Het treurlied van de PvdA-burgemeesters

Het treurlied van de PvdA-burgemeesters

Sinds WO2 worden onze grote steden overwegend bestuurd door burgemeesters van de PvdA. Doorgaans waren dat solide bestuurders die veel deden voor “de gewone man”, realistisch omgingen met de belangen van het bedrijfsleven en oog hadden voor traditie en volksvermaak. Tegenwoordig worden zij door velen gezien als arrogante vertegenwoordigers van het partijkartel. Bij het laten verdwijnen van de traditionele Zwarte Piet, speelden verschillende PvdA-burgemeesters achter de schermen een cruciale rol. Hoe kon het zover komen?

Voor de oorlog was Nederland een conservatief-liberaal bestuurd land. De collectieve uitgaven bedroegen minder dan 30% van het BBP en dat geld ging nog grotendeels naar politie en defensie, hoewel onze vloot en leger er veel te zwak voorstonden aan het begin van WO2. Verder was er geld voor onderwijs, infrastructuur, sociale woningbouw en sociale instellingen, maar veel was het niet.

Bij een bloeiende economie was dit beleid nog houdbaar, maar toen er sprake was van een langdurige economische crisis in de jaren dertig sprongen in verschillende landen fascisten en nationaal-socialisten in het gat. Hoewel men tot op de dag van vandaag alles uit de kast haalt om deze bewegingen te framen als “rechts”, waren ze sociaal-economisch gesproken eerder links. Dat verklaart ook grotendeels hun aantrekkingskracht voor de massa. In Nederland werden gedurende de Bezetting onder andere het Ziekenfonds, het Ontslagrecht en de Kinderbijslag ingevoerd.

De PvdA na de oorlog

Natuurlijk werd hierover tijdens de oorlog al nagedacht door de Nederlandse elite en het koningshuis. Na de oorlog zou er meer ruimte gemaakt worden voor de sociaal-democratie, om zodoende een Verelendung van de massa – met als mogelijk gevolg een nieuwe vorm van extremisme – te voorkomen. Op landelijk niveau werd dit beleid doorgevoerd door de bekende vadertje Drees van de PvdA, onze premier van 1948 tot 1958. Tevens de grondlegger van het Nederlandse stelsel van sociale zekerheid.

In Amsterdam was burgemeester Arnold Jan d’Ailly (PvdA, burgemeester van 1946 tot 1956) typisch iemand die opereerde op het snijvlak van elite, sociaal-democratie en koningshuis. Hoewel afkomstig uit de bankierswereld – hij speelde op het einde van de oorlog nog een kleine rol in de illegale financiering van het verzet naast de broers Walraven en Gijs van Hall en Iman van de Bosch – wist d’Ailly ook de taal te spreken van de gewone man en vrouw. Zijn contact met het koningshuis was uitstekend. Overigens zou d’Ailly in 1956 opgevolgd worden door diezelfde Gijs van Hall, als burgemeester wat minder geslaagd en eveneens “bankier van het verzet”.

burgemeester 1
Burgemeester d’Ailly schudt de Sint (mijn opa) de hand in 1954

Dit contact van d’Ailly met het koningshuis zou van pas komen bij de organisatie van jaarlijkse grote Sinterklaasintocht in Amsterdam, die toen nog de facto de landelijke intocht was en vanaf 1952 tot 1963 ook de televisieintocht. Van 1952 tot en met 1954 zouden koningin Juliana en prinsesjes Marijke en Margriet aanwezig zijn bij de intocht van de goedheiligman.

In het Nederland van de Wederopbouw, waar de mensen het niet breed hadden, was deze Sinterklaasintocht met warme koestering van de onschuld van het kind en het gezin, ondersteund door het koningshuis als nationaal symbool, een groot succes. Waar het toeschouwersaantal in 1950 nog zo’n 250.000 mensen bedroeg, steeg dit al snel tot zo’n 750.000 in 1953 en 1954 en zelfs 800.000 in 1955.

 

De PvdA-burgemeester anno nu

Flashforward
naar 2018. Er is weinig over van die PvdA van na de oorlog die er was voor de gewone mensen en waarvan de bestuurders – ook al waren ze soms regentesk –garant stonden voor sociale zekerheid en het ouderwetse socialistische streven naar verheffing van het volk, of de emancipatie van de vrouw. Kennelijk beschouwden zij ergens in de jaren zeventig en tachtig die taak als voltooid. De arbeider werd vervangen door een nieuw slachtoffer waarop een zieligheidsindustrie gebouwd kon worden: de immigrant.

Zo kon er een politieke cultuur groeien waarbij de PvdA-elite zich totaal vervreemdde van de eigen achterban en steeds meer een dubieuze rol ging spelen in het faciliteren van de veelal allochtone achterban. Toen de PvdA erachter kwam dat ze daarin doorgeschoten waren, stapten zoals bekend Oztürk en Kuzu uit de PvdA kamerfractie en richtten DENK op, nu goed voor zeven virtuele zetels.

Ondanks tal van rapporten en studies, opgesteld door grijze muizen als Ad Melkert, is de PvdA er nog steeds niet in geslaagd met een aansprekende koers of richting te komen. De reflex van hun bestuurders is sinds de jaren 70/80 nog steeds dezelfde: de allochtone achterban moet behaagd worden, het multiculturele ideaal koste wat kost uitgedragen, de oorspronkelijke achterban is vergeten.

De Sinterklaasintocht en de PvdA

Het is ironisch dat de bonte intocht van Sinterklaas, die in de jaren vijftig zo groot werd mede dankzij PvdA-burgemeester Arnold Jan d’Ailly, door een aantal PvdA burgemeesters in de tang is genomen als waren zij presidenten van een Sovjet-republiek.

Zo bleek uit een onthullende open brief uit 2014 van de twee “hoofdpieten” tevens organisatoren van de Amsterdamse intocht, Frans van Konijnenburg en Bram Graafland, dat zij in de achterkamertjes door wijlen burgemeester Eberhard van der Laan snoeihard voor de keuze werden gesteld: of van alle Zwarte Pieten kleurloze en herkenbare veegpieten maken, of vertrekken.

Frans en Bram besloten te vertrekken. Niet eens zozeer omdat zij per se de Zwarte Piet in zijn huidige vorm willen behouden, maar omdat zij het Sinterklaasfeest zien als een magisch sprookje dat nu door bemoeienis van fantasieloze PvdA-bureaucraten kapot wordt gemaakt.

In Rotterdam was het niet veel beter. Ook PvdA-burgemeester Aboutaleb opereerde hypocriet achter de schermen. Zogenaamd bemoeide hij zich niet met de inhoud van de intocht, maar door op slimme wijze een radicale actievoerder naar voren te schuiven is het ook met de Rotterdamse Zwarte Piet binnenkort gedaan, zoals het AD onthulde in deze reconstructie: En plots was er een pietenakkoord. Dat ruim tweederde van de Nederlanders daar totaal anders over denkt, boeit deze PvdA-regenten niet. Daarmee tonen zij wel aan hoezeer zij vervreemd zijn van hun achterban.

