Het was Theodor Holman die me er via Twitter op attent maakte dat de nog altijd bestaande dierenartsenpraktijk van mijn grootvader dit voorjaar zal verhuizen van de Johannes Verhulststraat naar de Sophialaan, ook gelegen in Amsterdam-Zuid. Waarschijnlijk omdat het huidige pand niet meer voldoet aan de eisen des tijds. Ik lees op de Facebook-pagina van de praktijk – die tegenwoordig Dierenkliniek Vondelpark  heet – iets over te hoge trappen en niet meer sluitende deuren. 

Mijn grootvader is zijn dierenartsenpraktijk in Amsterdam-Zuid – één van de eerste in Nederland die zich helemaal specialiseerde in kleine huisdieren – begonnen op 15 december 1927 aan de Willemsparkweg. In 1930 verhuisde hij naar de Cornelis Schuytstraat en in 1934 betrok hij uiteindelijk het pand aan de Johannes Verhulststraat 115. Daar heeft onze praktijk inmiddels dus 85 jaar gezeten. In de jaren zestig nam mijn vader het over. In de jaren tachtig vertrok mijn vader echter naar Amerika, een oude droom van hem, maar hij kwam na een aantal mooie jaren in the States terug naar Nederland om hoogleraar diergeneeskunde te worden in Utrecht.

De praktijk is sinds mijn vaders vertrek omstreeks 1984 meerdere malen van eigenaar gewisseld en wordt momenteel gerund door een collectief van dierenartsen, allemaal vrouwen. En dan te bedenken dat dierenarts vroeger echt een mannenberoep was! De tijden veranderen. Gelukkig maar. Onlangs trof ik op de website van het Stadsarchief Amsterdam trouwens deze foto: de auto van mijn grootvader in ca. 1937, geparkeerd voor de praktijk in de Johannes Verhulststraat. Vermoedelijk was het een Chevrolet, model 1932. Al uitgerust met de esculaap van de dierenarts!

Johannes Verhulst auto opa.jpg

Onze dierenartsenpraktijk en de oorlog

Het Amsterdam van vóór de oorlog kende zoals bekend een grote Joodse gemeenschap. Dat was al eeuwen zo en hoewel er antisemitisme was en uitsluiting, hadden de Amsterdammers een manier gevonden om met elkaar om te gaan ondanks alle verschillen: humor. Veel van de patiënten van mijn opa waren Joods en ook via het verenigingsleven waarin hij heel actief was, waren er veel contacten met de Joodse gemeenschap. Dat blijkt onder meer uit dit stukje uit het NIW van 1930.

NIW

Aan dat vrolijke joods-christelijke, barokke Amsterdam kwam een ruw einde tijdens de Bezetting. Mijn vader vertelde me ooit dat hij vóór de oorlog doorgaans acht of negen Joodse klasgenoten had; na de oorlog was dat er nog maar één. In het begin van de oorlog zal menigeen gedacht hebben dat het wel los zou lopen. Enigszins exemplarisch in dat kader is de geschiedenis van het boek “Volgende patiënt!” dat mijn grootvader publiceerde bij de (Joodse) uitgever Andries Blitz in november 1940.

Kennelijk was het eind 1940 nog mogelijk voor een Joodse uitgever om een boek uit te brengen. Kort daarna begon de vervolgingsmachine van de nazi’s op gang te komen, met het vreselijke gevolg dat uitgever Andries Blitz al in 1942 in Auschwitz werd vermoord. Zijn vrouw, die niet Joods was, heeft de uitgeverij na de oorlog voortgezet.

Zo zijn er vele droevige verhalen te vertellen van Amsterdamse vriendschappen, liefdes en bedrijvigheid, die bruut verstoord werden door de Holocaust.  Er is ook een tamelijk bizar verhaal over onze dierenartsenpraktijk en de oorlog. Ooit meldde één van de ergste oorlogsmisdadigers van ons land, Ferdinand aus der Fünten (één van de Drie van Breda) zich in de praktijk met zijn zieke hond. Mijn vader, die toen een jaar of tien was, zag in de gang de nazi met mijn grootvader naar de spreekkamer lopen, terwijl mijn oma allerlei fratsen uithaalde met zijn pet.

