De morele zelfgenoegzaamheid van policoristen

De morele zelfgenoegzaamheid van policoristen

De titel van dit blog luidde eerst “De morele zelfgenoegzaamheid van links”, maar ik bedacht me. De oude links-rechts tegenstelling in sociaal-economische zin is steeds minder van toepassing als het gaat om het debat over identiteit of immigratie. Daarom koos ik voor de term “policoristen”.

Ik heb namelijk politiek linkse kennissen die heel realistisch spreken over zaken als immigratie en ook niet schrikken van een beetje krachtige terminologie. Aan de andere kant heb je een zogenaamd “rechtse” site als Jalta die klaar staat met allerlei Bruinhemden-vergelijkingen zodra iemand als Baudet zich een beetje kritisch uit over het migratievraagstuk.

Het is ingewikkeld geworden, dat links en rechts!

Verontwaardiging
Zo was er deze week een storm van Twitterverontwaardiging omdat mijn collega-columnist bij OpinieZ Frank Berkemeier het woord “omvolking” had gebruikt. Ach en wee. Dat Frank het misschien sarcastisch bedoelde en dat hij schreef dat hij (in tegenstelling tot Hitler en Stalin) juist tegen omvolking is, was een nuance die al snel  verloren ging in al het Twitter-lawaai.

Vermoorde onschuld
VuijsjeZo gaat dat al decennia in Nederland. In 1986 – ruim dertig jaar geleden – schreef de realistische sociaal-democraat Herman Vuijsje een boek getiteld  Vermoorde Onschuld, etnisch verschil als Hollands Taboe.

Vuijsje betoogde toen dat het in Nederland niet mogelijk was om een rationeel debat te voeren over zaken als immigratie, etniciteit of religie omdat bij het minste of geringste de nazi-vergelijking erbij werd gesleept. Dit had niet alleen tot gevolg dat het afremmen van de immigratie onbespreekbaar werd maar ook dat moslims niet geïntegreerd werden.

In het nieuwe beleid werd juist de eigen identiteit van de nieuwkomers gekoesterd. Het befaamde multiculturalisme, waarbij Links de eigen traditionele emancipatiedoelstellingen maar al te gemakkelijk vergat. Die waren in de buitenwijken ineens niet meer van toepassing; daar werden talloze moskeeën gebouwd met segregatie van sexe, in plaats van geïnvesteerd in volwasseneneducatie voor mannen én vrouwen.

Het gekke is dat het door Vuijsje genoemde taboe nu wel doorbroken is want we hebben inmiddels Bolkestein gehad, Fortuyn, Wilders, Hirsi Ali, Verdonk en nu ook Baudet met een kritisch discours over massa-immigratie en islamisering. Sterker nog, ik denk wel eens dat we het over niets anders meer hebben. En toch is het afweermechanisme van de policoristen nog steeds hetzelfde: de eeuwige nazivergelijking.

Daarbij wordt de critici van de massa-immigratie verweten dat ze behalve bruinhemden ook complotgekkies zijn. Zie de recente Twitter-hetzes tegen Thierry Baudet of Wierd Duk. Deze hetzes van de policoristen tegen immigratie- of islam-kritische mensen gaan vaak gepaard met een arrogant vertoon van morele zelfgenoegzaamheid.

De verstandige burger denkt er het zijne van
De gemiddelde verstandig denkende burger ziet dit met verbijstering aan. Hij of zij is, nare extreem-rechtse uitzonderingen daargelaten, echt niet racistisch  of gekant tegen iedere vorm van immigratie. Maar het door de elite, de bureaucratie,  de politiek, de EU of hoe u het ook wilt noemen, van bovenaf opleggen van  massa-immigratie waarbij er sinds de jaren negentig in Nederland een instroom van meer dan 100.000 niet-westerse immigranten per jaar wordt gehaald, daarover denkt die verstandige burger zo het zijne.

En dus brengt hij steeds vaker een tegenstem uit. Op PVV of FvD.

Verloedering
De verstandige burger ziet met lede ogen de verloedering aan, de vorming van etnische enclaves of het ontstaan van levensgevaarlijke sharia-driehoeken in steden als Den Haag, Rotterdam, Brussel, Berlijn, Parijs, Birmingham of Londen. De terreurdreiging en de inmiddels honderden Europese doden door islamitische aanslagen. Het onder druk staan van de vrijheid van meningsuiting.

Die verstandige burger vraagt zich af uit naam van wie of wat deze migratie- waanzin steeds maar doorgezet wordt. Daar is wat mij betreft niets complotterigs bij. Hoe kan het dat homo’s inmiddels niet meer veilig over straat kunnen, de Joodse bevolking in Amsterdam weer beveiligd moet worden en de Holocaust op sommige scholen onbespreekbaar is geworden? Als je dan merkt dat ondanks dit alles de massa-immigratie gewoon doorgezet wordt, ja, dan vallen er wel eens krachtige termen zoals omvolken.

Omvolken
Waar komt dat woord eigenlijk vandaan? Gisteren heb ik nog eens in het historische krantenarchief Delpher.nl gezocht op de termen omvolken en omvolking. Ik vond nul hits. Wel kwam ik de Duitse term Umvolkung tegen op Wikipedia. Inderdaad was dit een begrip uit de nazi-tijd, waarmee bedoeld werd het bezetten van de Oostelijke gebieden door het etnische Duitse volk. Lebensraum en zo. De term is overigens bedacht door een etnoloog zo rond 1925 en had oorspronkelijk een vrij neutrale betekenis: het van hogerhand opgelegd geheel of gedeeltelijk vervangen van de oorspronkelijke  bevolking.

