Een vondeling gespalkt naar zijn baas terug

Een vondeling gespalkt naar zijn baas terug

hondje

 

Een fragment uit het boek van mijn grootvader, “Volgende patiënt!”,  gepubliceerd in 1940 door de Amsterdamse uitgever Andries Blitz, met omslagtekening van Jo Spier.

De geschiedenis van de vondeling, die gespalkt bij zijn baas terug kwam. Het verhaal is geschreven vanuit het perspectief van de dierenartsassistente.

***

 

De vondeling keek met treurige ogen naar me, toen ik hem in mijn armen had. Met Dr. Gajentaan had ik hem van zijn tijdelijke tehuis gehaald.

“t Is een schat!” zei de vrouw des huizes. “Als ik al geen twee honden had zou ik hem vast en zeker opnemen. Maar er zijn tenslotte grenzen. Ziet u wel, dat hij een belastingpenning om heeft? M’n man zal vandaag proberen om zijn baas op te snorren en mocht dat niet lukken, dan gaat hij naar het asiel tot we een goed huis voor hem hebben gevonden. Die penning is namelijk al verlopen. Er bestaat dus een kans dat het een zwerver is, hoewel hij er tamelijk onderhouden uitziet. We gaan dus wat Sherlock Holmessen…”

Dat was nu die echte dierenbeschermster, waarvan ik u al vertelde. De goedheid lag op haar gezicht. Zo’n dame is vast even lief voor honden als voor kinderen. ‘k Wou dat ik zo’n moeder had…

Onderweg naar huis vertroetelde ik de straatterriër zo’n beetje en dat liet hij zich zalig aanleunen. Het linker voorbeen was even boven de pols gebroken. Als je eraan kwam kreunde de hond pijnlijk.

opa-2Net als een kind liet hij zich op de behandeltafel leggen en hij protesteerde niet eens, toen hij het bandje om de snuit kreeg. Dat doen we ook om het janken een beetje tegen te gaan. Want je moet zo’n dier natuurlijk even pijn doen.

Het gebroken been moest ik strekken. Mevrouw Gajentaan hield de hond vast. Die heeft een ervaring! Ik voel me altijd een onhandig meiske, als zij meehelpt…

“Trekken maar!”, gelastte de dokter. “Harder trekken! Wees maar niet bang, dat je hem pijn doet. Rechtstandig kan dat been wel wat hebben. Zie je wel, hij kreunt niet eens!”
Ik trok uit alle macht en onderhand knipte Dr. Gajentaan de haren onder en boven de breuk wat weg.

Op het gasvlammetje stond de zinklijm te warmen. Zinklijm (of waterglas, dat er ook wel voor gebruikt wordt) is een heerlijk goedje om benen mee te spalken, – behalve als je het flink aan je handen krijgt, want dan voelt men zich min of meer stucadoor. Deze stof biedt het onmiskenbare voordeel, dat het verband nooit kan afzakken of verschuiven, daar het aan de huid als het ware zit “vastgegoten”.

Je kunt er prachtige lichte “gips”-verbanden mee aanleggen. Eerst de repen verbandlinnen er stuk voor stuk inbetten en die dan rond het been winden, zodat ze onder en boven de breukplek uitkomen. Alle repen kleven dadelijk vast.

Is het been een paar keer omwonden, dan gaan er twee kartonnen spalken op, die in de vorm van een sigaar geknipt zijn, zodat ze min of meer dezelfde lijn als het been vertonen. Ook hier gaan verbandrepen omheen. Het been is dan één stijve, witte zuil, waar onderuit de voet steekt.

“Die voet gaan we ook nog omwinden”, zei Dr. Gajentaan. “Je hebt altijd kans, dat de bloedcirculatie niet volkomen normaal is en dat de voet iets gaat opzwellen. Welnu, dat voorkomen we door de voet wat stijf te verbinden. Na een paar dagen kan dat er al weer af. Zo jongen, je bent klaar!”

Blonk er iets dankbaars uit de ogen van de vondeling? Ik verbeeldde het me echt! Hij mocht zo lang in de wachtkamer op een kleedje bivakkeren tussen twee stoelen in. En daar zat hij nu. Het gespalkte been recht vooruit. Net of hij er verschrikkelijk trots op was.

“In hoeveel tijd kan zo’n hond nu weer lopen?” vroeg ik.
“Over een dag of drie probeert hij het al. ’t Gaat met een hond heel wat sneller dan met een mens. Wij zijn er zeker een week of zes mooi mee en een hond merkt er na een week of drie nauwelijks meer iets van”.

Als ik ten bate van de nieuwsgierige lezers even op de geschiedenis vooruit mag lopen: de dierenbeschermster heeft de baas van de vondeling opgedoken. De man was al erg ongerust over zijn hond en bleek heel dankbaar voor de zorg, die aan de vluchteling was besteed. Uit erkentelijkheid werd hij lid van de Bond voor Daadwerkelijke Dierenbescherming. En zo heeft dat gebroken been gewerkt als een pakkende propaganda-brochure.

Echt leuk…!
***

schermafdruk-2016-12-17-17-18-36

Advertenties

Waarom ik hecht aan christelijk-seculier basisonderwijs

Waarom ik hecht aan christelijk-seculier basisonderwijs

Titelfoto: de protestants-christelijke Hildebrand van Loonschool (Hildebrandschool) te Amsterdam. Foto van Alf van Beem via wiki commons.

Van tijd tot tijd wordt in Nederland de discussie aangeslingerd over het Bijzonder Onderwijs. De inmiddels gesneuvelde rechtse partij VNL wilde er al afscheid van nemen, nu is het de #vrijlinks beweging van Eddy Terstall en Keklik Yücel die onderwijs op religieuze basis wil afschaffen.

Al eerder heb ik dit thema aangesneden in een blog welke een reactie was op een stuk van Roderick Veelo. Vandaag wil ik als niet-gelovige eens proberen onder woorden te brengen waarom ik hecht aan het christelijk-seculier basisonderwijs. Daarmee bedoel ik onderwijs op christelijke basis, dat zich in voldoende mate heeft aangepast aan onze seculiere maatschappij.

