Ronny

Ronny

Hoe begon het eigenlijk? Ik luisterde laatst naar het prachtige liedje Voor haar van Frans Halsema.

Op de één of andere manier realiseerde ik me dat de Amsterdamse artiesten Frans Halsema en Ronny Bierman beiden in februari 1984 zijn overleden door kanker. Veel te jong. Ronny is geboren in 1938 en Frans in 1939, dus ze waren nog maar 45 (Ronny) en 44 (Frans) jaar oud toen zij ons al kwamen te ontvallen.

Er lopen parallellen tussen beider levens. Ze waren van eenvoudige komaf zoals dat heet, waren al vroeg vastbesloten om artiest te worden en waren beiden leerling in het eerste bestaansjaar van Bob Bouber’s cabaretschool, de geïmproviseerde voorganger van de latere kleinkunstacademie. Vanuit een groep van 350 enthousiastelingen in het begin in 1959, studeerde Ronny als enige af in 1962 en was daarmee Nederlands eerste officiële kleinkunstenares.
Ronny 10

Ronny 6
Ronny Bierman in 1955, nog maar 17 jaar oud. Foto Wout v.d. Hoef

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Vervolgens verdiepte ik me, ik weet eigenlijk niet precies waarom, meer in het leven van Ronny. Al in de jaren 60 trad zij veelvuldig op in cabaretshows, op televisie en in musicals. In 1963 vormde zij op toneel een duo met Sylvia de Leur, met het komische nummer “Wij zijn de meisjes van de VVV”.

Ook op het toneel was Ronny te zien. In 1970 speelde ze in een toneelstuk in Maastricht. De immer kritische toneelrecensent Ischa Meijer was daar aanwezig en sabelde het toneelstuk neer, maar voor het optreden van Ronny Bierman had hij niets dan lof.

Ronny Ischa

Ronny 9In 1971 volgde Ronny’s doorbraak voor het grote publiek toen zij de hoofdrol speelde als “Blonde Greet” (hoewel zelf roodharig) in de eerste grote bioscoopfilm van Paul Verhoeven en cameraman Jan de Bont: Wat zien ik?!

Een film die nog steeds in de top 5 staat van meest bekeken Nederlandse bioscoopfilms. Door de naaktscènes en het pikante onderwerp – het leven van twee dames van lichte zeden, gespeeld door Ronny Bierman en Sylvia de Leur – veroorzaakte de film veel opschudding en zou trendsetter zijn voor veel Nederlandse films in de jaren 70. De film is tegenwoordig in zijn geheel te zien op Youtube.

 

Hoewel het verhaal niet veel voorstelt – dat vonden Verhoeven en De Bont toen ook al – bevat deze film schitterende, nostalgische beelden van Amsterdam begin jaren 70. En uiteraard van de prachtige Ronny, met haar grote sprekende ogen en bijzondere mimiek.

businessisbusiness-1600x900-c-default
Sylvia de Leur en Ronny Bierman in Wat zien ik?!

Het lijkt erop dat Ronny Bierman als actrice daarna wat meer op het tweede plan geraakte. We zien haar nog wel in bioscoopfilms zoals De Inbreker met Rijk de Gooijer, maar de hoofdrol ging in die films meestal naar Willeke van Ammelrooy. Het kan zijn dat Willeke daar wat meer het figuur voor had, of misschien voelde Ronny zich niet prettig bij dergelijke sexy rollen. Ik lees dat zij moeite had met haar naaktrol in Wat Zien ik?! In een interview in 1976 zei ze: “misschien ben ik preuts, maar de kleren gaan niet meer uit. Ik heb geen behoefte aan hijgers aan de telefoon”.

Na Wat zien ik?! kiest ze op TV voor de rol van tamelijk kuise, volkse vrouwen, zoals Tilly Zekereplaats in Citroentje met Suiker. In het musicalgebeuren werd zij gepasseerd door Jenny Arean, die iets beter kon zingen en grote successen vierde met de eerdergenoemde Frans Halsema. Ook Japerina de Jong  kwam iets beter uit de verf in musicals.

Ronny 4 citroentje 1973
Ronny Bierman naast Elsje de Wijn in Citroentje met Suiker (1973)

Misschien was Ronny Bierman voor het echt doorbreken als grote ster teveel een eigenzinnig multitalent, gesteld op persoonlijke vrijheid. Een impresario had ze niet; Ronny deed liever haar eigen zaken. Ze speelde net zo makkelijk volksvrouwen als keurige dames. Ze wisselde TV optredens af met film, toneel, cabaret en musicals. Ook verscheen ze als jurylid in de Berend Boudewijn Kwis, waarvoor toen heel Nederland aan de buis gekluisterd zat. Net als veel acteurs van haar generatie (Piet Römer, Adèle Bloemendaal) schakelde ze moeiteloos tussen plat Amsterdams en keurig ABN.