Laatst heb ik nog in Ondergang van Jacques Presser gelezen hoe deze Aus der Fünten elke middag in bezopen toestand besliste over leven en dood, in de Zentralstelle für Jüdische Auswanderung aan het Adama van Scheltemaplein. De voor deportatie opgebrachte Joodse burgers moesten daar de hele middag staan op de binnenplaats, terwijl Aus der Fünten de mensen aanwees die mochten blijven en degenen die op transport moesten. Wie om 17 uur nog niet was aangewezen om te blijven, moest ook op transport. Presser en zijn vrouw ontsprongen de dans op het nippertje om tien minuten voor vijf, maar Presser’s vrouw Deborah is later toch opgepakt en omgekomen.

Achteraf denk je, had deze schoft maar afgeschoten. Helaas, mijn grootouders waren gelukkig niet “fout”, maar behoorden ook niet tot de helden van het Verzet. Dus Aus der Fünten kon levend de praktijk verlaten. Door voorzichtig te zijn wisten mijn grootouders te overleven. Opa heeft wel een keer op verzoek van het Verzet een waakhond verdoofd, ik denk bij de overval op een bevolkingsregister.

Het uitstekende Nederlandse bevolkingsregister was een belangrijke troef in handen van de nazi’s en dit is één van de redenen (het zijn er meerdere, waaronder ook de ijverige medewerking van delen van de ambtenarij en politie) waardoor in Nederland zoveel slachtoffers zijn gevallen tijdens de Holocaust. Ik las bij Presser zelfs dat sommige Joodse Nederlanders wisten te overleven door naar Duitsland te vluchten, of all places!

Na de oorlog

Toen de oorlog was afgelopen  werd het normale leven hervat, zo goed en zo kwaad als het ging. Ook onze dierenartsenpraktijk ging het weer voor de wind. Mijn vader ging eind jaren veertig ook diergeneeskunde studeren in Utrecht hoewel hij eerst geopperd schijnt te hebben dat hij ingenieur wilde worden, of huisarts.

opa-2
Mijn opa Dr. J. Gajentaan in de jaren vijftig

Eind jaren vijftig begon mijn vader ook te werken in de praktijk. Toen ik geboren werd in 1959, waren het dus vader & zoon Gajentaan die samen de dierenartsenpraktijk uitoefenden. Wij woonden toen in de Cornelis Schuytstraat en mijn grootouders in de Johannes Verhulststraat op de begane grond, onder de dierenartsenpraktijk op de eerste verdieping. In 1964 verhuisde ons gezin naar de Johannes Verhulststraat en gingen mijn opa en oma wonen in Buitenveldert. Helaas is mijn moeder kort daarna overleden als gevolg van een slopende ziekte, in 1965.

1965 bleek een annus horribilis voor de Gajentaans, want het was ook het jaar waarin mijn opa zijn kont tegen de krib gooide en zijn functie als Voorzitter van het Oranje-Comité neerlegde, omdat hij zich niet kon vinden in de keuze voor Claus von Amsberg als echtgenoot van prinses Beatrix. Geen “oorlogsduitser” als Prins der Nederlanden, vond opa. Hoewel Claus later wel mee bleek te vallen en zich zelfs een groot vriend van Israël toonde, werd opa’s gebaar toch gewaardeerd door de Joodse gemeenschap in Amsterdam. De ochtend nadat hij zijn aftreden in de media bekend maakte, lag de stoep voor onze praktijk in de Johannes Verhulststraat bezaaid met bloemen.