Hoewel in Rotterdam woonachtig, ben ik een geboren 10e generatie Amsterdammer. De Gajentaans van vervlogen tijden waren eenvoudige handwerklieden. Timmermannen, steenhouwers, huursoldaten, schoen- en pantoffelmakers, een enkele visboer. Hun geloof was doorgaans protestants, hoewel we ook een enkele katholieke Gajentaan aantreffen in de geschiedenis.

Er waren wel wat aparte koekjes bij die vroege Gajentaans. Zo treffen we in de 19e eeuw zelfs een crimineel en moordenaar Jan Gajentaan die zich verweerde tegenover de rechter in een stortvloed van plat Amsterdams, blijkens het rechtbankverslag in het Handelsblad. Ook  alcoholische versnaperingen werden gretig genuttigd door sommige Gajentaans. Mijn opa liet mij ooit een briefje zien van zijn moeder waarin hij streng gemaand werd op het rechte pad te blijven, onder verwijzing van Gajentaans die daar behoorlijk van waren afgedwaald.

Het stijgen op de sociale ladder begon met mijn overgrootvader Jan Gajentaan, die boekhouder was en accountant in Amsterdam bij de scheepsverzekerings-maatschappij Van Es & van Ommeren. Deze Jan Gajentaan en zijn echtgenote Cornelia waren actief lid van de Evangelisch-Lutherse gemeente in Amsterdam. Door goed onderwijs en de “morele verheffing” van de kerk, wist hij zich te ontworstelen aan een milieu waar drankgebruik en geweld dus geen onbekenden waren. In 1902 beviel Cornelia, hoewel toen al veertig jaar oud, van een tweeling, toepasselijk Jan en Cor geheten. Helaas overleed Cor op vijfjarige leeftijd aan een longontsteking waardoor Jan, mijn opa de latere dierenarts en Sinterklaas, als enigst kind opgroeide aan de Nassaukade.

Mijn opa was heel actief in het maatschappelijk leven en lid van tal van comités in het interbellum, waaronder verschillende Oranje-Comités en -verenigingen, het Algemeen Nederlands Verbond en het ICA (Initiatief Comité Amsterdam) waaruit na de oorlog zijn Sinterklaasschap is voortgekomen. Echt actief in de kerk was hij niet, maar het geloof was voor hem wel een bron van inspiratie, in ieder geval voor de oorlog. Zo maak ik op uit dit fragment in zijn boek “Volgende patiënt!” gepubliceerd in 1940, waarin de dierenarts zijn assistente als volgt toespreekt:

De ergste zonde, die wij in de veterinaire wereld kunnen maken, is, dat we onze patiënten als een samenstelsel van botten, pezen, cellen en zenuwen zien. En niet als een schepsel Gods.
“En God zeide: Laat ons mensen maken naar ons beeld, naar onze gelijkenis; en dat zij heerschappij hebben over de vissen van de zee en over het gevogelte des hemels, en over het vee, en over de gehele aarde, en over al het kruipend gedierte, dat op de aarde kruipt.”
Lees er het boek Genesis maar eens op na…
De dieren zijn aan onze hoede toevertrouwd. Zij bevolken evenals wij de aarde, hebben evenals wij, doch op hún manier – vergeet dat nooit! – hun vreugden en verdriet, hun pijn, hun geluk.
En dat legt ons de ereplicht op om goed voor dieren te zijn, vooral voor zieke dieren. Daarom heb ik mijn beroep ook altijd een beetje als een roeping beschouwd.

In de Tweede Wereldoorlog is, voor zover ik weet, mijn opa van zijn geloof gevallen. Hij zal niet de enige zijn geweest in die sombere jaren waarin zich de genocide op het Joodse volksdeel van Amsterdam vertrok, waarmee vele warme banden waren. Ook speelde een rol dat mijn overgrootouders in de hongerwinter opgevangen moesten worden door mijn grootouders in huis. Dat de kerk waarvoor zij zich hun hele leven hadden ingezet daarbij geen ondersteuning gaf, was iets dat mijn opa kennelijk stoorde.

Daardoor werden de banden van de Gajentaans met de Evangelisch-Lutherse gemeente in 1945 verbroken. Ik ben daar dan ook nooit geweest en weet nauwelijks wat het inhoudt. Mijn grootouders en ouders heb ik zelden over het geloof gehoord. Mijn moeder was katholiek maar zij is vroeg overleden, mijn vaders tweede vrouw weer protestant maar evenmin gelovig. Kerken heb ik dus niet veel van binnen gezien in mijn jeugd.

hildebrand 2
In dit gebouw in de Banstraat (dat niet meer bestaat) heb ik kort een katholieke kleuterklas bezocht

Mijn moeder zette mijn zusje en ik eerst op een katholiek kleuterschooltje in de Banstraat tegenover de Valeriusstraat, kort daarna gingen we over naar de protestants-christelijke Hildebrandschool, iets verderop in de Banstraat gelegen. Vermoedelijk vonden mijn ouders het wel van belang dat wij de christelijke waarden en cultuur meekregen.

Ik zat daar op school van 1965 tot 1971 en bewaar er zeer prettige herinneringen aan. Je kreeg er wel bijbelles, maar nooit heb ik die als opdringerig ervaren.

Mijn zusje en ik gingen ook nog een jaartje naar een zondagsschool, maar dat was volgens mij een truuk van mijn vader die de zondagochtend dan een heerlijk rustig huis had om uit te slapen of wellicht andere activiteiten te ontplooien 😉 , zoals Rob Hoogland opmerkte naar aanleiding van deze tweet.

Hoe het ook zij, ik denk dat ik baat heb gehad van mijn christelijk-seculiere basisschool.  Een stuk cultuur en normen en waarden, die je ook als niet-gelovige van belang kunt achten. Ik moet toegeven dat mijn kennis over religieuze onderwerpen vaak tekort schiet, omdat hetgeen ik daarover geleerd heb op school grotendeels weggezakt is in mijn geheugen. Zelfs bekende christelijke feestdagen als Pinksteren moet ik soms googelen: wat was dat ook alweer precies? Mea culpa.