PvdA-burgemeester Marga Waanders bakt ze het bruinst

Van alle PvdA-burgemeesters bakte de burgemeester van Dongeradeel, Marga Waanders, ze wel het bruinst. Naar nu blijkt naar aanleiding van de rechtszaak tegen Friese heldin Jenny Douwes en de #blokkeerfriezen, was Waanders voor de intocht in 2017 maandenlang in de weer om zowel de linksradicale agressieve Kick Out Zwarte Piet beweging als de rechtsextreme NVU bij de intocht te laten demonstreren. In het zicht van de kleine kinderen en hun ouders!

Of bij het contact van burgemeester Waanders met de NVU het initiatief van de burgemeester kwam of van NVU, weet ik niet. Maar het lijkt er toch wel sterk op dat hier sprake was van een regentesk PvdA-opzetje: door een optreden van de neonazi’s van NVU zou de sympathie van de bevolking uitgaan naar de antipieten, waarna de PvdA’ers in openbaar bestuur en bij de media de door hen gewenste verandering verder door kunnen voeren: de traditionele Zwarte Piet moet wijken, voor iets met roetveegjes.

De grote vraag is nu of burgemeester Waanders met dit opzetje zich niet min of meer schuldig heeft gemaakt aan uitlokking. Want hoe haal je het in vredesnaam in je hoofd: rechtsextremisten én linksextremisten een prominente plaats gunnen bij de intocht van Sinterklaas, het mooiste kinderfeest van de wereld.

De Amsterdamse burgemeester van 1954, Arnold Jan d’Ailly, wist het beter: hij gunde die prominente plaats aan onze koningin en aan de eerste Secretaris-Generaal van de Verenigde Naties, Trygve Lie. Dat was een andere tijd, met een andere PvdA en trouwens ook een heel andere VN. Wat een treurlied.

p.s. naschrift d.d. 9/10/2018

Uit nader onderzoek van de journalist Wierd Duk, die zowel burgemeester Waanders als NVU-leider Kusters heeft gesproken, blijkt dat burgemeester Waanders wel alle mogelijke moeite heeft gedaan om de radicale Kick Out Zwarte Piet beweging te accommoderen, maar met de NVU alleen oriënterende gesprekken voerde. Die nuance moeten we dus aanbrengen.

Blijft zeer merkwaardig dat de intocht organiserende burgemeester per se de linksextremisten van Kick Out Zwarte Piet erbij wilde hebben en daarnaast meermaals persoonlijk belde met de rechtsextremisten van NVU.

 

 

 

 

 

Advertenties

Ronny

Ronny

Hoe begon het eigenlijk? Ik luisterde laatst naar het prachtige liedje Voor haar van Frans Halsema.

Op de één of andere manier realiseerde ik me dat de Amsterdamse artiesten Frans Halsema en Ronny Bierman beiden in februari 1984 zijn overleden door kanker. Veel te jong. Ronny is geboren in 1938 en Frans in 1939, dus ze waren nog maar 45 (Ronny) en 44 (Frans) jaar oud toen zij ons al kwamen te ontvallen.

Er lopen parallellen tussen beider levens. Ze waren van eenvoudige komaf zoals dat heet, waren al vroeg vastbesloten om artiest te worden en waren beiden leerling in het eerste bestaansjaar van Bob Bouber’s cabaretschool, de geïmproviseerde voorganger van de latere kleinkunstacademie. Vanuit een groep van 350 enthousiastelingen in het begin in 1959, studeerde Ronny als enige af in 1962 en was daarmee Nederlands eerste officiële kleinkunstenares.
Ronny 10

Ronny 6
Ronny Bierman in 1955, nog maar 17 jaar oud. Foto Wout v.d. Hoef

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Vervolgens verdiepte ik me, ik weet eigenlijk niet precies waarom, meer in het leven van Ronny. Al in de jaren 60 trad zij veelvuldig op in cabaretshows, op televisie en in musicals. In 1963 vormde zij op toneel een duo met Sylvia de Leur, met het komische nummer “Wij zijn de meisjes van de VVV”.

Ook op het toneel was Ronny te zien. In 1970 speelde ze in een toneelstuk in Maastricht. De immer kritische toneelrecensent Ischa Meijer was daar aanwezig en sabelde het toneelstuk neer, maar voor het optreden van Ronny Bierman had hij niets dan lof.

Ronny Ischa

Ronny 9In 1971 volgde Ronny’s doorbraak voor het grote publiek toen zij de hoofdrol speelde als “Blonde Greet” (hoewel zelf roodharig) in de eerste grote bioscoopfilm van Paul Verhoeven en cameraman Jan de Bont: Wat zien ik?!

Een film die nog steeds in de top 5 staat van meest bekeken Nederlandse bioscoopfilms. Door de naaktscènes en het pikante onderwerp – het leven van twee dames van lichte zeden, gespeeld door Ronny Bierman en Sylvia de Leur – veroorzaakte de film veel opschudding en zou trendsetter zijn voor veel Nederlandse films in de jaren 70. De film is tegenwoordig in zijn geheel te zien op Youtube.

 

Hoewel het verhaal niet veel voorstelt – dat vonden Verhoeven en De Bont toen ook al – bevat deze film schitterende, nostalgische beelden van Amsterdam begin jaren 70. En uiteraard van de prachtige Ronny, met haar grote sprekende ogen en bijzondere mimiek.

businessisbusiness-1600x900-c-default
Sylvia de Leur en Ronny Bierman in Wat zien ik?!

Het lijkt erop dat Ronny Bierman als actrice daarna wat meer op het tweede plan geraakte. We zien haar nog wel in bioscoopfilms zoals De Inbreker met Rijk de Gooijer, maar de hoofdrol ging in die films meestal naar Willeke van Ammelrooy. Het kan zijn dat Willeke daar wat meer het figuur voor had, of misschien voelde Ronny zich niet prettig bij dergelijke sexy rollen. Ik lees dat zij moeite had met haar naaktrol in Wat Zien ik?! In een interview in 1976 zei ze: “misschien ben ik preuts, maar de kleren gaan niet meer uit. Ik heb geen behoefte aan hijgers aan de telefoon”.

Na Wat zien ik?! kiest ze op TV voor de rol van tamelijk kuise, volkse vrouwen, zoals Tilly Zekereplaats in Citroentje met Suiker. In het musicalgebeuren werd zij gepasseerd door Jenny Arean, die iets beter kon zingen en grote successen vierde met de eerdergenoemde Frans Halsema. Ook Japerina de Jong  kwam iets beter uit de verf in musicals.

Ronny 4 citroentje 1973
Ronny Bierman naast Elsje de Wijn in Citroentje met Suiker (1973)

Misschien was Ronny Bierman voor het echt doorbreken als grote ster teveel een eigenzinnig multitalent, gesteld op persoonlijke vrijheid. Een impresario had ze niet; Ronny deed liever haar eigen zaken. Ze speelde net zo makkelijk volksvrouwen als keurige dames. Ze wisselde TV optredens af met film, toneel, cabaret en musicals. Ook verscheen ze als jurylid in de Berend Boudewijn Kwis, waarvoor toen heel Nederland aan de buis gekluisterd zat. Net als veel acteurs van haar generatie (Piet Römer, Adèle Bloemendaal) schakelde ze moeiteloos tussen plat Amsterdams en keurig ABN.