Jeugd

Van 1964 tot 1971 heb ik zelf gewoond in de Johannes Verhulststraat 115. Daarna vond er een verbouwing plaats en werd het hele pand gebruikt als dierenartsenpraktijk. Wij zijn toen gaan wonen in de De Lairessestraat. Ik heb mooie herinneringen aan onze tijd in de Johannes Verhulststraat. Zoals jongens dat doen bewonderde ik mijn vader, de Volvo rijdende dierenarts, enorm.

Soms ging ik kijken bij operaties. De opengesneden buik van de kat of hond, de geur van  ontsmettingsmiddel en de geconcentreerde blik van mijn vader als hij het scalpel hanteerde met grote precisie, staan me nog altijd voor de geest. Omdat de praktijk toen nog op de eerste verdieping was gevestigd, zag ik als kind de patiënten vaak de trap afkomen met hun hond, kat of kanariepiet. Soms in tranen, als ze slecht nieuws hadden gekregen. Maar vaker dolgelukkig.

Jantje b
Schrijver dezes in de tuin van de Johannes Verhulststraat, begin jaren zestig

Afijn, all good things must come to an end. Het pand Johannes Verhulststraat 115 zal worden verbouwd tot een woning. Een dierenartsenpraktijk zal daar niet meer gevestigd zijn, vanaf deze zomer. Dat stemt me toch enigszins nostalgisch.

hondje b

 

 

6 gedachtes over “Onze dierenartsenpraktijk in de Johannes Verhulststraat

  1. Beste Jan,

    Wat leuk om deze blog te lezen! Wat een historie zit er toch aan Dierenkliniek Vondelpark verbonden.

    Ikzelf ben alweer een aantal jaar werkzaam bij de praktijk, en ook voor mij en de rest van het team was het heel vreemd de Johannes Verhulststraat te moeten verlaten. Ook voor veel van onze klanten, waarvan sommige zelfs nog bij uw opa kwamen met hun dieren, was het erg vreemd.

    Helaas zat er voor ons geen andere keuze op dan het pand te moeten verlaten. De nieuwe eigenaar gaat er een woning van maken. Gelukkig biedt het nieuwe pand ons ook veel voordelen.

    Hopelijk kunnen wij weer zo een mooie geschiedenis creëeren met Dierenkliniek Vondelpark op onze nieuwe locatie!

    Hartelijke groet,

    Fleur Visser

    Like

  2. Leuk om te horen Fleur! En veel succes op de nieuwe locatie. Het leven verandert nu eenmaal. Een paar dingen van voor de oorlog zijn toch wel gebleven: een deel van het telefoonnummer (van 1930 nog!) en het hondje van Jo Spier, dat hij denk ik in 1939 of 1940 getekend heeft. Nogmaals veel succes en groet!

    Like

  3. Wat een leuke blog. Ik heb het boek “De volgende patiënt”, gelezen. Mijn vader had dit boek en ik ben gek op dieren dus met de leeftijd van 12 jaar gelezen. Ik heb het nog steeds, ergens in mijn dozen.

    Ja die bevolkingsregister. Na 6 jaar Afrika, kom ik terug in Amsterdam en schrijf mij in. Binnen een week kreeg ik een folder in de bus van de katholieke kerk. Ik heb ze gebeld en gevraagd hoe ze aan mijn adres kwamen! Antwoord was dat de gemeente die heeft door gestuurd. Ik ben naar de Bevolkingsregister gegaan om mijn geloof te schrappen. Ze vroegen nog of er een ander geloof in gevuld moest worden. Nee dus. Ze sturen dus achter je rug om gegevens naar een kerk! Ik begrijp niet waarom een religie genoteerd moet worden in de bevolkingsregister. Niets geleerd uit het verleden dus.