Haar eigen achtergrond had daar natuurlijk mee te maken: opgegroeid in het volkse Amsterdam West, na een tussenstap in 1969 verhuisd naar de keurige Jacob Obrechtstraat in Amsterdam Oud-Zuid. Niet ver van waar ik vroeger woonde, in de Johannes Verhulststraat. Het was een vorm van sociale mobiliteit die ik herken in mijn eigen familie. De meer succesvolle mensen verkasten vroeger van de volkswijken naar het deftige Amsterdam Zuid.

Daar had Ronny haar plekje wel gevonden, vertelde zij in één van de spaarzame interviews waarin haar privéleven ter sprake kwam, in 1974 in het Parool.  Ze vertelt daarin dat ze zich gelukkig voelt in de Jacob Obrechtstraat en omgeving omdat de huizen er individueel en karakteristiek zijn, “De deuren, de balkonhekken, de stoepjes: ’t is zo lief allemaal. Al die huizen hebben iets eigens”, zegt Ronny en refereert daarbij aan de lelijke moderne kantoorkolossen, die het uiterlijk van de stad inmiddels verpesten.

Ook vertelt ze in dit interview over haar voorliefde voor het Vondelpark, waar ze soms doelloos rondwandelt. Het doet haar denken aan haar jeugd in Amsterdam West, want als ze met haar ouders de stad in ging voerde de weg terug door het Vondelpark. Die route nam ze altijd liever dan door de parallel gelegen Overtoom te fietsen of te lopen.

Ronny 7
Ronny Bierman in 1970. Foto van Harry Pot.

Wat betreft haar privéleven was Ronny Bierman doorgaans zwijgzaam, maar met een beetje googelen kom ik erachter dat zij van 1976 tot aan haar dood in 1984 samenwoonde met de grimeur van Oost-Duitse afkomst, Ulli von Ullrich. Destijds een bekende in de toneelwereld. Still going strong gelukkig, want in 2016 maakte Ulli nog een commercial voor de Rabo met een bejaarde filmcrew.

Van het latere werk van Ronny Bierman is niet zo veel terug te vinden, maar zij bleef verschijnen in films, op toneel, in musicals en in cabaretvoorstellingen. Ook verscheen zij in 1983 nog kort op TV in een serie van de Dolly Dots als mevrouw Kromsky, een “spiritiste”. In deze serie was ook Sylvia de Leur te zien.

Schermafdruk 2018-01-13 21.47.32
Ronny in 1983 als “spiritiste” in een TV-serie met de Dolly Dots

Helaas krijgt in 1983 een ongeneeslijke vorm van leverkanker haar in de greep. Ze moest haar rol in het toneelstuk “Koppen dicht” teruggeven en begin 1984 de strijd opgeven. Ronny werd begraven op Zorgvlied. In 2014 werd haar graf “geruimd” stond op Wikipedia, maar die zin heb ik verwijderd: het past niet bij haar. Liever denken we bij Ronny Bierman terug aan die mooie voorstellingen en films; laat dat dan haar laatste rustplaats zijn.

Zo verviel ik tot sombere overpeinzingen. Zelf heb ik mijn moeder jong verloren door kanker, zij was nog maar 35 jaar en in de bloei van haar leven toen ze overleed. Ronny Bierman en Frans Halsema werden dus maar 45, resp. 44 jaar door die nare ziekte.

Wat is dat toch, die domme loterij van leven en dood, vroeg ik me af. Ik hoor mensen wel eens zeggen dat het allemaal te maken heeft met positief denken en hoe je in je vel zit, maar daar geloof ik niet zo in. Denk dat het een stupide loterij is. Er hoeven maar een paar cellen verkeerd te muteren en de besten onder ons worden uit het leven gegrepen.

Volgens de theorie van psychologen moet je bij een overlijden na aanvankelijk verzet tot acceptatie komen. Daarna volgt verwerking. Daar ben ik waarschijnlijk nooit zo goed in geweest. Na de dood van mijn moeder – ik heb het beschreven in mijn E-boek Heimwee naar de Gerard Doustraat – raakte ik in mijzelf gekeerd. Ik verzon liever mijn moeder opnieuw in mijn gedachten, dan onder ogen te zien dat ze er niet meer was.

