De intocht van 17 november 1962

De intocht van 17 november 1962

De intocht van 17 november 1962 in Amsterdam was voor mijn opa de dertiende als Sint en voor mij, voor zover ik het me kan herinneren, de eerste. Het was een vrij koude zaterdag in een bewolkt Amsterdam, maar zoals altijd maakte de drukke en gezellige Sinterklaasintocht veel goed. In die jaren zorgden Sint en zijn bonte gezelschap van Zwarte Pieten, herauten, hellebaardiers en Spaanse edelen (toen nog zonder roetveegjes) voor een gezellige boel in de hoofdstad.

Voor mij en mijn zusje was het een extra bijzondere dag, omdat we de Sint (niet wetende dat het onze opa was) een handje mochten geven bij aankomst. Het staat me nog bij dat ik dagen had geploeterd op een mooie tekening voor de Sint. Mijn zusje gaf hem bloemen en Mies Bouwman stond erbij met een vertederde blik.

12247187_1035380453181295_3677550660498664729_nKort na de aankomst stond Sint ook nog twee paters te woord, die een gift voor een gehandicapten stichting wilden laten bezorgen door een postduif. Je ziet mijn opa erbij glunderen, want hij was als dierenarts een groot dierenvriend en in het bijzonder een liefhebber van vogels.

In het huis van mijn grootouders stond in die tijd een grote volière en ik herinner me nog dat opa na het eten altijd opstond met de woorden: “zo, en nu ga ik mijn gevleugelde vriendjes verzorgen”. Ook de gehandicaptenzorg zal hem aangesproken hebben, want het ICA probeerde in die jaren altijd een sociaal onderwerp te koppelen aan de intocht.

Een wild paard
Zo vertrok de Sint dan op zijn paard richting het Damrak voor de grote intocht, die in die jaren nog grote toeschouwersaantallen haalde tot wel 800.000 (het record van 1955). Het ging dat jaar echter niet van een leien dakje met het paard. Waar mijn opa zijn sintcarrière in 1950 begonnen was met het oude circuspaard Majestuoso en na diens heengaan het paard Julia bereid had gevonden de honneurs waar te nemen, sloeg in oktober 1962 het noodlot toe.

ddd_011204458_mpeg21_p003_image

Julia had plotseling het tijdelijke voor het eeuwige verwisseld. Dat stelde de organisatie voor problemen, want de hectische en drukke intocht kon eigenlijk alleen goed gelopen worden met een mak maar geoefend paard. Mijn grootvader ging nog wel eens met zo’n paard van te voren door de drukke straten van Amsterdam rijden om de stressbestendigheid van het edele dier te testen. Daarvoor was in 1962 weinig tijd meer.

Uiteindelijk viel de keus op Emir, een mooi maar ongeduldig paard, dat steeds schichtiger werd naarmate de rijen publiek dichter werden.

 

 

Bijna van het paard geworpen

12278985_1035381879847819_987445756622864994_nZo ging het dan na dertien vlekkeloos verlopen intochten bijna mis, want in de buurt van de Dam steigerde Emir plotseling en het had weinig gescheeld, of opa was uit het zadel geworpen. Op de één of andere manier wist hij nog net in het zadel te blijven.

Wellicht speelde dit een rol bij zijn besluit begin 1963, om na 13 geslaagde intochten het bijltje erbij neer te gooien en als zijn opvolger architect Gerard de Klerk aan te wijzen. De Klerk die in 2003 is overleden, hield het voor Sint spelen maar liefst 26 jaar vol en is daarmee nog steeds recordhouder in Amsterdam.

Mijn grootvader trad in het begin op als zijn coach.

Om incidenten met het paard te voorkomen liep De Klerk in het begin met twee paardenbegeleiders in plaats van één, want het ICA was toch wel geschrokken van het bijna-incident van 1962.

Paard vier
De Klerk nam extra begeleider mee om incident met paard te voorkomen

Zo werd de mythe van de “Witte Pieten” in het leven geroepen, want leden van de anti-Zwarte Piet beweging halen deze foto wel eens aan met het verhaal dat er vroeger al witte Pieten meeliepen. Maar de begeleider van het paard was altijd al ongeschminkt, dit was doorgaans iemand van de manege die het paard goed kende en om het dier niet in verwarring te brengen liet men deze persoon ongeschminkt. De enige reden dat De Klerk er twee had, was dat hij in tegenstelling tot mijn grootvader geen geoefend ruiter was en het dus in 1962 bijna fout was gegaan.