Mijn levenspartner is van Surinaamse afkomst (marrongemeenschap binnenland). Zij is niet heel erg gelovig, maar heeft net als de meeste mensen uit het Surinaamse binnenland die charmante combinatie van christelijk- en wintigeloof die op een wonderlijke manier vrij goed samen gaan en elkaar eerder lijken te versterken, dan tekort doen.  Onze kinderen hebben hier in Rotterdam op een protestants-christelijke lagere school gezeten; de jongste twee zitten daar nog op.

Ook over deze school heb ik niets te klagen of het moet zijn, dat er momenteel een leegloop is door het dalend geboortecijfer in de buurt. De kinderen leren er iets over het christelijk geloof, hetgeen ik prettig vind en op prijs stel. Het compenseert mijn eigen gebrek aan kennis. Zo krijgen ze iets mee dat ook voor de familie Gajentaan vormend is geweest, hoe je het ook wendt of keert. Ook deze school is niet opdringerig. Er zijn genoeg islamitische en niet-gelovige kinderen die zich er prettig voelen. Als ik ze erom vraag, zeggen mijn kinderen dat ze in God geloven. Deed ik dat zelf op die leeftijd? Ik geloof nog net. Net als mijn ouders, vind ik het belangrijk dat ze “er iets van mee krijgen”. Of ze later wel of niet gaan geloven, is straks hun eigen keuze.

We leven in een verwarrende tijd, mede als gevolg van massa-immigratie. De islam, die door onze elites altijd beschouwd is als een geloof net als alle anderen, ontpopt zich in een radicale, politieke variant die aanzet tot radicalisering en terreur. Jarenlang is ons voorgehouden dat die terreurbeweging niets te maken heeft met de islam als geloof, immers een “geloof van vrede”. Verschillende islamdeskundigen zoals Afshin Ellian, wijlen Hans Jansen,  Ayaan Hirsi Ali of Wim van Rooy, denken daar heel anders over. Mijn mening daarover? Mijn gebrek aan kennis over religieuze zaken doet zich weer voelen. Ik weet er te weinig van.

Wat ik wel weet, is dat overal de kerken verdwijnen terwijl moskeeën her en der uit de grond rijzen, veelal gefinancierd vanuit het buitenland door allerlei agressief-islamitische stromingen. De volgende stap is dat de president van Turkije Erdogan hier weekendschooltjes wil gaan vestigen, om de jongste generatie Turkse Nederlanders politiek-religieus te hersenspoelen. Onze minister van Onderwijs geeft al aan dat zij hiertegen niets kan ondernemen.

Mij dunkt dat we eerst eens moeten beginnen de buitenlandse financiering van agressieve, anti-westerse geloven ter discussie te stellen. In lijn met hetgeen Afshin Ellian naar voren bracht in een gesprek met de Telegraaf afgelopen juni. Moeten we dat doen door het Bijzonder Onderwijs in het geheel af te schaffen, zoals Vrij Links voorstelt? Gooien we dan niet met het badwater ook het kind weg?

Het christelijk-seculier onderwijs functioneert al een eeuw voor veel mensen (ik geef toe, niet allen) prima, ook voor niet-gelovigen zoals ondergetekende. Ik ben dan ook niet overtuigd van de noodzaak het af te schaffen. Dat lijkt mij een vorm van het paard achter de wagen spannen. Ik waardeer het en van mij mag het blijven.

 

 

 

 

 

Ruzie in Café Europa

Ruzie in Café Europa

Al enige tijd was de sfeer gespannen in het altijd zo vredige Café Europa aan de Binnengracht. De consumptie van het goudgele vocht was er niet minder om geworden, maar kroegbaas Jaap maakte zich zorgen dat de boel uit de hand zou kunnen lopen. De afgelopen weken waren er knallende ruzies geweest. Een handgemeen was op het nippertje voorkomen.

Het was allemaal begonnen met de komst van een drietal dat zich fel voorstander toonde van een federaal Europa met open grenzen. Boze tongen beweerden dat Joshua, Ewout en Dirk-Jan hun drankrekening lieten betalen door George Soros. Te meer omdat Joshua in zijn vorige stamkroeg heel andere verhalen had gehouden. Als daar fijntjes op werd gewezen in de discussies, brulde Dirk-Jan steevast “fascisten” en nam vervolgens zo’n grote slok bier dat hij achterover viel van zijn barkruk.

In een andere hoek van het café zaten Wierd en zijn trollen Arthur en Rob. Zij hadden weinig vertrouwen in de heilstaat Europa. Nu er sprake was van een Europees verbod op alcoholische versnaperingen, was hun animo nog minder. Wierd ging steeds inhoudelijk de discussie aan met Joshua, Ewout en Dirk-Jan, die hem uitmaakten voor Poetin-versteher. Om Wierd moreel te steunen schoten Arthur en Rob wel ’s een propje naar de overkant van de bar met een katapult voorzien van elastiekje, die Arthur altijd in zijn broekzak had zitten.

“Fascisten!” brulde Dirk-Jan en tuimelde weer van zijn kruk.

In de hoek van het café zaten drie keurige heren: Van den Brink, Boekestein en Canoy. Niemand wist hun voornamen. Door de trollen van Wierd werden ze Brinkie, Boekie en Cannie genoemd. De keurige heren maakten iedere avond bezwaar tegen de aanwezigheid van Wierd en zijn trollen in het café. Elke week diende Cannie een brief in bij kroegbaas Jaap (die deze meteen verscheurde) waarin hij verzocht het café alleen toegankelijk te maken voor aanhangers van de Europese superstaat met open grenzen.

“Fascisten!” brulde Dirk-Jan, maar dit keer wist niemand wie hij bedoelde.

Op vrijdagavond was het nóg lastiger voor kroegbaas Jaap om de orde te bewaken. Dat was de stapavond van Geert en Thierry. Zij hadden nog veel meer trollen dan Wierd. Ewout belde Sybren, want die had ook heel veel trollen en was dol op open grenzen. In een handomdraai zat Café Europa barstensvol met elkaar bestrijdende trollenlegers en deugguerilla’s.

Goed voor de drankomzet, dat wel, maar de sfeer werd er niet prettiger op. Pas toen iedereen sufgeluld was over de toekomst van Europa, vroeg Thierry of hij een stukje mocht spelen op de piano. Ineens was het stil in Café Europa. Zelfs Brinkie, Boekie en Cannie zaten instemmend te knikken. Juist toen de laatste noten melancholisch opgestegen waren, werd Dirk-Jan weer wakker.