Zelfs nu betrap ik me erop – hoewel ik haar niet eens gekend heb – dat ik de neiging heb in mijn hoofd een herboren Ronny Bierman te bedenken die weer zingt, acteert en danst dat het een lieve lust is en daarmee zichzelf en haar publiek zielsgelukkig maakt. Maar nu ben ik oud en wijs genoeg om mezelf bij de kraag te grijpen. Back to reality, Jan.

We moeten ons leven leiden met en voor de levenden. Het is niet anders. Wel geloof ik dat we degenen die er niet meer zijn, een plekje onder de zon moeten gunnen, waar we af en toe met ze kunnen praten. Al was het maar een groetje. Dag Ronny. Dag Frans. Helaas ontbreekt dat plekje in onze moderne westerse cultuur. Alles is gericht op het hier en nu.

 

Mijn wortels in de Cornelis Schuytstraat

Mijn wortels in de Cornelis Schuytstraat

Laatst stuitte ik bij YouTube op een leuk stukje Theodor Holman van anderhalve minuut over de Cornelis Schuytstraat. Een winkelstraat in Amsterdam-Zuid die in de loop der tijden erg is veranderd, zoals Theodor kort en krachtig uitlegt. De winkels van toen zijn allemaal veranderd in “dure winkels” en restaurants. Een beetje bekakte straat voor de bon chic bon genre elite van Amsterdam-Zuid.

Roots
Het toeval wil dat er nogal wat roots van mijn familie in de Cornelis Schuytstraat liggen. Mijn vader en ik zijn er allebei geboren, niet letterlijk natuurlijk want dat gebeurde toen nog in het ziekenhuis, maar we hebben er allebei onze eerste levensjaren doorgebracht.

cor-schuyt-1Mijn vader, Johan Eduard geheten maar altijd Jan genoemd, is geboren op 26 juli 1931. Mijn grootouders woonden toen op het adres Cornelis Schuytstraat 5, zoals in de geboorteadvertentie  – uiteraard in het Algemeen Handelsblad – te zien is.

familie
Familie Gajentaan, eind jaren dertig

Een jaar of vijf later verhuisden ze één straat verder naar het adres  Johannes Verhulststraat 115 waar mijn grootvader de dierenartsenpraktijk die hij in 1927 was begonnen aan de Willemsparkweg voortzette, maar waar het gezin ook ging wonen.

Deze dierenartsenpraktijk in de Johannes Verhulststraat  bestaat nog steeds, maar is na de periode van mijn grootvader en mijn vader overgegaan naar andere dierenartsen. Update zomer 2019: deze praktijk is nu verhuisd naar de Sophialaan. Dus na 85 jaar is er geen dierenartsenpraktijk meer in de Johannes Verhulststraat. Op de foto hieronder zie je de auto van mijn opa voor de praktijk staan, ongeveer in 1937. Met dierenartsen aesculaap!

Johannes Verhulst auto opa
De auto van dierenarts Gajentaan voor de Johannes Verhulststraat, nr 115, ca. 1937

Opvallend is dat terwijl dierenarts vroeger een echt mannenberoep was, de huidige maatschap volledig uit vrouwen bestaat. Het portiek hieronder roept heel wat herinneringen bij mij op. Je moest als klein mannetje hoog springen om de bel te raken, als de deur niet open stond!

schermafdruk-2016-12-17-17-18-36

Ook het hondje dat cartoonist Jo Spier in 1940 tekende voor het boek van mijn opa “Volgende patiënt!” vinden we terug bij de dierenkliniek Vondelpark zoals de praktijk nu heet, alleen wordt het hondje inmiddels vergezeld door een poesje.

 

cor-schuyt-2Maar goed, ik dwaal af; we hadden het over de Cornelis Schuytstraat.

Op 17 augustus 1959 zag schrijver dezes het levenslicht en na een kort verblijf in de Dijsselhofkliniek verscheen ook ik in de Cornelis Schuytstraat, maar dan op nummer 24.

Daar woonden mijn ouders met mijn anderhalf jaar eerder geboren zusje in een klein appartement op de eerste verdieping. Zoals Theodor Holman zegt in het filmpje had je vroeger al veel winkels in de Cornelis Schuytstraat, maar waren dat minder kakkineuze winkels dan nu het geval is.

