Het Detective Naaihuis (DNH)

Het Detective Naaihuis (DNH)

Het zal zo ongeveer in 1968 zijn geweest. Ik zat op de lagere school. Het waren de hoogtijdagen van Batman, de Thunderbirds en de nooit meer overtroffen TV-serie Voyage to the bottom of the sea, die we als ik me het goed herinner allemaal nog op zwart-wit TV bekeken.

adam-west-batman
Batman & Robin in 1968
Batman 1968
Schrijver dezes met Batman-shirt in de tuin, april 1968.

Ik moest er onlangs weer aan denken door het overlijden van Batman-acteur Adam West. Die samen met Robin goed van het leven genoten heeft in die tijd, begrijp ik uit de latere verhalen.

Maar voor ons waren Batman & Robin geheimzinnige helden, die navolging verdienden. In Amsterdam deed destijds het verhaal de ronde over een jongetje dat tragisch uit zijn raam was gesprongen, omdat hij Batman wilde imiteren. Ik weet niet of het waar is.

Ik verzamelde alles wat met Batman & Robin te maken had en natuurlijk ook van de Thunderbirds: ik had ze allemaal nagebouwd met bouwpakketten. Toen ik jarig was en er een Thunderbirds tijdschrift bij de presentjes zat had ik alleen maar oog dáárvoor en niet voor de duurdere cadeaus, hoorde ik later van mijn ouders.

thunderbirds 2
Thunderbird Nr. 2 staat klaar voor vertrek

Met mijn beste vrienden Geert en Job van de Hildebrandschool sprak ik af na schooltijd. We vonden dat het tijd was een geheim genootschap op te richten. Een verborgen organisatie, naar het voorbeeld van International Rescue van de Thunderbirds. Op school mocht niemand weten dat we er lid van waren.

thunderbirds 3Thunderbird-6-5-615x260

Ik weet niet meer wie van ons op het idee kwam, maar één van ons opperde het idee dat onze geheime club als dekmantel een soort textielfabriek moest worden. Kort gezegd, een Naaihuis. Om het een beetje mysterieuzer te laten klinken opperde een ander de naam Detective Naaihuis. Afgekort als DNH. Aldus werd besloten.

De plaats waar DNH door ons gevestigd werd was in de kelder van de dierenartsenpraktijk van mijn grootvader en vader, aan de Johannes Verhulststraat in Amsterdam, waar we toen nog woonden. Er was in de kelder een oud kolenhok welke niet meer gebruikt werd. Mijn vader bewaarde er hout voor de open haard en we mochten er spelen.

We waren uiterst productief en enthousiast als jonge leden van onze geheime organisatie. Er werden passen gemaakt waarmee we ons konden identificeren als DNH-leden wanneer dat nodig was. We hingen overal bordjes op met DNH: Detective Naaihuis. Ik tekende een computer, een tekening die ik nog steeds heb. Zie deze foto.

DNH
De computer van het D.N.H.

Zo vermaakten we ons op de lange woensdagmiddagen na schooltijd. Het enige dat we in onze onbegrensde naïviteit van achtjarigen niet begrepen, was dat mijn ouders in een deuk van het lachen lagen, telkens als wij de naam Detective Naaihuis lieten vallen.

 

Poemie, de poes met haartjes in zijn oog

Poemie, de poes met haartjes in zijn oog

hondjeEerder publiceerde ik op mijn blog het verhaal De genezing van de geleidehond Jan en ook de geschiedenis van Jacques, de goudvis.  Beide verhalen komen uit het boek van mijn grootvader, “Volgende patiënt!”,  gepubliceerd in 1940 door de Amsterdamse uitgever Andries Blitz.

Vandaag een (voorlopig) laatste fragment:
Poemie, de poes met haartjes in zijn oog.
Het verhaal wordt weer verteld vanuit het perspectief van de dierenartsassistente. 

***
De dokter heeft een prachtige doos sigaretten gekregen, mevrouw bloemen en de “zuster” een doos bonbons.
“Van een dankbare patiënt…”

Die dankbare patiënt was Poemie, een klein, onaanzienlijk schriebeltje van een poesje.

Je moet als kat maar geluk hebben in je ongeluk! Poemie is aangetroffen op de stoep van een herenhuis. Als ze hem een straat verder hadden neergezet, zou hij zijn ongeluk en dood tegemoet zijn gegaan. Nu stond hij net voor de deur van aardige mensen, die zich alles aan de vondeling gelegen lieten liggen.

Hetgeen nodig was. Want Poemie was er beklagenswaardig aan toe…
Niet alleen dat Poemie geboren is in een huis, waar men blijkbaar de meest elementaire begrippen van menselijkheid mist en dus zelfs niet zo meedogend is om een onwelgevallig katje te laten afmaken – “Zet maar op straat, dan zijn we van het gezanik af!”
– Poemie was ook door de natuur uitermate slecht bedacht.

Poemie
Poemie in de Duitse versie van het boek, getekend door Otto Pankok

Toen hij voor het eerst op ons spreekuur kwam, zaten zijn ogen dik onder de viezigheid. Wanhopig wreef hij er met zijn kleine pootjes in en daardoor maakte hij het nog erger.

“Wat moeten we nu met zo’n stakkerdje beginnen?” klaagde mevrouw Hoekstra, die hem had gebracht. “We hebben hem twee dagen in huis en het is een schat van een dier. In al zijn ellende zit hij te spinnen! M’n dochtertje is dol op de nieuwe aanwinst! Die ogen heb ik met boorwater uitgewassen, maar dat helpt niets…!”

“Mag ik u vragen, welke richting u uitveegt?” zei dr. Gajentaan.

“Gewoon, net als bij een mens. Naar de neus toe! ”

“In dit geval komt het er niet op aan, maar u moet toch altijd naar buiten vegen. Aan de binnenzijde van ’t oog heeft een kat een ooglid-zakje en daar wrijft u ’t vuil in, zodat het oog niet schoon wordt. Maar aan deze ogen kunt u een liter boorwater op de meest correcte manier gebruiken – het zal niets helpen.”

“Dus het is hopeloos…?” vroeg mevrouw Hoekstra treurig.

“Kijk eens mevrouw, – véél weten wij er niet van, maar zó magertjes is onze wetenschap nu ook niet! Stelt u eens voor, dat iedere oogaandoening hopeloos zou zijn, als boorwater geen genezing bracht! ’t Is een merkwaardig geval met dat poesje. In mijn praktijk heb ik het vier keer meegemaakt… De oogleden zijn namelijk naar binnen omgekruld en de ooghaartjes steken dus naar binnen.”

“Dus… dus… dan heeft die stumperd steeds haren in zijn oog!”

“Inderdaad…”

“Maar dat is toch een marteling! Als wij eens voortdurend een vuiltje in ons oog hadden, dan zou je toch het liefste dood willen zijn!”

“Of genezen worden,” merkte dr. Gajentaan glimlachend op. “En tot dat laatste zullen we dan ook maar overgaan, als u het goed vindt”.

“Maar natuurlijk…”

“Ik moet er één ding eerlijk bij zeggen: zo’n operatie heeft niet altijd evenveel succes. ’t Behoort niet tot de eenvoudigste dingen, maar we zullen erg ons best doen…”

Ik heb u al verteld, dat de dankbare Poemie ons met geschenken overladen heeft en daar kunt u uit afleiden, dat de oogoperatie succes heeft gehad. Heel voorzichtig heeft dr. Gajentaan de haren van de oogleden weggeknipt terwijl mevrouw en ik de patiënt zo vasthielden, dat geen beweging mogelijk was.