“Fascisten!” brulde hij. Het was toch een bruine kroeg?

 

 

Afbeelding:  Frederick Barnard, “Discussing the War in a Paris Café” – a scene from the brief interim between the Battle of Sedan and Siege of Paris during the Franco-Prussian War
Bron: Wiki Commons

 

 

 

 

 

Europese eenheid. Is dat een vredesidee?

Europese eenheid. Is dat een vredesidee?

Afgelopen week was het op 9 mei Europe Day, Europadag. Unity and diversity moesten we vieren, volgens de Brusselse propaganda. Ik sta zo langzamerhand buitengewoon sceptisch tegenover dat soort propaganda. Ik associeerde de Europadag met een foto van het Museumplein in Amsterdam, genomen op 27 juni 1941. De nazi’s organiseerden daar toen ook een soort “Europadag”.

Europadag

 

Nazi manifestatie op het Museumplein in 1941
Die manifestatie op het Museumplein vond plaats luttele dagen na het begin van Operatie Barbarossa: de aanval van Nazi-Duitsland op de Sovjet-Unie. In de ogen van de Nazi’s de beslissende stoot naar wereldheerschappij. In dat kader werd de manifestatie op het Museumplein gehouden. De “strijd tegen het Bolsjewisme” stond voorop.

Ik besloot via het onvolprezen digitale archief delpher.nl de toespraak te lezen, die “rijkscommissaris” Seyss Inquart die dag hield op het Museumplein. Een akelige ervaring, want het rabiate antisemitisme druipt van bijna iedere zin af. Het is ook beklemmend te bedenken dat die manifestatie plaatsvond nog voordat de grote deportaties in Nederland op gang waren gekomen. Etty Hillesum bijvoorbeeld, woonde op nog geen steenworp afstand van de Nazi-demonstratie.

Verenigd Europa onder Duitse leiding
Hoofdmotief van de toespraak was de strijd voor “de Europese beschaving” van de nazi’s. Die beschaving, aldus het perfide brein van de nazi’s, moest verdedigd worden tegen twee soorten “Joodse invloed”: marxisme (Sovjet-Unie) en kapitalisme (Amerika). Om dit doel te bereiken moest Europa verenigd worden onder Duitse leiding. De nazi’s hadden een vrij vaag idee van dit verenigd Europa. Het moest bestaan uit volksgemeenschappen, die op de één of andere manier verenigd waren onder Duitse leiding. Het was de hoofdmoot van hun propaganda in Nederland. Mit Adolf Hitler in ein neues Europa! stond op het levensgrote spandoek.

Nazi-Duitsland voerde dus nadrukkelijk propaganda met het idee van een Verenigd Europa. Hun belangrijkste tegenstrevers in Europa, te weten Churchill, De Gaulle en onze koningin Wilhelmina, kwamen juist op voor het idee van de soevereine natiestaat. Al hebben met name Churchill en De Gaulle zich na de oorlog wel ingezet voor vormen van Europese samenwerking, zij kunnen niet gezien worden als voorstanders van een federaal Europa.

Gustav Stresemann
Ik zou mij op mijn beurt schuldig maken aan kwalijke godwins, als ik het idee van Europese eenheid puur zou terugvoeren naar de nazi’s. In feite kwam het idee meer uit kringen van de Volkenbond, voorloper van de Verenigde Naties, opgericht in 1919 om de vrede tussen Duitsland en Frankrijk te bevorderen. Met name de te vroeg (in 1929) overleden Duitse politicus Gustav Stresemann maakte zich sterk voor dit idee. Stresemann schijnt zelfs toen al het idee van een Europese munt te hebben geopperd.

Stresemann was geen nazi. Hij was de man die de Weimar Republiek bij elkaar hield en zijn vroege overlijden heeft Hitler zeker in de kaart gespeeld.

Na de Tweede Wereldoorlog
Na de oorlog kwam het idee van een Verenigd Europa weer nadrukkelijk na voren. Zoals Thierry Baudet hier betoogt en ook is onderbouwd in een uitgebreide studie van de historicus Aldrich was dit niet een spontaan idee: het werd heimelijk aangestuurd en gefinancierd door de Amerikanen die hiermee twee doelen beoogden. Op de eerste plaats, wilden zij een sterk Europa dat de strijd kon aanbinden met het communisme, zoals Thierry Baudet betoogt. Op de tweede plaats wilden zij voorkomen dat Duitsland weer de landen zou overheersen. Begrijpelijkerwijs waren de Amerikanen na twee interventies in Wereldoorlogen de perikelen van de Europese natiestaten zat.

Paradoxaal
Als je de geschiedenis objectief bestudeert, valt vaak het paradoxale karakter ervan op. Het idee van Europese eenheid zoals ontstaan in de tijd van de Volkenbond, was ongetwijfeld idealistisch. De nazi’s streefden ook een verenigd Europa na, onder hun leiding en vrij van “Joodse smetten”.  De nazi’s werden in West-Europa verslagen door de Amerikanen, die op hun beurt ook weer het idee van een verenigd Europa propageerden, in de strijd tegen het communisme. Wat voor de nazi’s ook een hoofdmotief was. Paradoxaler dan dat kan ik het niet bedenken.

Ook is het paradoxaal om te bedenken dat de stappen naar de huidige EU en euro werden gezet begin jaren negentig, na het vallen van de Berlijnse muur in 1989. Om Duitse dominantie te voorkomen pleitten de Fransen (Mitterrand en vooral Delors) voor een Europese eenheidsmunt. Maar juist deze eenheidsmunt heeft ervoor gezorgd, dat Duitsland economisch oppermachtig werd in de EU.

De geschiedenis is grijs
Dit alles overwegende moest ik denken aan mijn docent Geschiedenis op het Amsterdams Lyceum, Piet Schraa. “De geschiedenis is niet zwart of wit, maar grijs” was één van zijn favoriete uitspraken.  Misschien moeten we concluderen dat het pro-Europees zijn van iemand, weinig zegt over zijn of haar vreedzaamheid. Zowel in het heden als in het verleden hebben zowel vreedzame als oorlogszuchtige types zich ingezet voor het idee van Europese eenheid. Omgekeerd vinden we natuurlijk ook onder aanhangers van de natiestaat good guys and bad guys.