Hitler was beter in ontvolken dan omvolken
Zelf denk ik bij de term omvolken niet zozeer aan Hitler want wat hij deed was niet OMvolken (hoewel hij dat wel wilde met zijn Oostpolitiek) maar vooral ONTvolken: het Joodse volk moest van de aarde verdwijnen. Zelfs verplichte emigratie van Joden naar Palestina was niet aan de orde en werd afgewezen door Hitler’s vriend, Groot-Moefti Amin Al-Hoesseini. De door Hitler en Al-Hoesseini onderling afgestemde Endlösung hield in dat het Joodse volk van de aarde moest verdwijnen.

Stalin’s gedwongen volksverhuizingen
De term OMvolken vind ik daarom eerder van toepassing op de Sovjet-Unie onder Stalin die heel wat volkeren verplicht verschoof van de ene locatie naar de andere, met als enig doel het behouden en uitbreiden van zijn macht. Zie dit overzicht op Wikipedia.

Open debat
Ik denk dat we een open en taboeloos debat moeten voeren over migratie en ieder moet daarbij maar de woorden kiezen die hij of zij prefereert. Dat hysterische geframe (extreem-rechts! bruinhemden!) van Soros-fanboys zoals Joshua Livestro en zijn paladijnen op Jalta.nl, zegt mij helemaal niets.

Ik kan me wel indenken dat mensen vinden dat we gezien de beladen historische achtergrond van de term Umvolkung misschien liever dit woord vermijden. Maar goed, een braaf debat over immigratie en integratie voeren we al vijftig jaar en dat leidt tot niets. De boodschap moet misschien wat krachtiger gebracht worden, denk ik dan. In ieder geval mogen we niet toestaan dat politiek-correcte gelijkheidsdwang de facto leidt tot méér islamisering, omdat we de problemen niet mogen benoemen.

Plan van Ska Keller
Laatst las ik een artikel in Die Welt over een plan  van de fractievoorzitter van de Duitse Groenen in het Europese Parlement. Deze Ska Keller wil kleine landen in de EU zoals Letland straffen voor hun onwilligheid om massaal islamitische asielzoekers op te nemen, zoals het de potentaten in Brussel en Berlijn behaagt.

Het plan van Ska Keller houdt in dat complete Syrische dorpen overgeplaatst worden naar Letland. Als de Letten hier niet aan meewerken, dan moeten ze maar gestraft worden door korting op hun EU-subsidies of eventueel zelfs uit de EU worden gezet, redeneert men in bepaalde kringen.

Zo denkt een niet onaanzienlijk deel van de EU-elite. Natiestaten en hun oorspronkelijke bevolking hebben straks niets meer in te brengen. Migratie en islamisering moeten volgens de EU-elite worden opgelegd door Brussel, vooral aan de op dit punt onwillige Oost- en Centraal-Europese landen (in Nederland zijn we inmiddels een stel makke lammetjes). Ik gebruik ook liever het woord omvolken niet, maar het tegen de zin in van de oorspronkelijke bewoners overplaatsen van complete Syrische dorpsbevolkingen naar Letland lijkt er verdacht veel op!

Het debat over migratie, islamisering en identiteit is het belangrijkste debat van onze tijd. We polariseren in een razendsnel tempo. De Gutmenschen tegen de Nazi’s.  Natuurlijk moeten we niet vervallen in extremisme, maar laten we vooral het beestje bij de naam blijven noemen. Voor de morele zelfgenoegzaamheid van policoristen kopen we helemaal niets!

 

Advertenties

De politiek steriliseert het debat

De politiek steriliseert het debat

De lezer moet mij bovenstaande verzuchting, die misschien te maken heeft met mijn achtergrond als zoon en kleinzoon van dierenartsen, maar vergeven. Het heeft te maken met een oplopende frustratie als het gaat over het politieke debat over tal van onderwerpen. Terwijl de polarisatie over vitale onderwerpen als immigratie, islam of EU en euro op de social media met de dag erger lijkt te worden, is het alsof de politiek daaraan bijdraagt door alle problemen en hun oplossingen te versimpelen tot niet-overbrugbare tegenstellingen.

Laten we als voorbeeld nemen, het debat over de euro. Een project dat al vanaf het begin werd bekritiseerd door monetaristen die er écht verstand van hadden, zoals de Amerikanen Friedman en Feldstein. Het gros van ons – mezelf incluis – liet zich in slaap sussen door de voordelen die er ontegenzeggelijk ook zijn bij de eenheidsmunt: het gemak van niet meer wisselen en de stabiliteit van een wereldwijde reservemunt. Maar gaandeweg en zeker toen de mede door de euro veroorzaakte economic bubble van de beginjaren van de euro zo rond 2008 ruw uiteenspatte werden de nadelen zichtbaarder; uitzichtloze massa-werkloosheid in het Zuiden en koopkrachtverlies in het Noorden. Hele generaties kwamen buitenspel te staan op de arbeidsmarkt en moeten zich terugvechten, nu het eindelijk iets beter gaat.

In de media werd er een interessant debat gevoerd over tal van oplossingen voor de eurocrisis. Ooit zijn ze op een rijtje gezet door DFT-goeroe Drs. Harry Geels. Zie onderstaande Euro Solution Matrix van Geels. Uit de matrix blijkt dat er heel wat opties zijn tussen de uitersten van enerzijds de eenheidseuro doorzetten en de EU federaliseren (wat de bedoeling is van de euro) en anderzijds een terugkeer naar een grote hoeveelheid nationale munten. Te denken valt aan The Matheo Solution, parallelle munten, euro holiday scenario’s, etc.

euro-solution-matrix

In de politieke arena is helaas niets te merken van een oplossingsgericht debat over de euro. De gevestigde partijen hebben hun prestige aan de eenheidseuro verbonden en willen niet eens serieus het debat aangaan over alternatieven, zeker niet nu de economie beter draait dankzij onconventioneel ECB-beleid (weer een economic bubble?). Hun tegenstrevers, de “populisten”, zijn net zo rigide. Voor hen is een terugkeer naar nationale munten de enig denkbare remedie.

