De kwestie van de verdwenen scheepswrakken in de Javazee

De kwestie van de verdwenen scheepswrakken in de Javazee

De kwestie van de verdwenen scheepswrakken van de Slag in de Javazee van 27 februari 1942, met name de toen getorpedeerde en gezonken Hr.Ms. de Ruyter, Hr.Ms. Java en Hr.Ms. Kortenaer, blijft de gemoederen bezig houden. Voor mij als tweede generatie nabestaande – mijn grootvader van moederskant Luitenant ter zee I Nico Schrakamp sneuvelde aan boord van Hr.Ms. de Ruyter – toch een kwestie met een bijzonder tintje. Al heb ik mijn grootvader niet persoonlijk gekend.

Nadat het officiële onderzoek van de Indonesische en Nederlandse autoriteiten was afgerond kwam er ineens toch weer schot in de zaak door een reportage van enkele Indonesische journalisten van de website Tirto.

Ruyter Soerabaja

Daar waar de officiële onderzoekers helemaal niets wisten te vinden brengen deze journalisten zonder al te veel moeite de hele keten van de grafschenners in beeld, van Indonesische onderaannemers tot Chinese sloopbedrijven. Ze interviewden betrokkenen en kwamen met macabere details over delen van lichamen, die tussen het schroot tevoorschijn waren gekomen. Deze zouden gedumpt zijn in massagraven of in zee.

Inmiddels heeft Nederland het officiële onderzoek weer opnieuw opgestart  naar aanleiding van de bevindingen van de Indonesische journalisten.

Vrijdag werd Defensieminister Bijleveld gevraagd door de Telegraaf of zij denkt dat de Indonesische autoriteiten het onderzoek dit keer wel serieus zullen oppakken en antwoordde met veel meel in de mond: “Daar moet ik van uitgaan. Het beschermen van maritiem erfgoed moet nu eenmaal in samenwerking gebeuren. We zullen ook kritisch meekijken. Het gaat over het handhaven van internationaal gemaakte afspraken. Dat is best ingewikkeld”.

Tja, denk je dan als nabestaande. Het bekende gewauwel van politici over “de onderste steen”, waarin we met z’n allen steeds minder vertrouwen krijgen. Het heeft allemaal met belangen te maken en door de globalisatie worden die belangen steeds ingewikkelder en ondoorzichtiger.

Zoals ik in mijn blog uit 2016 over De slag in de Javazee uiteen heb gezet is mijn familieconnectie een beetje ingewikkeld. Luitenant ter zee Nico Schrakamp, de navigator van Hr.Ms. de Ruyter, is mijn grootvader van moederskant. Mijn moeder kwam voort uit zijn eerste huwelijk, maar voor de oorlog was hij al gescheiden en hertrouwd met Julia de Roy van Zuydewijn met wie hij in 1939 een zoon kreeg. Deze zoon (mijn oom of halfoom) heette ook Nico Schrakamp en is helaas in 2011 overleden.

Omdat mijn opa’s eerste vrouw, mijn oma uit Pekalongan, helemaal uit beeld was verdwenen na de oorlog heb ik als kind altijd zijn tweede vrouw Julia (door mijn vader “tante Juul” genoemd en door mij en mijn zusje “oma Haag”) als mijn oma gezien. “Tante Juul” heeft geen makkelijk leven gehad. Op haar 32e jaar werd ze weduwe zonder het op dat moment te beseffen. Samen met haar zoon Nico junior overleefde ze ternauwernood het “Jappenkamp”. Toen ze na haar bevrijding uit het kamp bij het Rode Kruis informeerde naar haar man, kreeg ze te horen dat hij vermist was. “Dat betekent dat hij dood is”, werd daar tot haar ontsteltenis aan toegevoegd.

Eenmaal terug in Den Haag leefde ze vooral voor haar zoon Nico. Hoewel Nico junior last had van dyslexie wist hij de middelbare school af te ronden, studeerde af als Ir. Chemische Technologie aan de universiteit van Delft en heeft een mooie carrière doorlopen bij Unilever. Later is Nico nog directeur geweest van de Stichting Verpakking en Milieu, een soort belangenorganisatie voor het bedrijfsleven. Ik herinner me hem als een intelligente en fijne man.

Mijn zusje en ik gingen in de jaren zestig altijd met veel plezier logeren bij “Oma Haag” in de Viviënstraat te Den Haag. Ze was een lieve vrouw die prachtig verhalen kon vertellen; een generatie die nog niet verpest was door de TV. In haar witte kever nam ze ons mee naar het strand van Scheveningen.

Nico Schrakamp
Nico Schrakamp, 1902-1942

Al die tijd stond de foto van haar overleden echtgenoot op de schoorsteenmantel, maar veel werd daar niet over gesproken. Als het gesprek toch op haar overleden echtgenoot kwam, sprak “oma Haag” over hem op een manier die een beetje deed denken aan een verliefd schoolmeisje. Hoe charmant hij was bij het Marinebal. Dat ze een tijdje in Amsterdam woonden, in de Kerkstraat. Ze was na de oorlog nooit hertrouwd hoewel er wel aanbidders waren geweest, maar “on n’aime vraiment qu’une seule fois dans la vie”, vertrouwde ze ons toe.

“Oma Haag” ging nooit naar de officiële herdenkingen van de Slag in de Javazee. Ze voelde zich nog steeds een Marinevrouw, maar aan de politiek had ze een broertje dood. Enige uitzondering was premier Piet de Jong, want die kende ze nog uit zijn Marinetijd in Nederlands-Indië. Op haar 90e verjaardag kwam Piet langs met een presentje. Dat vond ze mooi. Een jaar later, in 2001 was dat, is ze op 91-jarige leeftijd overleden na een ongelukkige val van de trap. Het toeval wil dat de scheepswrakken in de Javazee pas een jaar later werden ontdekt door een Australische duiker.

Oma haag0002
“Oma Haag” in 1958 met mijn zusje

Oma Haag verloor haar man in februari 1942, zat drie jaar lang in een Japans kamp tevergeefs te wachten op een teken van leven, heeft haar man nooit kunnen begraven en nooit geweten waar de scheepswrakken lagen. Dat ze de huidige commotie niet meer hoeft mee te maken, is misschien maar goed ook.

Ze wist dat haar man om het leven was gekomen door een ingewikkeld politiek steekspel.  Dat de Nederlandse kolonie onverdedigbaar was geworden na de val van Singapore en het terugtrekken van het grootste deel van de geallieerde luchtmacht, was bekend onder de marineofficieren. Doorman wilde met de vloot uitwijken naar Australië, maar kreeg daarvoor geen toestemming.

In de weken voorafgaand aan de slag waren de mannen dag en nacht in touw, maar kregen klap na klap te verwerken. Zo werd het verkenningsvliegtuigje van de De Ruyter al weken voor de slag uit de lucht geschoten. Ze voeren zonder luchtsteun blind door de Javazee, op zoek naar de Japanse invasievloot, opgejaagd door admiraal Helfrich aan de wal en onze minister van Oorlog Fürstner in Londen.

Op latere leeftijd vertelde “oma Haag” ons over de laatste autorit met haar man naar de Marinehaven van Soerabaja. Met lood in zijn schoenen was hij vertrokken en had haar gezegd dat de kans niet groot was, dat hij nog terug zou keren. Oorlogshelden? Ik zie hem meer als een oorlogsslachtoffer die zijn dure plicht heeft gedaan, net als de andere geallieerde slachtoffers. Het waren er meer dan tweeduizend.

Vermalen in een ingewikkeld internationaal geopolitiek spel, dat niet meer gewonnen kon worden toen de Britse generaal Wavell als hoogste leidinggevende van ABDACOM (American-British-Dutch-Australian Command) aan president Roosevelt en premier Churchill adviseerde om Java te laten vallen. De geallieerde luchtmacht werd teruggetrokken, maar de Nederlandse regering in Londen oordeelde dat er tot het bittere einde gestreden moest worden.

De perikelen nu omtrent de zeemansgraven van onze Marinemannen brengen mij tot de misschien wat bittere gedachte dat er weinig is veranderd. Bij leven werden de mannen opgeofferd in een internationaal politiek belangenspel en nu 76 jaar later is het niet veel beter, wanneer het gaat om het onderzoek naar hun geschonden zeemansgraf.

Ik heb er dan ook niet veel fiducie in dat er nog iets terecht zal komen van dat onderzoek. Ik steun Theo Doorman – de zoon van Karel – in zijn verzoek om eventuele lichamelijke resten te herbegraven op het ereveld van de Koninklijke Marine bij Soerabaja. Maar, net als vroeger onze “oma Haag”, kijk ik sceptisch tegen de rol van de politici aan.

Als ik af en toe op mijn blog of op Twitter een verhaaltje vertel over opa Nico de Marineman en “tante Juul” in Den Haag, dan is het vooral omdat ik op die manier hun nagedachtenis wil eren. Aan de politiek kun je dat maar beter niet overlaten.