Ik stel voor dat we stoppen met het bedrijven van propaganda over de opvatting van Europese eenheid en het idee gewoon nuchter beschouwen op zijn voor- en nadelen. Waarbij een tussenvorm, zeg maar een confederaal Europa waarin natiestaten maximale soevereiniteit genieten, nog steeds mijn voorkeur heeft. Ik heb daarom geen behoefte aan EU-propaganda die op onze kosten gefinancierd wordt door Brussel dat – ondanks de Brexit – het budget daarvoor telkens maar blijft verhogen.

#Opaverhalen: Koninginnedag en Prinsessedag in Amsterdam

#Opaverhalen: Koninginnedag en Prinsessedag in Amsterdam

Zo vlak voor de Koningsdag is het misschien leuk een stukje vooroorlogse geschiedenis aan te halen over Koninginnedag – voor de oorlog gevierd op 31 augustus, de verjaardag van Wilhelmina. Destijds werd ook nog Prinsessedag gevierd en wel op 30 april, de verjaardag van Juliana. Al in de late 19e eeuw speelden deze feesten een belangrijke rol in de geschiedenis van ons land.

Het begon op 31 augustus 1885 met Prinsessedag bedoeld om de verjaardag van (toen nog prinses) Wilhelmina te vieren. Dit was een idee van de liberale burgerij die hiermee het idee van nationale eenheid wilde benadrukken in een zeer verdeeld Nederland, zowel politiek als religieus.

De persoonlijke geschiedenis van mijn grootvader is hier nauw mee verbonden. Want toen hij een jonge dierenarts was van een jaar of 28, werd hij al voorzitter van de Amsterdamse Oranje Jeugdbond, de AOJB. Dit was in feite een dépendance van de Vereniging tot Veredeling van het Volksvermaak, een 19e eeuwse vereniging van de gegoede burgerij, destijds opgericht om het volk te “verheffen” middels sport en spel en om excessief drankgebruik en vechtpartijen zoals die toen vaak op kermissen voorkwamen, tegen te gaan. In onze tijd van zinloos geweld in uitgaanscentra, voorwaar geen slecht initiatief!

Koninginnedag 1937
Koninginnedag in de late jaren dertig

Oorspronkelijk was het een afdeling van de Vereniging tot Veredeling van het Volksvermaak die de kinderfeesten voor Koninginnedag en Prinsessedag organiseerde in Amsterdam, maar omdat zij daar door tijdgebrek niet aan toekwamen droegen zij die taak over aan de AOJB.

Koninginnedag 1931 B
Koninginnedag in de jaren dertig: twee glazen melk, drie krentenbollen, een glaasje limonade en een ijsje

Op onderstaande foto van het bestuur van de Vereniging tot Veredeling van het Volksvermaak, genomen op Koninginnedag 31 augustus 1931, zie je als derde van rechts mijn opa staan.

Koninginnedag 1931

Koninginnedag NIWOpa was toen net 30 jaar geworden. Hoe de vereniging bij hem terecht is gekomen, weet ik niet. Ik heb wel eens gehoord dat hij als jongeling erg actief was in de padvinderij en zo was opgevallen. Gescout door de Vereniging tot Veredeling van het Volksvermaak! Hoe het ook zij, opa nam zijn ideële taak in het verenigingsleven erg serieus. TV was er niet, dus naast zijn drukke praktijk als dierenarts reed hij al snel de hele stad door om op Koninginnedag en Prinsessedag kinderfeesten te organiseren. Daartoe bezocht hij protestantse, Joodse en katholieke verenigingen en was daar succesvol mee, blijkens het bericht in het Nieuw Israëlitisch Weekblad uit 1934 aan de linkerzijde van deze pagina, toen de AOJB tien jaar bestond.

Uit het bericht blijkt dat de AOJB onder het voorzitterschap van mijn opa stappen had gezet. De kinderfeesten, die op het Amsterdamse IJsclubterrein en op andere terreinen werden gehouden, waren uitgegroeid van ca. 2400 kinderen tot ca. 10.000 kinderen, alleen al op het IJsclubterrein. Het aantal deelnemende organisaties was ook toegenomen. De Joodse organisaties waren zeer actief in het vieren van deze dagen. Zie ook mijn blog Max en Jan.

Dat de Joodse bevolking van Amsterdam toen met zo’n intensiteit de verjaardag van Wilhelmina vierde – socialisten waarschijnlijk uitgezonderd – is natuurlijk wrang gezien de huidige kritiek op het handelen van Wilhelmina in de oorlog, of vooral haar gebrek aan handelen waar het de Joodse bevolking betrof. Al blijf ik van mening dat hierbij soms de nuance zoek raakt. Afijn, Loe de Jong en Cees Fasseur zijn er niet meer om Wilhelmina te verdedigen en de kritische stemmen hebben de overhand. Het zij zo.

Mijn opa en oma heb ik gekend vanaf mijn geboorte in 1959 tot hun overlijden in de jaren tachtig in de vorige eeuw. Ik herinner me hen als hartelijke, optimistische mensen met een grote liefde voor kinderen, waarbij mijn opa ook nog eens een groot talent had als organisator en spreekstalmeester. Daarnaast was opa door zijn bestuurslidmaatschap van het ICA van Dr. Maurits “Maupie” de Hartogh vanaf de eerste Sinterklaasintocht in 1934, nauw betrokken bij de organisatie daarvan en reed jarenlang met het reservepaard achter de Sint aan met uitzondering van de oorlogsjaren.

Zijn grote ervaring met kinderfeesten op Koninginnedag en Prinsessedag opgedaan voor de oorlog als voorzitter van de AOJB is mijn opa zeker van pas gekomen toen hij in 1950 zelf de mijter op mocht zetten. Ook de band met het Huis van Oranje kwam van pas, want drie keer slaagde opa erin samen met burgemeester d’Ailly de koninklijke familie op te laten draven bij de intocht. Zo behaalde hij als Amsterdamse Sint in de jaren 50 aantallen van tot 800.000 toeschouwers, die later nooit meer verbeterd zijn.

Intocht 1952 met Koningin Juliana
Opa (Sint) geeft prinses Marijke een handje terwijl Koningin Juliana goedkeurend toekijkt. Begin jaren vijftig.