Zo woonden wij boven de sigarenwinkel van Louis, een heel aardige kerel waarmee mijn vader het goed kon vinden. De sigarenwinkel bestaat nu niet meer. Verschillende modewinkels hebben elkaar afgewisseld; er zit nu een VLVT fashion store. De onderkant van het pand is helemaal witgekalkt.

vlvt

Je had vroeger in hetzelfde blok ook een drankenhandel die later een Gall & Gall is geworden.  Iets verderop zat melkboer Nan, met een lekker ruikende winkel vol melk, kaas en pudding en andere delicatessen.

schuyt5

Het echtpaar Nan had twee dochters, Eveline (hier links op de foto met mijn zusje) en Yvonne, die ongeveer dezelfde leeftijd hadden als mijn zusje en ik en waarmee we veel speelden.

Ik herinner me dat je lopend door de winkel van de Nan’s in het woongedeelte achterin kwam, waar op verjaardagen de traditionele stoelendans werd gehouden.

Verder staat me nog bij dat iedereen in de Cornelis Schuytstraat mij Janneman noemde.

Als ik naar de kapper moest dan was dat bij Boele in de Cornelis Schuytstraat, op de hoek bij de Johannes Verhulststraat. Een echte ouderwetse herenkapper met glimmende spiegels en een tafel met stripbladen waarin ik graag las. Later ging ik naar kapper Belderink in de Johannes Verhulststraat. Waar kapper Boele vroeger zat, bevindt zich nu een hippe lounge: Joe & The Juice.

kapper
Kapsalon Boele is Joe & The Juice geworden

Om een beetje in de begin-jaren-zestig-Cornelis-Schuytstraat stemming te komen, hieronder een kleine collage van familiefoto’s uit die tijd.

Zo rond 1964 maakte mijn vader een zelfde beweging als mijn grootvader in de jaren dertig, d.w.z. hij verhuisde naar de Johannes Verhulststraat 115 en nam daar de praktijk annex (toen nog) woning over. Mijn grootouders gingen toen wonen in Buitenveldert.

Maud4around1962Helaas was mijn moeder toen al ernstig ziek en zij zou op 13 juni 1965 overlijden in de Johannes Verhulststraat nr 115, nog maar 35 jaar oud.

Voor mij is het geluk en de onschuld van mijn jeugd daarom op een wonderlijke manier gekoppeld aan de Cornelis Schuytstraat, ook al woonden we daar in een piepklein appartementje in een straat met – toen nog – heel normale en totaal niet kakkineuze winkeliers, die mij Janneman noemden.

Het verloren paradijs, zou je kunnen zeggen.

Daarom roept de Cornelis Schuytstraat, al kom ik daar niet meer zo vaak, een bijzonder gevoel van nostalgie op.

P.s.

Over de Cornelis Schuytstraat en winkels gesproken: ik kan me nog goed herinneren dat ik in de jaren zestig en zeventig vaak verse vis moest kopen bij vishandel Balm, een mooie en goed geoutilleerde zaak in de Cornelis Schuytstraat op nr. 38.

Pas onlangs kwam ik erachter dat voor de oorlog (vanaf 1913) op hetzelfde adres de vishandel Dreyling & Co zat, destijds een begrip in Amsterdam-Zuid. Vermoedelijk is deze vishandel na de oorlog overgenomen door de familie Balm. Inmiddels is Balm er ook niet meer; op nr 38 bevindt zich nu een DA Drogist.

Eén van de vennoten van de vishandel Dreyling & Co was ene Lubart Gajentaan, broer van mijn overgrootvader Jan Gajentaan die op zijn beurt boekhouder en accountant was, maar zijn zoon en kleinzoon werden dus dierenarts. In 1926 is deze Lubart Gajentaan overleden, nog maar 55 jaar oud. De Gajentaan-roots in de Cornelis Schuytstraat gaan dus nog verder terug, dan ik dacht!

lubartlubart3

DA drogist

Op de plek waar vroeger de vishandel van Lubart Gajentaan zat en later Balm, zit nu een DA drogist. De voorzijde van de gevel, de vorm van de vitrine en de deuren zijn intact gebleven.

 

 

Johnny Rep, gevallen held uit de jaren zeventig

Johnny Rep, gevallen held uit de jaren zeventig

Vorige week kreeg ik het boek Buitenbeentje over voetbalheld Johnny Rep van mijn lieve zus, die al jaren op Texel woont en daar een bed-and-breakfast heeft die zij ooit is begonnen met haar helaas enkele jaren geleden overleden partner Carel, bekend van Carel’s Café in Amsterdam.