 

 

 

Ronny

Ronny

Hoe begon het eigenlijk? Ik luisterde laatst naar het prachtige liedje Voor haar van Frans Halsema.

Op de één of andere manier realiseerde ik me dat de Amsterdamse artiesten Frans Halsema en Ronny Bierman beiden in februari 1984 zijn overleden door kanker. Veel te jong. Ronny is geboren in 1938 en Frans in 1939, dus ze waren nog maar 45 (Ronny) en 44 (Frans) jaar oud toen zij ons al kwamen te ontvallen.

Er lopen parallellen tussen beider levens. Ze waren van eenvoudige komaf zoals dat heet, waren al vroeg vastbesloten om artiest te worden en waren beiden leerling in het eerste bestaansjaar van Bob Bouber’s cabaretschool, de geïmproviseerde voorganger van de latere kleinkunstacademie. Vanuit een groep van 350 enthousiastelingen in het begin in 1959, studeerde Ronny als enige af in 1962 en was daarmee Nederlands eerste officiële kleinkunstenares.
Ronny 10

Ronny 6
Ronny Bierman in 1955, nog maar 17 jaar oud. Foto Wout v.d. Hoef

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Vervolgens verdiepte ik me, ik weet eigenlijk niet precies waarom, meer in het leven van Ronny. Al in de jaren 60 trad zij veelvuldig op in cabaretshows, op televisie en in musicals. In 1963 vormde zij op toneel een duo met Sylvia de Leur, met het komische nummer “Wij zijn de meisjes van de VVV”.

Ook op het toneel was Ronny te zien. In 1970 speelde ze in een toneelstuk in Maastricht. De immer kritische toneelrecensent Ischa Meijer was daar aanwezig en sabelde het toneelstuk neer, maar voor het optreden van Ronny Bierman had hij niets dan lof.

Ronny Ischa

Ronny 9In 1971 volgde Ronny’s doorbraak voor het grote publiek toen zij de hoofdrol speelde als “Blonde Greet” (hoewel zelf roodharig) in de eerste grote bioscoopfilm van Paul Verhoeven en cameraman Jan de Bont: Wat zien ik?!

Een film die nog steeds in de top 5 staat van meest bekeken Nederlandse bioscoopfilms. Door de naaktscènes en het pikante onderwerp – het leven van twee dames van lichte zeden, gespeeld door Ronny Bierman en Sylvia de Leur – veroorzaakte de film veel opschudding en zou trendsetter zijn voor veel Nederlandse films in de jaren 70. De film is tegenwoordig in zijn geheel te zien op Youtube.

 

Hoewel het verhaal niet veel voorstelt – dat vonden Verhoeven en De Bont toen ook al – bevat deze film schitterende, nostalgische beelden van Amsterdam begin jaren 70. En uiteraard van de prachtige Ronny, met haar grote sprekende ogen en bijzondere mimiek.

businessisbusiness-1600x900-c-default
Sylvia de Leur en Ronny Bierman in Wat zien ik?!

Het lijkt erop dat Ronny Bierman als actrice daarna wat meer op het tweede plan geraakte. We zien haar nog wel in bioscoopfilms zoals De Inbreker met Rijk de Gooijer, maar de hoofdrol ging in die films meestal naar Willeke van Ammelrooy. Het kan zijn dat Willeke daar wat meer het figuur voor had, of misschien voelde Ronny zich niet prettig bij dergelijke sexy rollen. Ik lees dat zij moeite had met haar naaktrol in Wat Zien ik?! In een interview in 1976 zei ze: “misschien ben ik preuts, maar de kleren gaan niet meer uit. Ik heb geen behoefte aan hijgers aan de telefoon”.

Na Wat zien ik?! kiest ze op TV voor de rol van tamelijk kuise, volkse vrouwen, zoals Tilly Zekereplaats in Citroentje met Suiker. In het musicalgebeuren werd zij gepasseerd door Jenny Arean, die iets beter kon zingen en grote successen vierde met de eerdergenoemde Frans Halsema. Ook Japerina de Jong  kwam iets beter uit de verf in musicals.

Ronny 4 citroentje 1973
Ronny Bierman naast Elsje de Wijn in Citroentje met Suiker (1973)

Misschien was Ronny Bierman voor het echt doorbreken als grote ster teveel een eigenzinnig multitalent, gesteld op persoonlijke vrijheid. Een impresario had ze niet; Ronny deed liever haar eigen zaken. Ze speelde net zo makkelijk volksvrouwen als keurige dames. Ze wisselde TV optredens af met film, toneel, cabaret en musicals. Ook verscheen ze als jurylid in de Berend Boudewijn Kwis, waarvoor toen heel Nederland aan de buis gekluisterd zat. Net als veel acteurs van haar generatie (Piet Römer, Adèle Bloemendaal) schakelde ze moeiteloos tussen plat Amsterdams en keurig ABN.

Haar eigen achtergrond had daar natuurlijk mee te maken: opgegroeid in het volkse Amsterdam West, na een tussenstap in 1969 verhuisd naar de keurige Jacob Obrechtstraat in Amsterdam Oud-Zuid. Niet ver van waar ik vroeger woonde, in de Johannes Verhulststraat. Het was een vorm van sociale mobiliteit die ik herken in mijn eigen familie. De meer succesvolle mensen verkasten vroeger van de volkswijken naar het deftige Amsterdam Zuid.

Daar had Ronny haar plekje wel gevonden, vertelde zij in één van de spaarzame interviews waarin haar privéleven ter sprake kwam, in 1974 in het Parool.  Ze vertelt daarin dat ze zich gelukkig voelt in de Jacob Obrechtstraat en omgeving omdat de huizen er individueel en karakteristiek zijn, “De deuren, de balkonhekken, de stoepjes: ’t is zo lief allemaal. Al die huizen hebben iets eigens”, zegt Ronny en refereert daarbij aan de lelijke moderne kantoorkolossen, die het uiterlijk van de stad inmiddels verpesten.

Ook vertelt ze in dit interview over haar voorliefde voor het Vondelpark, waar ze soms doelloos rondwandelt. Het doet haar denken aan haar jeugd in Amsterdam West, want als ze met haar ouders de stad in ging voerde de weg terug door het Vondelpark. Die route nam ze altijd liever dan door de parallel gelegen Overtoom te fietsen of te lopen.

Ronny 7
Ronny Bierman in 1970. Foto van Harry Pot.

Wat betreft haar privéleven was Ronny Bierman doorgaans zwijgzaam, maar met een beetje googelen kom ik erachter dat zij van 1976 tot aan haar dood in 1984 samenwoonde met de grimeur van Oost-Duitse afkomst, Ulli von Ullrich. Destijds een bekende in de toneelwereld. Still going strong gelukkig, want in 2016 maakte Ulli nog een commercial voor de Rabo met een bejaarde filmcrew.

Van het latere werk van Ronny Bierman is niet zo veel terug te vinden, maar zij bleef verschijnen in films, op toneel, in musicals en in cabaretvoorstellingen. Ook verscheen zij in 1983 nog kort op TV in een serie van de Dolly Dots als mevrouw Kromsky, een “spiritiste”. In deze serie was ook Sylvia de Leur te zien.

Schermafdruk 2018-01-13 21.47.32
Ronny in 1983 als “spiritiste” in een TV-serie met de Dolly Dots

Helaas krijgt in 1983 een ongeneeslijke vorm van leverkanker haar in de greep. Ze moest haar rol in het toneelstuk “Koppen dicht” teruggeven en begin 1984 de strijd opgeven. Ronny werd begraven op Zorgvlied. In 2014 werd haar graf “geruimd” stond op Wikipedia, maar die zin heb ik verwijderd: het past niet bij haar. Liever denken we bij Ronny Bierman terug aan die mooie voorstellingen en films; laat dat dan haar laatste rustplaats zijn.

Zo verviel ik tot sombere overpeinzingen. Zelf heb ik mijn moeder jong verloren door kanker, zij was nog maar 35 jaar en in de bloei van haar leven toen ze overleed. Ronny Bierman en Frans Halsema werden dus maar 45, resp. 44 jaar door die nare ziekte.

Wat is dat toch, die domme loterij van leven en dood, vroeg ik me af. Ik hoor mensen wel eens zeggen dat het allemaal te maken heeft met positief denken en hoe je in je vel zit, maar daar geloof ik niet zo in. Denk dat het een stupide loterij is. Er hoeven maar een paar cellen verkeerd te muteren en de besten onder ons worden uit het leven gegrepen.

Volgens de theorie van psychologen moet je bij een overlijden na aanvankelijk verzet tot acceptatie komen. Daarna volgt verwerking. Daar ben ik waarschijnlijk nooit zo goed in geweest. Na de dood van mijn moeder – ik heb het beschreven in mijn E-boek Heimwee naar de Gerard Doustraat – raakte ik in mijzelf gekeerd. Ik verzon liever mijn moeder opnieuw in mijn gedachten, dan onder ogen te zien dat ze er niet meer was.