Maar goed, hiermee dwaal ik af naar de nogal sneue discussies van nu waardoor er weinig meer van de oorspronkelijke magie en charme van de intocht is overgebleven, in ieder geval in Amsterdam. Ook in Rotterdam gaat het organiserende comité, bestaande uit studenten, nu over tot het verbannen van de oorspronkelijke Pieten. Waardoor Aboutaleb zijn handen kan wassen in onschuld, want hij had zogenaamd niets met het besluit te maken. Van Amsterdam weten we dankzij een opinieartikel van ex-hoofdpieten Bram Graafland en Frans van Konijnenburg dat ze achter de schermen gedwongen werden door wijlen burgemeester Van der Laan om Zwarte Piet van zijn kleur te ontdoen.

Ach ja, al dat policor geneuzel en dwingelandij waar we tegenwoordig zo moe van worden, wat het hele feest steeds meer dreigt te verpesten. In 1962, de eerste intocht die ik mij kan herinneren en de laatste als Sinterklaas voor mijn opa, hadden we daar gelukkig nog geen weet van. Het was simpelweg genieten voor de duizenden langs de route. Zie het Polygoonjournaal van dat jaar.

 

 

 

 

 

 

 

Advertenties

Niet wij zijn extreem-rechts, jullie zijn extreem-links!

Niet wij zijn extreem-rechts, jullie zijn extreem-links!

Beste NPO-presentatoren, NRC-redactie, leden van het partijkartel, bobo’s van werkgevers en werknemers en andere vertegenwoordigers van het dominante globalistische cultuurrelativerende eenheidsdenken. Ik heb een verzoek: stop een keer met het frame dat wij (de eurosceptici, de populisten, of welk etiket daar ook op geplakt wordt) extreem-rechts zijn en jullie het verstandige midden belichamen.

Ja, ik behoor tot die pakweg een kwart van de Nederlandse bevolking die vindt dat het mooi genoeg is geweest met het open grenzen beleid, het jan en alleman maar toelaten, het slopen van de eigen cultuur en de o zo foute tolerantie ten opzichte van de agressieve islam, die onze verworvenheden zoals emancipatie van mannen en vrouwen en de vrijheid van meningsuiting bedreigt.

Frankfurter Schule
Ik weet wel ongeveer waar jullie gedachtegoed vandaan komt. Naast het vooral economisch georiënteerde marxisme van de 19e eeuw ontstond in 1923 de Frankfurter Schule met fundamentele kritiek op de westerse cultuur. In de woelige jaren zestig werd door filosofen als Herbert Marcuse dit neomarxistische denken weer populair gemaakt.

Citaat uit een artikel hierover:

Gelijkheidsdenken, solidariteit, nivellering, globalisering en maakbaarheid van de samenleving werden het credo, evenals cultuurrelativisme, dat alle culturen als gelijkwaardig beschouwt. De provobeweging met in haar kielzog de kraakbeweging, de milieubeweging, de vredesbeweging, de vrouwenbeweging en de dierenbevrijdingsbeweging met hun acties waren een uitvloeisel van het nieuwe denken.

Zie hier de bron van het politiek-correcte eenheidsdenken. Vreemd genoeg maakt het tegenwoordig niet veel meer uit of je nu een vertegenwoordiger van VVD, D66, CDA, PvdA, GroenLinks of SP voor je hebt: ze zijn op dezelfde universiteiten en hogescholen opgeleid en ze verkondigen vaak hetzelfde politiek-correcte gedachtegoed, met hooguit een gradatie naar links of naar rechts.