Na een aantal lange vakanties in de jaren negentig op een kleine camping op het eiland voelden zij zich er zó op hun gemak dat ze er zijn blijven wonen. Mijn zus is op Texel bevriend geraakt met schrijver-journalist Theun de Winter en ondernemer Henk-Jan Klok, die op hun beurt weer boezemvrienden zijn van Johnny Rep, die ook graag op Texel verblijft en daar jaarlijks in mei zijn wielerwedstrijd voor het goede doel de Johnny Rep Classic organiseert.

rep-7Op 3 december jl. kwam Johnny Rep langs in Texel voor een signeersessie van zijn boek in café De Slock en naar haar zeggen kwam mijn zus er niet onderuit het boek te kopen, wat ze graag deed voor mij als idolaat Ajax-fan van de vroege jaren zeventig.  Met een woordje van Johnny zelf voorin.

Een hele leuke verrassing om zoiets te krijgen met een persoonlijk woordje van één van je jeugdhelden!

Herinneringen
Het boek dat is geschreven door Mark van den Heuvel, heb ik inmiddels met veel plezier  gelezen. Natuurlijk roept het veel herinneringen op aan die fantastische tijd van het Gouden Ajax, eind jaren zestig en begin zeventig. Dat nooit meer herhaalde wonder van de godenzonen, dat door Rep in het boek op vrij nuchtere wijze wordt verklaard, heb ik zelf mogen meemaken.

janvoetbal
Dit ben ik als DWS speler in 1974

Ik stond als jong Amsterdammertje drie keer op het Leidseplein toen de godenzonen de cup met de grote oren naar Amsterdam brachten. Toen het WK 1974 werd gespeeld, het hoogtepunt van Rep’s generatie, was ik 15 jaar.

Ik heb nog de laatste oefenwedstrijd voor dat WK gezien in het Olympisch Stadion op 26 mei 1974, waar Nederland met 4-1 won van Argentinië, het land dat op het WK zelf met 4-0 werd verslagen, mede dankzij een goal van Rep.

Levensverhaal Johnny Rep
Het levensverhaal van Johnny Rep die als jongeling vanaf 1972 deel uitmaakte van het Gouden Ajax en daar op enig moment de positie van Mister Ajax Sjaak Swart als rechtsbuiten overnam, is alom bekend en werd onlangs nog beschreven door Johan Derksen als “een film”.

De stervoetballer van Ajax en Oranje vertrok in 1975 naar het buitenland waar hij achtereenvolgens speelde voor Valencia (twee jaar), Bastia (twee jaar) en Saint Etienne (vier jaar) waar hij tot de dag van vandaag een cultheld is.

Gewend geraakt aan een bourgondische levensstijl en een wijntje bij het eten in de zuidelijke landen, kwam womanizer Rep na zijn spelerscarrière in een vrije val terecht waar geld, drank, drugs en vrouwen een rol speelden, om met oud-Ajax trainer George Knobel te spreken. Het boek beschrijft de levensloop van Rep, zijn eigen commentaar daarop en dat van vrienden en bekenden, zonder te vervallen in een opgeheven vingertje of moralisme.

Het wordt duidelijk dat Rep uiteindelijk tegen zijn zin in twee huwelijken verspeelde door zijn eigen losbandige gedrag, de eerste met zijn eerste vrouw en jeugdliefde Trudy met wie hij twee kinderen  heeft (inmiddels veertigers), de tweede met ene Paula waarmee hij een jongere zoon heeft, maar hun korte huwelijk liep uit op een vechtscheiding, met de zoon als kind van de rekening. Met Trudy is nog steeds een vriendschappelijke band.

Annabel
Aangezien Johnny Rep ook maar een mens is kwam hij als gevolg van zijn gebroken huwelijken in een jarenlange depressie  (flink dippie in Rep’s woorden) terecht. Sinds enkele jaren lacht het geluk de inmiddels 65-jarige Rep weer toe, een geluk dat hij heeft gevonden met de Nederlandse Annabel van Nieuwenhuizen, een gescheiden vrouw met drie kinderen die een restaurant heeft in Spanje, waar het stel de grootste tijd van het jaar leeft.

Annabel heeft de rusteloze Rep enigszins getemd (niet helemaal qua drankgebruik en andere rebellenstreken want dat lukt nooit, blijkt uit het boek). Zij kan de plagerige charmeur die Rep is op waarde schatten.

Een groot deel van het boek gaat over Rep’s roerige verleden (hij wilde het boek zelf Hoeren en Snoeren noemen)  met veel geestige anekdotes, maar ik zal niet te veel verklappen want wie dat wil weten moet het boek zelf maar lezen!

Johnny Rep, een onderschatte speler?
Hoe goed was Rep eigenlijk? Het boek geeft interessante achtergronden. Zaankanter Johnny Rep (die eigenlijk Nicolaas Rep heet) speelde op zijn 16e jaar al in het eerste elftal van de Zaanse club ZFC en kwam bij toeval bij Ajax terecht; een oom had hem daar opgegeven.