Kennelijk werken politieke partijen zo. Ergens op een achterkamertje wordt een programma vastgesteld, waarover in sommige gevallen een congres mag stemmen, maar ook dat wordt grotendeels geregisseerd. Achter de achterkamertjes van VVD, CDA of D66 bevinden zich de achterkamertjes van Merkel en Draghi waar de échte beslissingen worden genomen. De “populisten” doen in wezen hetzelfde maar dan in tegengestelde richting.

Een écht debat, dat wil zeggen een debat waarin het probleem goed wordt gediagnosticeerd (o jee, ik klink weer als een dierenarts) en vervolgens verschillende oplossingen uit worden gelicht en doorgerekend, wordt bij voorbaat gesteriliseerd door deze werkwijze van de politiek. En wij simpele burgers verketteren elkaar op Twitter, want je bent een gutmensch of een patriot en daar tussenin zit weinig meer tegenwoordig.

Bij andere onderwerpen die ons sterk bezighouden zoals massa-immigratie of islamisering zie je een variant op hetzelfde schema. De gevestigde partijen hebben hun prestige decennialang gestoken in internationale constructies als de EU, de VN en de onafzienbare berg “mensenrechten” die hieraan verbonden zijn. Het heeft ons hulpeloos en weerloos gemaakt tegenover de negatieve effecten van massa-immigratie en de opkomst van een intolerante islam in West-Europa.

Moeten we dan maar alle moskeeën dicht gooien zoals de PVV wil of is er een ander, verstandiger startpunt? Ook hier zou je een oplossingsmatrix kunnen opstellen en proberen daar een zinnig debat over te voeren. En ook hier wordt een open debat over oplossingsrichtingen gesteriliseerd door de politiek die met tegenstellingen werkt: van het laat maar waaien van de gevestigde partijen (want godsdienst valt onder Artikel 6 van de Grondwet) tot aan de tegenstrevers die Europa islamvrij willen maken. Wat mij dan weer een gepasseerd station lijkt.

Nu ja, ik kan nog wel honderd voorbeelden verzinnen, maar de strekking zal de lezer duidelijk zijn. Ik ben dat gepolariseerde getetter zat en wil het hebben over de oplossingen van de grote problemen waarvoor wij staan. Als het niet kan mét de politiek, dan maar zonder!

Het Detective Naaihuis (DNH)

Het Detective Naaihuis (DNH)

Het zal zo ongeveer in 1968 zijn geweest. Ik zat op de lagere school. Het waren de hoogtijdagen van Batman, de Thunderbirds en de nooit meer overtroffen TV-serie Voyage to the bottom of the sea, die we als ik me het goed herinner allemaal nog op zwart-wit TV bekeken.

adam-west-batman
Batman & Robin in 1968
Batman 1968
Schrijver dezes met Batman-shirt in de tuin, april 1968.

Ik moest er onlangs weer aan denken door het overlijden van Batman-acteur Adam West. Die samen met Robin goed van het leven genoten heeft in die tijd, begrijp ik uit de latere verhalen.

Maar voor ons waren Batman & Robin geheimzinnige helden, die navolging verdienden. In Amsterdam deed destijds het verhaal de ronde over een jongetje dat tragisch uit zijn raam was gesprongen, omdat hij Batman wilde imiteren. Ik weet niet of het waar is.

Ik verzamelde alles wat met Batman & Robin te maken had en natuurlijk ook van de Thunderbirds: ik had ze allemaal nagebouwd met bouwpakketten. Toen ik jarig was en er een Thunderbirds tijdschrift bij de presentjes zat had ik alleen maar oog dáárvoor en niet voor de duurdere cadeaus, hoorde ik later van mijn ouders.

thunderbirds 2
Thunderbird Nr. 2 staat klaar voor vertrek

Met mijn beste vrienden Geert en Job van de Hildebrandschool sprak ik af na schooltijd. We vonden dat het tijd was een geheim genootschap op te richten. Een verborgen organisatie, naar het voorbeeld van International Rescue van de Thunderbirds. Op school mocht niemand weten dat we er lid van waren.

thunderbirds 3Thunderbird-6-5-615x260

Ik weet niet meer wie van ons op het idee kwam, maar één van ons opperde het idee dat onze geheime club als dekmantel een soort textielfabriek moest worden. Kort gezegd, een Naaihuis. Om het een beetje mysterieuzer te laten klinken opperde een ander de naam Detective Naaihuis. Afgekort als DNH. Aldus werd besloten.

De plaats waar DNH door ons gevestigd werd was in de kelder van de dierenartsenpraktijk van mijn grootvader en vader, aan de Johannes Verhulststraat in Amsterdam, waar we toen nog woonden. Er was in de kelder een oud kolenhok welke niet meer gebruikt werd. Mijn vader bewaarde er hout voor de open haard en we mochten er spelen.

We waren uiterst productief en enthousiast als jonge leden van onze geheime organisatie. Er werden passen gemaakt waarmee we ons konden identificeren als DNH-leden wanneer dat nodig was. We hingen overal bordjes op met DNH: Detective Naaihuis. Ik tekende een computer, een tekening die ik nog steeds heb. Zie deze foto.

DNH
De computer van het D.N.H.