Haar eigen achtergrond had daar natuurlijk mee te maken: opgegroeid in het volkse Amsterdam West, na een tussenstap in 1969 verhuisd naar de keurige Jacob Obrechtstraat in Amsterdam Oud-Zuid. Niet ver van waar ik vroeger woonde, in de Johannes Verhulststraat. Het was een vorm van sociale mobiliteit die ik herken in mijn eigen familie. De meer succesvolle mensen verkasten vroeger van de volkswijken naar het deftige Amsterdam Zuid.

Daar had Ronny haar plekje wel gevonden, vertelde zij in één van de spaarzame interviews waarin haar privéleven ter sprake kwam, in 1974 in het Parool.  Ze vertelt daarin dat ze zich gelukkig voelt in de Jacob Obrechtstraat en omgeving omdat de huizen er individueel en karakteristiek zijn, “De deuren, de balkonhekken, de stoepjes: ’t is zo lief allemaal. Al die huizen hebben iets eigens”, zegt Ronny en refereert daarbij aan de lelijke moderne kantoorkolossen, die het uiterlijk van de stad inmiddels verpesten.

Ook vertelt ze in dit interview over haar voorliefde voor het Vondelpark, waar ze soms doelloos rondwandelt. Het doet haar denken aan haar jeugd in Amsterdam West, want als ze met haar ouders de stad in ging voerde de weg terug door het Vondelpark. Die route nam ze altijd liever dan door de parallel gelegen Overtoom te fietsen of te lopen.

Ronny 7
Ronny Bierman in 1970. Foto van Harry Pot.

Wat betreft haar privéleven was Ronny Bierman doorgaans zwijgzaam, maar met een beetje googelen kom ik erachter dat zij van 1976 tot aan haar dood in 1984 samenwoonde met de grimeur van Oost-Duitse afkomst, Ulli von Ullrich. Destijds een bekende in de toneelwereld. Still going strong gelukkig, want in 2016 maakte Ulli nog een commercial voor de Rabo met een bejaarde filmcrew.

Van het latere werk van Ronny Bierman is niet zo veel terug te vinden, maar zij bleef verschijnen in films, op toneel, in musicals en in cabaretvoorstellingen. Ook verscheen zij in 1983 nog kort op TV in een serie van de Dolly Dots als mevrouw Kromsky, een “spiritiste”. In deze serie was ook Sylvia de Leur te zien.

Schermafdruk 2018-01-13 21.47.32
Ronny in 1983 als “spiritiste” in een TV-serie met de Dolly Dots

Helaas krijgt in 1983 een ongeneeslijke vorm van leverkanker haar in de greep. Ze moest haar rol in het toneelstuk “Koppen dicht” teruggeven en begin 1984 de strijd opgeven. Ronny werd begraven op Zorgvlied. In 2014 werd haar graf “geruimd” stond op Wikipedia, maar die zin heb ik verwijderd: het past niet bij haar. Liever denken we bij Ronny Bierman terug aan die mooie voorstellingen en films; laat dat dan haar laatste rustplaats zijn.

Zo verviel ik tot sombere overpeinzingen. Zelf heb ik mijn moeder jong verloren door kanker, zij was nog maar 35 jaar en in de bloei van haar leven toen ze overleed. Ronny Bierman en Frans Halsema werden dus maar 45, resp. 44 jaar door die nare ziekte.

Wat is dat toch, die domme loterij van leven en dood, vroeg ik me af. Ik hoor mensen wel eens zeggen dat het allemaal te maken heeft met positief denken en hoe je in je vel zit, maar daar geloof ik niet zo in. Denk dat het een stupide loterij is. Er hoeven maar een paar cellen verkeerd te muteren en de besten onder ons worden uit het leven gegrepen.

Volgens de theorie van psychologen moet je bij een overlijden na aanvankelijk verzet tot acceptatie komen. Daarna volgt verwerking. Daar ben ik waarschijnlijk nooit zo goed in geweest. Na de dood van mijn moeder – ik heb het beschreven in mijn E-boek Heimwee naar de Gerard Doustraat – raakte ik in mijzelf gekeerd. Ik verzon liever mijn moeder opnieuw in mijn gedachten, dan onder ogen te zien dat ze er niet meer was.

Zelfs nu betrap ik me erop – hoewel ik haar niet eens gekend heb – dat ik de neiging heb in mijn hoofd een herboren Ronny Bierman te bedenken die weer zingt, acteert en danst dat het een lieve lust is en daarmee zichzelf en haar publiek zielsgelukkig maakt. Maar nu ben ik oud en wijs genoeg om mezelf bij de kraag te grijpen. Back to reality, Jan.

We moeten ons leven leiden met en voor de levenden. Het is niet anders. Wel geloof ik dat we degenen die er niet meer zijn, een plekje onder de zon moeten gunnen, waar we af en toe met ze kunnen praten. Al was het maar een groetje. Dag Ronny. Dag Frans. Helaas ontbreekt dat plekje in onze moderne westerse cultuur. Alles is gericht op het hier en nu.

 

Eenmanslegertje

Eenmanslegertje

Het is radicalisering alom tegenwoordig. Islamisten radicaliseren. Tegenstanders van de EU radicaliseren. Islamcritici radicaliseren. EU-federalisten van het type wild zwaaiende Verhofstadt radicaliseren. Omdat ik weiger helemaal voor het ene of het andere kamp te kiezen, kreeg ik vanochtend op Twitter het verwijt dat ik radicaliseer in tactische stellingnames. Het zij zo.

Ik hoop dat we in 2018 ook nog een beetje kunnen lachen. Maar dat terzijde.

Het afgelopen jaar heb ik weer van mij doen spreken via mijn blogs op OpinieZ en ook op mijn eigen blog. Zelfs mijn cameradebuut gemaakt bij Café Weltschmerz in een tweegesprek met Sid Lukkassen over de afbraak van de natie.

De boodschap die ik breng was volgens mij wel duidelijk: Nederland moet zich inzetten voor een decentrale EU, waarin een aantal essentiële bevoegdheden terug worden gehaald naar de natiestaat en migratie beperkt moet worden. Landen gaan dan zelf over hun migratiebeleid, de immer uitdijende EU moet eerst maar laten zien dat ze effectief de buitengrenzen kan beschermen. Niemand neemt het gewauwel van Juncker en Timmermans serieus, zolang de EU een open huis is.

Ik realiseer me dat ik met mijn stellingnames in de politiek tussen de wal en het schip val. Want PVV en FvD (zie tweet hieronder van Thierry Baudet) hebben de EU officieel onhervormbaar verklaard en preken de Nexit. De gevestigde partijen leggen soms wel eurokritische accenten, maar hebben in de praktijk niet de ruggengraat om die woorden waar te maken.