Politiek-correcte clichés
Zo zijn het steeds dezelfde clichés waarmee wat nog over is van de bestaande orde gesloopt wordt. “Echte vluchtelingen hebben recht op opvang”. De vraag waarom dat in vredesnaam hier moet, wordt nooit beantwoord. “Grenzen sluiten is geen oplossing”. Het was duizenden jaren wél de oplossing voor bescherming van het bestaande en nog steeds bewaken meer dan 90% van de landen hun grenzen. Alleen de EU is de gekke Henkie die ervan af ziet. Juist de EU krijgt nu van alle westerse landen de meeste islamitische terreuraanslagen voor zijn kiezen. Goh, wat een toeval!

Over een andere boeg
Ik behoor tot het kwart of meer van de bevolking dat het helemaal zat is en vindt dat we het nu eens over een andere boeg moeten gooien. Niet dat we onszelf willen opsluiten in een autarkisch reservaat, zoals jullie telkens sluw suggereren. Wij willen gewoon back to normal: bewaakte grenzen waar je niet door komt zonder ID en geldig visum; een beperkte en gecontroleerde immigratie op basis van strenge normen en geen inzet van de verzorgingsstaat als lokkertje voor migranten zonder toegevoegde waarde op de arbeidsmarkt. Migranten, die het sociaal systeem loodzwaar belasten en uiteindelijk in veel gevallen een gemakkelijke prooi worden van opruiende islamisten.

Doe ’s normaal
Dat is niet extreem-rechts, dat is gewoon normaal, dat is zoals Nederland was voordat de gekte van mei 1968 ons in zijn greep kreeg. Daarmee ontken ik overigens niet het bestaan van extreem-rechts, zoals de leden van de NVU. Natuurlijk moet je ervoor oppassen dat die niet op de mainstream wagon springen van PVV en FvD. Net zoals partijen als GroenLinks moeten oppassen voor het extreme gedachtegoed van de antifa’s, zeg maar de Duyvedakjes van deze tijd en dat zijn er volgens mij een stuk meer en ook een stuk agressiever.

Laat een ieder zijn eigen huis op orde houden. Maar houd een keer op met dat eeuwige framen, polariseren en demoniseren. Niet wij zijn extreem-rechts, jullie zijn extreem-links!

 

Stel, Nederland was weer een normaal land

Stel, Nederland was weer een normaal land

Stel, Nederland was weer een normaal land, waar de in grootte tweede partij na de verkiezingen gewoon aan tafel zou zitten om over deelname aan de coalitie te spreken. Dan was er waarschijnlijk een coalitie gevormd van liberaal-conservatieven en “populisten”, net zoals in Noorwegen of in EU-land Denemarken, waar dat prima schijnt te gaan.

Stel, wij werden niet geregeerd door een premier en leider van de grootste partij die meer hecht aan zijn Europese statuur dan aan het landsbelang, al weet hij dat met veel mooie woorden te verhullen. Dan was een kwart van de Nederlandse bevolking niet achteloos opzij geschoven direct na de verkiezingen, zoals dat schijnt te gaan bij degenen die zich democraten noemen en nu met hippe schoenen op het bordes staan.

Stel, Wilders was een iets gematigder koekje die de boel niet onnodig op scherp had gezet met “minder, minder” uitspraken of met een A4’tje dat de halve bevolking in de gordijnen joeg door koranverboden, moskee-sluitingen en wat dies meer zij. Eerst maar eens de radicale hutten sluiten, denkt de verstandige Nederlander. Het mes snijdt aan twee kanten: de elite sluit Wilders uit, maar Wilders heeft ook weinig ondernomen om dat te voorkomen. Op de één of andere manier zijn wij in een rare politieke dichotomie terecht gekomen, de helft van de politieke partijen kijkt weg van de echte problemen of weet geen oplossing, de andere helft is bij voorbaat uitgesloten van de macht.

Stel, er zou een coalitie komen die nu eens echt de zorgen van de Nederlanders zou adresseren zoals alsmaar oplopende lasten of ongecontroleerde massa-migratie, in plaats van een half jaar te keutelen over Levenseinde en legale wietteelt.

Stel, er was een coalitie gevormd van pak hem beet, VVD, PVV, CDA en de christelijke partijen en stel, die partijen hadden politieke leiders met ballen. Geen types die ja en amen zeggen tegen Angela Merkel, Emmanuel Macron of Jean-Claude Juncker. Dan zou Nederland, net als de Visegrad4 en binnenkort ook Oostenrijk, het lef hebben om te kiezen voor een eigen migratiebeleid, niet een beleid gedicteerd door Brusselse salonsocialisten of door Angela de Waanzinnige.