Zelfs nu betrap ik me erop – hoewel ik haar niet eens gekend heb – dat ik de neiging heb in mijn hoofd een herboren Ronny Bierman te bedenken die weer zingt, acteert en danst dat het een lieve lust is en daarmee zichzelf en haar publiek zielsgelukkig maakt. Maar nu ben ik oud en wijs genoeg om mezelf bij de kraag te grijpen. Back to reality, Jan.

We moeten ons leven leiden met en voor de levenden. Het is niet anders. Wel geloof ik dat we degenen die er niet meer zijn, een plekje onder de zon moeten gunnen, waar we af en toe met ze kunnen praten. Al was het maar een groetje. Dag Ronny. Dag Frans. Helaas ontbreekt dat plekje in onze moderne westerse cultuur. Alles is gericht op het hier en nu.

 

Reactie op: een twitterdiscussie over EU en euro

Reactie op: een twitterdiscussie over EU en euro

Vanochtend verscheen een artikel op de website Veren of Nu van HannibalPim (pseudoniem) onder de titel Een twitterdiscussie over EU en euro. Hierin een aantal tweets van mij en Pim. En wat gedachten van Pim, die tot de conclusie is gekomen (net als Geert Wilders en Thierry Baudet) dat hervormen van de EU onmogelijk is en Nederland de schade beperkt door de EU zo snel mogelijk te verlaten.

Hieronder een aantal gedachten van mij hierover. Ik zal proberen het kort te houden omdat de hele discussie over EU en eurozone verlaten nu eenmaal gebaseerd is op talloze aannames, waardoor het een debat is geworden waarin ieder zijn eigen gelijk kan verzinnen. Dus vermoeiend. Maar toch belangrijk. Daarom ook prima dat Pim hier een artikel aan heeft gewijd, overigens.

Als we de stand van zaken op dit moment bekijken ben ik het niet eens met Pim dat de Nexit optie niet op tafel komt. Twee van de grootste politieke partijen in de peilingen, PVV en FvD hebben een fundamentele keuze gemaakt voor de Nexit. Dus die optie komt ruimschoots aan bod. Verder zien we dat degenen die voor een federale EU pleiten (Pechtold, Verhofstadt) ook aan bod komen. Het is juist de hervormingsoptie en dan in decentrale richting, die niet aan bod komt. Wat Verhofstadt en Pechtold willen is ook hervormen, maar dan in centrale (federale) richting. Dat onderscheid moeten we wel duidelijk maken om nog enige helderheid te houden in het debat.

Wat betreft de gevestigde c.q. regeringspartijen, die zeggen wel dat ze de EU decentraal willen houden, maar op dit punt ben ik het eens met Pim die stelt dat zij heimelijk steeds meewerken aan verdere centralisatie, met kleine stapjes.

Pim schrijft: “hun lot is onverbrekelijk verbonden met de EU, en ze weten het. En daarom steunen ze zo stilletjes als mogelijk is de hogere versnelling waarin de beoogde samensmelting wordt gerealiseerd. Wie had vorig jaar kunnen voorspellen dat de samensmelting van de legertjes van de EU-lidstaten in een vloek en een zucht zou zijn geregeld? Het is al een gepasseerd station nu.”

Decentrale hervormingsoptie ontbreekt
Mijn eerste conclusie is dus dat de decentrale hervormingsoptie juist ontbreekt in het debat op dit moment. Er is geen politieke partij van enig belang in Nederland of West-Europa die een heldere visie heeft op een decentrale EU waarbij (zie mijn vele blogs daarover en ook mijn gesprek met Sid Lukkassen) met name een heldere visie op een flexibeler model voor de eurozone ontbreekt. Ook wat betreft migratie en asiel is het een ratjetoe in het debat, dus ook niet verwonderlijk dat iedere vorm van controle ontbreekt.

Verschillende opties
Op zich is dit vreemd want uit tal van peilingen – zelfs in Duitsland, het land dat economisch het meeste profiteert van de eenheidseuro – blijkt dat de bevolking in meerderheid voor een hervormde EU is met meer bevoegdheden op het nationale niveau. De posities van een federale EU en de exit positie zijn beide minderheidsposities, maar domineren toch het debat. Ik vind het daarom vreemd dat ForumvoorDemocratie dat voortdurend pleit voor directe democratie, deze optie niet mee wil nemen in het debat en steeds doet of het om een binaire keuze gaat: blijven zitten in een federaliserende EU of eruit stappen. Zelfs als dit zo zou blijken te zijn: mag de burger daar alstublieft over beslissen, of wordt die door de voorstanders van directe democratie onmondig verklaard?

Verder lijkt mij dat juist de constatering dat Nederland te makkelijk in de euro is gestapt zonder de voor- en nadelen goed te onderzoeken, zou moeten leiden tot voorzichtigheid. Misschien moeten we alle consequenties van de eurozone verlaten maar eens goed doorrekenen en alle opties – waaronder ook The Matheo Solution – op een rij zetten? Volgens de toch zeer kritische (waar het de ECB betreft) econoom Edin Mujagic, in het begin nog betrokken bij FvD als denktank, is het verlaten van de eurozone voor Nederland alleen compleet zinloos: we zouden gedwongen zijn onze munt te koppelen aan de euro en fortuinen moeten spenderen om speculanten af te weren.

Is de EU onhervormbaar?
Of de EU “onhervormbaar” is blijft een speculatieve discussie. Ik blijf zeggen dat je alles kunt hervormen mits je de juiste mensen aan de top zet met de juiste visie. Dat dit nu niet het geval is, daar zijn we het denk ik allemaal wel over eens, een paar kartelkeutelaars uitgezonderd. Maar die hebben belangen, zoals Pim terecht aangeeft.

Zelfs als de EU uiteindelijk onhervormbaar zou blijken te zijn, dan denk ik dat eurosceptische partijen er beter aan doen eerst met een EU hervormingsprogramma te komen. Op basis daarvan kunnen in sommige landen meerderheidscoalities gevormd worden waardoor je in ieder geval meepraat. Het telkens alleen maar Nexit! blijven roepen leidt tot hetzelfde isolement als waar Wilders in terecht is gekomen.

Kansloos of niet kansloos
Zo heel kansloos is die decentrale hervormingsoptie mijns inziens toch niet, als we zien dat nu al 13 landen (waaronder de Visegrad landen maar ook Oostenrijk en Denemarken) niets moeten hebben van het migratiebeleid van Merkel en de Europese Commissie. Een migratiebeleid dat de belangrijkste oorzaak was van de Brexit. Als Nederland dáár eerst eens stelling tegen zou durven nemen. Met een coalitie van Rutte en Pechtold zal dat niet gebeuren, dus dáár liggen scoringskansen voor de oppositie.

Mocht dit hervormen in decentrale richting mislukken en Nederland nog verder geduwd en leeggezogen worden in een EU als transferunie met van bovenaf afgedwongen massa-migratie, ja dan rest alleen de Nexit. Dat zal ik dan ook steunen net als vermoedelijk een groot deel van de gematigde kiezers. Maar de meerderheid zit niet te wachten op een crisis en crash van het financiële systeem die mijns inziens onvermijdelijk is bij een Nexit, zeker als Nederland er in zijn eentje van doorgaat uit de eurozone. Ook in het bedrijfsleven proef ik heel weinig animo voor zulke drastische stappen.

Logische volgorde
Kortom, laten we logisch blijven denken en handelen. Eerst de decentrale hervormingsoptie uitwerken en daar in de EU een meerderheid voor proberen te winnen, met als basis zoals al aangehaald de groep van ca. 13 migratiekritische landen (en het VK niet te vergeten). Pas als dat niet lukt is in Nederland een parlementaire meerderheid denkbaar om uit de EU te stappen, maar ieder weldenkend mens zal beseffen dat dit zonder een hoop economische en financiële – dus sociale – pijn niet meer gaat.

 

Antisemitisme toen en nu. Wat doen we eraan?

Antisemitisme toen en nu. Wat doen we eraan?

Vorige week schreef ik voor OpinieZ: het antisemitisme keert terug, een onverdraaglijke gedachteHierop voortbordurend wil ik in deze longread proberen concreet uit te werken hoe de Nederlandse overheid, los van de zaken die nu al gebeuren op het vlak van antisemitismebestrijding – veelal symptoombestrijding – tot een effectief plan van aanpak komt. Ook zal ik ingaan op de geschiedenis van antisemitisme en vervolging in Nederland tijdens WO2.

Antisemitisme in Nederland
Antisemitisme is er natuurlijk altijd geweest in Nederland, zowel in latente vorm als in meer openlijke, virulente vorm. Daar staat tegenover dat in Nederland en vooral in Amsterdam eeuwenlang een Joodse minderheid heeft geleefd die niet te duchten had van pogroms en dergelijke. Ook is bekend dat de Joodse minderheid in Nederland beter geïntegreerd was dan in andere West-Europese landen. Een integratie en vaak ook assimilatie die zich op een gruwelijke manier tegen hen heeft gekeerd in de Tweede Wereldoorlog omdat Joodse mensen daardoor makkelijk op te sporen en op te pakken waren, mede omdat zij geen verzetscultuur hadden. Dat was immers niet nodig in Nederland.