Ieder heeft recht op zijn eigen waarheid. Ik denk dat Thierry oprecht en authentiek is met zijn anti-EU boodschap. Dat neemt niet weg dat ik mijn eigen visie heb, die deels Realpolitik is. Ik zie Thierry en Geert samen namelijk niet ineens 76 zetels halen, waardoor Nederland uit de EU kan stappen.

De “populistische stem” is al vijftien jaar stabiel in Nederland. In 2002 haalde de LPF van de toen net vermoordde Pim Fortuyn 26 zetels bij de parlementsverkiezingen. Dat is nu ook ongeveer het zetelaantal van FvD en PVV samen. Ver weg van een meerderheid.

We hebben in Nederland een paar procent economische groei, het is zeker niet optimaal, maar in ieder geval beter dan in het Verenigd Koninkrijk waar de economische groei na het Brexit referendum nog maar de helft is van die van ons. De Britten hebben daarnaast last van dalende koopkracht door inflatie. Natuurlijk, die groei bij ons is er door een riskante ECB-strategie, maar boeit dat de gewone burger? Ik zie de #Nexit er gewoon niet van komen, de komende jaren.

Onhervormbaar?
Kan de EU dan echt niet hervormd worden? Het begint een vermoeiende geloofsstrijd te worden. Ik kijk er nuchter tegenaan en zie nu een groep van 12, 13 EU-kritische landen in de EU waaronder de Visegrad landen, maar ook Oostenrijk en Denemarken. Landen die zich willen inzetten voor een decentrale EU. In dát kamp zou ik Nederland graag zien strijden, al weet ik dat het in een coalitie met Mark Rutte en Alexander Pechtold niet zal gebeuren. In ieder geval lijkt mij dit een realistischer scenario dan Nexit Träumerei.

Wie weet valt het Kabinet Rutte III in 2018 of 2019, waarna Mark Rutte de Nederlandse politiek zal inruilen voor een baan bij de EU en de moegestreden Geert Wilders overstapt naar een denktank in Amerika. Dat zou wellicht de weg vrijmaken voor een coalitie zoals we die nu ook zien in Oostenrijk of Denemarken. Men moet dan wel van beide kanten water in de wijn doen!

Komt tijd, komt raad. Misschien ben ik gewoon te eigenwijs voor de politiek. Ik heb mij dan ook voorgenomen u in 2018 te blijven bestoken met mijn blogs. Als een eenmanslegertje.

 

 

 

De intocht van 17 november 1962

De intocht van 17 november 1962

De intocht van 17 november 1962 in Amsterdam was voor mijn opa de dertiende als Sint en voor mij, voor zover ik het me kan herinneren, de eerste. Het was een vrij koude zaterdag in een bewolkt Amsterdam, maar zoals altijd maakte de drukke en gezellige Sinterklaasintocht veel goed. In die jaren zorgden Sint en zijn bonte gezelschap van Zwarte Pieten, herauten, hellebaardiers en Spaanse edelen (toen nog zonder roetveegjes) voor een gezellige boel in de hoofdstad.

Voor mij en mijn zusje was het een extra bijzondere dag, omdat we de Sint (niet wetende dat het onze opa was) een handje mochten geven bij aankomst. Het staat me nog bij dat ik dagen had geploeterd op een mooie tekening voor de Sint. Mijn zusje gaf hem bloemen en Mies Bouwman stond erbij met een vertederde blik.

12247187_1035380453181295_3677550660498664729_nKort na de aankomst stond Sint ook nog twee paters te woord, die een gift voor een gehandicapten stichting wilden laten bezorgen door een postduif. Je ziet mijn opa erbij glunderen, want hij was als dierenarts een groot dierenvriend en in het bijzonder een liefhebber van vogels.

In het huis van mijn grootouders stond in die tijd een grote volière en ik herinner me nog dat opa na het eten altijd opstond met de woorden: “zo, en nu ga ik mijn gevleugelde vriendjes verzorgen”. Ook de gehandicaptenzorg zal hem aangesproken hebben, want het ICA probeerde in die jaren altijd een sociaal onderwerp te koppelen aan de intocht.

Een wild paard
Zo vertrok de Sint dan op zijn paard richting het Damrak voor de grote intocht, die in die jaren nog grote toeschouwersaantallen haalde tot wel 800.000 (het record van 1955). Het ging dat jaar echter niet van een leien dakje met het paard. Waar mijn opa zijn sintcarrière in 1950 begonnen was met het oude circuspaard Majestuoso en na diens heengaan het paard Julia bereid had gevonden de honneurs waar te nemen, sloeg in oktober 1962 het noodlot toe.

ddd_011204458_mpeg21_p003_image

Julia had plotseling het tijdelijke voor het eeuwige verwisseld. Dat stelde de organisatie voor problemen, want de hectische en drukke intocht kon eigenlijk alleen goed gelopen worden met een mak maar geoefend paard. Mijn grootvader ging nog wel eens met zo’n paard van te voren door de drukke straten van Amsterdam rijden om de stressbestendigheid van het edele dier te testen. Daarvoor was in 1962 weinig tijd meer.

Uiteindelijk viel de keus op Emir, een mooi maar ongeduldig paard, dat steeds schichtiger werd naarmate de rijen publiek dichter werden.

 

 

Bijna van het paard geworpen

12278985_1035381879847819_987445756622864994_nZo ging het dan na dertien vlekkeloos verlopen intochten bijna mis, want in de buurt van de Dam steigerde Emir plotseling en het had weinig gescheeld, of opa was uit het zadel geworpen. Op de één of andere manier wist hij nog net in het zadel te blijven.

Wellicht speelde dit een rol bij zijn besluit begin 1963, om na 13 geslaagde intochten het bijltje erbij neer te gooien en als zijn opvolger architect Gerard de Klerk aan te wijzen. De Klerk die in 2003 is overleden, hield het voor Sint spelen maar liefst 26 jaar vol en is daarmee nog steeds recordhouder in Amsterdam.

Mijn grootvader trad in het begin op als zijn coach.

Om incidenten met het paard te voorkomen liep De Klerk in het begin met twee paardenbegeleiders in plaats van één, want het ICA was toch wel geschrokken van het bijna-incident van 1962.

Paard vier
De Klerk nam extra begeleider mee om incident met paard te voorkomen

Zo werd de mythe van de “Witte Pieten” in het leven geroepen, want leden van de anti-Zwarte Piet beweging halen deze foto wel eens aan met het verhaal dat er vroeger al witte Pieten meeliepen. Maar de begeleider van het paard was altijd al ongeschminkt, dit was doorgaans iemand van de manege die het paard goed kende en om het dier niet in verwarring te brengen liet men deze persoon ongeschminkt. De enige reden dat De Klerk er twee had, was dat hij in tegenstelling tot mijn grootvader geen geoefend ruiter was en het dus in 1962 bijna fout was gegaan.

Maar goed, hiermee dwaal ik af naar de nogal sneue discussies van nu waardoor er weinig meer van de oorspronkelijke magie en charme van de intocht is overgebleven, in ieder geval in Amsterdam. Ook in Rotterdam gaat het organiserende comité, bestaande uit studenten, nu over tot het verbannen van de oorspronkelijke Pieten. Waardoor Aboutaleb zijn handen kan wassen in onschuld, want hij had zogenaamd niets met het besluit te maken. Van Amsterdam weten we dankzij een opinieartikel van ex-hoofdpieten Bram Graafland en Frans van Konijnenburg dat ze achter de schermen gedwongen werden door wijlen burgemeester Van der Laan om Zwarte Piet van zijn kleur te ontdoen.