Stel, die moedige leiders zouden weer grenscontrole invoeren voor personen en écht durven inzetten op asielopvang in de eigen regio. Waarvoor Nederland ruimhartig zou bijdragen, maar ook duidelijk zou zijn erover: we zijn hier geen collectief opvangcentrum voor oorlogsvluchtelingen en/of gelukszoekers van over de hele wereld. Dan zaten we nu niet met een instroom van nog steeds 700 asielzoekers per week, zoals nu, zoals vorige week, en zoals volgende week ongetwijfeld ook weer. Familien Nachwuchs nog komende. Dan was er alleen een gecontroleerde migratie van huwelijks- of arbeidsmigranten, op basis van strenge criteria. De tijd van laat maar waaien is voorbij.

Stel, de Nederlander zou zien dat er eindelijk iets verandert na vier decennia van open grenzen en kom maar binnen-beleid, ja ook vóór de EU hadden we dat al, de EU is niet het enige probleem, de kwaal van zwaar naar links doorgeslagen beleid en politiek-correcte hysterie zit dieper. Veel Nederlanders zouden graag  een poosje niet geconfronteerd worden met wéér een invasie van onaangepasten met hoofddoeken en satellietschotels. Want al zijn dat individueel vaak aardige mensen: ze passen veelal niet bij ons, bij onze vrijheid.

Stel, er zou een regering zijn die de Nederlandse cultuur serieus zou nemen en die het beleid van culturele instellingen en publieke omroep daarop zou afstemmen, in plaats van oikofobie in het kwadraat te bedrijven met ons belastinggeld. In Amsterdam is het al zo ver dat de gemeente het traditionele feest van Sinterklaas en Zwarte Piet in de oorspronkelijke vorm gewoon heeft verboden, geen Zwarte Piet meer te zien daar, de gemeente bekostigt liever Halloween optochten.

Stel, Nederland zou weer een beetje het Nederland zijn, zoals we dat vroeger kenden. Zou dat niet een heerlijk idee zijn?

Wen er maar aan: de euro is er nog wel even

Wen er maar aan: de euro is er nog wel even

Augustus 2014. Een zomerse dag. In het laatste gesprek met mijn vader, toen er met zijn gezondheid nog niet zoveel aan de hand leek, kwam het gesprek op de euro en de toekomst van de eenheidsmunt. 

We zaten in een tuin, ergens in Amsterdam-Zuid.  Ik zei dat de euro in deze vorm niet lang te gaan heeft; daarvoor zijn de deelnemende landen immers té verschillend. Nou, de euro is er nog wel even, zei mijn vader.

Laat ik het maar ruiterlijk toegeven: inmiddels  zijn we drie jaar verder en hoewel mijn vader er helaas niet meer is om het te beamen, staat de euro sterker dan ooit tevoren. 

Door Mario Draghi en zijn beleid van ultralage rente (slecht voor onze spaartegoeden en binnenlandse economie maar goed voor de export) en zijn Europese variant van Quantitative Easing  (Kwantitatieve versoepeling, kort gezegd geld bijdrukken vanuit een Centrale Bank door het opkopen van waardepapieren) is er in ieder geval voor nu een stabiele situatie.

Vijf jaar economische groei
Sinds vijf jaar is er economische groei in de eurozone. De werkloosheid van de eurozone is gedaald van ca. 12% in 2013 naar 9% nu.  Daarmee beweegt de eurozone werkloosheid richting de 7%, waar deze stond voor de crisis. De inflatie bedraagt 1,5%. Het opkoopprogramma van de ECB is inmiddels teruggebracht van 80 miljard naar 60 miljard euro per maand en de verwachting is dat dit de komende maanden verder afgebouwd wordt. Pas als door toenemende krapte op de arbeidsmarkt ook de lonen weer gaan stijgen, naar verwachting  loop 2018, zal ook de rente in kleine stapjes genormaliseerd worden.