Toen Rep met hard werken en trainen en door zijn talent in beeld kwam van de selectie, kreeg hij Johan Cruijff als mentor wat soms tot spanningen leidde omdat Rep als mens niet zo klikte met Cruijff, wel met zijn eigen jeugdheld Piet Keizer. In het veld was er wél een klik met Cruijff.

Rep vertelt in het boek over over de rol van Mister Ajax Sjaak Swart die hem zag als een bedreiging voor zijn vrijwel onaantastbare positie binnen Ajax en een negatief imago van Johnny verspreidde. Volgens Rep was zijn bijnaam “goudhaantje” afkomstig van Sjaak Swart en werd dat gretig overgenomen door de media. Naar Rep’s zeggen onterecht:  hij was op zijn 19e al beter en sneller dan Swart, vindt hij.

Gaslighting
Zou Rep slachtoffer zijn geworden van een bepaalde vorm van gaslighting door Sjaak Swart en de media? Moesten we geloven dat het hem allemaal maar kwam aanwaaien en is daardoor de mythe ontstaan dat Johnny Rep – nog steeds onze WK-topscorer aller tijden en één van de weinige spelers die twee WK finales speelde – een matige speler was bij wie de goals in de schoot kwamen vallen door het werk van anderen?

Ik besloot nog eens aandachtig te kijken naar een fragment van de wedstrijd om de wereldbeker Ajax – Independiente uit 1972, de grote doorbraak van Johnny Rep. In de eerste helft zien we Sjaak Swart als een ouderwetse, vrij statische rechtsbuiten die hoge voorzetten geeft. In de tweede helft verschijnt Rep op het toneel. Het spel oogt meteen anders, moderner.

Cruijff, Rep en Keizer spelen na de pauze samen de verdediging van Independiente aan gort, waarbij Cruijff uitwijkt naar links en Rep opdoemt in de spits en zo eerst de 2-0 scoort, vervolgens op de paal schiet na twee schitterende passes van Cruijff met precies het benodigde effect.

De derde goal van Ajax (tweede van Rep) is van een nog grotere schoonheid, wat goed blijkt als je de herhaling bekijkt aan het einde van het filmpje hierboven. Rep gaat precies op het juiste moment sprinten vanaf het middenveld, de steekpass van Cruijff is prachtig getimed en de afronding van de toen 20-jarige Rep, die op volle snelheid met een kwikzilverachtige voetbeweging de keeper op het verkeerde been zet, is subliem. Kom er nog maar eens om in deze tijd waarin het Nederlandse voetbal internationaal gezien de ene flater na de andere slaat.

Ja, die Johnny Rep kon er echt wel wat van, maar na 1975 raakte hij buiten beeld door zijn buitenlandse avonturen waarvan in die tijd nog niet verslag werd gedaan in de Nederlandse media zoals dat nu het geval is. Misschien was Johnny Rep dus wel beter dan wij toen dachten door het goudhaantje verhaal.

In 1978 maakte Rep een belangrijk WK-doelpunt tegen Schotland, waardoor Nederland nét niet werd uitgeschakeld in de groepsfase van dat toernooi. Hier breekt Rep de Schotse verdediging door vanuit zijn rechtsbuitenpositie het middenveld op te stomen en daar verwoestend uit te halen.

Nadagen spelerscarrìère en trainersloopbaan
Door zijn loopbaan vanaf 1975 bij clubs als Valencia, Bastia en St Etienne, waar hij letterlijk leefde als een God in Frankrijk, raakte Rep al wat uit het zicht. In de jaren tachtig speelde hij weer in Nederland, bij clubs als PEC Zwolle en zelfs twee jaar bij Feyenoord, maar daar was hij voornamelijk bankzitter.

Als trainer is Rep niet verder gekomen dan de amateurclubs VV Zwarte Schapen, FC Omniworld, vv Texel ’94 en RKSV Pancratius. Mogelijk heeft zijn reputatie als “Pietje Bell” en “Don Juan” hem daarbij in de weg gezeten. Zoals hierboven aangehaald leidde zijn onrustige stapgedrag tot twee echtscheidingen, die hem niet in de koude kleren gingen zitten.

Een groot deel van zijn als speler vergaarde fortuin raakte Rep kwijt, waardoor hij uiteindelijk terecht kwam in een klein appartementje in de Zaanstreek. Hij overleefde dankzij het Schnabbelcircuit (in voetbalkantine’s treedt hij op met de Johnny Rep Quiz met een begeleider) en door een baantje als spelersrapporteur bij de Telegraaf.