’t Was een heel peuterwerkje vooral bij zo’n klein katje. Maar geduld overwint alles. Toen Poemie plaatselijk verdoofd was, begon de operatie.
“Nou eens even precies uitmikken,” zei dr. Gajentaan. “Je moet er een beetje een timmermansoog voor hebben. Is het ooglid door de verdoving erg gezwollen? ‘k Geloof het niet…”

poesje 2Onder en boven het ooglid werd een klein driehoekje uitgesneden. Het was een heel precies werkje!
Als er iets te veel of iets te weinig werd weggenomen, zou de operatie kunnen mislukken. Want het was de bedoeling om de oogleden naar buiten om te krullen, zodat de haren niet meer in het oog konden komen. Met drie hechtinkjes werden de wondjes gesloten.

Het beeld van de horlogemaker en de machinebouwer kwam me weer in de gedachte, toen ik de subtiele vingerbewegingen van de dokter met gespannen aandacht volgde. De chirurgie staat voor niets!

“’t Is klaar!” hoorde ik de dokter mompelen. “Ik geloof wel, dat het gelukt is. Nu nog een zalfje met een verdovend middeltje er in over de wondjes strijken.
Denk erom: goed vasthouden! Als hij met zijn poot erbij komt, is alles verloren. Geef me de kraag eens aan.”

Poemie kreeg een mooie kartonnen kraag om, die hem zeventiende-eeuws stond.
En toen ging het kleine hoopje poes, waar zo’n zorg aan besteed werd, in het zindelijke ziekenkamertje-met-tralies.

Buitenstaanders denken misschien wel eens, dat de diergeneeskunde nooit de voldoening kan schenken die de gewone wetenschap biedt. In zoverre is dat waar, daar de patiënten zelf nooit een kik geven. Al houd ik tegenover alle sceptici vol, dat een genezen dier wel degelijk dankbaar is. Maar de mensen, die om het dier geven, weten wel degelijk hun dankbaarheid te betuigen! En denkt u alstublieft niet, dat ik het oog heb op al die bloemen, sigaretten en bonbons! Dat was natuurlijk een alleraardigste attentie.

Nee, ik bedoel de manier, waarop de hele familie Hoekstra op deze gebeurtenis heeft gereageerd. Vader, moeder, drie kinderen en het dienstmeisje kwamen in optocht naar het hokje om Poemie te zien.
En ze straalden!

opa-2“We hielden allemaal van dat kleine zwervertje!” zei meneer Hoekstra. “U heeft geen idee hoe blij we zijn, dat die kat van zijn kwelling is verlost en niet afgemaakt hoeft te worden!”
En hij gaf mijn baas een stevige hand.

De kinderen juichten en vroegen, of Poemie die prachtige kraag mocht houden, omdat die Poemie zo beeldig kleedde. En ze kregen al ruzie over het gewichtige probleem, wie Poemie naar huis mocht brengen als hij “genezen ontslagen” werd.

Dat was na veertien dagen het geval.
Ze droegen het mandje met voorzichtige tederheid.
Dit mandje bevatte maar niet zo’n gewoon poesje.
De kostelijke schat, waarvoor ze graag al hun speelgoed gegeven zouden hebben, werd huiswaarts gedragen!

***

schermafdruk-2016-12-17-17-18-36

 

 

 

 

 

Jacques, de goudvis

Jacques, de goudvis

hondjeEen fragment uit het boek van mijn grootvader, “Volgende patiënt!”,  gepubliceerd in 1940 door de Amsterdamse uitgever Andries Blitz (vermoord in 1942 door het Nazi-regime).

De geschiedenis van Jacques, de goudvis. Het verhaal is geschreven vanuit het perspectief van de dierenartsassistente.

***

Nooit zal ik vergeten wat er gebeurde op dezelfde dag  dat wij geleidehond Jan met zijn gebroken been bij ons kregen. Het was al tijd voor het gewone spreekuur geworden. Amper lag Jan in zijn lekkere mand, of er belde een cliënt.

“De volgende patiënt maar weer!” zei Dr. Gajentaan.

opa-2Je kon echt zien dat hij zijn hoofd nog helemaal bij de geleidehond had. En toen moest hij zich onmiddellijk weer verplaatsen in een heel ander geval.
En wàt voor een geval…!

Een bejaard vrouwtje kwam binnen met een jampotje in haar hand. Eerst dacht ik natuurlijk niet anders of ik kreeg wat ontlasting te onderzoeken, maar toen zij het papier er af deed, zagen we tot onze stomme verbazing dat er een goudvis in het zwempotje zwom!

“Wat is er aan de hand, mevrouw?” vroeg dr. Gajentaan nieuwsgierig.

“Dat zal ik u vertellen, dokter!” zei de cliënte gemoedelijk en zij ging er op haar gemak bij zitten.
“Dit is Jacques, m’n goudvis. En dat arme beest heeft last van schimmel. Kijkt u maar, allemaal witte vlekken aan z’n vinnen en z’n staart. En hij wordt zo mager als een ram. Schub over graat! Ik ben erg aan dat dier gewend. Ach ja, al drie jaar weduwe en nooit beesten in huis gehad. Kom – denk ik – ik koop een goudvis voor de gezelligheid. Ja, een mens wil toch wel wat aanspraak in huis hebben. En nou heeft die stumperd schimmel gekregen…”

“Weet u wel zeker, dat het schimmel is?” vroeg dr. Gajentaan met een klein glimlachje. Zo van een geleidehond naar de diersoort goudvis was wel een sensatie!

“Of het schimmel is…?” riep het vrouwtje uit. “Dokter, het is één brok schimmel wat er an is! Als je Sinterklaas op die vis z’n rug zet, dan kan-ie zo over de daken rijden! Zo’n schimmel is het…!”

Ik vreesde, dat ik op de plek zou sterven van lachen en ook mijn baas schaterde het uit. Maar de vrouw van de goudvis bleef doodernstig.

“Is daar nou wat an te doen, dokter?” vroeg zij.

Dr. Gajentaan bekeek de vis eens met een vergrootglas.

“Geef me eens een kom met schoon water en dan wat permangaanoplossing met een watje”, vroeg hij mij. Hij pakte de goudvis beet en penseelde snel de schimmelplekjes met een watje met permangaan. Na deze behandeling ging het visje in het schone water.

“Heeft u gezien, hoe ik dat deed? “ vroeg de dokter aan de eigenares. “Zo moet u elke dag twee keer doen. Ik zal u er wat voor meegeven. En steeds na de behandeling in fris maar niet te koud water, want die visschimmel is besmettelijk. Het water is geïnfecteerd, begrijpt u? Als u dat een weekje volhoudt, zal er wel verbetering in komen!”

Dankbaar pakte zij het jampot-aquarium op.