    Geliked door 1 persoon

    1. Ja. dat bevolkingsregister speelde een belangrijke, negatieve rol in de oorlog. Te meer daar de man die erover ging bij de Rijksinspectie, Jacob Lens, een enorme uitslover was die de nazi’s ter wille was met allerlei informatie. Hij maakte ook een bijna niet te vervalsen identiteitsbewijs met de letter J erin voor Joden. Als dank kreeg hij snoepreisjes naar Berlijn van de nazi’s. Na de oorlog heeft Lentz een paar jaar in de gevangenis gezeten, dacht ik.
      Mijn opa heeft in de oorlog nog eens een waakhond verdoofd op verzoek van het Verzet, misschien bij een overval op een bevolkingsregister, dat weet ik niet meer.

      Geliked door 1 persoon

      1. Ja ik ken die verhalen en ook toen het verzet de bevolkingsregister heeft vernietigd, dat ijverige ambtenaren met kopie’s kwamen om dit te herstellen. Dus ik schrok toen ik een folder van de kerk kreeg. In dit register hoort alleen je naam, geboorte datum en geboorte plaats te staan.

        Maar in 1975 kreeg ik constant onderzoekers van de gemeente aan mijn deur ….. of ik mij kon aanpassen..??…en toen zeiden ze dat dit niet voor mij gold. Ik ben namelijk in Suriname geboren en toen de golf Surinamers naar Nederland kwam en ze een onderzoek wilden doen, kwamen ze ook mijn naam tegen. Het gold niet voor mij omdat ik blank ben. Ik heb gezegd dat als ik tot mijn 20ste daar gewoond zou hebben, ik ook aanpassing problemen zou hebben, met name het weer en het voedsel.
        Dit is op nieuw doorgegaan nadat ik in 1984 terug kwam, zelfs een onderzoek van de VN in 1998. Ik heb toen een Surinaamse journaliste van het Parool gebeld of ze zin had in een verhaal dat een Bakra in Nederland wordt gediscrimineerd. Helaas heeft de onderzoekster van de VN mij wel ondervraagd dus was er geen verhaal. Officieel ben ik dus een allochtoon in Nederland. In Suriname ben ik een Landskind omdat mijn navelstreng daar begraven is.

        Mijn vader hielp het verzet. Hij had een zeilboot en kon daardoor voedsel bonnen verspreiden. De Duitsers stopten geen boten. En hij maakte foto’s van gebouwde bunkers die weer door gestuurd werden naar Engeland. Is opgepakt in 1944 en heeft in een strafkamp in Kreveld gezeten. Later ontsnapt naar Mönchengladbach. Later met de Goldstream Guards terug naar Nederland als chauffeur van een legertruck.

        Kent u het verhaal dat toen de Duitsers op 10 mei Nederland binnen vielen, om 10 uur s’morgens de Nederlandse regering Banken de opdracht gaven dat de kluizen dicht moesten. Dus niemand kon bij hun kluis. Mijn opa was om 9 uur bij de bank en heeft wel zijn kluis leeg kunnen halen. Op 16 mei hebben de Duitsers dus de kluizen in Nederlandse banken leeg gehaald. Vreemd.

        Het boek “Om erger te voorkomen” van Nanda van der Zee gaat over de vlucht van koningin Wilhelmina.
        Ik vind het een verraad en alle andere koningshuizen zijn gebleven. Omdat Nederland geen regering meer had, is er een Duitse oppermacht geplaatst, wat niet gebeurde in België of in Noorwegen omdat de koning en regering bleef. Van daar ook dat in Nederland zoveel Joden gedeporteerd zijn.

        Like

  4. Tja. Ik ben het ermee eens dat onze regering en overheid destijds te weinig hebben gedaan voor de Joodse bevolking. Of het vertrek van Wilhelmina de bepalende factor is geweest, daarover zijn niet alle historici het eens. Zeller en Griffioen hebben er jaren onderzoek naar gedaan en kwamen op andere oorzaken/factoren die bepalend waren. Zie dit artikel: https://www.historischnieuwsblad.nl/nl/artikel/28333/de-sicherheitsdienst-had-vrij-spel.html

    Like

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google photo

Je reageert onder je Google account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s