Naar eigen zeggen had Rep graag een rol gespeeld als scout bij Ajax en heeft hij vele bruikbare tips gegeven (zo vond hij twee jaar geleden al dat Hakim Zyech gekocht moest worden) maar komt hij er niet doorheen in de pikorde van Ajax, dat zoals bekend al jaren door een veel te ingewikkelde management- en bestuursstructuur wordt geteisterd waar ook de zogenaamde Cruijff-revolutie weinig aan kon veranderen. Cruijff zelf haakte dan ook kort voor zijn dood teleurgesteld af.

Sinds een paar jaar is het leven van Johnny Rep, die nooit een echte Ajacied was en meer hart heeft voor een club als Saint Étienne waar hij nog steeds op handen wordt gedragen,  in een rustiger vaarwater gekomen door zijn relatie met Annabel en hun leven bij het restaurant in Spanje een deel van het jaar, waarbij Rep niet te beroerd is om de handen uit de mouwen te steken. Dat Spaanse leven past hem goed, want in Nederland heeft hij nooit meer helemaal kunnen wennen na zijn buitenlandse avonturen in de jaren zeventig.

Op de vraag wie de mens Rep nu echt is kan het boek geen duidelijk antwoord geven, de auteur geeft dat zelf ook toe, daarvoor is Rep een te rebelse en ongrijpbare figuur die graag van de hak op de tak springt in zijn verhalen. Toch maakt dit het boek niet minder plezierig om te lezen: dat ongrijpbare hoorde bij de voetballer Johnny Rep en het hoort kennelijk ook bij hem als mens. Het boek vervalt zoals al aangegeven gelukkig niet in gemoraliseer of een opgeheven vingertje; de lezer wordt vrij gelaten in zijn conclusies.

Een aanrader dus als kerstgeschenk: het boek Buitenbeentje

Een bedroefd grondgevoel

Een bedroefd grondgevoel

Het waren indrukwekkende woorden die gisteravond gesproken werden bij RTL Late Night door Theo Doorman, zoon van de beroemde schout-bij-nacht Karel Doorman die de vlootcommandant was van de geallieerde schepen tijdens de Slag in de Javazee.  Zie dit fragment.

Net als een paar jaar geleden bij Pauw & Witteman mocht Theo Doorman (81) zijn verhaal vertellen over de Slag in de Javazee, die in februari aanstaande 75 jaar geleden is. Voor een uitgebreide beschouwing over de slag vanuit mijn perspectief als derde generatie nabestaande, zie dit blog van mij van maart jl.

Voor mij als derde generatie nabestaande (langs de lijn van mijn moeder) ligt het natuurlijk anders dan voor iemand als Theo Doorman, die zijn vader nog gekend heeft en op zijn zesde jaar niet alleen zijn vader verloor maar ook zelf ternauwernood ontkwam aan het oorlogsgeweld en dus heel direct betrokken is.

Cynisch
Het is triest, bitter en vooral ook enorm cynisch dat naar het zich laat aanzien drie Nederlandse schepen (Hr Ms de Ruyter, Java en Kortenaer) die op de bodem van de Javazee lagen vermoedelijk illegaal gesloopt en in onderdelen verkocht zijn. Hetzelfde lijkt te gelden voor verschillende Amerikaanse en Engelse schepen en onderzeeërs in dit gebied.

Nader onderzoek zal moeten uitwijzen wat er precies gebeurd is. Sommige deskundigen menen dat er ook sprake kan zijn van een zandverschuiving of iets dergelijks, maar volgens Theo Doorman is dat hoogst onwaarschijnlijk. Update: inmiddels heeft het Ministerie van Defensie sonarfoto’s gepubliceerd.

De kwestie zal zeker een gevoelig onderwerp zijn bij het bezoek komende week van premier Mark Rutte aan Indonesië en verwacht mag worden dat hij op zijn minst een diepgaand onderzoek vraagt van de autoriteiten daar en strafvervolging van eventueel opgespoorde daders.

widodo
President Joko Widodo met onze koning

Persoonlijk heb ik er alle vertrouwen in dat de Indonesische president Joko Widodo die onlangs nog Nederland bezocht, zich hiervoor zal inzetten.

Internationaal onderzoek en actieplan
In een interessant stuk in The Guardian van gisteren roept de Britse archeoloog en onderzoeker van maritieme misdaad Andy Brockman op tot internationaal onderzoek en een actieplan van betrokken landen die destijds de geallieerde vloot vormden ter verdediging van Nederlands-Indië, te weten Nederland, het Verenigd Koninkrijk, de Verenigde Staten en Australië.