“U hebt hem toch thuis niet in zo’n kom zonder iets?” vroeg m’n baas. “Zo’n goudvis hoort in een aquarium met planten erin. Die zorgen dan voor de zuurstof voor de vissen. Dan kan zo’n beest jarenlang blijven leven.”
“Wat dat betreft is het in orde, dokter” was de repliek, “ik heb een pracht van een bak voor hem”.
“Goed zo, dan hoef ik u niets te vertellen”.
“Nou, dan gaan we maar,” sprak ze opgeruimd. “Kom maar weer mee Jacques, we zullen goed voor je zorgen, dan raak jij dat schimmeltje wel weer kwijt…”

“Zo meteen is de volgende patiënt een regenwurm”, lachte dr. Gajentaan. “Dat zijn lamme dingen, die schimmels bij vissen. En toch hoop ik, dat die schimmel geneest. Zo’n vrouwtje zou er toch een beroerde week van hebben, als haar visje stierf. Dan blijft ze alleen over…”

***

schermafdruk-2016-12-17-17-18-36
De praktijk die mijn grootvader begon eind jaren ’20 van de vorige eeuw bestaat nog steeds in Amsterdam, Johannes Verhulsstraat 115 hs, tegenwoordig onder de naam Vondelkliniek. Het logo met het hondje, afkomstig van het boek en getekend door de bekende cartoonist Jo Spier, is daar nog altijd op de voorgevel te vinden.

De genezing van geleidehond Jan

De genezing van geleidehond Jan

hondje

Dit fragment komt uit het boek van mijn grootvader, “Volgende patiënt!” gepubliceerd in 1940 door de Amsterdamse uitgever Andries Blitz die kort daarna (in 1942) werd vermoord in Auschwitz. 

Het verhaal is geschreven vanuit het perspectief van de dierenartsassistente.

***

De onmisbare hond komt niet veel voor. Een hond is een gezelligheidsdier of een viervoetig voorwerp, waarmee je tentoonstellingsprijzen kunt halen. Maar de nuttigheid van de canis familiaris moeten we niet overschatten. Wij kennen de waakhond. Voor het platteland van betekenis, in de grote stad alleen een wanhoop voor buren en slapende kinderen.

Dan hebben we de trekhond – jammer genoeg! Ik ken geen hatelijker gezicht dan een dikke boer op zijn karretje en een afgesjouwde hond, die er met de tong uit de bek vóór loopt te hijgen, terwijl de boer alleen maar zwaarlijvig zit te zitten.
Hoe eerder deze “nuttigheid” van de hond bij de wet verboden wordt, des te beter is het voor het beest en des te eervoller voor de mens! Maar wij hebben een cliënt, voor wie de hond onmisbaar is. Die cliënt is blind…

Elke keer als onze blinde cliënt, meneer Verbeek, binnenkomt, onderga ik een ontroering. Hij heeft zijn hond kort vast aan de beugelband en het dier bestuurt de schreden van zijn baas. Laatst zag ik ze het huis in komen. Voor de deur gaf de hond al een seintje. Dan voorzichtig de gang door en bij de wachtkamer – wonderlijk hoe die herder al weet, dat ze daar moeten wachten! – klopt de blinde aan tot de deur wordt geopend.

Die meneer Verbeek draagt zijn lot waardig. Ik heb hem nog niet één keer horen klagen over zijn gebrek. Daarbij heeft hij de zegen van een opgeruimd humeur. Hij kan zo smakelijk lachen en zo genoeglijk aan zijn sigaretje trekken.

blindegeleidehond JanDe verhouding tussen hem en Jan, de hond, is prachtig. Het is net of die twee door een fluïdum met elkaar verbonden zijn. En die wederzijdse genegenheid komt heus niet tot uiting in overdreven lieve woordjes en aanhalingen. Als meneer Verbeek zijn Jan even tastend over de grote kop streelt, dan duwt de hond zijn natte snuit eens in zijn hand en kwispelt met de staart. De oren maken een beweging van welbehagen. De baas is goed op hem en Jan is gelukkig.

Hoewel mijn dokter er geen woord van zegt, heb ik de overtuiging, dat hij op Jan nog tien keer meer zijn best doet dan voor welke andere hond dan ook. Uit sympathie voor de hond en voor meneer Verbeek.

Jan was er bijna niet meer geweest. Een woesteling van een motorrijder heeft hem aangereden, toen hij in alle omzichtigheid met zijn baas overstak. Gelukkig heeft iemand het nummer van dit heerschap kunnen noteren. Twee maanden hechtenis heeft-ie gekregen. Wraakzuchtig ben ik niet, maar ik gun het hem van harte!

Gelukkig had meneer Verbeek geen enkel letsel. Hij stond hulpeloos in de drukte van het verkeer. De hond hoorde hij hevig janken en hij begreep, dat er iets heel ergs was gebeurd. Dadelijk kwamen voorbijgangers toesnellen en die wilden hem in veiligheid brengen.
“Eerst de hond”! zei hij, “anders verzet ik geen stap!”

Een handige slagersjongen nam Jan op en droeg hem voorzichtig naar een winkel. Daar vertelden ze de blinde, dat de hond lelijk gewond was.
“Een beenpunt stak hem dwars door zijn huid heen!” deelden ze hem mede. “Dat stomme dier zal wel afgemaakt moeten worden…”
“Eerst dr. Gajentaan opbellen!” zei Verbeek. Mijn baas reed er onmiddellijk heen en legde de hond als een ziek kindje achter in de auto.

opa-2
Dr. Jan Gajentaan

Het bleek dat Jan een gecompliceerde dijbeenbreuk had. Het dijbeen stak door de opening van de huid. Een röntgenfoto liet duidelijk zien, dat het arme beest er slecht aan toe was.
Meneer Verbeek streelde zachtjes de kop van zijn geleidehond.
“Is er nog iets aan te doen, dokter?” vroeg hij treurig. “Anders moet u hem uit zijn lijden verlossen…”

Misschien zou mijn baas in gewone omstandigheden tot een spuitje zijn overgegaan. Maar het betrof hier zo’n bijzonder geval. De geleidehonden zijn als het ware de ogen van de blinden. Niet alleen een dier, maar ook een mens had er het hoogste belang bij dat het uiterste gedaan zou worden om Jan te genezen.
Ik bracht meneer Verbeek met een taxi naar huis en toen ik terugkwam, zag dr. Gajentaan er een beetje opgewekter uit.
“Er is een kans dat we Jantje erdoor slepen!” zei hij, “hoewel het een zeer bedenkelijk geval is”.

Hij onderzocht het gebroken been nauwkeurig, maar tijdens dit onderzoek schoot de uitstekende beenpunt onverwachts terug in de wond. Ik heb mijn dokter zelden onbehoorlijke woorden horen gebruiken maar bij die gelegenheid kwam er een woordje uit, dat in een damessalon niet van pas ware geweest.
“Nou zal er zeker wel een infectie bijkomen!” riep hij. “Ik wil die beenpunt eenvoudig afknippen!”.

Na enige manipulaties kwam het gesplinterde bot weer uit de wond tevoorschijn.
“Gauw de beenschaar!” gelastte de baas op een toon van een kapitein, die zijn schip uit de branding moet redden. Zelden heb ik een opdracht zo snel uitgevoerd! “Krak”! zei het been.

“Van strenge steriliteit is natuurlijk geen sprake”, zei dr Gajentaan. “Een bacterioloog zou ervan rillen, maar ik ben nu eenmaal practicus en een dier kan gelukkig wat meer hebben dan een mens. Als je ziet, hoe onbevoegde veekwakzalvers met vuile vingers een buikoperatie uit durven uitvoeren, dan durf je nauwelijks nog aan het bestaan van bacteriën te geloven. Laten we hopen, dat Jantje een behoorlijke natuurlijke weerstand heeft!”.

En die bezat Jan inderdaad!
Na enkele dagen had de huidwond zich merkwaardig genoeg zonder infectie gesloten. Er trad zelfs geen beenfistel op en dat was toch wel het minste, dat de dokter had verwacht.

