ellende voorkomen. We moeten het beleid met grote spoed alsnog veranderen en ons niet laten verlammen door de notie dat het al te laat is. Dat is alleen maar een extra reden voor de politiek om in beweging te komen. Dit in combinatie met een zero-tolerance cultuur wat betreft antisemitisme met als aandachtspunt, dat veel antisemitisme schuilgaat onder antizionisme waardoor de bestrijding ervan complexer wordt. Uiteraard mogen mensen kritiek hebben op de staat Israël, maar vaak gaat dit gepaard met antisemitische sentimenten en geschiedsvervalsing. Daar moeten we attent op zijn en duidelijk grenzen bepalen.

Neem maatregelen
Alleen met een dergelijk pakket van maatregelen kan grotere ellende voorkomen worden, zoals uitbreiding en versterking van het antisemitisme, in het ergste geval leidend tot aanslagen tegen Joodse instellingen of burgers, zoals we er al verschillende gezien hebben in West-Europa. Ook de extreem agressieve rampartij onlangs bij een Israelisch restaurant in Amsterdam moeten we benoemen voor wat het is: een uiting van antisemitisme. Benoemen én optreden moet het devies zijn.