Medicijn met bijwerkingen
Is Draghi’s medicijn voor Nederland zonder bijwerkingen? Zeker niet. Want het geld dat Draghi bijdrukt verdwijnt ergens in onze boeken. Het zijn vorderingen. Volgens de gerenommeerde Duitse econoom prof. Hans-Werner Sinn heeft De Nederlandse Bank (DNB) inmiddels een vordering uitstaan van 101 miljard euro op de ECB. De kans is groot dat we nooit meer wat van dat geld terugzien, aldus professor Sinn.

Schulden blijven groeien
Het doet denken aan de periode 2002 – 2007, na de introductie van de euro. Ook toen leek de muntunie een succes met economische groei en in de meeste landen dalende werkloosheid. Banken en vooral Zuid-Europese overheden leenden geld uit alsof de bomen tot aan de hemel groeiden. Veel van die – naar later bleek oninbare – schulden zijn tijdens de crisis gecollectiviseerd, dat wil zeggen afgewenteld op de belastingbetaler. Alsof we nooit wat leren zijn de schulden sinds de crisis niet afgebouwd, maar wereldwijd toegenomen met zo’n 40%.

Finesses
We weten dit, maar de finesses van het financiële systeem of het raffinement van de ECB-politiek ontgaat velen. Laat ik maar eerlijk zijn: mij ook. En net als velen ben ik blij dat de zaken na zeven magere jaren wat aantrekken, de burger weer een beetje vertrouwen heeft en dat ook moeilijk bemiddelbare groepen op de arbeidsmarkt zoals 45-plussers eindelijk weer kansen krijgen, al geldt dat nog lang niet voor allen. Hoe lang houden we nog groei? Niemand kan het zeggen.

Voorlopig geen Nexit
Zeker is wel dat zolang de economische groei aanhoudt, de animo voor een Nexit niet erg groot is. Want dan weten we zeker dat we wéér een crisis ingaan door de inmiddels ontstane vervlechting van het financiële systeem. Veel oudere werknemers die het nu al zwaar hebben zullen door een dergelijke crisis nooit meer aan de bak komen, terwijl ze momenteel nog hoop koesteren.

Ik reken mijzelf nog altijd tot de eurocritici en ben fan van het oplossingsmodel van André ten Dam, The Matheo Solution, waarbij de euro als betaalmiddel blijft maar wisselkoersen en rente op nationaal niveau aangepast kunnen worden. Maar ik ben ook realist. Tot aan de volgende crisis zie ik nergens in de eurozone politieke meerderheden ontstaan om de euro op te doeken. Hooguit zal een land in de periferie eruit stappen of eruit gezet worden als gevolg van politieke of economische instabiliteit. Wen er maar aan: de euro is er nog wel even.

 

 

De bubbel van koning Mark

De bubbel van koning Mark

Koning Mark had een aangenaam leven in zijn paleis met veel lakeien. Elke dag was er voldoende afleiding en genoeg te eten. Alleen mopperde hij wel eens dat hij geen vrouw had. “Ach, een vrouw, wat weet u daar nu van Sire”, zei hofdame Arib dan gemoedelijk. Hoewel koning Mark verder heel tevreden was en bijna altijd lachte, wilde hij zijn leven toch nog een stukje aangenamer maken.

Sinds het koninkrijk van Mark was opgegaan in de gouden muntunie van 19 verenigde landen die onder leiding stond van de vijf oppersmurfen van het Centraal Comité in de oude vestingstad Broekzele,  was de welvaart van zijn onderdanen hard achteruitgegaan. Er werd veel geklaagd omdat  de belastinginners van koning Mark steeds meer geld kwamen ophalen. “Nog even geduld mensen”, lachte de koning dan. “Straks kunt u weer een nieuwe paard en wagen kopen”.

Nadat de Italiaanse druïde Mario baas was geworden in de munttoren van de gouden muntunie was het bedrijfsleven weer iets op gang gekomen. Mario had met zijn gouden snoeimes maretak gesneden en van dit brouwsel kon hij, met behulp van een pot en een groot vuur, gratis geld maken dat hij rondstrooide.