Iedere dag kwam meneer Verbeek naar zijn hond informeren en na veertien dagen kon hij hem mee naar huis nemen. Jan probeerde al op zijn gebroken been te staan. Het ging nog wel niet best, maar het beloofde toch alle goeds. En na vijf weken was van de kreupelheid vrijwel niets meer te constateren. Jan was gered.

Is het niet een wonder dat deze mooie Hollandse herder een bijzondere plaats onder onze patiënten inneemt? Hij is ook geen gewone hond, dat houd ik vol! Alle hebbelijkheden van een hondebeest mist hij of weet hij te onderdrukken.
’t Is net, of hij zich volkomen van zijn hoge taak bewust is. Zijn dienende taak van geleidehond!
Ik behandel hem altijd met een zeker respect, als hij bij ons komt voor een of andere kleinigheid.
Jan is mijn favoriet…!

hondje b

 

 

 

Suriname en Desi Bouterse: belangrijk moment van de waarheid

Suriname en Desi Bouterse: belangrijk moment van de waarheid

Gisteren ging er een schok door de Surinaamse samenleving en ook door de Surinaamse gemeenschap in Nederland. Auditeur-militair van de Krijgsraad Roy Elgin sprak in de zaak van de Decembermoorden na een requisitoir van ruim een uur een strafeis uit van 20 jaar gevangenisstraf aan het adres van de hoofdverdachte, Desi Bouterse.

Dit gebeurde in een strafzaak die al bijna 10 jaar loopt en enkele jaren stilstond na de afkondiging van een Amnestiewet door het Surinaamse parlement in 2012. Mijn respect voor Roy Elgin is immens. Hij heeft grote persoonlijke moed getoond met zijn strafeis en wond er bepaald geen doekjes om in zijn requisitoir.

Volgens Elgin is er geen enkel bewijs dat de slachtoffers van de moorden van 8/9 december 1982 bezig waren met het beramen van een tegencoup. Zij waren politieke tegenstanders van de militaire top, met name van de groep van 16 coupplegers. De slachtoffers werden gemarteld en vermoord na kalm beraad en rustig overleg  waarbij de daders zich gedroegen als heersers van leven en dood aldus Elgin.

Desi Bouterse was de hoofddader. De auditeur-militair acht het bewezen dat Bouterse aanwezig was op het moment van de moorden, nadat hij zelf de veroordelingen had uitgesproken. Of Bouterse zelf ook geschoten heeft, achtte Elgin niet bewezen. Als belangrijkste beul die de slachtoffers martelde en executeerde werd aangewezen wijlen Paul Bhagwandas.

Moment van de waarheid
Ik geloof dat dit requisitoir een belangrijk moment van de waarheid is voor Suriname. Alleen al het feit dat het gehouden is zal een troost zijn voor de nabestaanden, die al decennia tevergeefs wachten op gerechtigheid.

Natuurlijk is het de vraag of Bouterse daadwerkelijk veroordeeld zal worden door de Krijgsraad.  Al lijkt de kans op een veroordeling mij groot, ook dan is het nog de vraag of Bouterse de straf ooit zal uitzitten. Als president beschikt hij grondwettelijk over de mogelijkheid gratie te verlenen. Het Surinaamse parlement waarin Bouterse’s partij NDP de absolute meerderheid heeft zal hem daarbij waarschijnlijk niet dwarszitten.

Hoe het ook verder zal verlopen, de symbolische waarde van het requisitoir mag niet onderschat worden. Het is een belangrijke stap op een lange weg van waarheidsvinding en gerechtigheid. Ook is de rol van Bouterse als president van Suriname in de buitenlandse politiek, waarschijnlijk hiermee uitgespeeld.

Van Februaricoup tot Decembermoorden
Ik ben van mening dat een triomfantelijke reactie vanuit Nederland op deze ontwikkeling in de strafzaak niet op zijn plaats is. Weliswaar is er, voor zover ik weet, geen sprake van directe betrokkenheid van Nederland bij de Decembermoorden. Uit boeken en artikelen die ik daarover heb gelezen blijkt dat het eind 1982 eerder Cuba en de Amerikaanse CIA waren die een dubieuze rol speelden.

De groep van 16 coupplegers bestond destijds uit twee kampen. Je had de groep Bouterse die linksaf was geslagen en hun instructies kregen van de Cubanen, die sterk aanwezig waren in Suriname na de staatsgreep met een grote ambassade. Roy Horb, tweede man van de militairen, had daarentegen contact met de CIA.

Ik heb wel eens gelezen dat beide groepen een dodenlijst hadden opgesteld, die op enig moment tijdens allerlei spanningen en strubbelingen zijn samengevoegd tot één dodenlijst. Of dit verhaal klopt weet ik niet. Het zou wel een (uiterst cynische) verklaring zijn voor het bijzondere gegeven dat de vijftien slachtoffers van de Decembermoorden zowel van de linkerkant, als van de rechterkant van het politieke spectrum kwamen.

De verantwoordelijkheid van Nederland ligt eerder in de tijdlijn van de geschiedenis. Namelijk bij de Februaricoup of Sergeantencoup van 25 februari 1980 waarbij kolonel Hans Valk, destijds Hoofd van onze Militaire Missie in Suriname, een dikke vinger in de pap had.

In een uitzending van Andere Tijden in 2009, Bouterse aan de Macht, werd veel bewijs aangevoerd voor die betrokkenheid. Belangrijk daarbij was de verklaring in die uitzending van de inmiddels overleden Nederlandse ambassadeur in Suriname ten tijde van de coup, Max. Vegelin van Claerbergen.

Volgens Vegelin van Claerbergen wilde hij al maanden vóór de Sergeantencoup af van Hans Valk die in zijn ogen veel te ver ging in zijn bemoeienissen met de groep van 16 sergeanten die in 1980 de coup zouden plegen en eind 1982 verantwoordelijk waren voor de Decembermoorden.

Er zijn zelfs aanwijzingen dat deze groep van 16 sergeanten is samengesteld op advies van Valk. Zie dit artikel (pdf) uit Vrij Nederland van begin jaren tachtig. Valk werd in de maanden voorafgaand aan de Februaricoup ondanks het verzoek van de ambassadeur niet overgeplaatst, vermoedelijk omdat iemand in Nederland hem de hand boven het hoofd hield.

Demmink
Was degene die Valk beschermde  Joris Demmink, van 1978 tot en met 1980 de Suriname-coördinator op het Ministerie van Defensie en ook de man die het latere onderzoeksrapport over de Februaricoup van majoor Koen Koenders liet verdwijnen? We weten het niet want het dossier van de Nederlandse staat daarover wordt tot 2060 achter slot en grendel gehouden

Vreemd genoeg werden kort ná de Februaricoup zowel Hans Valk als Joris Demmink ineens wel overgeplaatst. Volgens de kenner van de Surinaamse politiek en geschiedenis André Haakmat was  de overplaatsing van Hans Valk in juni 1980 het begin van de geestelijke ontsporing van Bouterse. Haakmat beschreef dit al in de jaren tachtig in zijn boek De revolutie uitgegleden.

Geen excuus
Natuurlijk vormt de mogelijke betrokkenheid van Nederland bij de Februaricoup op geen enkele wijze een rechtvaardiging of een excuus voor de daders van de latere Decembermoorden. Niet in juridische zin en ook niet in morele zin. Die verantwoordelijkheid is voor de daders en voor hen alleen. Maar als we het hebben over waarheidsvinding, naast gerechtigheid een belangrijk doel van ieder strafproces, denk ik dat Nederland geen lessen heeft te geven aan Suriname.