Ach ja, al dat policor geneuzel en dwingelandij waar we tegenwoordig zo moe van worden, wat het hele feest steeds meer dreigt te verpesten. In 1962, de eerste intocht die ik mij kan herinneren en de laatste als Sinterklaas voor mijn opa, hadden we daar gelukkig nog geen weet van. Het was simpelweg genieten voor de duizenden langs de route. Zie het Polygoonjournaal van dat jaar.

 

 

 

 

 

 

 

Mijn wortels in de Cornelis Schuytstraat

Mijn wortels in de Cornelis Schuytstraat

Laatst stuitte ik bij YouTube op een leuk stukje Theodor Holman van anderhalve minuut over de Cornelis Schuytstraat. Een winkelstraat in Amsterdam-Zuid die in de loop der tijden erg is veranderd, zoals Theodor kort en krachtig uitlegt. De winkels van toen zijn allemaal veranderd in “dure winkels” en restaurants. Een beetje bekakte straat voor de bon chic bon genre elite van Amsterdam-Zuid.

Roots
Het toeval wil dat er nogal wat roots van mijn familie in de Cornelis Schuytstraat liggen. Mijn vader en ik zijn er allebei geboren, niet letterlijk natuurlijk want dat gebeurde toen nog in het ziekenhuis, maar we hebben er allebei onze eerste levensjaren doorgebracht.

cor-schuyt-1Mijn vader, Johan Eduard geheten maar altijd Jan genoemd, is geboren op 26 juli 1931. Mijn grootouders woonden toen op het adres Cornelis Schuytstraat 5, zoals in de geboorteadvertentie  – uiteraard in het Algemeen Handelsblad – te zien is.

familie
Familie Gajentaan, eind jaren dertig

Een jaar of vijf later verhuisden ze één straat verder naar het adres  Johannes Verhulststraat 115 waar mijn grootvader de dierenartsenpraktijk die hij in 1927 was begonnen aan de Willemsparkweg voortzette, maar waar het gezin ook ging wonen.

Deze dierenartsenpraktijk in de Johannes Verhulststraat  bestaat nog steeds, maar is na de periode van mijn grootvader en mijn vader overgegaan naar andere dierenartsen.

Opvallend is dat terwijl dierenarts vroeger een echt mannenberoep was, de huidige maatschap volledig uit vrouwen bestaat. Het portiek hieronder roept heel wat herinneringen bij mij op. Je moest als klein mannetje hoog springen om de bel te raken, als de deur niet open stond!

schermafdruk-2016-12-17-17-18-36

Ook het hondje dat cartoonist Jo Spier in 1940 tekende voor het boek van mijn opa “Volgende patiënt!” vinden we terug bij de dierenkliniek Vondelpark zoals de praktijk nu heet, alleen wordt het hondje inmiddels vergezeld door een poesje.

 

cor-schuyt-2Maar goed, ik dwaal af; we hadden het over de Cornelis Schuytstraat.

Op 17 augustus 1959 zag schrijver dezes het levenslicht en na een kort verblijf in de Dijsselhofkliniek verscheen ook ik in de Cornelis Schuytstraat, maar dan op nummer 24.

Daar woonden mijn ouders met mijn anderhalf jaar eerder geboren zusje in een klein appartement op de eerste verdieping. Zoals Theodor Holman zegt in het filmpje had je vroeger al veel winkels in de Cornelis Schuytstraat, maar waren dat minder kakkineuze winkels dan nu het geval is.

Zo woonden wij boven de sigarenwinkel van Louis, een heel aardige kerel waarmee mijn vader het goed kon vinden. De sigarenwinkel bestaat nu niet meer. Verschillende modewinkels hebben elkaar afgewisseld; er zit nu een VLVT fashion store. De onderkant van het pand is helemaal witgekalkt.

vlvt

Je had vroeger in hetzelfde blok ook een drankenhandel die later een Gall & Gall is geworden.  Iets verderop zat melkboer Nan, met een lekker ruikende winkel vol melk, kaas en pudding en andere delicatessen.

schuyt5

Het echtpaar Nan had twee dochters, Eveline (hier links op de foto met mijn zusje) en Yvonne, die ongeveer dezelfde leeftijd hadden als mijn zusje en ik en waarmee we veel speelden.

Ik herinner me dat je lopend door de winkel van de Nan’s in het woongedeelte achterin kwam, waar op verjaardagen de traditionele stoelendans werd gehouden.

Verder staat me nog bij dat iedereen in de Cornelis Schuytstraat mij Janneman noemde.

Als ik naar de kapper moest dan was dat bij Boele in de Cornelis Schuytstraat, op de hoek bij de Johannes Verhulststraat. Een echte ouderwetse herenkapper met glimmende spiegels en een tafel met stripbladen waarin ik graag las. Later ging ik naar kapper Belderink in de Johannes Verhulststraat. Waar kapper Boele vroeger zat, bevindt zich nu een hippe lounge: Joe & The Juice.

kapper
Kapsalon Boele is Joe & The Juice geworden

Om een beetje in de begin-jaren-zestig-Cornelis-Schuytstraat stemming te komen, hieronder een kleine collage van familiefoto’s uit die tijd.

Zo rond 1964 maakte mijn vader een zelfde beweging als mijn grootvader in de jaren dertig, d.w.z. hij verhuisde naar de Johannes Verhulststraat 115 en nam daar de praktijk annex (toen nog) woning over. Mijn grootouders gingen toen wonen in Buitenveldert.

Maud4around1962Helaas was mijn moeder toen al ernstig ziek en zij zou op 13 juni 1965 overlijden in de Johannes Verhulststraat nr 115, nog maar 35 jaar oud.

Voor mij is het geluk en de onschuld van mijn jeugd daarom op een wonderlijke manier gekoppeld aan de Cornelis Schuytstraat, ook al woonden we daar in een piepklein appartementje in een straat met – toen nog – heel normale en totaal niet kakkineuze winkeliers, die mij Janneman noemden.

Het verloren paradijs, zou je kunnen zeggen.

Daarom roept de Cornelis Schuytstraat, al kom ik daar niet meer zo vaak, een bijzonder gevoel van nostalgie op.

P.s.

Over de Cornelis Schuytstraat en winkels gesproken: ik kan me nog goed herinneren dat ik in de jaren zestig en zeventig vaak verse vis moest kopen bij vishandel Balm, een mooie en goed geoutilleerde zaak in de Cornelis Schuytstraat op nr. 38.

Pas onlangs kwam ik erachter dat voor de oorlog (vanaf 1913) op hetzelfde adres de vishandel Dreyling & Co zat, destijds een begrip in Amsterdam-Zuid. Vermoedelijk is deze vishandel na de oorlog overgenomen door de familie Balm. Inmiddels is Balm er ook niet meer; op nr 38 bevindt zich nu een DA Drogist.