Hoewel dit gratis geld niet bij de burgers kwam maar verdween in hogere aandelenkoersen en huizenprijzen was het resultaat toch dat de economie weer iets op gang kwam, al ging dit gepaard met steeds hogere schulden. Toch waren zijn onderdanen dankbaar. Zij hadden koning Mark dit jaar een bijzondere hulde gebracht op zijn verjaardag met een massaal défilé terwijl de koning hen toezwaaide op het bordes met zijn rentmeesters Alexander, Sybrand en Gert-Jan.

“Hoe kan het nog beter?” piekerde hij steeds maar.  Koning Mark riep de oude tovenaar Gerrit bij zich. Gerrit was behalve tovenaar ook een voormalige schatkistbewaarder. Hij woonde met vrouwtje Bezemsteel in een knoestige boom en stond erom bekend dat hij, net als koning Mark, altijd veel moest lachen.

“Sire, ik weet hoe u uw leven nog aangenamer kunt maken”, lachte Gerrit. “Het wonder van druïde Mario zal nog wel een jaar of drie aanhouden, dan zal de schuldenzeepbel weer barsten. Tot die tijd kunt u de burgers iets minder belasting laten betalen zodat zij u nog inniger zullen liefhebben. Over drie jaar haalt u dat weer terug door uw onderdanen dan extra belasting te laten betalen voor hun huizen. Aflosboete, noemen we dat. Bovendien bent u tegen die tijd zelf weg, omdat u dan aan de beurt bent als lid van het Centraal Comité. Zo kunt u nog drie jaar in een heerlijke bubbel wonen!”.

Koning Mark vond het een aantrekkelijk idee van tovenaar Gerrit die en passant ook nog een oude wisseltruc toepaste. Via de kleine lettertjes van het grote regeerplan, zorgde Gerrit ervoor dat een bezuiniging van twee miljard goudstukken op medische zorg indirect door de burgers betaald zou worden. Koning Mark lag in een deuk.

“Geweldig, kerel”, zei koning Mark tegen tovenaar Gerrit terwijl ze beiden schuddebuikten van het lachen. “Haal snel mijn rentmeesters Alexander, Sybrand en Gert-Jan erbij. Zo gaan we het doen!”

 

Thierry en de Nexit

Thierry en de Nexit

Gisteren ging ik langs bij café De Beurs met de bedoeling een biertje te drinken met Thierry Baudet, na afloop van zijn meeting met Joost Eerdmans van Leefbaar Rotterdam die ik moest missen: voetbal gaat voor in huize Gajentaan. Het was een drukte van belang. Van het biertje is ook niet veel gekomen, maar het was leuk Thierry even de hand te drukken. Zie foto hierboven.

Ruim twee jaar geleden hadden wij elkaar al kort gesproken in Hotel De l’Europe in Amsterdam bij de kick-off meeting van Forum voor Democratie, toen nog een denktank. Sindsdien hebben we elkaar niet meer gezien, maar ik heb  Thierry natuurlijk wel gevolgd via de media, inclusief zijn doorbraak in de landelijke politiek, als enige van de drie Oekraïne-referendum tenoren die zich in de strijd hadden geworpen. Het was interessant om zaterdagmiddag in Rotterdam te zien hoe de charismatische Thierry Baudet zich in korte tijd ontwikkeld heeft tot sterpoliticus.

Door een uitgekiende social media strategie en vooral door de aanwezigheid “in het veld” van de toegankelijke Thierry haalde hij samen met Mr. Hiddema twee kamerzetels. Een knappe prestatie en aangezien FvD nu al op negen zetels staat in de peilingen (peiling 1 oktober 2017) lijkt het potentieel groot te zijn. Waar Geert Wilders soms wat eenzijdig is in zijn anti-islam boodschap bestrijkt Thierry een breder spectrum dat de beter gesitueerde middenklasse, maar ook veel jongeren aanspreekt.

Toch heeft ook Thierry Baudet een kernboodschap, waar hij zich met hart en ziel mee verbonden weet. Waar dat bij Wilders zijn verzet tegen islam is, is dat bij Thierry zijn verbondenheid met de natiestaat. Het is het onderwerp van zijn eerste zelfstandig geschreven boek, De aanval op de natiestaat (2012). Bij die eerste FvD meeting in 2015 hoorde ik Thierry al vol vuur spreken over de natiestaat en die vermaledijde EU die volgens hem onhervormbaar is. Dezelfde boodschap brengt hij nu in de politiek.