 

 

 

De wonderbaarlijke opkomst van Emmanuel Macron

De wonderbaarlijke opkomst van Emmanuel Macron

Volgens de meeste peilingen is Emmanuel Macron de gedoodverfde winnaar van de Franse presidentsverkiezingen op 23 april (eerste ronde) en 7 mei (tweede ronde). Al zou Macron de eerste ronde kunnen verliezen van Marine Le Pen, in de tweede ronde profiteert hij van het cordon sanitaire en verslaat Marine Le Pen met een stemverhouding van ongeveer 60/40 volgens de peilingen. Wie is deze a-typische presidentskandidaat?

Via Wikipedia vernemen we dat de nog maar 39-jarige  Macron al jong links werd door zijn moeder (arts en onderwijzeres), studeerde aan de befaamde Franse elitescholen École normale supérieure en École nationale d’administration en daarna een succesvolle carrière had als topambtenaar, tevens bankier bij Rothschild & Cie. Terwijl hij miljoenen verdiende als bankier en bemiddelaar bij fusies en overnames, gaf hij zijn statuut als ambtenaar nooit op. Hij trouwde met zijn voormalige lerares die 23 jaar ouder is.

Intussen was Macron actief  geworden in de PS (parti socialiste) en was vertrouweling en economisch adviseur van Hollande toen laatstgenoemde de presidentsverkiezingen won in 2012. Toch moeten we Macron meer zien als een sociaal-liberaal dan een socialist, wat hij inmiddels ook heeft toegegeven. Ook is Macron sterk pro-EU. Hoewel zijn manier van campagne voeren met meet-ups e.d. een beetje doet denken aan Jesse Klaver denk ik dat we Macron inhoudelijk moeten zien (naar Nederlandse begrippen) als een soort D66’er.

In 2014 was Macron minister geworden onder premier Valls,  verantwoordelijk voor Economie, Industrie en Digitalisering. Daarmee gaf president Hollande zijn mislukte socialistische koers op die het land niet vooruit had gebracht. Macron probeerde de Franse economie nieuw leven in te blazen middels allerlei voorstellen tot deregularisering, maar een groot deel daarvan smoorde in het parlement of door verzet van bonden en het maatschappelijke middenveld.

Zoals ik een paar jaar geleden al eens op de site van De Dagelijkse Standaard heb uiteengezet in mijn artikel  Hervormingen in Frankrijk? Mais non! is hervormen in Frankrijk vrijwel onmogelijk door de maatschappelijke en politieke constellatie van het land.

Toen Macron in april 2016, nadat hij voor het eerst had toegegeven dat hij eigenlijk geen socialist is, zijn eigen beweging En Marche! begon (deze naam en slogan doen sterk denken aan Pechtold’s En nu vooruit!) gaf niemand een kans aan de jonge Macron die het zonder partij-apparaat moet stellen. Inmiddels zijn de kansen gekeerd door een aantal factoren: de PS kwam niet met een aansprekende kandidaat maar met de grijze (linkse) muis Hamon en Fillon als kandidaat van centrum-rechts raakte in opspraak door de affaire met zijn echtgenote Penelope.

Mevrouw Fillon stond iets van 20 jaar op de payroll als “parlementair assistent” van manlief, ontkende dat in interviews maar toucheerde bedragen van rond de 7000 euro bruto per maand zonder ooit in dat parlement aanwezig te zijn. Veel meer dan thuis de post sorteren en stukken voorbereiden voor haar man heeft ze niet gedaan en de vraag is natuurlijk, of dat een dergelijk salaris rechtvaardigt.

Fillon en zijn echtgenote zijn inmiddels in staat van beschuldiging gesteld door een Franse rechter maar Fillon wil niet van wijken weten. Het gevolg van dit alles is geweest dat de onafhankelijke kandidaat Macron steun heeft gekregen van een aantal toppers van de PS (o.a. Bernard Kouchner) maar ook uit het centrum-rechtse kamp, met name van François Bayrou.

Een merkwaardige serie gebeurtenissen heeft er dus toe geleid dat de kandidaat Emmanuel Macron als een soort postmoderne held (niet links, niet rechts, geen binding met de Franse natiestaat) van gedoodverfd verliezer is veranderd in gedoodverfd winnaar die waarschijnlijk in de tweede ronde Marine Le Pen zal verslaan.

Volgens de aanhangers van complottheorieën zal dit wonderlijke scenario wel bedacht zijn ergens bij een New World Order (NWO) bijeenkomst of op het kantoor van George Soros. Zelf ben ik daar iets te nuchter voor, maar vreemd is het wel dat alle traditionele kandidaten nu uitgeschakeld lijken ten faveure van Macron.

De Franse filosoof Alain Finkielkraut maakte bezwaar hiertegen afgelopen weekend in een artikel in Le Figaro, deels achter betaalmuur dus ik geef het weer via een andere site . Volgens Finkielkraut lijkt er sprake te zijn van een vooraf geschreven scenario, waarbij de kiezer straks weinig te kiezen heeft. Ik neem aan dat hij vooral de kiezer van het midden bedoelt.

Finkielkraut meent dat de enige echte “zwijgende meerderheid” bestaat uit mensen die gewoon ongerust zijn, zowel over radicalisering, terreur en massa-immigratie als over de toenemende macht van de EU. Deze mensen worden waarschijnlijk straks voor de keuze gesteld: helemaal uit de EU (Marine Le Pen) of juist veel méér EU (Macron). Daardoor dreigen de Franse presidentsverkiezingen een referendum over de EU te worden.

Finkielkraut meent dat Macron staat voor het opgeven van het oude, solide Frankrijk dat gebaseerd was op een gemeenschappelijke identiteit, ten faveure van een vaag ideaal van “open space”. Hij schrijft daarover:

Et qu’est-ce que le progrès pour Emmanuel Macron? C’est d’abord de ne jamais oublier de dire «celles et ceux» quand il désigne une pluralité d’individus, c’est ensuite la dissolution de toute permanence, la liquidation de tout ce qui est solide, la libération de tous les flux. Les flux contre l’identité, la circulation contre l’héritage, l’avenir ubérisé contre l’expérience partagée, la diversité et la mobilité contre l’idée même d’une culture française et d’un art français: avec ses «helpers», ses «coworkers» et son «pôle event», Emmanuel Macron ne conçoit pas la France comme une nation, il la voit comme un open space.

Dit fragment letterlijk vertalen is lastig, maar in grote lijnen stelt Finkielkraut dat Macron de bestaande Franse identiteit  wil oplossen en “stromen” wil vrijmaken. Die “stromen” gaan tegen de bestaande identiteit en tegen het cultureel erfgoed in. Wat rest is een “geuberiseerde” (verwijzing naar internet site Uber) toekomst. Begrippen als diversiteit, mobiliteit en moderniteit zullen de Franse cultuur en identiteit vervangen. Met zijn “co-workers” en zijn “events”  ziet Macron (aldus Finkielkraut) Frankrijk niet als een (begrensde) natie maar als een open space.

We zullen zien wat de komende maanden ons brengen. Vreemd is wel dat terwijl de algemene stemming juist eurosceptisch lijkt in Europa, twee uitgesproken pro-EU kandidaten namelijk Emmanuel  Macron in Frankrijk en Martin Schulz in Duitsland (mogelijk bondskanselier na de Duitse parlementsverkiezingen in september) goede papieren hebben op basis van de huidige peilingen om gekozen te worden. Met de kanttekening dat het effect-Schulz  wat lijkt te verminderen na de voor de SPD niet zo positieve verkiezingen in Saarland. Emmanuel Macron daarentegen, staat er nog steeds goed voor.