Ondanks zijn nationale roem van na de oorlog als Sinterklaas, bleef opa altijd een beetje nostalgisch terugverlangen naar die Koninginnedagen van vóór de oorlog. In diverse gesprekken met Paul Hellmann daarover, verklaarde hij dat hij de ideeële instelling en het gevoel van nationale saamhorigheid miste van de Koninginnedagen van vóór de oorlog. In de beleving van mijn opa was de wijze van vieren van Koninginnedag na de oorlog, waarbij de handel op de vrijmarkten steeds belangrijker werd, steeds meer “routine, gesneden koek”, zoals Paul Hellmann schreef in dit boeiende artikel uit het NRC van 1992 over de geschiedenis van Koninginnedag en de heropleving daarvan sinds de jaren 80 en 90 van de vorige eeuw: zelfs de aubade is weer terug.

De heropleving van Koninginnedag (nu Koningsdag) heeft mijn opa niet meer meegemaakt. Hij overleed begin 1987. In 1965 had hij zijn Oranjepet al aan de wilgen gehangen, omdat hij als voorzitter van het Oranjecomité geen trouwfeest wilde organiseren voor prinses Beatrix en “oorlogsduitser” Claus. Dat was een emotioneel besluit en achteraf misschien geen verstandig besluit, gezien de latere voorbeeldige houding van prins Claus naar de Joodse gemeenschap toe en ook ten opzichte van Israël. Wel was het begrijpelijk, juist gezien zijn nauwe samenwerking met de Joodse organisaties voor de oorlog.

De dag nadat opa zijn besluit bekend maakte om terug te treden als voorzitter van het Oranje Comité, lag de stoep voor onze dierenartsenpraktijk c.q. woonhuis in de Johannes Verhulststraat in Amsterdam-Zuid bezaaid met bloemen. Die waren daar neergelegd door leden van Joodse organisaties, hoewel mijn grootouders toen al in Buitenveldert woonden, maar dat was niet zo bekend. Mijn vader liet de bloemen zo lang mogelijk liggen. 

De geest van de vooroorlogse Koninginnedagen en Prinsessedagen in Amsterdam, waar de protestantse, Joodse, katholieke en overige inwoners van Amsterdam nationale eengezinsheid vierden alsmede hun “aanhankelijkheid aan het kongingshuis”, is inmiddels verwelkt. Net als die bloemen voor ons huis. Toch is Koningsdag nog altijd een populair feest, waarbij we onze verdeeldheid even lijken ze vergeten. 

Mark Rutte’s Europese rede in Berlijn

Mark Rutte’s Europese rede in Berlijn

Volgende week vrijdag 2 maart zal onze premier Mark Rutte in Berlijn een rede houden over Europa. Zijn tekstschrijvers hebben een makkie, want ik heb de rede al voor hem geschreven! >

Beste Europeanen,

Ik ben zeer  vereerd dat ik vandaag als premier van Nederland mijn licht mag laten schijnen over de Europese Unie, hier bij de Bertelsmann Stiftung te Berlijn.

Berlijn is heden de hoofdstad van Duitsland. Dat is te danken aan de Duitse Hereniging in 1990, na de Val van de Muur in 1989. Frankrijk steunde die hereniging op voorwaarde van het doorvoeren van een Europese eenheidsmunt, de euro. Hoewel de Franse president Mitterrand dit afdwong in de onderhandelingen weten we nu, dat de euro vooral de wensdroom was van de toenmalige voorzitter van de Europese Commissie Jacques Delors, en niet zozeer van Mitterrand.

Delors maakte handig gebruik van de destijds nieuwbakken Nederlandse minister van Financiën Wim Kok die fungeerde als de haas van marathonloper Jacques Delors, daarbij niet gehinderd door enige kennis van monetaire of financiële aangelegenheden.

Jacques Delors en Wim Kok kenden elkaar uit de Europese Vakbeweging en droomden al jaren van een federaal Europa met een gemeenschappelijk sociaal- en industriebeleid. Wetende dat er nog geen steun was voor een politieke unie, besloot de marxist Delors de euro door te voeren als economische onderbouw, denkende dat de politieke bovenbouw (de Verenigde Staten van Europa) dan vanzelf wel zou volgen.

Zo geschiedde. Het Verdrag van Maastricht werd beklonken op 7 februari 1992. In latere verdragen zoals de verdragen van Amsterdam en Lissabon, werd de supranationale tak versterkt en het subsidiariteitsprincipe afgezwakt. Zo werd het immigratiebeleid in het Verdrag van Maastricht nog tot de nationale zuil gerekend maar in de verdragen van Amsterdam (1999), Nice (2003) en Lissabon (2009) overgeheveld naar de Europese Unie, waardoor het de facto onmogelijk is geworden voor lidstaten een eigen immigratiebeleid te voeren. Dit ondanks een referendum in 2005 in Frankrijk en Nederland, waarbij de bevolking de gedachte van een Europese Grondwet eenduidig afwees.

Vandaag wil ik met u trachten openhartig de balans op te maken. Wat zijn we opgeschoten met déze EU en eurozone, die door de Europese elites verder is doorgedreven dan de bevolking ooit wilde en die inmiddels onze gewaardeerde handelspartner en bondgenoot het Verenigd Koninkrijk de EU heeft uitgejaagd?

Europeanen! Ik ben vandaag naar Berlijn gekomen om in ronde bewoordingen te spreken. Het kán zo niet verder. Nederland is niet van plan om zich over te leveren aan een door Frankrijk en Duitsland gedomineerde federale EU, tevens transferunie.

Nederland zal daarom het initiatief nemen om te komen tot een decentrale EU. Samen met de premiers van inmiddels 15 eurocritische landen, waaronder mijn gewaardeerde Hongaarse collega Viktor Orbán en mijn Oostenrijkse collega Sebastian Kurz, zullen we de komende tijd voorstellen doen om de verdragen van Amsterdam, Nice en Lissabon ongedaan te maken wat betreft het immigratie- en asielbeleid. We keren op dit punt terug naar de uitgangspunten van het Verdrag van Maastricht: de soevereine natie gaat zélf over het migratiebeleid. Taak van de EU wordt het effectief beschermen van de buitengrenzen. Asielopvang zal voortaan uitsluitend in de EIGEN regio plaatsvinden.