Zo vermaakten we ons op de lange woensdagmiddagen na schooltijd. Het enige dat we in onze onbegrensde naïviteit van achtjarigen niet begrepen, was dat mijn ouders in een deuk van het lachen lagen, telkens als wij de naam Detective Naaihuis lieten vallen.

 

Poemie, de poes met haartjes in zijn oog

Poemie, de poes met haartjes in zijn oog

hondjeEerder publiceerde ik op mijn blog het verhaal De genezing van de geleidehond Jan en ook de geschiedenis van Jacques, de goudvis.  Beide verhalen komen uit het boek van mijn grootvader, “Volgende patiënt!”,  gepubliceerd in 1940 door de Amsterdamse uitgever Andries Blitz.

Vandaag een (voorlopig) laatste fragment:
Poemie, de poes met haartjes in zijn oog.
Het verhaal wordt weer verteld vanuit het perspectief van de dierenartsassistente. 

***
De dokter heeft een prachtige doos sigaretten gekregen, mevrouw bloemen en de “zuster”een doos bonbons.
“Van een dankbare patiënt…”

Die dankbare patiënt was Poemie, een klein, onaanzienlijk schriebeltje van een poesje.

Je moet als kat maar geluk hebben in je ongeluk! Poemie is aangetroffen op de stoep van een herenhuis. Als ze hem een straat verder hadden neergezet, zou hij zijn ongeluk en dood tegemoet zijn gegaan. Nu stond hij net voor de deur van aardige mensen, die zich alles aan de vondeling gelegen lieten liggen.

Hetgeen nodig was. Want Poemie was er beklagenswaardig aan toe…
Niet alleen dat Poemie geboren is in een huis, waar men blijkbaar de meest elementaire begrippen van menselijkheid mist en dus zelfs niet zo meedogend is om een onwelgevallig katje te laten afmaken – “Zet maar op straat, dan zijn we van het gezanik af!”
– Poemie was ook door de natuur uitermate slecht bedacht.

Poemie
Poemie in de Duitse versie van het boek, getekend door Otto Pankok

Toen hij voor het eerst op ons spreekuur kwam, zaten zijn ogen dik onder de viezigheid. Wanhopig wreef hij er met zijn kleine pootjes in en daardoor maakte hij het nog erger.

“Wat moeten we nu met zo’n stakkerdje beginnen?” klaagde mevrouw Hoekstra, die hem had gebracht. “We hebben hem twee dagen in huis en het is een schat van een dier. In al zijn ellende zit hij te spinnen! M’n dochtertje is dol op de nieuwe aanwinst! Die ogen heb ik met boorwater uitgewassen, maar dat helpt niets…!”

“Mag ik u vragen, welke richting u uitveegt?” zei dr. Gajentaan.

“Gewoon, net als bij een mens. Naar de neus toe! ”

“In dit geval komt het er niet op aan, maar u moet toch altijd naar buiten vegen. Aan de binnenzijde van ’t oog heeft een kat een ooglid-zakje en daar wrijft u ’t vuil in, zodat het oog niet schoon wordt. Maar aan deze ogen kunt u een liter boorwater op de meest correcte manier gebruiken – het zal niets helpen.”

“Dus het is hopeloos…?” vroeg mevrouw Hoekstra treurig.

“Kijk eens mevrouw, – véél weten wij er niet van, maar zó magertjes is onze wetenschap nu ook niet! Stelt u eens voor, dat iedere oogaandoening hopeloos zou zijn, als boorwater geen genezing bracht! ’t Is een merkwaardig geval met dat poesje. In mijn praktijk heb ik het vier keer meegemaakt… De oogleden zijn namelijk naar binnen omgekruld en de ooghaartjes steken dus naar binnen.”

“Dus… dus… dan heeft die stumperd steeds haren in zijn oog!”

“Inderdaad…”

“Maar dat is toch een marteling! Als wij eens voortdurend een vuiltje in ons oog hadden, dan zou je toch het liefste dood willen zijn!”

“Of genezen worden,” merkte dr. Gajentaan glimlachend op. “En tot dat laatste zullen we dan ook maar overgaan, als u het goed vindt”.

“Maar natuurlijk…”

“Ik moet er één ding eerlijk bij zeggen: zo’n operatie heeft niet altijd evenveel succes. ’t Behoort niet tot de eenvoudigste dingen, maar we zullen erg ons best doen…”

Ik heb u al verteld, dat de dankbare Poemie ons met geschenken overladen heeft en daar kunt u uit afleiden, dat de oogoperatie succes heeft gehad. Heel voorzichtig heeft dr. Gajentaan de haren van de oogleden weggeknipt terwijl mevrouw en ik de patiënt zo vasthielden, dat geen beweging mogelijk was.

’t Was een heel peuterwerkje vooral bij zo’n klein katje. Maar geduld overwint alles. Toen Poemie plaatselijk verdoofd was, begon de operatie.
“Nou eens even precies uitmikken,” zei dr. Gajentaan. “Je moet er een beetje een timmermansoog voor hebben. Is het ooglid door de verdoving erg gezwollen? ‘k Geloof het niet…”

poesje 2Onder en boven het ooglid werd een klein driehoekje uitgesneden. Het was een heel precies werkje!
Als er iets te veel of iets te weinig werd weggenomen, zou de operatie kunnen mislukken. Want het was de bedoeling om de oogleden naar buiten om te krullen, zodat de haren niet meer in het oog konden komen. Met drie hechtinkjes werden de wondjes gesloten.

Het beeld van de horlogemaker en de machinebouwer kwam me weer in de gedachte, toen ik de subtiele vingerbewegingen van de dokter met gespannen aandacht volgde. De chirurgie staat voor niets!