 

Foto: Official Le Web Photos / wiki commons

Een bijzondere foto

Een bijzondere foto

Maandag 27 februari 2017 was ik bij de herdenkingsdienst in de Kloosterkerk te Den Haag voor de Slag in de Javazee van 1942, toen 75 jaar geleden. Het was een mooie, druk bezochte herdenkingsdienst waar o.a. de ministers Hennis en Bussemaker (zelf een nabestaande), de commandant van de zeestrijdkrachten R. Verkerk en ook Theo Doorman (zoon van Karel) het woord voerden.

Zoals ik eerder in mijn blog De slag in de Javazee uiteen heb gezet werden dergelijke herdenkingen nooit bezocht door mijn oma, de weduwe van mijn grootvader (van moederskant) luitenant ter zee der eerste klasse Nico Schrakamp, die sneuvelde aan boord van Hr Ms de Ruijter.

Mijn opa Nico Schrakamp (1902 -1942)

Kennelijk was er bij mijn oma een soort wantrouwen tegen de autoriteiten ontstaan of misschien was de herinnering gewoon te pijnlijk. Hoe het ook zij, ik vond het een mooie herdenkingsdienst en ik had ook het gevoel dat ik hiermee mijn opa en zijn weduwe, die in 2001 op 91-jarige leeftijd is overleden, een laatste eer bewees.

Na de dienst trof ik een kleinzoon van Karel Doorman, Jan Maarten, met wie ik al eens eerder kort gemaild had. Hij vertelde mij dat hij nog een groepsfoto uit 1935 had waarop ook mijn grootvader stond en was zo vriendelijk  mij daar enkele dagen later een scan van te mailen. Het betreft een bijzondere foto van een uitgebreid gezelschap van Marine officieren staande voor de Marineclub in Den Helder, een gebouw dat na de oorlog is afgebroken. Komisch detail is dat linksboven uit een raampje een dame het gezelschap gadeslaat.

Marineclub Den Helder 12 juli 1935 - kopie  b.jpg

Als we inzoomen op het fragment zien we rechts onder de rode pijl mijn grootvader Nico Schrakamp staan en links van hem onder de andere rode pijl Karel Doorman. Tussen hen in, pal naast mijn grootvader, staat vice-admiraal Hein Ferwerda.

Nico c

Dergelijke foto’s, los van de emotionele waarde – mijn grootvader komt even weer tot leven als het ware – roepen ook mijn historische belangstelling op. Wie was Ferwerda?

Uit zijn bio blijkt dat vice-admiraal Hein Ferwerda verantwoordelijk was voor de vlootmacht te Nederlands-Indië tot 1940 en dus de voorganger was van admiraal Helfrich. Ferwerda stond bekend als een zeer kundig zeeofficier met grote belangstelling voor de menselijke verhoudingen in de Koninklijke Marine.

FERWERDA
Vice-admiraal  Ferwerda 

Toevallig las ik kort daarna een artikel in het Marineblad over de Slag in de Javazee , zie deze link vanaf pagina 22, waarin ook Ferwerda uitgebreid ter sprake komt.

Kennelijk was de verdediging van Nederlands-Indië aanvankelijk vooral gebaseerd op de inzet van duikboten als kern van de vloot. Als gevolg van enkele technische doorbraken begin jaren dertig (met name de periscoop) was het inzetten van duikboten in groepen (de zogenaamde divisie-roedeltactiek) een zeer effectief wapen tegen een vijandige invasievloot.

Eind jaren dertig kwam een andere visie op onder Marine officieren, het zogeheten navalisme, waarbij met name grote slagschepen (ondersteund door onderzeeboten en vliegtuigen) de kern van de verdediging moesten vormen. Grote voorstanders van dit zogeheten Slagkruiserplan waren schout-bij-nacht Furstner die minister van Marine werd in Londen  in het begin van WO2 en admiraal Helfrich.

Furstner
 Furstner , onze minister van Marine te Londen

Furstner stond bekend als een arrogante man die niet met zijn ondergeschikten overweg kon. Helfrich was een zeer energieke en gedreven man die in Nederlands-Indië geboren was en een sterke band had met het land. Ferwerda op zijn beurt stond kritisch tegenover het Slagkruiserplan van Furstner en Helfrich, omdat hij dit te hoog gegrepen vond.

Ferwerda vond dat de verdediging ter zee van Nederlands-Indië beter versterkt kon worden met extra onderzeeboten en vliegtuigen, de oude divisie-roedeltactiek dus. Maar Ferwerda ging in 1940 met pensioen in Nederland en hoewel hij tijdens de bezetting nog taken vervulde, had hij geen invloed meer. Eind 1942 overleed hij.

Dit roept natuurlijk vragen bij mij op gezien de catastrofaal verlopen Slag in de Javazee, die mijn grootvader en ca. 2300 andere geallieerde Marine mannen het leven kostte. Ik wist al dat Doorman uit wilde wijken met de vloot (reculer pour mieux sauter) maar dat op aandringen van Furstner en Helfrich de strijd toch aangegaan moest worden op basis van een aanvalstactiek met kruisers; min of meer de realisatie van het Slagkruiserplan dus, al voorzag dit plan erin dat er nog zwaardere kruisers moesten komen, die nooit gebouwd zijn.

We weten nu dat de slag catastrofaal verliep. Vooral door de betere torpedo’s van de Japanners en hun overmacht in de lucht. We weten ook dat er aan de vooravond van de Slag in de Javazee veel te weinig duikboten aanwezig waren, dat die door Helfrich verdeeld werden ingezet en ook geen luchtondersteuning hadden (verkenning) waardoor ze van geen enkele waarde waren tijdens de slag.

De Japanse Marine kon simpel toeslaan dankzij hun superieure langeafstand torpedo’s waarmee het ene geallieerde schip na het andere kansloos naar de zeebodem werd gejaagd. Maar hoe was het gelopen als de Japanse schepen waren aangevallen door gegroepeerd varende duikbootdivisies, die van dichtbij hun torpedo’s hadden afgevuurd op de grote Japanse kruisers zoals Ferwerda had gewild? Was de slag dan anders verlopen?

Afijn, het is natuurlijk wijsheid achteraf en eigenlijk is speculeren daarover weinig zinvol. In ieder geval ben ik blij met de foto waarop mijn grootvader staat pal naast de zeehelden Hein Ferwerda en vooral Karel Doorman natuurlijk.

Ik zie voor me hoe Karel Doorman, mijn grootvader Nico Schrakamp, commandant Eugène Lacomblé en de andere officieren op de brug van  Hr Ms de Ruyter stonden die laatste dagen, gebogen over kaarten in de meest stressvolle omstandigheden, de juiste koers en tactiek uitdokterend en naar beste vermogen werkend. Maar wat haalde dat uit tegen een vijand die over honderden langeafstand torpedo’s beschikte, terwijl zij ze niet hadden?

ruyter
Hr Ms de Ruyter

Voor de ogen van de bemanning van Hr Ms de Ruyter ging eerst het zusterschip Hr Ms Java ten onder, in de late avond van 27 februari 1942. Een verschrikkelijk beeld. Hr Ms de Ruyter leek eerst nog te ontsnappen aan de torpedo’s die door de Japanse kruiser Haguro werden afgevuurd, door de kruiser te wenden en te blijven liggen met de punt van het schip in de richting waarvan de torpedo’s kwamen. Hierdoor was de kans om geraakt te worden kleiner.