EU-hervormer
Zoals bekend bij degenen die mijn blogs lezen, ben ik zelf EU-hervormer. Dat wil zeggen, mijn voorkeur zou zijn om EU én eurozone zo te hervormen dat er een meer decentrale samenwerkingsvorm ontstaat. In mijn stukken verwijs ik vaak naar het confederalisme van de Franse president Charles de Gaulle, die ook in die richting dacht.   In mijn benadering is dat de meest pijnloze oplossing voor Nederland. Immers door de financiële verwevenheid in de eurozone, is er geen pijnloze uitweg meer.

Ook in het PVV Nexit onderzoek wordt voorspeld dat er een initiële schade zal zijn bij een Nexit, ik meen iets van 50 miljard euro. Daarna voorspelt het rapport miljarden aan extra groei en welvaart voor Nederland maar dat is gebaseerd op een aantal aannames die twijfelachtig lijken, zoals een geordende monetaire ontbinding en vrije toegang tot de interne markt. Daarom lijkt mij hervormen van de EU verstandiger dan een Nexit, maar misschien is dat mijn relativerende insteek van post-babyboomer. Ontkennen dat EU en eurozone met de dag federaler, bureaucratischer en centralistischer worden, doe ik niet.

Het gelijk van Thierry
Het zou heel goed kunnen dat Thierry Baudet gelijk heeft met zijn stelling dat de EU onhervormbaar is. Alle tekenen wijzen erop. In 2012 was er een interessant interview met de Britse politiek filosoof John Gray in Buitenhof. Gray is sceptisch ingesteld, maar bepaald geen “populist”. Volgens hem gaat de EU uiteindelijk ten onder aan het eigen succes: de onvoorziene uitbreiding met Oost-Europa in 2004. Daarmee is de scope van de EU te groot geworden en het centrale apparaat te log, meent Gray. Hij voorspelde in 2012 dat de EU binnen tien tot vijftien jaar (dat is tussen 2022 en 2027) zal struikelen als een reus over de eigen lemen voeten. Hij voorzag dat daarna een Europa van vrije natiestaten zal ontstaan, te vergelijken met het liberale Europa van de 19e eeuw.

Dat is een interessante gedachte: iemand van mijn generatie (John Gray) voorspelt het gelijk van de veel jongere Thierry Baudet. Alleen zal dat nog een paar jaar duren.

Conclusie
Waar brengen al deze overwegingen mij? Als ik spindoctor was van Thierry zou ik hem adviseren aan de Nexit vast te houden. Niet alleen heeft hij de loop van de geschiedenis (zie Gray) vermoedelijk aan zijn zijde, het is ook de kern van zijn politieke filosofie, zoals hij het zelf voelt in zijn hart. Baudet iets anders laten beweren dan hij zelf gelooft zou afbreuk doen aan zijn authenticiteit.

Dat neemt niet weg dat ik zelf vind dat FvD en ook PVV moeten werken aan een Plan B. Die Nexit zal er ooit wel komen, maar niet heel snel.  Intussen wordt onze nationale soevereiniteit stap voor stap uitgehold door de kartelpartijen, die uit eigenbelang horig zijn aan Brussel en het duo Merkel & Macron. Dat Plan B zou kunnen inhouden dat PVV en FvD bereid zijn mee te regeren in het kader van EU en euro mits aan een aantal voorwaarden wordt voldaan, zoals geen verdere stappen richting transferunie en het terughalen van soevereiniteit op het vlak van migratie (dus geen gedwongen asielzoekerquota van Brussel).

Het zou echter niet handig zijn als Thierry Baudet (of Geert Wilders, voor hem geldt hetzelfde) zo’n Plan B zelf gaat verkondigen want op een dergelijke genuanceerde boodschap zit hun electoraat niet te wachten. Dat is begrijpelijk. Het is meer een taak voor hun nummers 2 of 3 in de partijhiërarchie om te zorgen dat het Plan B klaar ligt als het nodig is. Bijvoorbeeld om als het echt niet anders kan, in een coalitie met VVD, CDA en de kleine christelijke partijen te voorkomen dat een combinatie van linkse partijen (inclusief D66) de macht grijpt en ons land nóg verder in de federale EU zal duwen.