“’t Is klaar!” hoorde ik de dokter mompelen. “Ik geloof wel, dat het gelukt is. Nu nog een zalfje met een verdovend middeltje er in over de wondjes strijken.
Denk erom: goed vasthouden! Als hij met zijn poot erbij komt, is alles verloren. Geef me de kraag eens aan.”

Poemie kreeg een mooie kartonnen kraag om, die hem zeventiende-eeuws stond.
En toen ging het kleine hoopje poes, waar zo’n zorg aan besteed werd, in het zindelijke ziekenkamertje-met-tralies.

Buitenstaanders denken misschien wel eens, dat de diergeneeskunde nooit de voldoening kan schenken die de gewone wetenschap biedt. In zoverre is dat waar, daar de patiënten zelf nooit een kik geven. Al houd ik tegenover alle sceptici vol, dat een genezen dier wel degelijk dankbaar is. Maar de mensen, die om het dier leven, weten wel degelijk hun dankbaarheid te betuigen! En denkt u alstublieft niet, dat ik het oog heb op al die bloemen, sigaretten en bonbons! Dat was natuurlijk een alleraardigste attentie.

Nee, ik bedoel de manier, waarop de hele familie Hoekstra op deze gebeurtenis heeft gereageerd. Vader, moeder, drie kinderen en het dienstmeisje kwamen in optocht naar het hokje om Poemie te zien.
En ze straalden!

opa-2“We hielden allemaal van dat kleine zwervertje!” zei meneer Hoekstra. “U heeft geen idee hoe blij we zijn, dat die kat van zijn kwelling is verlost en niet afgemaakt hoeft te worden!”
En hij gaf mijn baas een stevige hand.

De kinderen juichten en vroegen, of Poemie die prachtige kraag mocht houden, omdat die Poemie zo beeldig kleedde. En ze kregen al ruzie over het gewichtige probleem, wie Poemie naar huis mocht brengen als hij “genezen ontslagen” werd.

Dat was na veertien dagen het geval.
Ze droegen het mandje met voorzichtige tederheid.
Dit mandje bevatte maar niet zo’n gewoon poesje.
De kostelijke schat, waarvoor ze graag al hun speelgoed gegeven zouden hebben, werd huiswaarts gedragen!

***

schermafdruk-2016-12-17-17-18-36

 

 

 

 

 

Jacques, de goudvis

Jacques, de goudvis

hondjeGisteren publiceerde ik op mijn blog het verhaal over de genezing van de blindengeleidehond Jan. Een fragment uit het boek van mijn grootvader, “Volgende patiënt!”,  gepubliceerd in 1940 door de Amsterdamse uitgever Andries Blitz.

Vandaag een volgend fragment uit hetzelfde hoofdstuk:
de geschiedenis van Jacques, de goudvis.

In het boek is overigens sprake van een Dr. Steenbergen als alter ego van mijn grootvader, maar voor deze korte fragmenten heb ik dat aangepast naar zijn eigen naam. Het verhaal is geschreven vanuit het perspectief van de dierenartsassistente.

***

Nooit zal ik vergeten wat er gebeurde op dezelfde dag  dat wij geleidehond Jan met zijn gebroken been bij ons kregen. Het was al tijd voor het gewone spreekuur geworden. Amper lag Jan in zijn lekkere mand, of er belde een cliënt.

“De volgende patiënt maar weer!” zei Dr. Gajentaan.

opa-2Je kon echt zien dat hij zijn hoofd nog helemaal bij de geleidehond had. En toen moest hij zich onmiddellijk weer verplaatsen in een heel ander geval.
En wàt voor een geval…!

Een bejaard vrouwtje kwam binnen met een jampotje in haar hand. Eerst dacht ik natuurlijk niet anders of ik kreeg wat ontlasting te onderzoeken, maar toen zij het papier er af deed, zagen we tot onze stomme verbazing dat er een goudvis in het zwempotje zwom!

“Wat is er aan de hand, mevrouw?” vroeg dr. Gajentaan nieuwsgierig.

“Dat zal ik u vertellen, dokter!” zei de cliënte gemoedelijk en zij ging er op haar gemak bij zitten.
“Dit is Jacques, m’n goudvis. En dat arme beest heeft last van schimmel. Kijkt u maar, allemaal witte vlekken aan z’n vinnen en z’n staart. En hij wordt zo mager als een ram. Schub over graat! Ik ben erg aan dat dier gewend. Ach ja, al drie jaar weduwe en nooit beesten in huis gehad. Kom – denk ik – ik koop een goudvis voor de gezelligheid. Ja, een mens wil toch wel wat aanspraak in huis hebben. En nou heeft die stumperd schimmel gekregen…”

“Weet u wel zeker, dat het schimmel is?” vroeg dr. Gajentaan met een klein glimlachje. Zo van een geleidehond naar de diersoort goudvis was wel een sensatie!

“Of het schimmel is…?” riep het vrouwtje uit. “Dokter, het is één brok schimmel wat er an is! Als je Sinterklaas op die vis z’n rug zet, dan kan-ie zo over de daken rijden! Zo’n schimmel is het…!”

Ik vreesde, dat ik op de plek zou sterven van lachen en ook mijn baas schaterde het uit. Maar de vrouw van de goudvis bleef doodernstig.

“Is daar nou wat an te doen, dokter?” vroeg zij.

Dr. Gajentaan bekeek de vis eens met een vergrootglas.

“Geef me eens een kom met schoon water en dan wat permangaanoplossing met een watje”, vroeg hij mij. Hij pakte de goudvis beet en penseelde snel de schimmelplekjes met een watje met permangaan. Na deze behandeling ging het visje in het schone water.