Haguro3
De Japanse kruiser Haguro

Na minuten van angstige stilte, terwijl torpedo’s links en rechts het schip voorbij waren geschoten, klonk het bevel om de steven te wenden en weg te draaien. Helaas, op het moment dat het schip kwetsbaar was door te draaien, volgde nog een laatste golf torpedo’s en werd ook Hr Ms de Ruyter midscheeps geraakt om ten onder te gaan in een hevige vuurzee, ontstaan door ontploffende munitie. Slechts weinigen overleefden het.

Het lijkt of ze verdoemd waren; pionnen die opgeofferd werden in een ingewikkeld internationaal en nationaal steekspel. En op de beslissende momenten tijdens de slag, zat ook nog eens alles tegen. Wat dat betreft blijft het een triest verhaal natuurlijk.

Te lang is over dit deel van onze geschiedenis gezwegen of heeft men het gelaten bij mythische vertellingen. Het is goed dat de Slag in de Javazee mede dankzij de herdenkingen die georganiseerd worden door o.a. het Karel Doorman Fonds, toch een plaats houdt in ons collectief geheugen.

Het draait allemaal om centen en baantjes, jongen

Het draait allemaal om centen en baantjes, jongen

Mijn grootvader de Amsterdamse dierenarts Dr. Jan Gajentaan (1902 – 1987) was in zijn tijd een vrij bekende Nederlander. Dat kwam vooral omdat hij van 1950 tot en met 1962 Sinterklaas speelde bij de landelijke intocht, die toen nog steevast in Amsterdam werd gehouden. Hij was de eerste nationale televisiesinterklaas die samen met Mies Bouwman op de vaderlandse beeldbuis verscheen.

opa-2Mijn grootvader was een echte liberaal en Oranje-man van de oude stempel, een conservatieve VVD’er maar met een Amsterdams gevoel voor humor. Dat één van zijn beide zoons Henk (later diplomaat) mede-oprichter was van D66 leidde bij hem niet tot groot enthousiasme, want die partij was voor hem een paar straten te links.

Ik kan mij nog goed herinneren hoe ik in de vroege jaren tachtig af en toe politieke gesprekken voerde met mijn grootvader. Ik was zelf in die tijd nog een idealistische, progressieve liberaal. Wanneer ik progressieve gedachten naar voren bracht in het gesprek hoorde mijn grootvader mij geduldig aan en zei daarna steevast: “het draait allemaal om centen en baantjes, jongen”.

Opa
Opa op zijn balkon in Buitenveldert. Jaren tachtig.

Tijdens deze gesprekken kwam mijn grootvader veelvuldig terug op de figuur Kees (Cornelis) Berkhouwer, een VVD’er die nog voorzitter is geweest van het Europese Parlement maar die begin jaren tachtig in opspraak kwam omdat hij er vandoor zou zijn gegaan met een dure fles wijn na afloop van een diner van de Europese vakbond.

In zijn politieke monologen haalde mijn grootvader die nog over de strenge protestantse moraal beschikte, vaak deze Berkhouwer erbij. Volgens hem een afschrikwekkend voorbeeld van gedrag waartoe mensen konden vervallen wanneer zij niet beschikten over een standvastige houding.

Deze opmerkingen schieten mij nog wel eens te binnen wanneer ik het nieuws doorneem wat al jaren bol staat van de talloze affaires op het vlak van fraude, corruptie en schaamteloze zelfverrijking, zowel in politiek als bedrijfsleven.

Ook de afgelopen tijd hebben we onze portie gehad. Het ging van met derivaten sjoemelende en in Maserati’s rondrijdende woningcorporatie voorzitters tot aan prominente VVD’ers die in hun vrije tijd wietplantages runden, of op allerlei manieren gul bedeeld werden door bevriende projectontwikkelaars.

Onlangs las ik dat de Franse presidentskandidaat Fillon beschuldigd wordt dat hij zijn vrouw een nepbaan had gegund als parlementair assistent en zij daarvoor 900.000 euro opstreek. Ook de kinderen Fillon werden ingezet als parlementair assistentjes; zij toucheerden daarvoor 84.000 euro volgens Le Canard Enchaîné.

En dan nu weer (update april 2017): VVD-voorzitter Henry Keizer “regelde” de overname van een miljoenenbedrijf (uitvaart coöperatie) via een paar VVD-“vrinden”, die daar commissaris waren.

Uiteindelijk had hij toch wel een punt, die opa van mij, wanneer hij zei:
“Het draait allemaal om centen en baantjes, jongen”.

Dit blog werd eerder in 2014 in een wat andere vorm gepubliceerd op de site van De Dagelijkse Standaard

Brusselse Logica: adequate beschrijving van een  wolk gebakken lucht

Brusselse Logica: adequate beschrijving van een  wolk gebakken lucht

Afgelopen week las ik het boek Brusselse Logica van journalist Chris Aalberts. Het boek is tot stand gekomen doordat Chris, mede dankzij een crowdfunding actie, een tijd lang verslag deed van allerlei EU-bijeenkomsten in Brussel en Straatsburg. Het boek bestaat uit 50 vragen over de EU en de beantwoording daarvan. Deels is het werk al eerder verschenen in de vorm van columns bij The Post Online.

Recensie-technisch is mij het gras een beetje voor de voeten weggemaaid doordat Rik de Jong van de week een recensie schreef voor Jalta waarin ik mij helemaal kan vinden. Ik ga daarom het boek niet helemaal behandelen omdat Rik dat al gedaan heeft maar zal eerder een beetje verder filosoferen op het thema EU.

Scepticus met humor
Zoals Rik de Jong schrijft heeft Chris op de hem bekende wijze, dat wil zeggen enigszins sceptisch en met een droog gevoel voor humor, verslag gedaan van zijn avonturen te Brussel en Straatsburg. Rik stelt terecht dat zowel voor- als tegenstanders van de EU moedeloos zullen worden van het schimmige karakter van de EU en de ingewikkelde procedures en eindeloze vergadersessies zonder enig resultaat. “Je hoeft geen cynicus te zijn om er een beetje moedeloos van te worden” schrijft Rik eufemistisch.

Vergelijking EU – natiestaten
Zo is het maar net. Wat ik interessant vond in het boek is dat Chris Aalberts een aantal keren consequent de gang van zaken in Brussel en Straatsburg vergelijkt met die in de natiestaten. Door een aantal factoren, waaronder simpelweg fysieke afstand (zo is het gebouw van de EU in Straatsburg voor een gewone sterveling nauwelijks bereikbaar, zeker niet met het openbaar vervoer) en ook het technisch-bureaucratische karakter van de EU, is er zowel bij de media als onder het publiek weinig belangstelling voor wat zich in Brussel en Straatsburg afspeelt.

Kafka in het kwadraat
Het gevolg daarvan is dat er bij de EU een wonderlijke, kafkaëske wereld is ontstaan van politici en ambtenaren die de hele dag vergaderen over ingewikkelde richtlijnen (die in elk land weer op een andere manier worden geïnterpreteerd en al dan niet nageleefd) en daarbij voortdurend allerlei politiek-correcte bespiegelingen ten beste geven:  een beter milieu, een menswaardige opvang van asielzoekers, meer gelijkheid van culturen en sexe, etc., waarbij ik eerlijk gezegd de tel kwijt ben van alle minderheden die tegenwoordig extra bescherming waard zijn. Het lijkt wel of er elke dag een minderheid bij wordt verzonnen in dit immer vrolijk voortkabbelende vergadercircuit.

timmerfrans-selfie
Timmerfrans in actie

In deze bubbel is het goed toeven voor windowdressing-achtige types als de bekende eurocommissaris Frans Timmermans, maar hij is uiteraard niet de enige.