Eén van de vennoten van de vishandel Dreyling & Co was ene Lubart Gajentaan, broer van mijn overgrootvader Jan Gajentaan die op zijn beurt boekhouder en accountant was, maar zijn zoon en kleinzoon werden dus dierenarts. In 1926 is deze Lubart Gajentaan overleden, nog maar 55 jaar oud. De Gajentaan-roots in de Cornelis Schuytstraat gaan dus nog verder terug, dan ik dacht!

lubartlubart3

 

 

 

 

Johnny Rep, gevallen held uit de jaren zeventig

Johnny Rep, gevallen held uit de jaren zeventig

Vorige week kreeg ik het boek Buitenbeentje over voetbalheld Johnny Rep van mijn lieve zus, die al jaren op Texel woont en daar een bed-and-breakfast heeft die zij ooit is begonnen met haar helaas enkele jaren geleden overleden partner Carel, bekend van Carel’s Café in Amsterdam.

Na een aantal lange vakanties in de jaren negentig op een kleine camping op het eiland voelden zij zich er zó op hun gemak dat ze er zijn blijven wonen. Mijn zus is op Texel bevriend geraakt met schrijver-journalist Theun de Winter en ondernemer Henk-Jan Klok, die op hun beurt weer boezemvrienden zijn van Johnny Rep, die ook graag op Texel verblijft en daar jaarlijks in mei zijn wielerwedstrijd voor het goede doel de Johnny Rep Classic organiseert.

rep-7Op 3 december jl. kwam Johnny Rep langs in Texel voor een signeersessie van zijn boek in café De Slock en naar haar zeggen kwam mijn zus er niet onderuit het boek te kopen, wat ze graag deed voor mij als idolaat Ajax-fan van de vroege jaren zeventig.  Met een woordje van Johnny zelf voorin.

Een hele leuke verrassing om zoiets te krijgen met een persoonlijk woordje van één van je jeugdhelden!

Herinneringen
Het boek dat is geschreven door Mark van den Heuvel, heb ik inmiddels met veel plezier  gelezen. Natuurlijk roept het veel herinneringen op aan die fantastische tijd van het Gouden Ajax, eind jaren zestig en begin zeventig. Dat nooit meer herhaalde wonder van de godenzonen, dat door Rep in het boek op vrij nuchtere wijze wordt verklaard, heb ik zelf mogen meemaken.

janvoetbal
Dit ben ik als DWS speler in 1974

Ik stond als jong Amsterdammertje drie keer op het Leidseplein toen de godenzonen de cup met de grote oren naar Amsterdam brachten. Toen het WK 1974 werd gespeeld, het hoogtepunt van Rep’s generatie, was ik 15 jaar.

Ik heb nog de laatste oefenwedstrijd voor dat WK gezien in het Olympisch Stadion op 26 mei 1974, waar Nederland met 4-1 won van Argentinië, het land dat op het WK zelf met 4-0 werd verslagen, mede dankzij een goal van Rep.

Levensverhaal Johnny Rep
Het levensverhaal van Johnny Rep die als jongeling vanaf 1972 deel uitmaakte van het Gouden Ajax en daar op enig moment de positie van Mister Ajax Sjaak Swart als rechtsbuiten overnam, is alom bekend en werd onlangs nog beschreven door Johan Derksen als “een film”.

De stervoetballer van Ajax en Oranje vertrok in 1975 naar het buitenland waar hij achtereenvolgens speelde voor Valencia (twee jaar), Bastia (twee jaar) en Saint Etienne (vier jaar) waar hij tot de dag van vandaag een cultheld is.

Gewend geraakt aan een bourgondische levensstijl en een wijntje bij het eten in de zuidelijke landen, kwam womanizer Rep na zijn spelerscarrière in een vrije val terecht waar geld, drank, drugs en vrouwen een rol speelden, om met oud-Ajax trainer George Knobel te spreken. Het boek beschrijft de levensloop van Rep, zijn eigen commentaar daarop en dat van vrienden en bekenden, zonder te vervallen in een opgeheven vingertje of moralisme.

Het wordt duidelijk dat Rep uiteindelijk tegen zijn zin in twee huwelijken verspeelde door zijn eigen losbandige gedrag, de eerste met zijn eerste vrouw en jeugdliefde Trudy met wie hij twee kinderen  heeft (inmiddels veertigers), de tweede met ene Paula waarmee hij een jongere zoon heeft, maar hun korte huwelijk liep uit op een vechtscheiding, met de zoon als kind van de rekening. Met Trudy is nog steeds een vriendschappelijke band.

Annabel
Aangezien Johnny Rep ook maar een mens is kwam hij als gevolg van zijn gebroken huwelijken in een jarenlange depressie  (flink dippie in Rep’s woorden) terecht. Sinds enkele jaren lacht het geluk de inmiddels 65-jarige Rep weer toe, een geluk dat hij heeft gevonden met de Nederlandse Annabel van Nieuwenhuizen, een gescheiden vrouw met drie kinderen die een restaurant heeft in Spanje, waar het stel de grootste tijd van het jaar leeft.

Annabel heeft de rusteloze Rep enigszins getemd (niet helemaal qua drankgebruik en andere rebellenstreken want dat lukt nooit, blijkt uit het boek). Zij kan de plagerige charmeur die Rep is op waarde schatten.

Een groot deel van het boek gaat over Rep’s roerige verleden (hij wilde het boek zelf Hoeren en Snoeren noemen)  met veel geestige anekdotes, maar ik zal niet te veel verklappen want wie dat wil weten moet het boek zelf maar lezen!

Johnny Rep, een onderschatte speler?
Hoe goed was Rep eigenlijk? Het boek geeft interessante achtergronden. Zaankanter Johnny Rep (die eigenlijk Nicolaas Rep heet) speelde op zijn 16e jaar al in het eerste elftal van de Zaanse club ZFC en kwam bij toeval bij Ajax terecht; een oom had hem daar opgegeven.

Toen Rep met hard werken en trainen en door zijn talent in beeld kwam van de selectie, kreeg hij Johan Cruijff als mentor wat soms tot spanningen leidde omdat Rep als mens niet zo klikte met Cruijff, wel met zijn eigen jeugdheld Piet Keizer. In het veld was er wél een klik met Cruijff.

Rep vertelt in het boek over over de rol van Mister Ajax Sjaak Swart die hem zag als een bedreiging voor zijn vrijwel onaantastbare positie binnen Ajax en een negatief imago van Johnny verspreidde. Volgens Rep was zijn bijnaam “goudhaantje” afkomstig van Sjaak Swart en werd dat gretig overgenomen door de media. Naar Rep’s zeggen onterecht:  hij was op zijn 19e al beter en sneller dan Swart, vindt hij.

Gaslighting
Zou Rep slachtoffer zijn geworden van een bepaalde vorm van gaslighting door Sjaak Swart en de media? Moesten we geloven dat het hem allemaal maar kwam aanwaaien en is daardoor de mythe ontstaan dat Johnny Rep – nog steeds onze WK-topscorer aller tijden en één van de weinige spelers die twee WK finales speelde – een matige speler was bij wie de goals in de schoot kwamen vallen door het werk van anderen?