“Heeft u gezien, hoe ik dat deed? “ vroeg de dokter aan de eigenares. “Zo moet u elke dag twee keer doen. Ik zal u er wat voor meegeven. En steeds na de behandeling in fris maar niet te koud water, want die visschimmel is besmettelijk. Het water is geïnfecteerd, begrijpt u? Als u dat een weekje volhoudt, zal er wel verbetering in komen!”

Dankbaar pakte zij het jampot-aquarium op.

“U hebt hem toch thuis niet in zo’n kom zonder iets?” vroeg m’n baas. “Zo’n goudvis hoort in een aquarium met planten erin. Die zorgen dan voor de zuurstof voor de vissen. Dan kan zo’n beest jarenlang blijven leven.”
“Wat dat betreft is het in orde, dokter” was de repliek, “ik heb een pracht van een bak voor hem”.
“Goed zo, dan hoef ik u niets te vertellen”.
“Nou, dan gaan we maar,” sprak ze opgeruimd. “Kom maar weer mee Jacques, we zullen goed voor je zorgen, dan raak jij dat schimmeltje wel weer kwijt…”

“Zo meteen is de volgende patiënt een regenwurm”, lachte dr. Gajentaan. “Dat zijn lamme dingen, die schimmels bij vissen. En toch hoop ik, dat die schimmel geneest. Zo’n vrouwtje zou er toch een beroerde week van hebben, als haar visje stierf. Dan blijft ze alleen over…”

***

schermafdruk-2016-12-17-17-18-36
De praktijk die mijn grootvader begon eind jaren ’20 van de vorige eeuw bestaat nog steeds in Amsterdam, Johannes Verhulsstraat 115 hs, tegenwoordig onder de naam Vondelkliniek. Het logo met het hondje, afkomstig van het boek en getekend door de bekende cartoonist Jo Spier, is daar nog altijd op de voorgevel te vinden.

De genezing van geleidehond Jan

De genezing van geleidehond Jan

hondje

Dit fragment komt uit het boek van mijn grootvader, “Volgende patiënt!” gepubliceerd in 1940 door de Amsterdamse uitgever Andries Blitz die kort daarna (in 1942) werd vermoord in Auschwitz. 

Het verhaal is geschreven vanuit het perspectief van de dierenartsassistente.

***

De onmisbare hond komt niet veel voor. Een hond is een gezelligheidsdier of een viervoetig voorwerp, waarmee je tentoonstellingsprijzen kunt halen. Maar de nuttigheid van de canis familiaris moeten we niet overschatten. Wij kennen de waakhond. Voor het platteland van betekenis, in de grote stad alleen een wanhoop voor buren en slapende kinderen.

Dan hebben we de trekhond – jammer genoeg! Ik ken geen hatelijker gezicht dan een dikke boer op zijn karretje en een afgesjouwde hond, die er met de tong uit de bek vóór loopt te hijgen, terwijl de boer alleen maar zwaarlijvig zit te zitten.
Hoe eerder deze “nuttigheid” van de hond bij de wet verboden wordt, des te beter is het voor het beest en des te eervoller voor de mens! Maar wij hebben een cliënt, voor wie de hond onmisbaar is. Die cliënt is blind…

Elke keer als onze blinde cliënt, meneer Verbeek, binnenkomt, onderga ik een ontroering. Hij heeft zijn hond kort vast aan de beugelband en het dier bestuurt de schreden van zijn baas. Laatst zag ik ze het huis in komen. Voor de deur gaf de hond al een seintje. Dan voorzichtig de gang door en bij de wachtkamer – wonderlijk hoe die herder al weet, dat ze daar moeten wachten! – klopt de blinde aan tot de deur wordt geopend.

Die meneer Verbeek draagt zijn lot waardig. Ik heb hem nog niet één keer horen klagen over zijn gebrek. Daarbij heeft hij de zegen van een opgeruimd humeur. Hij kan zo smakelijk lachen en zo genoeglijk aan zijn sigaretje trekken.

blindegeleidehond JanDe verhouding tussen hem en Jan, de hond, is prachtig. Het is net of die twee door een fluïdum met elkaar verbonden zijn. En die wederzijdse genegenheid komt heus niet tot uiting in overdreven lieve woordjes en aanhalingen. Als meneer Verbeek zijn Jan even tastend over de grote kop streelt, dan duwt de hond zijn natte snuit eens in zijn hand en kwispelt met de staart. De oren maken een beweging van welbehagen. De baas is goed op hem en Jan is gelukkig.

Hoewel mijn dokter er geen woord van zegt, heb ik de overtuiging, dat hij op Jan nog tien keer meer zijn best doet dan voor welke andere hond dan ook. Uit sympathie voor de hond en voor meneer Verbeek.

Jan was er bijna niet meer geweest. Een woesteling van een motorrijder heeft hem aangereden, toen hij in alle omzichtigheid met zijn baas overstak. Gelukkig heeft iemand het nummer van dit heerschap kunnen noteren. Twee maanden hechtenis heeft-ie gekregen. Wraakzuchtig ben ik niet, maar ik gun het hem van harte!

Gelukkig had meneer Verbeek geen enkel letsel. Hij stond hulpeloos in de drukte van het verkeer. De hond hoorde hij hevig janken en hij begreep, dat er iets heel ergs was gebeurd. Dadelijk kwamen voorbijgangers toesnellen en die wilden hem in veiligheid brengen.
“Eerst de hond”! zei hij, “anders verzet ik geen stap!”