Wat betreft de monetaire unie, zullen wij de komende periode eveneens vergaande initiatieven nemen. Op dit punt – ik had beloofd in ronde bewoordingen te spreken – moeten wij toegeven dat het Verdrag van Maastricht een grote vergissing is gebleken. Het doorvoeren van een eenheidsmunt in landen met zeer verschillende economische structuren en cycli is een sociale ramp gebleken. Het leidde tot massawerkloosheid in Zuid-Europa en koopkrachtverlies in het Noorden.

Euroresearcher André ten Dam stelde onlangs het volgende op de site OpinieZ : “het sinds 2010 gevoerde eurocrisisbeleid van peperdure noodfondsen (meer dan € 500 miljard) en ontwrichtend en peperduur ECB-beleid (inmiddels ca. € 2.750 miljard en ‘still counting’) om de Zuidelijke landen en de euro(zone) te ‘redden’ kan vooral worden gekarakteriseerd als dweilen met de kraan vol open”.

“In het Eurobetalingssysteem, TARGET-2, zijn  ‘waardeloze’ vorderingen van de Nederlandse en Duitse centrale banken op die van de Zuidelijke eurolanden tot eveneens astronomische hoogte (ca. € 1.000 miljard) opgelopen. Ondertussen zijn de zogenoemde Non-Performing-Loans (leningen waarop geen rente en aflossingen meer worden betaald) in de eurozone (voornamelijk in de Zuidelijke eurolanden) opgelopen tot eveneens ruim € 1.000 miljard”, aldus Ten Dam.

Geachte Europeanen, wij hebben nu een economische opleving in de eurozone, maar dat hebben we eerder gezien in de periode 2002 – 2007. Die economische groei toen bleek gebouwd of het drijfzand van private en publieke schulden. Is het nu veel anders, als we bovenstaande in ogenschouw nemen?

Europeanen! Zo kan het niet verder. Ik heb dit beleid jarenlang gesteund, maar Nederland zal nu het initiatief nemen om met een groep monetaire deskundigen te komen tot werkbare oplossingen. Dat hoeft niet te betekenen dat wij weer terug gaan naar één munt per land, er zijn verschillende oplossingsrichtingen. Laten we niet de fout van Maastricht herhalen en om politieke redenen een nieuw, hachelijk monetair avontuur beginnen. Deskundigen zullen alles uitwerken en berekenen. Uitgangspunt zal zijn: meer monetaire flexibiliteit, dus de mogelijkheid voor natiestaten hun rentebeleid en wisselkoers aan te passen aan hun eigen specifieke omstandigheden. De transferunie die de Europese Commissie en president Macron beogen, wijzen wij ten stelligste af.

Europeanen, ik zeg vandaag openlijk:  leve het Europa van samenwerkende, maar vrije en soevereine natiestaten! Het is tijd voor een omslag. De EU en de eurozone moeten dringend verbouwd worden. Voor sommige leden van de Europese Commissie is geen plaats meer. Ik zal Jean-Claude Juncker, Frans Timmermans en Federica Mogherini niet bij naam noemen. Oeps, toch gedaan. Niet zo bedrukt kijken, Angela en Emmanuel! Sebastian Kurz en ik hebben al een lijstje met potentiële opvolgers opgesteld.

Leve Europa, leve Nederland, leve onze vrijheid!

 

 

 

De kwestie van de verdwenen scheepswrakken in de Javazee

De kwestie van de verdwenen scheepswrakken in de Javazee

De kwestie van de verdwenen scheepswrakken van de Slag in de Javazee van 27 februari 1942, met name de toen getorpedeerde en gezonken Hr.Ms. de Ruyter, Hr.Ms. Java en Hr.Ms. Kortenaer, blijft de gemoederen bezig houden. Voor mij als tweede generatie nabestaande – mijn grootvader van moederskant Luitenant ter zee I Nico Schrakamp sneuvelde aan boord van Hr.Ms. de Ruyter – toch een kwestie met een bijzonder tintje. Al heb ik mijn grootvader niet persoonlijk gekend.

Nadat het officiële onderzoek van de Indonesische en Nederlandse autoriteiten was afgerond kwam er ineens toch weer schot in de zaak door een reportage van enkele Indonesische journalisten van de website Tirto.

Ruyter Soerabaja

Daar waar de officiële onderzoekers helemaal niets wisten te vinden brengen deze journalisten zonder al te veel moeite de hele keten van de grafschenners in beeld, van Indonesische onderaannemers tot Chinese sloopbedrijven. Ze interviewden betrokkenen en kwamen met macabere details over delen van lichamen, die tussen het schroot tevoorschijn waren gekomen. Deze zouden gedumpt zijn in massagraven of in zee.

Inmiddels heeft Nederland het officiële onderzoek weer opnieuw opgestart  naar aanleiding van de bevindingen van de Indonesische journalisten.

Vrijdag werd Defensieminister Bijleveld gevraagd door de Telegraaf of zij denkt dat de Indonesische autoriteiten het onderzoek dit keer wel serieus zullen oppakken en antwoordde met veel meel in de mond: “Daar moet ik van uitgaan. Het beschermen van maritiem erfgoed moet nu eenmaal in samenwerking gebeuren. We zullen ook kritisch meekijken. Het gaat over het handhaven van internationaal gemaakte afspraken. Dat is best ingewikkeld”.

Tja, denk je dan als nabestaande. Het bekende gewauwel van politici over “de onderste steen”, waarin we met z’n allen steeds minder vertrouwen krijgen. Het heeft allemaal met belangen te maken en door de globalisatie worden die belangen steeds ingewikkelder en ondoorzichtiger.

Zoals ik in mijn blog uit 2016 over De slag in de Javazee uiteen heb gezet is mijn familieconnectie een beetje ingewikkeld. Luitenant ter zee Nico Schrakamp, de navigator van Hr.Ms. de Ruyter, is mijn grootvader van moederskant. Mijn moeder kwam voort uit zijn eerste huwelijk, maar voor de oorlog was hij al gescheiden en hertrouwd met Julia de Roy van Zuydewijn met wie hij in 1939 een zoon kreeg. Deze zoon (mijn oom of halfoom) heette ook Nico Schrakamp en is helaas in 2011 overleden.