Ik besloot nog eens aandachtig te kijken naar een fragment van de wedstrijd om de wereldbeker Ajax – Independiente uit 1972, de grote doorbraak van Johnny Rep. In de eerste helft zien we Sjaak Swart als een ouderwetse, vrij statische rechtsbuiten die hoge voorzetten geeft. In de tweede helft verschijnt Rep op het toneel. Het spel oogt meteen anders, moderner.

Cruijff, Rep en Keizer spelen na de pauze samen de verdediging van Independiente aan gort, waarbij Cruijff uitwijkt naar links en Rep opdoemt in de spits en zo eerst de 2-0 scoort, vervolgens op de paal schiet na twee schitterende passes van Cruijff met precies het benodigde effect.

De derde goal van Ajax (tweede van Rep) is van een nog grotere schoonheid, wat goed blijkt als je de herhaling bekijkt aan het einde van het filmpje hierboven. Rep gaat precies op het juiste moment sprinten vanaf het middenveld, de steekpass van Cruijff is prachtig getimed en de afronding van de toen 20-jarige Rep, die op volle snelheid met een kwikzilverachtige voetbeweging de keeper op het verkeerde been zet, is subliem. Kom er nog maar eens om in deze tijd waarin het Nederlandse voetbal internationaal gezien de ene flater na de andere slaat.

Ja, die Johnny Rep kon er echt wel wat van, maar na 1975 raakte hij buiten beeld door zijn buitenlandse avonturen waarvan in die tijd nog niet verslag werd gedaan in de Nederlandse media zoals dat nu het geval is. Misschien was Johnny Rep dus wel beter dan wij toen dachten door het goudhaantje verhaal.

In 1978 maakte Rep een belangrijk WK-doelpunt tegen Schotland, waardoor Nederland nét niet werd uitgeschakeld in de groepsfase van dat toernooi. Hier breekt Rep de Schotse verdediging door vanuit zijn rechtsbuitenpositie het middenveld op te stomen en daar verwoestend uit te halen.

Nadagen spelerscarrìère en trainersloopbaan
Door zijn loopbaan vanaf 1975 bij clubs als Valencia, Bastia en St Etienne, waar hij letterlijk leefde als een God in Frankrijk, raakte Rep al wat uit het zicht. In de jaren tachtig speelde hij weer in Nederland, bij clubs als PEC Zwolle en zelfs twee jaar bij Feyenoord, maar daar was hij voornamelijk bankzitter.

Als trainer is Rep niet verder gekomen dan de amateurclubs VV Zwarte Schapen, FC Omniworld, vv Texel ’94 en RKSV Pancratius. Mogelijk heeft zijn reputatie als “Pietje Bell” en “Don Juan” hem daarbij in de weg gezeten. Zoals hierboven aangehaald leidde zijn onrustige stapgedrag tot twee echtscheidingen, die hem niet in de koude kleren gingen zitten.

Een groot deel van zijn als speler vergaarde fortuin raakte Rep kwijt, waardoor hij uiteindelijk terecht kwam in een klein appartementje in de Zaanstreek. Hij overleefde dankzij het Schnabbelcircuit (in voetbalkantine’s treedt hij op met de Johnny Rep Quiz met een begeleider) en door een baantje als spelersrapporteur bij de Telegraaf.

Naar eigen zeggen had Rep graag een rol gespeeld als scout bij Ajax en heeft hij vele bruikbare tips gegeven (zo vond hij twee jaar geleden al dat Hakim Zyech gekocht moest worden) maar komt hij er niet doorheen in de pikorde van Ajax, dat zoals bekend al jaren door een veel te ingewikkelde management- en bestuursstructuur wordt geteisterd waar ook de zogenaamde Cruijff-revolutie weinig aan kon veranderen. Cruijff zelf haakte dan ook kort voor zijn dood teleurgesteld af.

Sinds een paar jaar is het leven van Johnny Rep, die nooit een echte Ajacied was en meer hart heeft voor een club als Saint Étienne waar hij nog steeds op handen wordt gedragen,  in een rustiger vaarwater gekomen door zijn relatie met Annabel en hun leven bij het restaurant in Spanje een deel van het jaar, waarbij Rep niet te beroerd is om de handen uit de mouwen te steken. Dat Spaanse leven past hem goed, want in Nederland heeft hij nooit meer helemaal kunnen wennen na zijn buitenlandse avonturen in de jaren zeventig.

Op de vraag wie de mens Rep nu echt is kan het boek geen duidelijk antwoord geven, de auteur geeft dat zelf ook toe, daarvoor is Rep een te rebelse en ongrijpbare figuur die graag van de hak op de tak springt in zijn verhalen. Toch maakt dit het boek niet minder plezierig om te lezen: dat ongrijpbare hoorde bij de voetballer Johnny Rep en het hoort kennelijk ook bij hem als mens. Het boek vervalt zoals al aangegeven gelukkig niet in gemoraliseer of een opgeheven vingertje; de lezer wordt vrij gelaten in zijn conclusies.

Een aanrader dus als kerstgeschenk: het boek Buitenbeentje

Marine Le Pen of François Fillon: het eurodilemma

Marine Le Pen of François Fillon: het eurodilemma

Zoals voorspeld heeft François Fillon de voorverkiezingen van traditioneel rechts in Frankrijk gewonnen. Iedereen maakt zich nu op voor een duel Fillon – Le Pen in de tweede ronde van de presidentsverkiezingen volgend jaar, tenzij de socialisten (Hollande of Valls?) nog een spectaculaire come-back weten te maken.

Een eventueel duel Le Pen – Fillon zal, behalve over het immigratie- en veiligheid issue (zeer sterk aanwezig in Frankrijk na een serie grootschalige islamitische aanslagen in 2015 en 2016) vooral draaien om de vraag of Frankrijk lid van de EU en de eurozone wil blijven. Marine Le Pen heeft al een referendum hierover aangekondigd.

Zoals ik 21 november schreef in mijn blog Duel Fillon – Le Pen lijkt waarschijnlijk,  is François Fillon een interessante kandidaat die in het verleden behoorde tot de meer nationale stroming van de gaullisten. Zo voerde hij in de jaren negentig campagne met de gaullist Philippe Séguin tégen het Verdrag van Maastricht en de euro.

Later draaide Fillon behoorlijk bij toen hij minister werd van president Chirac en vervolgens premier onder president Sarkozy. Dat zal hem verweten worden door het kamp van Marine Le Pen: in die rollen was hij medeverantwoordelijk voor neoliberaal bezuinigingsbeleid en het overdragen van allerlei bevoegdheden aan de EU.

Daarnaast zou Fillon volgens het Front National samen met Sarkozy veel te veel concessies hebben gedaan aan de moslimgemeenschap in Frankrijk en de organisaties die hen pretenderen te vertegenwoordigen, met doorgaans een hoog gehalte aan Moslim Broederschap aanhangers in het bestuur. Toch denk ik dat Fillon een case kan opbouwen dat hij inmiddels van inzicht veranderd is. De laatste jaren spreekt hij zich voortdurend uit voor een harder beleid tegen radicale moslims en een beperking van de immigratie.