Een handige slagersjongen nam Jan op en droeg hem voorzichtig naar een winkel. Daar vertelden ze de blinde, dat de hond lelijk gewond was.
“Een beenpunt stak hem dwars door zijn huid heen!” deelden ze hem mede. “Dat stomme dier zal wel afgemaakt moeten worden…”
“Eerst dr. Gajentaan opbellen!” zei Verbeek. Mijn baas reed er onmiddellijk heen en legde de hond als een ziek kindje achter in de auto.

opa-2
Dr. Jan Gajentaan

Het bleek dat Jan een gecompliceerde dijbeenbreuk had. Het dijbeen stak door de opening van de huid. Een röntgenfoto liet duidelijk zien, dat het arme beest er slecht aan toe was.
Meneer Verbeek streelde zachtjes de kop van zijn geleidehond.
“Is er nog iets aan te doen, dokter?” vroeg hij treurig. “Anders moet u hem uit zijn lijden verlossen…”

Misschien zou mijn baas in gewone omstandigheden tot een spuitje zijn overgegaan. Maar het betrof hier zo’n bijzonder geval. De geleidehonden zijn als het ware de ogen van de blinden. Niet alleen een dier, maar ook een mens had er het hoogste belang bij dat het uiterste gedaan zou worden om Jan te genezen.
Ik bracht meneer Verbeek met een taxi naar huis en toen ik terugkwam, zag dr. Gajentaan er een beetje opgewekter uit.
“Er is een kans dat we Jantje erdoor slepen!” zei hij, “hoewel het een zeer bedenkelijk geval is”.

Hij onderzocht het gebroken been nauwkeurig, maar tijdens dit onderzoek schoot de uitstekende beenpunt onverwachts terug in de wond. Ik heb mijn dokter zelden onbehoorlijke woorden horen gebruiken maar bij die gelegenheid kwam er een woordje uit, dat in een damessalon niet van pas ware geweest.
“Nou zal er zeker wel een infectie bijkomen!” riep hij. “Ik wil die beenpunt eenvoudig afknippen!”.

Na enige manipulaties kwam het gesplinterde bot weer uit de wond tevoorschijn.
“Gauw de beenschaar!” gelastte de baas op een toon van een kapitein, die zijn schip uit de branding moet redden. Zelden heb ik een opdracht zo snel uitgevoerd! “Krak”! zei het been.

“Van strenge steriliteit is natuurlijk geen sprake”, zei dr Gajentaan. “Een bacterioloog zou ervan rillen, maar ik ben nu eenmaal practicus en een dier kan gelukkig wat meer hebben dan een mens. Als je ziet, hoe onbevoegde veekwakzalvers met vuile vingers een buikoperatie uit durven uitvoeren, dan durf je nauwelijks nog aan het bestaan van bacteriën te geloven. Laten we hopen, dat Jantje een behoorlijke natuurlijke weerstand heeft!”.

En die bezat Jan inderdaad!
Na enkel dagen had de huidwond zich merkwaardig genoeg zonder infectie gesloten. Er trad zelfs geen beenfistel op en dat was toch wel het minste, dat de dokter had verwacht.

Iedere dag kwam meneer Verbeek naar zijn hond informeren en na veertien dagen kon hij hem mee naar huis nemen. Jan probeerde al op zijn gebroken been te staan. Het ging nog wel niet best, maar het beloofde toch alle goeds. En na vijf weken was van de kreupelheid vrijwel niets meer te constateren. Jan was gered.

Is het niet een wonder dat deze mooie Hollandse herder een bijzondere plaats onder onze patiënten inneemt? Hij is ook geen gewone hond, dat houd ik vol! Alle hebbelijkheden van een hondebeest mist hij of weet hij te onderdrukken.
’t Is net, of hij zich volkomen van zijn hoge taak bewust is. Zijn dienende taak van geleidehond!
Ik behandel hem altijd met een zeker respect, als hij bij ons komt voor een of andere kleinigheid.
Jan is mijn favoriet…!

hondje b

 

 

 

Open brief aan alle eurosceptici: kom met Plan B voor de eurozone

Open brief aan alle eurosceptici: kom met Plan B voor de eurozone

Wat genoemd werd de patriottische lente in Europa lijkt niet door te hebben gezet of heeft op zijn minst vertraging opgelopen. Hoewel  PVV en Front National vooruitgang hebben geboekt bij de parlementsverkiezingen dit jaar – de PVV ging van 15 naar 21 zetels en  Front National van 2 naar 8 – was dat minder dan gehoopt. De gevestigde EU-orde werd niet aan het wankelen gebracht. Met de verkiezing van  Emmanuel Macron – een uitgesproken voorstander van een euroregering met federale bevoegdheden – lijkt de EU nieuw elan te hebben gevonden.

Duitsland en Frankrijk
Ik zeg met nadruk lijkt, want schijn bedriegt. Duitsland als decentraal georganiseerd land met in hoge mate zelfstandige Bundesländer en Frankrijk als centralistische eenheidsstaat, zijn twee totaal verschillende landen. Dat weerspiegelt zich in de opvattingen van hun politici. Hoewel Merkel voorzichtig positief reageert op Macron’s plannen voor een euroregering is de politieke en economische Duitse elite die haar machtsbasis vormt uiterst sceptisch daarover.

Euroregering
Duitsland zal alvorens stappen te zetten in de richting van een euroregering eerst eisen dat Macron zijn eigen huis op orde brengt en dezelfde neoliberale hervormingen doorvoert die Gerhard Schröder vijftien jaar geleden doorvoerde bij onze Oosterburen.