Hoog percentage slachtoffers WO2 in Nederland
Veel is gezegd over het hoge percentage slachtoffers in WO2 onder de Nederlandse bevolking. Ongeveer 75% van de Joodse bevolking in Nederland overleefde de oorlog niet. Veel meer dan in België (40%) of in Frankrijk (25%) terwijl Frankrijk bekend staat als een land dat onder maarschalk Pétain collaboreerde. Hoe kon dit gebeuren? De laatste tijd merk ik dat in discussies op internet of elders veelal de volgende twee verklaringen worden aangehaald:

  1. Nederlanders zijn een bijzonder racistisch en antisemitisch volk met een lange koloniale geschiedenis, dus het is logisch dat het percentage Joodse slachtoffers hier hoger was dan in andere landen (deze verklaring hoor ik vaak uit de hoek van Social Justice Warriors e.d.)
  2. Koningin Wilhelmina is de hoofdschuldige. Zij had een hekel aan het Joodse volk, weigerde vluchtelingen in haar “achtertuin” en met haar besluit om na de Duitse inval in mei 1940 uit te wijken naar Engeland maakte zij de Nederlandse Holocaust mogelijk. Haar vertrek was namelijk – volgens deze redenatie – de reden dat Nederland onder een Duits burgerlijk bestuur viel en niet een militair bestuur, daardoor vielen er zoveel slachtoffers.

Studie van Griffioen en Zeller
De realiteit was naar mijn mening complexer. Beide verklaringen als hoofdverklaring zijn onderuit gehaald door de omvangrijke en vergelijkende studie Jodenvervolging in Nederland, België en Frankrijk 1940 – 1945  uit 2008 van de historici Pim Griffioen en Ron Zeller.  Volgens Griffioen en Zeller was juist het aanvankelijke verzet van de Nederlandse bevolking tegen de Jodenvervolging, uitmondend in de Februaristaking van februari 1941, de reden dat de Nazi’s ervoor kozen om in Nederland een bijzondere wijze van deportatie toe te passen. Deze aanpak was gebaseerd op administratieve misleiding en een volmacht voor de Duitse Sicherheitsdienst.

Koningin Wilhelmina
Wat betreft punt 2., het uitwijken van koningin Wilhelmina en de Nederlandse regering naar Londen, moet mij van het hart dat hier soms nogal eenzijdig naar wordt gekeken, zeker sinds de publicatie van het boek van wijlen Nanda van der Zee over de rol van Wilhelmina, Om erger te voorkomen. In dit debat wordt vaak vergeten dat Nederland destijds een koloniaal imperium was waarbij Nederlands-Indië (verloren gegaan in 1942 na de invasie van Japan) en vooral het bauxietrijke Suriname cruciaal waren voor de geallieerden om de oorlog te winnen.

Als de Koninklijke Familie en de regering in Nederland waren gebleven, had de meedogenloze Hitler zich deze overzeese gebieden makkelijk kunnen toeëigenen en had daarmee strategisch voordeel genoten. Of het dan beter was afgelopen voor de Joodse bevolking in Nederland is een vraag waarop, hoe wrang dat ook is, geen eenduidig antwoord kan worden gegeven, omdat het een als/dan scenario is.

Vorstin en regering in ballingschap te passief
Dit gezegd zijnde, wil ik daarmee de Nederlandse regering in ballingschap en koningin Wilhelmina niet vrijpleiten. Hun rol was te passief, zeker in het tweede deel van de oorlog, toen meer bekend was over de desastreuze gevolgen van de Jodenvervolging in Nederland. Dat dit bekend was blijkt uit de woorden van koningin Wilhelmina zelf, uitgesproken op Radio Oranje op 17 oktober 1942:

‘Ik deel van harte uw verontwaardiging en smart over het lot onzer Joodse landgenooten. En met mijn geheele volk voel ik de onmenschelijke behandeling, ja het stelselmatig uitroeien van deze landgenooten, die eeuwig met ons samen woonden in ons gezegend vaderland, als ons persoonlijk aangedaan.’

Waar bleef de oproep tot sabotage van het deportatie-apparaat?
De vraag is vooral waarom koningin Wilhelmina dit onderwerp niet vaker te berde bracht, niet opriep tot verzet of hulp aan de Joodse bevolking en waarom zij en de regering (het lijkt mij een gemeenschappelijke verantwoordelijkheid) niet tot een coherente strategie kwamen om dit “stelselmatig uitroeien van Joodse landgenoten” zoals Wilhelmina het zelf noemde, zo veel mogelijk te verhinderen.

Ten dele is dit wel gebeurd, denk aan de overvallen op bevolkingsregisters door het Verzet, maar toch veel te weinig. De treinen bleven rijden. In dit opzicht kunnen we naar mijn mening wel degelijk spreken van een ernstig falen van koningin én regering, ook al was koningin Wilhelmina volgens de meeste historici die ik heb gelezen geen antisemiet.

Wegkijkers en antisemieten
Hier kunnen we aan toevoegen, de walgelijke houding van delen van de Nederlandse politie die zich maar al te graag inzetten voor de jacht op Joodse Nederlanders en ook de houding van verraders en verklikkers, waarbij antisemitisme zeker een rol heeft gespeeld. Tevens een houding van wegkijken bij grote delen van de bestuurselite, soms overgaand in een kwalijke houding van de Nazi’s overijverig behulpzaam zijn, zoals in het geval van de Amsterdamse gemeenteambtenaar en PR-kanon Piet Mijksenaar, waarover ik heb geschreven op OpinieZ. 

Dan is er nog het uiterst kwalijke, kleinzielige, gierige optreden van zowel Nederlandse bevolking en overheden jegens Joodse Nederlanders die wél terugkeerden van de Holocaust, maar in veel gevallen hun eigendommen niet terugkregen. Juist deze belabberde houding van ná de oorlog heeft, terecht, veel kwaad bloed gezet onder de overlevenden van de Holocaust en hun familie. Hetzelfde zien we bij veel Indische Nederlanders, die ook bepaald geen warm onthaal kregen na de oorlog.

Frankrijk draaide bij, Nederland niet
Verder valt op dat terwijl in het collaborerende Frankrijk vanaf 1942 of 1943 onder de bestuurselite wel  degelijk verzet ontstond tegen de Duitse deportaties, deze houding bij de Nederlandse bestuurselite tot aan het eind van de oorlog lijkt te ontbreken. De moeilijk te beantwoorden vraag is of dit te wijten was aan al dan niet latent antisemitisme bij de Nederlandse elite, of dat de Nazi’s simpelweg succesvol zijn geweest met hun deportatietactiek in Nederland die dus gebaseerd was op manipulatie en misleiding en het opzetten van een aparte structuur onder supervisie van Duitsers.

Mijn conclusie ten aanzien van WO2
Mijn persoonlijke (subjectieve) conclusie is dat het Nederlandse volk niet antisemitischer was dan andere West-Europese volkeren. Eerder lijkt het tegendeel het geval te zijn geweest, aangezien de Joodse bevolking hier beter was geïntegreerd dan in andere landen en er eeuwenlang een harmonieuze verhouding was tussen het Joodse bevolkingsdeel en het Huis van Oranje. Ook in de dagboeken van Anne Frank of Etty Hillesum lees ik niet dat er sprake zou zijn van massaal antisemitisme onder de Nederlandse bevolking. Eerder een totale verbijstering over de gang van zaken.

Nederland is tekort geschoten
Dit neemt niet weg dat zowel koningin Wilhelmina als de Nederlandse regering in ballingschap, maar ook de Nederlandse bestuurselite, ernstig tekort zijn geschoten en niet in staat waren tot een effectieve tegenwerking van de massale deportaties. Vooral is kwalijk het wegkijken door de elite van het probleem van het groeiende antisemitisme. Al in de jaren dertig begon dit wegkijken, toen velen dachten dat het mogelijk was om het op een akkoordje te gooien met Hitler en krachtige maatregelen tegen de Nazi’s vermeden werden toen het nog kon.

Lessen van het verleden voor het heden
Zoals de Griekse filosoof Heraclitus (Herakleitos) al vijf eeuwen vóór Christus schreef: “we kunnen niet tweemaal in dezelfde rivier stappen, want er stroomt telkens ander water”. Met andere woorden, historische vergelijkingen gaan altijd mank. Toch zijn er wel een aantal – beangstigende – parallellen tussen de periode van WO2 en het heden. Als belangrijkste zou ik willen noemen, ten eerste  de wegkijkhouding van de elite en ten tweede de contaminatie van antisemitisme, beter gezegd de versterking van aanwezig (soms latent) antisemitisme door invloeden van buitenaf.