Narratief Fillon versus Le Pen 
Vermoedelijk zal Fillon in zijn presentatie en narratief deels terugvallen op zijn vorige leven als nationaal ingestelde gaullist, waarbij hij zich tevens presenteert als Thatcheriaanse hervormer en hoeder van de Europese eenheid. Een beetje de kwadratuur van de cirkel, maar goed, tot nu toe komt hij ermee weg.

Daarmee belichaamt Fillon, meer dan de neoliberale Juppé of de ongeloofwaardige Sarkozy, de ideale synthese voor traditioneel rechts en dat is ongetwijfeld ook de reden dat door het rechtse kamp voor hem gekozen is.

Het narratief van François Fillon loopt dus gedeeltelijk gelijk op met dat van Marine Le Pen, al zal Le Pen ongetwijfeld proberen zich te onderscheiden van Fillon door nóg verdergaande maatregelen voor te stellen op het vlak van beperking van de immigratie en bevorderen van meer veiligheid.

Daarnaast zal Marine Le Pen Fillon aanvallen op de voorgestelde hervormingsmaatregelen, zoals het ontslag van 500.000 ambtenaren, al zal de objectieve toeschouwer moeten toegeven dat Frankrijk ver uit de pas loopt met de collectieve uitgavenquote van ca. 55% en dat dergelijke maatregelen dus bittere noodzaak zijn en eigenlijk al lang getroffen moesten zijn (dit geheel los van de vraag of Frankrijk in de eurozone blijft).

Marine Le Pen heeft wel een punt, dat alleen met een eigen munt (of in ieder geval met de mogelijkheid wisselkoers- en rente aanpassingen te doen op nationaal niveau) het land weer een nationaal economisch en sociaal beleid kan voeren.

In dit opzicht is Marine Le Pen te prijzen, want zij heeft altijd gesteld dat een goed sociaal beleid in Frankrijk alleen mogelijk is na herinvoering van een eigen munt. Zij onderscheidt zich van linkse populisten zoals de Griek Alexis Tsipras die zijn volk in de maling nam door te beloven dat een sociaal, anti-cyclisch beleid mogelijk was binnen de eurozone. De Grieken waren kennelijk dom genoeg  om daar in te trappen.

Aangezien Marine Le Pen altijd de koppeling heeft gemaakt nationale munt > nationaal beleid, beschouw ik haar niet als een populist. Overigens zie ik Fillon evenmin als een populist want ook hij heeft een eerlijke boodschap: als Frankrijk een enigszins succesvol lid wil worden van EU en eurozone zal er keihard hervormd moeten worden, net zoals de Duitsers deden ten tijde van kanselier Schröder.

Euroval
euro-trapHet lastige punt met de euro blijft dat deze is opgezet als een val, zoals de Duitse professor Hans-Werner Sinn van het IFO-instituut (inmiddels met pensioen) ooit uiteen heeft gezet in zijn boek The Euro Trap. 

De reden van de voortdurende stagnatie in de eurozone is dat de deelnemende landen met grote onderlinge verschillen in productiviteit, type activiteiten, fiscale structuren, arbeidsmobiliteit, geografie etc. (dus geen OCA vormende, zie de uiteenzetting van Alex Sassen van Elsloo daarover uit 2012) hun wisselkoersen en rentetarieven niet meer kunnen aanpassen.

Wat velen echter over het hoofd zien is dat als slechts één land uit de eurozone stapt dat niet zo heel veel helpt, zeker niet als het een Zuid-Europees land is. De koers van de euro en het centrale rentetarief worden immers nu al erg laag gehouden door Draghi, in zijn ijver om de eurozone kost wat kost bijeen te houden. Als Frankrijk of Italië uit de eurozone stapt worden de onderlinge wisselkoersverhoudingen dus niet hersteld; dat zou pas het geval zijn als bijvoorbeeld Duitsland en Nederland zouden revalueren.

Stapt een zuidelijk land eruit en willen ze met een eigen munt een concurrentievoordeel verkrijgen, dan zullen ze dus hun munt sterk moeten devalueren maar dat brengt grote risico’s met zich mee (inflatie, kapitaalvlucht en verlies aan koopkracht door de devaluatie). Bovendien worden de schulden dan duurder. Welk volk brengt dit op?

Daarom zou het beter zijn als de noordelijke landen uit de eurozone stappen met eventueel een gemeenschappelijke Noordelijke euro (Neuro), zij kunnen immers revalueren in plaats van devalueren, waardoor er minder kans is op inflatie en koopkrachtverlies en de schulden juist goedkoper worden als je het slim speelt, al zitten ook daaraan heel wat haken en ogen, zowel monetaire als politieke.

Aangezien Frankrijk weliswaar niet de zwakste broeder is in de EU (die “eer” komt toe aan Italië, Griekenland en Portugal) maar toch ook geen economisch sterk land is als Duitsland, is het maar zeer de vraag hoe een single-country exit van Frankrijk uit de eurozone als Marine Le Pen gekozen zou worden, zou uitpakken. Dit onderwerp zal zeker te uit en te na worden besproken in de komende verkiezingsperiode. Economen zullen Marine Le Pen en haar team het vuur na aan de schenen leggen.

Ik vermoed dat een eventuele #Frexit gepaard zal gaan met behoorlijk wat schade in de vorm van devaluatie, kapitaalvlucht en inflatie. De hamvraag is of de Fransen dat volgend jaar aandurven, of dat ze hun geld zetten op de conservatieve Fillon en er voorlopig het beste van proberen te maken binnen de eurozone.

Het is jammer dat geen van beide kampen interesse toont in innovatieve oplossingen van de eurocrisis, zoals The Matheo Solution (TMS)  , een model dat monetaire flexibiliteit op nationaal niveau combineert met behoud van de euro als gemeenschappelijke munt (die dan dus geen eenheidseuro meer zal zijn).

Ondergetekende is nog wel eens in al zijn enthousiasme naar Brussel getogen om de voordelen van TMS uiteen te zetten aan de adviseurs van Marine Le Pen en werd daar buitengewoon vriendelijk ontvangen, maar in die kringen houdt men toch vast aan het herinvoeren van de Franse Franc als symbool van nationale eenheid.

Daar valt ook zeker wat voor te zeggen, want een nationale munt is inderdaad het ultieme symbool van nationale soevereiniteit. Het is tragisch dat wij dat in de jaren negentig niet inzagen, terwijl in het Verenigd Koninkrijk Margaret Thatcher haar politieke carrière opofferde om haar land buiten de eurozone te houden met haar beroemde No, no no tegen Delors en zijn euro (zie video hieronder).

Het punt is echter dat de financiële systemen in de eurozone na vijftien jaar dusdanig met elkaar vervlochten zijn geraakt dat er geen pijnloze euro-exit meer mogelijk is, zeker niet voor een land alleen. Dat is de kern van de Euro Trap. De Fransen – net als de Italianen, bij hun referendum deze maand – staan dus in meerdere opzichten voor een verdraaid lastige keuze: het eurodilemma.