Hier zal zich wreken dat ondanks de parlementaire meerderheid van media-lieveling Macron slechts 15% van de kiesgerechtigde Fransen daadwerkelijk op zijn partij heeft gestemd. Blijkens een peiling vorige week ziet 58% van de Fransen de hervormingsplannen van Macron’s premier Édouard Philippe helemaal niet zitten.  Bovendien is radicaal-links in Frankrijk versterkt door de opkomst van Jean-Luc Mélenchon en zijn beweging La France Insoumise. De vakbonden hebben er zin in. Het zal dus een hete herfst worden voor Macron.

Toch zal Merkel haar best doen Macron te steunen. Mogelijk zal er vooruitlopend op de door Macron gewenste euroregering een programma komen van Duits-Franse investeringen. Daar heb je overigens geen federale regering voor nodig: het project Airbus (1970) bewijst dat. Verder zal sluipenderwijs gewerkt worden aan een EU-leger.

Kortom, ik denk niet dat de euroregering die Macron wil er binnen een jaar zal zijn, maar het proces van integratie, federalisering en bureaucratisering van de EU waarbij rechten van soevereine natiestaten keer op keer geschonden worden, zal gewoon voortgang vinden en dreigt onomkeerbaar te worden.

Toestroom migranten
Uiteindelijk zal de EU ervoor kiezen maatregelen te nemen tegen de massale toestroom van migranten. Ook bondskanselier Merkel lijkt op dit punt van inzicht te zijn veranderd. Ongetwijfeld zal de EU zich presenteren als de redder van de Europese bevolking terwijl zij zelf het probleem van de ongeremde toevloed in hoge mate heeft veroorzaakt, door nationale grenzen af te schaffen en niets te doen om de buitengrenzen beter te beschermen. Nog steeds wordt dit nagelaten; militaire operaties onder leiding van de vage organisatie Frontex hebben meer het karakter van een veerdienst dan van een effectieve grensbewaking.

De EU is er voorlopig nog 
We kunnen de realiteit niet ontkennen dat 75% of meer van mensen die daadwerkelijk gestemd hebben in Nederland en Frankrijk  – in Frankrijk bleef de meerderheid gewoon thuis  – gestemd hebben op pro-EU partijen.

Natuurlijk kun je denken aan een crash van het systeem ergens in de komende jaren waardoor deze situatie kantelt en de meerderheid zich tegen de EU keert. Volgens mij zal dat alleen kunnen als er een zware financiële crisis komt of een aanslag die zo zwaar is – denk aan iets van een vuile bom op een stad – dat hierdoor het hele concept van de EU met haar open grenzen op losse schroeven komt te staan. Maar het lijkt me een zwaktebod om je politieke visie of liever gezegd je reële slagingskans om aan een politieke meerderheid te komen, van een dergelijke ramp afhankelijk te maken.

Kom met een Plan B voor de eurozone
Ik zou er daarom een groot voorstander van zijn als de politieke partijen die nu drager zijn van de eurosceptische visie in West-Europa samen een Plan B opstellen voor de EU en eurozone. Ik denk dan bijvoorbeeld aan PVV en FvD in Nederland, Front National in Frankrijk, FPÖ in Oostenrijk en Vlaams Belang in België. FPÖ is overigens bij mijn weten geen voorstander van een EU-exit dus zit al op deze lijn, net als het Duitse AfD. UKIP in het VK, de instigator van de Brexit, is vrijwel weggevaagd.

Intergouvernementeel
Dit Plan B hoeft niet te betekenen dat de eurosceptische partijen hun ideaal van een volledig soevereine natiestaat met eigen munt opgeven;  wel dat ze op basis van de realiteit dat 75% van de bevolking nu eenmaal op pro-EU partijen stemt gaan werken aan een Plan B, waarbij hun landen voorlopig in de EU blijven maar deze dwingen zich terug te bewegen naar de intergouvernementele vorm. Omdat een deel van het kader van de gevestigde partijen ook in die richting denkt, kunnen op die basis coalities worden aangegaan met gevestigde partijen of wetsvoorstellen wederzijds gesteund. Zo kunnen de eurosceptische partijen uit hun politieke isolement komen.

Voorwaarden
Vorige week heb ik in twee artikelen op de site van OpinieZ uiteengezet welke in mijn ogen de twee belangrijkste voorwaarden zijn om een decentrale, intergouvernementele EU mogelijk te maken. Op de eerste plaats een vorm van monetaire flexibiliteit binnen de eurozone, bijvoorbeeld met het monetaire model van The Matheo Solution (TMS).  Op de tweede plaats, migratie – het beslissen wie er wel of niet in je land komt – terug onderbrengen in de nationale zuil, zoals dit nog het geval was in het Verdrag van Maastricht.

Behoud voordelen EU en eurozone die er óók zijn
Op die manier kunnen onze landen blijven participeren in de EU met de economische voordelen die dit heeft. Ook kunnen ze in de eurozone blijven met de monetaire stabiliteit die daar het gevolg van is, maar door toepassing van TMS of vergelijkbaar model zal voorkomen worden dat de eurozone een permanente transferunie wordt. Landen in crisis zoals Griekenland kunnen dan devalueren en economisch herstellen volgens standaard IMF-recept (schuldafschrijving indien onvermijdelijk, maar altijd in combinatie met muntdevaluatie).

Sterker nog, met hulp van bovengenoemde oplossingsrichting kan volgens mij  een deel nationale soevereiniteit teruggewonnen worden zonder het EU-lidmaatschap op te geven. Desnoods als tussenstap op weg naar volledige nationale soevereiniteit en eigen munt.

Komende week gaat schrijver dezes genieten van een weekje vakantie. Doet u mij een plezier, beste eurosceptische vrienden, wilt u over bovenstaande nog eens nadenken?