 

 

Aangifte doen wegens diefstal lastiger dan gedacht

Aangifte doen wegens diefstal lastiger dan gedacht

Mijn buurman was  gisteren aan het werk (hij werkt als incidentenbestrijder op de snelweg voor een milieureinigingsbedrijf) toen hij hoorde dat zijn kentekenplaten gestolen zijn. Uiteraard maakte hij zich zorgen over boetes die straks op de mat vallen als er criminelen rondrijden met zijn kentekenplaten en wilde graag zo snel mogelijk aangifte doen.

Dus belt buurman de politie. “Aangifte doen kan alleen via internet, meneer”.  Buurman belt zijn baas en vraagt een uurtje vrij. Snel naar huis. Ik heb mijn kantoor aan huis en omdat hij niet zo heel handig is met internet vraagt buurman mij hem een handje te helpen. Geen probleem. We openen de site. Aangifte doen kan alleen met DigiD. Buurman haalt zijn DigiD en komt terug.

Volgende stap: sms-controle op DigiD. Nee, dat heeft hij niet. Aanvragen dus. De sms-code moet geactiveerd worden met een aparte code, blijkt. Die ontvangt u binnen drie werkdagen per post, meldt het systeem. Hè, dat is vervelend. Buurman denkt weer aan de boetes die ongetwijfeld op de deurmat gaan vallen en belt weer met de politie.

“Kan ik dan persoonlijk aangifte doen” vraagt buurman. “Ik woon in Hoogvliet”. “Ja, dat kan hoor”, zegt de politiemevrouw. “De eerste mogelijkheid is vrijdag aanstaande, in Ridderkerk”.

“Ja, maar ik wil vandaag aangifte doen”, zegt buurman. “Vrijdag naar Ridderkerk gaan heeft geen zin, want tegen die tijd heb ik mijn sms-code wel. Ik wil juist vandaag aangifte doen!”.

“Het spijt me, dat is niet mogelijk”, zegt de politiedame. “Wel wordt dit gesprek ergens geregistreerd. Bij een eventuele rechtszaak vanwege onterecht ontvangen boetes kunt u proberen de banden op te vragen. Maar dat is inderdaad wel een heel gedoe, ja”.

Buurman krijgt nu een heel slecht humeur, maar beëindigt het gesprek vriendelijk. Ik bied hem een kopje koffie aan.

Om de buurman te troosten vertel ik hem een bureaucratieverhaaltje van vroeger, jaren tachtig denk ik.

Een kennis van mij in Amsterdam had een Bijstandsuitkering, maar had werk gevonden. Hiep hiep, hoera. Hij naar het gemeentelijke Bijstandkantoortje, niet ver van zijn huis. Daar aangekomen meldt hij zich bij de balie. Ik kom mijn uitkering opzeggen, meneer, zegt hij vrolijk.

“Helaas, dat gaat niet zomaar”, sprak de ambtenaar streng. “Opzeggen van de uitkering mag alleen telefonisch”.

Onze kennis was niet voor één gat te vangen. Aan de overkant van het kantoortje stond een telefooncel. Hij erheen en een dubbeltje erin gegooid (we leefden nog in het gulden tijdperk). Toevallig had hij door de telefooncel en het raam, een goed uitzicht op de balieambtenaar die hij net gesproken had. Hij zag hem de telefoon opnemen en herkende vervolgens zijn stem.

“Meneer, ik kom mijn uitkering opzeggen”, zei mijn kennis wederom.

“Ga uw gang, meneer” zei dezelfde ambtenaar, nu iets vriendelijker door de telefoon. En noteerde zijn gegevens.

“Je ziet, buurman”, zei ik, “dat er weinig veranderd is, internet of geen internet. Ambtenaren denken in regeltjes en niet in inhoud, zoals gewone mensen. Daarom kan jij vandaag geen aangifte doen en heb je een hoop kopzorgen voor niets”.

Mijn buurman kon er niet echt om lachen. Hij nam een slokje van zijn koffie en keek bezorgd op zijn horloge. Hij moest maar weer eens snel aan het werk gaan.