Arabisch antisemitisme
Terwijl in de jaren dertig en veertig van de vorige eeuw het antisemitisme van de nazi’s invloed had op Nederland, waardoor het al aanwezige (latente) antisemitisme ongetwijfeld versterkt werd, zien we nu dat Arabisch antisemitisme dat binnenkomt met migranten een soortgelijke rol speelt. Het is niet voor niets dat Joodse scholen en instellingen overal zwaar bewaakt moeten worden, terwijl dit twintig jaar geleden veel minder het geval was. Toch wil onze politieke- bestuurs- en media-elite dit probleem niet benoemen en maakt zich exclusief en vrij hysterisch druk om de opkomst van “het populisme”.

Beleidsomslag
Vorige week schreef ik in mijn stuk al afsluitend het volgende over het bestrijden van het antisemitisme: “Daarvoor is nu een beleidsomslag nodig. Een ander immigratiebeleid. Desnoods afgedwongen met nationale grenzen. Betere educatie over de Holocaust. En last but not least een zero-tolerance beleid ten opzichte van alle vormen van antisemitisme”.

Handen en voeten geven
Hoe kunnen we deze beleidsomslag nu meer handen en voeten geven? Ik las een prima stuk van Alan Posener op de site van het liberale Duitse blad Die Welt. In Duitsland worstelt men na de massale instroom van asielmigranten uit het Midden-Oosten sinds 2015 met dezelfde problemen: een sterke toename van Arabisch antisemitisme en contaminatie daarvan naar Duitse extreem-rechtse milieus, waar de antisemieten die er uiteraard al waren nu de kans zien om uit hun holen te kruipen. Posener stelt drie concrete maatregelen voor:

1. laat het parlement een antisemitisme-bestrijder aanstellen (in de Nederlandse context zou je kunnen denken aan iemand met soortgelijke bevoegdheden als de Nationaal Coördinator Terreurbestrijding en Veiligheid, met wie hij of zij ook nauwgezet moet samenwerken. Daarmee geeft de overheid aan het probleem serieus te nemen).

2. stop terreurfinanciering Palestijnen (in het geval van Nederland is dat een schone taak voor ons BuZa duo Halbe Zijlstra en Sigrid Kaag, die dan meteen haar neutraliteit kan bewijzen. Zie verder de belangwekkende artikelen hierover van OpinieZ collega’s Uri van As zoals deze of Ernst Lissauer met onder meer dit artikel )

3. erken Jeruzalem als hoofdstad van Israël (in Nederland al voorgesteld door ChristenUnie en SGP, met steun van ik meen PVV en FvD. Hiermee erken je de feitelijke situatie in Israël en stop je het voeden van illusies. Beter is om Team Trump te steunen bij de nieuwe aanpak van de Palestina-problematiek, met de steun van een aantal Arabische landen).

Migratie
Een belangrijk punt dat door Posener niet genoemd wordt, is het punt van immigratie. Alle hier voorgestelde maatregelen zullen volstrekt zinloos zijn als we doorgaan met het massaal binnenhalen van antisemieten via asiel- of familieherenigings “rechten”, waarop ook Midden-Oosten deskundige en antisemitisme-expert Manfred Gerstenfeld  wijst.

Opvang in de regio
Er zal dus een breuk moeten komen met het huidige (EU én nationaal) immigratiebeleid en dan heb ik het zowel over asielbeleid als familieherenigingsbeleid. Ik ben niet per definitie tegen migratie uit islamitische landen, maar alleen op basis van extreem strenge selectiecriteria (“extreme vetting”) en met een bovengrens qua aantallen. Mensen met antisemitische opvattingen moeten we hier gewoon niet meer toelaten. Asielopvang moet derhalve in de regio zelf georganiseerd worden, aangezien eenmaal toegelaten asielzoekers in de praktijk vaak niet uitgezet kunnen worden en dus een veiligheidsrisico vormen.

Is het al te laat?
Als West-Europa dit inzicht eerder had getoond was veel ellende voorkomen. We moeten het beleid met grote spoed alsnog veranderen en ons niet laten verlammen door de notie dat het al te laat is. Dat is alleen maar een extra reden voor de politiek om in beweging te komen. Dit in combinatie met een zero-tolerance cultuur wat betreft antisemitisme met als aandachtspunt, dat veel antisemitisme schuilgaat onder antizionisme waardoor de bestrijding ervan complexer wordt. Uiteraard mogen mensen kritiek hebben op de staat Israël, maar vaak gaat dit gepaard met antisemitische sentimenten en geschiedsvervalsing. Daar moeten we attent op zijn en duidelijk grenzen bepalen.

Neem maatregelen
Alleen met een dergelijk pakket van maatregelen kan grotere ellende voorkomen worden, zoals uitbreiding en versterking van het antisemitisme, in het ergste geval leidend tot aanslagen tegen Joodse instellingen of burgers, zoals we er al verschillende gezien hebben in West-Europa. Ook de extreem agressieve rampartij onlangs bij een Israelisch restaurant in Amsterdam moeten we benoemen voor wat het is: een uiting van antisemitisme. Benoemen én optreden moet het devies zijn.

Wen er maar aan: de euro is er nog wel even

Wen er maar aan: de euro is er nog wel even

Augustus 2014. Een zomerse dag. In het laatste gesprek met mijn vader, toen er met zijn gezondheid nog niet zoveel aan de hand leek, kwam het gesprek op de euro en de toekomst van de eenheidsmunt. 

We zaten in een tuin, ergens in Amsterdam-Zuid.  Ik zei dat de euro in deze vorm niet lang te gaan heeft; daarvoor zijn de deelnemende landen immers té verschillend. Nou, de euro is er nog wel even, zei mijn vader.

Laat ik het maar ruiterlijk toegeven: inmiddels  zijn we drie jaar verder en hoewel mijn vader er helaas niet meer is om het te beamen, staat de euro sterker dan ooit tevoren. 

Door Mario Draghi en zijn beleid van ultralage rente (slecht voor onze spaartegoeden en binnenlandse economie maar goed voor de export) en zijn Europese variant van Quantitative Easing  (Kwantitatieve versoepeling, kort gezegd geld bijdrukken vanuit een Centrale Bank door het opkopen van waardepapieren) is er in ieder geval voor nu een stabiele situatie.

Vijf jaar economische groei
Sinds vijf jaar is er economische groei in de eurozone. De werkloosheid van de eurozone is gedaald van ca. 12% in 2013 naar 9% nu.  Daarmee beweegt de eurozone werkloosheid richting de 7%, waar deze stond voor de crisis. De inflatie bedraagt 1,5%. Het opkoopprogramma van de ECB is inmiddels teruggebracht van 80 miljard naar 60 miljard euro per maand en de verwachting is dat dit de komende maanden verder afgebouwd wordt. Pas als door toenemende krapte op de arbeidsmarkt ook de lonen weer gaan stijgen, naar verwachting  loop 2018, zal ook de rente in kleine stapjes genormaliseerd worden.

Medicijn met bijwerkingen
Is Draghi’s medicijn voor Nederland zonder bijwerkingen? Zeker niet. Want het geld dat Draghi bijdrukt verdwijnt ergens in onze boeken. Het zijn vorderingen. Volgens de gerenommeerde Duitse econoom prof. Hans-Werner Sinn heeft De Nederlandse Bank (DNB) inmiddels een vordering uitstaan van 101 miljard euro op de ECB. De kans is groot dat we nooit meer wat van dat geld terugzien, aldus professor Sinn.

Schulden blijven groeien
Het doet denken aan de periode 2002 – 2007, na de introductie van de euro. Ook toen leek de muntunie een succes met economische groei en in de meeste landen dalende werkloosheid. Banken en vooral Zuid-Europese overheden leenden geld uit alsof de bomen tot aan de hemel groeiden. Veel van die – naar later bleek oninbare – schulden zijn tijdens de crisis gecollectiviseerd, dat wil zeggen afgewenteld op de belastingbetaler. Alsof we nooit wat leren zijn de schulden sinds de crisis niet afgebouwd, maar wereldwijd toegenomen met zo’n 40%.

Finesses
We weten dit, maar de finesses van het financiële systeem of het raffinement van de ECB-politiek ontgaat velen. Laat ik maar eerlijk zijn: mij ook. En net als velen ben ik blij dat de zaken na zeven magere jaren wat aantrekken, de burger weer een beetje vertrouwen heeft en dat ook moeilijk bemiddelbare groepen op de arbeidsmarkt zoals 45-plussers eindelijk weer kansen krijgen, al geldt dat nog lang niet voor allen. Hoe lang houden we nog groei? Niemand kan het zeggen.

Voorlopig geen Nexit
Zeker is wel dat zolang de economische groei aanhoudt, de animo voor een Nexit niet erg groot is. Want dan weten we zeker dat we wéér een crisis ingaan door de inmiddels ontstane vervlechting van het financiële systeem. Veel oudere werknemers die het nu al zwaar hebben zullen door een dergelijke crisis nooit meer aan de bak komen, terwijl ze momenteel nog hoop koesteren.