Omdat mijn opa’s eerste vrouw, mijn oma uit Pekalongan, helemaal uit beeld was verdwenen na de oorlog heb ik als kind altijd zijn tweede vrouw Julia (door mijn vader “tante Juul” genoemd en door mij en mijn zusje “oma Haag”) als mijn oma gezien. “Tante Juul” heeft geen makkelijk leven gehad. Op haar 32e jaar werd ze weduwe zonder het op dat moment te beseffen. Samen met haar zoon Nico junior overleefde ze ternauwernood het “Jappenkamp”. Toen ze na haar bevrijding uit het kamp bij het Rode Kruis informeerde naar haar man, kreeg ze te horen dat hij vermist was. “Dat betekent dat hij dood is”, werd daar tot haar ontsteltenis aan toegevoegd.

Eenmaal terug in Den Haag leefde ze vooral voor haar zoon Nico. Hoewel Nico junior last had van dyslexie wist hij de middelbare school af te ronden, studeerde af als Ir. Chemische Technologie aan de universiteit van Delft en heeft een mooie carrière doorlopen bij Unilever. Later is Nico nog directeur geweest van de Stichting Verpakking en Milieu, een soort belangenorganisatie voor het bedrijfsleven. Ik herinner me hem als een intelligente en fijne man.

Mijn zusje en ik gingen in de jaren zestig altijd met veel plezier logeren bij “Oma Haag” in de Viviënstraat te Den Haag. Ze was een lieve vrouw die prachtig verhalen kon vertellen; een generatie die nog niet verpest was door de TV. In haar witte kever nam ze ons mee naar het strand van Scheveningen.

Nico Schrakamp
Nico Schrakamp, 1902-1942

Al die tijd stond de foto van haar overleden echtgenoot op de schoorsteenmantel, maar veel werd daar niet over gesproken. Als het gesprek toch op haar overleden echtgenoot kwam, sprak “oma Haag” over hem op een manier die een beetje deed denken aan een verliefd schoolmeisje. Hoe charmant hij was bij het Marinebal. Dat ze een tijdje in Amsterdam woonden, in de Kerkstraat. Ze was na de oorlog nooit hertrouwd hoewel er wel aanbidders waren geweest, maar “on n’aime vraiment qu’une seule fois dans la vie”, vertrouwde ze ons toe.

“Oma Haag” ging nooit naar de officiële herdenkingen van de Slag in de Javazee. Ze voelde zich nog steeds een Marinevrouw, maar aan de politiek had ze een broertje dood. Enige uitzondering was premier Piet de Jong, want die kende ze nog uit zijn Marinetijd in Nederlands-Indië. Op haar 90e verjaardag kwam Piet langs met een presentje. Dat vond ze mooi. Een jaar later, in 2001 was dat, is ze op 91-jarige leeftijd overleden na een ongelukkige val van de trap. Het toeval wil dat de scheepswrakken in de Javazee pas een jaar later werden ontdekt door een Australische duiker.

Oma haag0002
“Oma Haag” in 1958 met mijn zusje

Oma Haag verloor haar man in februari 1942, zat drie jaar lang in een Japans kamp tevergeefs te wachten op een teken van leven, heeft haar man nooit kunnen begraven en nooit geweten waar de scheepswrakken lagen. Dat ze de huidige commotie niet meer hoeft mee te maken, is misschien maar goed ook.

Ze wist dat haar man om het leven was gekomen door een ingewikkeld politiek steekspel.  Dat de Nederlandse kolonie onverdedigbaar was geworden na de val van Singapore en het terugtrekken van het grootste deel van de geallieerde luchtmacht, was bekend onder de marineofficieren. Doorman wilde met de vloot uitwijken naar Australië, maar kreeg daarvoor geen toestemming.

In de weken voorafgaand aan de slag waren de mannen dag en nacht in touw, maar kregen klap na klap te verwerken. Zo werd het verkenningsvliegtuigje van de De Ruyter al weken voor de slag uit de lucht geschoten. Ze voeren zonder luchtsteun blind door de Javazee, op zoek naar de Japanse invasievloot, opgejaagd door admiraal Helfrich aan de wal en onze minister van Oorlog Fürstner in Londen.

Op latere leeftijd vertelde “oma Haag” ons over de laatste autorit met haar man naar de Marinehaven van Soerabaja. Met lood in zijn schoenen was hij vertrokken en had haar gezegd dat de kans niet groot was, dat hij nog terug zou keren. Oorlogshelden? Ik zie hem meer als een oorlogsslachtoffer die zijn dure plicht heeft gedaan, net als de andere geallieerde slachtoffers. Het waren er meer dan tweeduizend.

Vermalen in een ingewikkeld internationaal geopolitiek spel, dat niet meer gewonnen kon worden toen de Britse generaal Wavell als hoogste leidinggevende van ABDACOM (American-British-Dutch-Australian Command) aan president Roosevelt en premier Churchill adviseerde om Java te laten vallen. De geallieerde luchtmacht werd teruggetrokken, maar de Nederlandse regering in Londen oordeelde dat er tot het bittere einde gestreden moest worden.

De perikelen nu omtrent de zeemansgraven van onze Marinemannen brengen mij tot de misschien wat bittere gedachte dat er weinig is veranderd. Bij leven werden de mannen opgeofferd in een internationaal politiek belangenspel en nu 76 jaar later is het niet veel beter, wanneer het gaat om het onderzoek naar hun geschonden zeemansgraf.

Ik heb er dan ook niet veel fiducie in dat er nog iets terecht zal komen van dat onderzoek. Ik steun Theo Doorman – de zoon van Karel – in zijn verzoek om eventuele lichamelijke resten te herbegraven op het ereveld van de Koninklijke Marine bij Soerabaja. Maar, net als vroeger onze “oma Haag”, kijk ik sceptisch tegen de rol van de politici aan.

Als ik af en toe op mijn blog of op Twitter een verhaaltje vertel over opa Nico de Marineman en “tante Juul” in Den Haag, dan is het vooral omdat ik op die manier hun nagedachtenis wil eren. Aan de politiek kun je dat maar beter niet overlaten.