Hoewel dit voor de drie genoemde Nederlandse schepen te laat zal zijn, had er natuurlijk al veel eerder actie genomen moeten worden.

Andy Brockman stelt:

 “My feeling is that the Ministry of Defence files the issue of taking active steps to protect historic Royal Navy wrecks under the heading of too difficult and too expensive. However, I think it is becoming ever more clear that this attitude is not acceptable to the wider public, not least to veterans and their families”.

“This latest example of commercially driven damage to what are maritime military graves should be a spur to international action, led by the governments of Britain, Australia, the Netherlands and the USA, over two thousand of whose sailors lie in the Java sea.”

 

Ik sluit mij bij deze aan bij de oproep van Brockman en hoop dat premier Rutte in samenspraak met president Joko Widodo en de andere genoemde landen tot een effectief plan van aanpak zal komen.

Een bedroefd grondgevoel
Wat rest, zeker voor de directe nabestaanden zoals Theo Doorman die de slachtoffers nog persoonlijk gekend hebben, is een “bedroefd grondgevoel”, zoals Theo het treffend verwoordde.

maud-met-ouders
Mijn grootvader Nico (midden) sneuvelde  tijdens de Slag in de Javazee. Rechts mijn moeder, links zijn eerste echtgenote 

Het gevoel van een ouder missen is een triest grondgevoel dat je je hele leven met je meedraagt. Ik kan daarover meepraten omdat ik mijn moeder jong heb verloren. Zoals Theo Doorman zei: “het blijft altijd in je kop zitten”.

Als het om een oorlogsslachtoffer gaat komen daar nog indringende vragen bij. Waarom moest het zo zijn en wat had er gedaan kunnen worden om dit te voorkomen? – zijn dan enkele van de vragen die maar blijven opdoemen.

Het verleden kunnen wij echter niet met terugwerkende kracht veranderen, hoe graag we het soms ook zouden willen. Wat rest is berusting en uiteindelijk acceptatie.

Een bedroefd grondgevoel blijft voor de betrokkenen. Daar zal deze – naar het zich laat aanzien – grootschalige plunderpartij op de bodem van de Javazee niets aan veranderen. Laat het een reden te meer zijn om degenen te eren die destijds hun leven gegeven hebben voor Nederland.

 

 

Je t’aime, moi non plus…

Je t’aime, moi non plus…

Vandaag is het 25 jaar geleden dat de Franse ster, melancholicus en befaamd drank- en rookorgel Serge Gainsbourg is overleden. Uiteraard een reden voor de cultuurgevoelige Fransen om daar uitvoerig bij stil te staan en daarbij komt natuurlijk ook het beroemde én beruchte nummer Je t’aime, moi non plus, uitgebreid ter sprake.

In een artikel in Le Figaro wordt het één en ander verteld over het ontstaan van dit liedje dat de gemoederen behoorlijk bezig hield in die tijd. In 1969 werd het uitgebracht. Een eerste versie was een jaar eerder al opgenomen in de studio met Brigitte Bardot, maar de toenmalige echtgenoot van BB Gunther Sachs kon de erotische act van La Bardot met ex-minnaar Gainsbourg niet echt waarderen.

Gentleman Serge besloot het lied toen opnieuw op te nemen met zijn nieuwe vriendin Jane Birkin die hij zo hoog mogelijk liet zingen om de versie onderscheidend te maken ten opzichte van die met BB. Ook het overtuigende gekreun van Birkin hielp om het nummer onsterfelijk te maken. Philips wilde het lied niet uitbrengen en het werd geboycot door de meeste radiostations, wat in het anarchistische Frankrijk van vlak na mei 1968 natuurlijk juist een extra groot succes van het nummer maakte.

Jeannot
Moi in 1971…

Zelf kan ik me nog een feestje herinneren bij mij thuis in de brugklas periode – het zal 1971 zijn geweest – waar dit nummer veel gespeeld werd. Helemaal precies kan ik het me niet herinneren, maar er staat me wel bij dat het er wild aan toe ging, er een groepje stond te roken in de tuin en we op enig moment een meisje die iets vaags met een Cola-fles aan het doen was uit mijn kledingkast haalden. Het erotiserende gekreun van Jane Birkin had kennelijk heftige effecten op sommigen!  Ook staat me nog bij dat ik druk doende was om het feest niet ál te erg uit de hand te laten lopen.

Nou ja, het waren mooie tijden!