Ik reken mijzelf nog altijd tot de eurocritici en ben fan van het oplossingsmodel van André ten Dam, The Matheo Solution, waarbij de euro als betaalmiddel blijft maar wisselkoersen en rente op nationaal niveau aangepast kunnen worden. Maar ik ben ook realist. Tot aan de volgende crisis zie ik nergens in de eurozone politieke meerderheden ontstaan om de euro op te doeken. Hooguit zal een land in de periferie eruit stappen of eruit gezet worden als gevolg van politieke of economische instabiliteit. Wen er maar aan: de euro is er nog wel even.

 

 

Aangifte doen wegens diefstal lastiger dan gedacht

Aangifte doen wegens diefstal lastiger dan gedacht

Mijn buurman was  gisteren aan het werk (hij werkt als incidentenbestrijder op de snelweg voor een milieureinigingsbedrijf) toen hij hoorde dat zijn kentekenplaten gestolen zijn. Uiteraard maakte hij zich zorgen over boetes die straks op de mat vallen als er criminelen rondrijden met zijn kentekenplaten en wilde graag zo snel mogelijk aangifte doen.

Dus belt buurman de politie. “Aangifte doen kan alleen via internet, meneer”.  Buurman belt zijn baas en vraagt een uurtje vrij. Snel naar huis. Ik heb mijn kantoor aan huis en omdat hij niet zo heel handig is met internet vraagt buurman mij hem een handje te helpen. Geen probleem. We openen de site. Aangifte doen kan alleen met DigiD. Buurman haalt zijn DigiD en komt terug.

Volgende stap: sms-controle op DigiD. Nee, dat heeft hij niet. Aanvragen dus. De sms-code moet geactiveerd worden met een aparte code, blijkt. Die ontvangt u binnen drie werkdagen per post, meldt het systeem. Hè, dat is vervelend. Buurman denkt weer aan de boetes die ongetwijfeld op de deurmat gaan vallen en belt weer met de politie.

“Kan ik dan persoonlijk aangifte doen” vraagt buurman. “Ik woon in Hoogvliet”. “Ja, dat kan hoor”, zegt de politiemevrouw. “De eerste mogelijkheid is vrijdag aanstaande, in Ridderkerk”.

“Ja, maar ik wil vandaag aangifte doen”, zegt buurman. “Vrijdag naar Ridderkerk gaan heeft geen zin, want tegen die tijd heb ik mijn sms-code wel. Ik wil juist vandaag aangifte doen!”.

“Het spijt me, dat is niet mogelijk”, zegt de politiedame. “Wel wordt dit gesprek ergens geregistreerd. Bij een eventuele rechtszaak vanwege onterecht ontvangen boetes kunt u proberen de banden op te vragen. Maar dat is inderdaad wel een heel gedoe, ja”.

Buurman krijgt nu een heel slecht humeur, maar beëindigt het gesprek vriendelijk. Ik bied hem een kopje koffie aan.

Om de buurman te troosten vertel ik hem een bureaucratieverhaaltje van vroeger, jaren tachtig denk ik.

Een kennis van mij in Amsterdam had een Bijstandsuitkering, maar had werk gevonden. Hiep hiep, hoera. Hij naar het gemeentelijke Bijstandkantoortje, niet ver van zijn huis. Daar aangekomen meldt hij zich bij de balie. Ik kom mijn uitkering opzeggen, meneer, zegt hij vrolijk.

“Helaas, dat gaat niet zomaar”, sprak de ambtenaar streng. “Opzeggen van de uitkering mag alleen telefonisch”.

Onze kennis was niet voor één gat te vangen. Aan de overkant van het kantoortje stond een telefooncel. Hij erheen en een dubbeltje erin gegooid (we leefden nog in het gulden tijdperk). Toevallig had hij door de telefooncel en het raam, een goed uitzicht op de balieambtenaar die hij net gesproken had. Hij zag hem de telefoon opnemen en herkende vervolgens zijn stem.

“Meneer, ik kom mijn uitkering opzeggen”, zei mijn kennis wederom.

“Ga uw gang, meneer” zei dezelfde ambtenaar, nu iets vriendelijker door de telefoon. En noteerde zijn gegevens.

“Je ziet, buurman”, zei ik, “dat er weinig veranderd is, internet of geen internet. Ambtenaren denken in regeltjes en niet in inhoud, zoals gewone mensen. Daarom kan jij vandaag geen aangifte doen en heb je een hoop kopzorgen voor niets”.

Mijn buurman kon er niet echt om lachen. Hij nam een slokje van zijn koffie en keek bezorgd op zijn horloge. Hij moest maar weer eens snel aan het werk gaan.

 

De Gave van ’t Geven

De Gave van ’t Geven

Bron: De Telegraaf, november 1951. Een interview met mijn grootvader die sinds 1950 de rol van Sinterklaas vertolkte bij de Amsterdamse (toen nog nationale) intocht. Mijn opa die dierenarts was met een eigen praktijk, had in de ochtend een bijbaan als bacterioloog bij de gemeente. Ik vermoed dat het interview daar plaatsvond.

Van onze speciale verslaggever

opakleinWIJ troffen Sinterklaas omgeven door attributen en schedels van wijlen schimmels. Hij zat achter een lijvig schrijfbureau met een allercharmantste secretaresse. “Hoe vond u uw intocht, Sint?” Hij keek me aan, lang en doordringend.

“Héél diep in mijn hart: een beetje griezelig, jongeman”, sprak hij. “Een half miljoen mensen waren op de been. Dat is zeker een 250.000 meer dan vorige jaren. Volgens het Bureau van de Statistiek zijn er géén 250.000 geboorten per jaar in de hoofdstad. Dus zijn er meer mensen in mij gaan geloven.”

“Dat betekent”, vervolgde de Spaanse kindervriend, “dat het niet best gaat in Nederland. Het is, alsof de mensen het geloof in zichzelf verloren hebben. Het geloof, dat deze mensen in mij stellen berust op een misverstand. Zij verwachten van mij wonderen. Zij verwachten 2 miljoen gulden  voor de havens en een oplossing van de woningnood. Grote mensen zijn net kleine kinderen. Zij verwachten wonderen. Het doet er niet toe hoe de wonderdoener heet. Zo is het de hele geschiedenis door geweest. Het begon al met Iskander (Alexander de Grote) en met Stalin is het nog niet geëindigd”.

Iets anders
MAAR ik ben wat anders” aldus de bisschop van Myra, “ik wil een voorbeeld zijn. Een voorbeeld en een symbool van het goede in de mens, dat in de mens zélf is. De mensenliefde, de liefde tot de naaste. Ik verpersoonlijk de edelste drang van de mens: Goed te doen. Ik leer nu al eeuwenlang de gave van het geven. Het begint met het kind. Het kleine kind, dat een nog braakliggend terrein is voor goede invloeden. Ik heb een boek, waarin alle kinderdeugden en ondeugden staan opgetekend. Ik pas mijn geschenken aan bij de deugden en ik tracht al gevend de ondeugden te corrigeren”.

Boeman
“MAAR wat hebben de mensen van mij gemaakt:  een boeman…. een stok achter de deur om de kinderen, die zij zelf niet de baas kunnen 14 dagen per jaar zoet te houden. Zo is het niet voor mij. Ik wil een klein meisje dat niet van rekenen houdt een telraampje geven, opdat dit met liefde gegeven stukje speelgoed de afkeer in een plezierig spelletje kan veranderen”.

Het hart van suikergoed
“IK leer, dat geven geen kwestie is van geld. Ik doceer dat geven een zaak is van het hart en van de geestesgesteldheid van de gever. Een cadeau, hetzij groot, hetzij klein, moet weloverwogen zijn. Oók aan volwassenen. Net als het telraampje voor dat kind. Uit de gift moet de liefde en de zorg spreken, waarmee het gemaakt, gekocht, verpakt en vooral uitgekozen is. Het moet getuigen van liefde tot de medemens. Dat is het symbool van het hart van suikergoed, dat klakkeloos gekocht wordt, zonder bij de symboliek na te denken. Dit is de les die ik iedereen, en niet alleen de half miljoen langs mijn route, wil geven. Dit is de grootste gift die ik te bieden heb, en iedereen, groot of klein, arm of rijk aan wil bieden….”

Nooit genoeg concurrentie
“LAAT iedereen zó voor Sinterklaas spelen. Ik kan dan geen concurrentie genoeg hebben. Laat iedereen geven zijn liefde met de andere gaven, die dan “op de persoon gekozen” moeten zijn, zoals ik de 600 arme kinderen in de AMVJ ieder persoonlijk en toch alle samen toesprak…. Zet dat in uw krant. Dat is de gift voor de huisvrouw: want dit moet immers bij haar beginnen”.

Een beetje stil zijn we weggegaan.

opa intocht

Bron: Delpher

Pleidooi voor een open debat over de EU

Pleidooi voor een open debat over de EU

Picture: Charles de Gaulle welcoming Winston Churchill to Paris, 11th November 1944

Dat het lastig is een open debat te voeren over de EU bleek deze week weer eens. Als reactie op een in mijn ogen vrij wazig betoog  van Thijs Niemantsverdriet: geen EU betekent oorlog reageerde Thierry Baudet met een stekelige,  nogal kort-door-de –bocht tweet: Thijs, de EU is opgericht om (Koude) oorlog te voeren.

Vervolgens ging de goegemeente los op Baudet. Arend-Jan Boekestijn  vond dat Thierry totale onzin verkondigde, “beneden alle waardigheid”. Rob de Wijk, geschiedkundige en expert internationale betrekkingen,  vond zelfs dat Baudet maar zijn academische titel moet inleveren.

Ik reageerde daar zaterdag op met deze tweet (plus discussielintje eronder).

Onderzoek prof. Aldrich naar Amerikaanse bemoeienis in Europa
In mijn tweet verwijs ik naar het onderzoek van prof. Aldrich van de Warwick University naar de beginjaren van het Europese eenheidsproject pal na WO2. Aldrich onderzocht de belangrijke rol die de Amerikaanse diensten (eerst de OSS en later de CIA) daarin speelden. De Amerikanen bepaalden immers de internationale agenda in die jaren, zeker voor West-Europa.

Uit de studie blijkt dat bestrijden van het communisme een belangrijke motivatie was voor het stimuleren (op heimelijke wijze) van Europese eenheid door de Verenigde Staten na WO2. Daarnaast uiteraard ook het voorkomen van een nieuwe oorlog tussen Duitsland en Frankrijk. Je zou dus kunnen stellen dat Baudet en Niemantsverdriet allebei een punt hebben, maar niet dat Baudet totale onzin beweerde. Bovendien reageerde Baudet met een tweet op een artikel. In 140 tekens kun je geen geschiedenisboek stoppen!

Een sterk Europees blok tegenover de Sovjet-Unie
Dit streven kort na WO2 naar een Verenigd Europa was vanuit Amerikaanse ogen gezien begrijpelijk. Zij waren de Europese oorlogen waarin ze zich steeds moesten mengen zat en ze wilden een sterk blok tegen de agressief opererende Sovjet-Unie. Waarschijnlijk projecteerden zij, zoals we dat vaak zien bij Amerikanen, hun eigen VS op ons Europa, zich onvoldoende rekenschap gevend van de grote verschillen in taal, cultuur en geschiedenis op het Europese continent.

De analyse dat WO2 werd veroorzaakt door nationalisme (volgens mij de veronderstelling achter het stukje van Niemantsverdriet) is twijfelachtig. Was het niet eerder het imperialisme van Hitler en Stalin dat tot deze verwoestende oorlog heeft geleid, dwars tegen de conservatieve nationalistische krachten in?

“Vrede dankzij de EU” is een mythe
Het is een ingewikkeld historisch debat. Ik wil voorstellen het te voeren op basis van argumenten en niet op grond van uitsluiten of kretologie. Laten we om te beginnen het streven naar Europese eenheid dat dus ingegeven werd door de Amerikanen, zien voor wat het was: ja, een poging nieuwe oorlog tussen Duitsland en Frankrijk te voorkomen, maar ook een poging het gevaar van het communisme in te dammen. Een begrijpelijke poging, maar laten we niet doen alsof het een pacifistisch project was. Om de EU te zien als organisatie die verantwoordelijk is voor Europese vrede is al helemaal belachelijk. Die vrede was er door de impliciete dreiging met het Amerikaanse atoomwapen en de ontwapening van Duitsland. Sinds de oprichting van de EU in 1992 zijn er juist méér militaire conflicten geweest dan daarvoor. Denk aan voormalig Joegoslavie en Oekraïne.

Stromingen in Europees denken
Verder is van belang te onderkennen dat er vanaf het begin verschillende stromingen zijn geweest in het Europese denken. Niet iedereen was zo overtuigd van het Europese federalisme als Schuman en Monnet. Churchill zette zich een korte periode (1945 -1947) in voor dit Europese eenheidsdenken, maar hij en zijn schoonzoon werden daarvoor betaald door de V.S.. Wie tussen de regels van Churchill’s toespraken heen leest in die periode, ziet al snel dat Churchill de Europese eenheid vooral bedoelde voor het continent: die staten moesten hun soevereiniteit maar opofferen, niet het Verenigd Koninkrijk!

De visie van De Gaulle op Europa
Het is dan ook niet verbazingwekkend dat die andere grote tegenspeler van Hitler, de Franse generaal (later president) Charles de Gaulle, een heel andere visie had op Europese samenwerking. De Gaulle streefde een confederale opzet na met gemeenschappelijke instituties die een facultatief karakter hadden. Natiestaten moesten soeverein blijven. Verder wilde De Gaulle zoals bekend dat Europa een neutrale positie innam tussen Rusland (destijds Sovjet-Unie) en de Verenigde Staten. Om die reden is Frankrijk uit de NATO gestapt in 1966.

Op een persconferentie in 1962 zette De Gaulle zijn visie op Europa uiteen. Ik heb daar ooit dit blog over geschreven.  De visie van De Gaulle op Europa was dus een heel andere dan de meer federale visie van Schuman en Monnet. Zoals Thierry Baudet ook aanhaalde in zijn artikel Juist Europese eenwording leidt tot oorlog  in 2012 was founding father van de EU Robert Schuman staatssecretaris van het collaborerende Vichy, terwijl Monnet in het begin van WO2 in Londen zat en de radio-uitzendingen van De Gaulle poogde te verhinderen. Schuman heeft later overigens wel in een concentratiekamp gezeten, waarvan akte.

Drie visies op Europa
Wat ik vooral wil zeggen is dat er altijd verschillende visies op Europa hebben bestaan. In grote lijnen kunnen we onderscheiden de federale visie (Schuman en Monnet, hun hedendaagse opvolgers zijn Guy Verhofstadt en Alexander Pechtold), de confederale visie van Europese samenwerking tussen soevereine natiestaten (De Gaulle, ik vermoed ook koningin Wilhelmina, hun hedendaagse opvolgers zijn de Visegrad landen maar ik denk ook Oostenrijk) en tenslotte is er een visie op Europa waarin de landen los staan van elkaar en geen enkele staatkundige band aangaan. Hooguit is er dan economische samenwerking. Deze laatste lijkt de visie te zijn van zowel Thierry Baudet als Geert Wilders, die beide pleiten voor Nexit.

EU is hybride maar beweegt richting federale EU
De huidige EU is een hybride stelsel gebaseerd op al die ideeën. Van een federale unie kunnen we nog niet spreken zolang de regeringsleiders het laatste woord hebben maar door de eenheidseuro is een belangrijke stap gezet in federale richting. Veel duidt erop dat Angela Merkel als zij eenmaal herkozen is tot bondskanselier samen met de Franse president Macron stappen zal zetten richting een federale unie, in ieder geval voor de eurozone. De eurolanden gaan dan vergaand integreren met een gemeenschappelijke minister van Financiën. Ook komt er als het aan Merkel, Macron en de Europese Commissie ligt een gemeenschappelijk asielbeleid én een  gemeenschappelijk defensiebeleid.

Wat ik ervan vind
Hoewel het dus stapsgewijs gaat, worden we steeds meer richting een federaal Europa getrokken. Zelf ben ik in tegenstelling tot Baudet en Wilders geen Nexiteer maar ik deel hun afkeer van een federale EU en vooral de heimelijke, ondemocratische wijze waarop dat wordt doorgevoerd. Wat mijn Europees denken betreft heb ik mezelf altijd als gaullist gezien. Een confederale opzet dus waarin staten nauw samenwerken, maar grotendeels soeverein blijven.

Zoals ik in veel blogs uiteen heb gezet zijn daarvoor twee belangrijke voorwaarden van kracht: 1. landen moeten over hun eigen migratiebeleid gaan. De EU moet zich beperken tot buitengrens beschermen maar niet migratie of asielquota opleggen. 2. ik ben niet tegen een gemeenschappelijke munt zoals de euro maar die moet monetair flexibel worden om tegemoet te komen aan de verschillen tussen de lidstaten (concept TMS of vergelijkbaar).

Visegrad landen en Oostenrijk
Ik meen dat er wel degelijk steun is in de huidige EU voor die decentrale visie. Zeker als het om immigratie gaat, maken o.a. de Visegrad landen en Oostenrijk zich daarvoor sterk. Het Verenigd Koninkrijk zou zich denk ik in zo’n decentrale opzet van de EU ook kunnen vinden en mogelijk weer lid worden na een nieuw referendum. Het zou best eens zo kunnen zijn dat een meerderheid van de 27/28 EU-lidstaten zo’n decentrale opzet prefereren. Dan staan Merkel, Macron en de Europese Commissie straks met lege handen!

Open debat
Ik pleit daarom voor een open debat over de EU op basis van de drie bovenstaande hoofdstromingen. Met historische achtergronden moeten we voorzichtig omgaan. De voorstelling van zaken die nu van bovenaf wordt opgelegd dat “de EU heeft gezorgd voor vrede” en dat natiestaten de bron zijn van oorlogen, is aantoonbaar vals. Juist overdreven EU-federalisme of imperialisme is  op dit moment veroorzaker van conflicten. Aan de andere kant is extreem nationalisme natuurlijk ook een bedreiging van de vrede. Tussen die uitersten zullen we een weg moeten vinden. Migratie, de muntunie en defensie zijn belangrijke thema’s.

Een democratisch en open debat over de EU met daaraan gekoppeld thema’s als migratie, de muntunie en defensie is hard nodig. Op sommige vlakken zal er volgens mij in de EU intensiever samengewerkt moeten worden. Andere beleidsgebieden zoals migratie kunnen beter aan de natiestaten worden overgelaten. Dat open debat bereiken we niet door de ander uit te sluiten op basis van halve waarheden, smalende commentaren of framing. Beter is elkaar uitdagen op inhoud!

 

 

16 januari 2018: mooie dag voor een Supremes happening in Amsterdam

16 januari 2018: mooie dag voor een Supremes happening in Amsterdam

Op 16 januari 1968 hield de Amerikaanse groep The Supremes een concert in Amsterdam. Op 4 maart 1968 werd dit concert uitgezonden door de AVRO. Het Concertgebouw was afgeladen en gaf de dames die toen op de top van hun muzikale kunnen stonden, een enthousiast onthaal. Diana Ross had er duidelijk zin in en schitterde op de van haar bekende speelse, licht spottende en muzikaal sublieme manier.

Op 16 januari 2018 is dit legendarische concert precies 50 jaar geleden. Zou het niet mooi zijn als de AVRO (inmiddels AVROTROS) die neem ik aan de rechten bezit van dit concert, op die avond een grote Supremes happening organiseerd met tal van artiesten die de befaamde, heerljk swingende Supremes nummers brengen?

Denk bijvoorbeeld aan het swingende, vrolijke In and out of love, dat die avond in 1968 voor het eerst ten gehore werd gebracht door The Supremes.

De in 1959 (mijn geboortejaar) opgerichte Supremes, hoewel pas sinds 1961 onder die naam zingend, traden in 1968 op in de samenstelling Diana Ross, Mary Wilson (beide oprichtsters) en Cindy Birdsong. Mede oprichtster Florence Ballard had de groep inmiddels verlaten. De muziek business kan hard zijn. Maar wat zongen ze die avond de sterren van de hemel! De drie Supremes die op 4 maart 1968 optraden in Amsterdam zijn allen nog in leven. Ze zijn in de zeventig inmiddels.

Zou het geen mooi idee te zijn om ze gewoon uit te nodigen voor zo’n happening? Tot een Supremes-reünie is het nooit gekomen door allerlei zakelijke conflicten, maar misschien is dit een mooie gelegenheid de drie dames te huldigen. Liefst op hetzelfde podium als waarop ze vijftig jaar geleden schitterden. Zoals met deze prachtige uitvoering van Somewhere, een nummer van Leonard Bernstein (Westside Story).

Naar deze prachtige muziek luisteren roept nostalgische herinneringen op aan de jaren zestig en zeventig, voor degenen die het meegemaakt hebben. Natuurlijk, achteraf heb ik er gemengde gevoelens bij: het was ook de periode dat het cultureel-marxisme zijn intrede deed aan de West-Europese universiteiten middels Herbert Marcuse. Maar wat bij mij toch overheerst is een gevoel van vrijheid – blijheid, dat veel schitterende muziek opleverde.

Het was ook een periode waarin door idealisme en popcultuur mensen vanuit verschillende etnische groepen tot elkaar kwamen, in plaats van zich navelstaarderig opsloten in de eigen groep zoals nu. Er ontstond een fraaie symbiose van verschillende muziekstijlen. De muziek van The Supremes is daar een mooi voorbeeld van, met een mengvorm van stijlen zoals soul en pop. De Supremes scoorden in de jaren zestig 12 nummer één hits is de U.S.A. en waren de enige groep die kon wedijveren met The Beatles, qua populariteit.

Tot slot, voor de echte liefhebbers: het integrale Amsterdamse Diana Ross & The Supremes concert van 16 januari 1968 kun je hier bewonderen:

 

De politiek steriliseert het debat

De politiek steriliseert het debat

De lezer moet mij bovenstaande verzuchting, die misschien te maken heeft met mijn achtergrond als zoon en kleinzoon van dierenartsen, maar vergeven. Het heeft te maken met een oplopende frustratie als het gaat over het politieke debat over tal van onderwerpen. Terwijl de polarisatie over vitale onderwerpen als immigratie, islam of EU en euro op de social media met de dag erger lijkt te worden, is het alsof de politiek daaraan bijdraagt door alle problemen en hun oplossingen te versimpelen tot niet-overbrugbare tegenstellingen.

Laten we als voorbeeld nemen, het debat over de euro. Een project dat al vanaf het begin werd bekritiseerd door monetaristen die er écht verstand van hadden, zoals de Amerikanen Friedman en Feldstein. Het gros van ons – mezelf incluis – liet zich in slaap sussen door de voordelen die er ontegenzeggelijk ook zijn bij de eenheidsmunt: het gemak van niet meer wisselen en de stabiliteit van een wereldwijde reservemunt. Maar gaandeweg en zeker toen de mede door de euro veroorzaakte economic bubble van de beginjaren van de euro zo rond 2008 ruw uiteenspatte werden de nadelen zichtbaarder; uitzichtloze massa-werkloosheid in het Zuiden en koopkrachtverlies in het Noorden. Hele generaties kwamen buitenspel te staan op de arbeidsmarkt en moeten zich terugvechten, nu het eindelijk iets beter gaat.

In de media werd er een interessant debat gevoerd over tal van oplossingen voor de eurocrisis. Ooit zijn ze op een rijtje gezet door DFT-goeroe Drs. Harry Geels. Zie onderstaande Euro Solution Matrix van Geels. Uit de matrix blijkt dat er heel wat opties zijn tussen de uitersten van enerzijds de eenheidseuro doorzetten en de EU federaliseren (wat de bedoeling is van de euro) en anderzijds een terugkeer naar een grote hoeveelheid nationale munten. Te denken valt aan The Matheo Solution, parallelle munten, euro holiday scenario’s, etc.

euro-solution-matrix

In de politieke arena is helaas niets te merken van een oplossingsgericht debat over de euro. De gevestigde partijen hebben hun prestige aan de eenheidseuro verbonden en willen niet eens serieus het debat aangaan over alternatieven, zeker niet nu de economie beter draait dankzij onconventioneel ECB-beleid (weer een economic bubble?). Hun tegenstrevers, de “populisten”, zijn net zo rigide. Voor hen is een terugkeer naar nationale munten de enig denkbare remedie.

Kennelijk werken politieke partijen zo. Ergens op een achterkamertje wordt een programma vastgesteld, waarover in sommige gevallen een congres mag stemmen, maar ook dat wordt grotendeels geregisseerd. Achter de achterkamertjes van VVD, CDA of D66 bevinden zich de achterkamertjes van Merkel en Draghi waar de échte beslissingen worden genomen. De “populisten” doen in wezen hetzelfde maar dan in tegengestelde richting.

Een écht debat, dat wil zeggen een debat waarin het probleem goed wordt gediagnosticeerd (o jee, ik klink weer als een dierenarts) en vervolgens verschillende oplossingen uit worden gelicht en doorgerekend, wordt bij voorbaat gesteriliseerd door deze werkwijze van de politiek. En wij simpele burgers verketteren elkaar op Twitter, want je bent een gutmensch of een patriot en daar tussenin zit weinig meer tegenwoordig.

Bij andere onderwerpen die ons sterk bezighouden zoals massa-immigratie of islamisering zie je een variant op hetzelfde schema. De gevestigde partijen hebben hun prestige decennialang gestoken in internationale constructies als de EU, de VN en de onafzienbare berg “mensenrechten” die hieraan verbonden zijn. Het heeft ons hulpeloos en weerloos gemaakt tegenover de negatieve effecten van massa-immigratie en de opkomst van een intolerante islam in West-Europa.

Moeten we dan maar alle moskeeën dicht gooien zoals de PVV wil of is er een ander, verstandiger startpunt? Ook hier zou je een oplossingsmatrix kunnen opstellen en proberen daar een zinnig debat over te voeren. En ook hier wordt een open debat over oplossingsrichtingen gesteriliseerd door de politiek die met tegenstellingen werkt: van het laat maar waaien van de gevestigde partijen (want godsdienst valt onder Artikel 6 van de Grondwet) tot aan de tegenstrevers die Europa islamvrij willen maken. Wat mij dan weer een gepasseerd station lijkt.

Nu ja, ik kan nog wel honderd voorbeelden verzinnen, maar de strekking zal de lezer duidelijk zijn. Ik ben dat gepolariseerde getetter zat en wil het hebben over de oplossingen van de grote problemen waarvoor wij staan. Als het niet kan mét de politiek, dan maar zonder!