Chris Aalberts geeft talloze voorbeelden van persconferenties, tentoonstellingen, borrels en andere met EU geld (dus ons geld) georganiseerde aangelegenheden waarbij je je steeds  afvraagt wat in vredesnaam het nut ervan is en of deze mensen niet iets beters te doen hebben.

Hilarisch
Vrij hilarisch is het verhaal over CDA europarlementariër Annie Schreier-Pierik die om haar populariteit bij de Nederlandse achterban te verhogen grossiert in het organiseren allerlei evenementen, zoals het naar Brussel laten overkomen en optreden van een Nederlands mannenkoor van 120 personen plus aanhang waarbij nergens duidelijk wordt wat het nut is van dat soort activiteiten, behalve dan dat men elkaar bezighoudt en dat het goed is voor de bekendheid van Annie.

Democratisch manco
Belangrijker is dat Chris Aalberts er meerdere malen de aandacht op vestigt hoezeer de EU onder een democratisch manco gebukt gaat. Zie bijvoorbeeld de innige verstrengeling van politici en lobbyisten die zich zelfs voortzet in de politieke partijen zelf. Veel Brusselse afdelingen van politieke partijen blijken te bestaan uit EU-ambtenaren en lobbyisten die elkaar de hand boven het hoofd houden. Omdat vrijwel niemand de Brusselse bureaucratie  begrijpt of zelfs maar zin heeft het te volgen, kan deze ons-kent-ons wereld zichzelf ongehinderd reproduceren.

Als een nationale politicus iets “flikt”, bijvoorbeeld tegenstrijdige belangen heeft, te innig omgaat met lobbyisten of simpelweg beleid voert dat slecht valt bij degenen die het betreft, dan staan er de volgende dag boze mensen op de stoep. De media springen er bovenop. Hierdoor heeft de nationale democratie, met alle gebreken die deze kent, nog steeds een zelf-corrigerend karakter. Deze zelf-corrigerende dimensie lijkt in de EU geheel te ontbreken. Het gaat maar door en het wordt steeds erger.

De elkaar fêterende EU-politici, voorlichters, ambtenaren en lobbyisten kunnen hun schimmige en in hoge mate zinloze schouwspel tot in het oneindige voortzetten. Aan de werkelijke problemen van het continent zullen ze weinig doen met de roze, politiek-correcte bril waarmee velen van hen de werkelijkheid bekijken.

Objectief
Het boek van Chris Aalberts is objectief geschreven dus zal een ieder eruit halen wat hij of zij wil, afhankelijk van zijn of haar visie op de EU. Ik werd in ieder geval gesterkt in mijn gaullistische opvatting  dat minstens 80% van dit Brusselse circuit en “EU-parlement” geschrapt kan worden en dat een samenwerking in een soort confederatie van soevereine natiestaten het beste en tevens hoogst haalbare is  voor Europa. Op het centrale Europese niveau kan dan volstaan worden met een beperkt aantal facultatieve organen.

Het boek Brussels Logica van Chris Aalberts is o.a  hier verkrijgbaar.
schermafdruk-2017-01-23-11-11-52

Adèle Bloemendaal: de moeizame laatste jaren

Adèle Bloemendaal: de moeizame laatste jaren

Gisteravond keek ik naar de documentaire uit 2014 “Eens wil ik ervan af zijn” over de afgelopen zondag op 84-jarige leeftijd overleden comédienne Adèle Bloemendaal, eigenlijk Adèle Hameetman geheten.

In de tijd dat de documentaire werd gemaakt woonde Adèle nog net in haar eigen woning aan de Amsterdamse grachten, maar je ziet dat het zelfstandig wonen haar na vijf beroertes moeilijk afging. De gesprekken in de documentaire lopen stroef; Adèle is veelal geïrriteerd tegenover de interviewers maar laat zich af en toe ook gaan tegenover haar katten, wat schrijnende beelden oplevert.

Toch komt ze op sommige momenten weer op dreef en dan blijkt dat Adèle nog steeds mooi kon vertellen, haar humor haar niet in de steek had gelaten en af en toe klinkt zelfs de bekende, onvergetelijke Adèle lach, die doet denken aan de gouden tijden van deze Amsterdamse rasartieste.

Bespiegelingen
Al kijkende verviel ik tot bespiegelingen over de ouderdom. Sommige mensen worden op een prettige manier oud. Zo was er laatst een enthousiaste 100-jarige Fransman die op de fiets het werelduurrecord voor bejaarden verbeterde. Anderen hebben minder geluk en worden zoals Adèle getroffen door beroertes of overvallen door Alzheimer en andere ouderdomskwalen, waardoor het leven een kwelling kan worden. Dit nog los van eenzaamheid door het verlies van dierbaren waardoor veel ouderen getroffen worden.

Mijn grootvader die net als Adèle 84 jaar werd, had ook moeizame laatste jaren. Ik moest eraan denken toen ik naar de documentaire over Adèle keek. Na het onverwachte overlijden op 78-jarige van mijn grootmoeder – die juist heel prettig oud leek te worden – was mijn grootvader nogal ontredderd en zo ging het de laatste jaren bergafwaarts met hem.

Zijn korte termijn geheugen functioneerde niet goed meer. In het bejaardenhuis waarin ik hem regelmatig bezocht voelde hij zich als liberaal van de oude stempel doodongelukkig. Ik schreef erover in mijn E-book Heimwee naar de Gerard Doustraat.

pa
Mijn vader in de talkshow van Karel van der Graaf, in 1996.

Mijn vader overleed in 2015 op 83-jarige leeftijd als gevolg van een kwaadaardige tumor, maar hij werd juist op een goede manier oud.

Hij was tot het laatst even scherpzinnig als altijd, behield zijn gevoel voor humor en aan zijn geheugen mankeerde niets.

In 2014 redigeerde hij nog de internet versie van zijn boek Kleine kwalen bij honden en katten en hij was nog steeds wetenschappelijk actief op het vlak van de diergeneeskunde, onder meer door het bezoeken van congressen.

Van moederskant: mijn moeder is zelf jong overleden en haar vader is niet oud geworden omdat hij in 1942 sneuvelde bij de Slag in de Javazee. Mijn grootvader van moederskant was voor de oorlog twee keer getrouwd. Beide vrouwen werden in de negentig en overleden omstreeks 2001.

Zijn tweede echtgenote die ik oma noemde (hoewel zij het biologisch niet was) werd eveneens op een goede manier oud. Toen ze negentig werd was ze nog steeds sociaal actief en ze had altijd mooie verhalen. Bijna zestig jaar lang leefde zij als weduwe; dat lot heeft ze moedig gedragen en zich nooit erover beklaagd.

Vroeger werd gezegd: de mens wikt, God beschikt. Voor de niet-gelovigen moet je misschien zeggen, het lot beschikt. Het idee dat je oude dag zo verpest kan worden door allerlei nare kwalen waar je geen greep op hebt vind ik persoonlijk angstaanjagend, maar het heeft geen zin om daarbij stil te staan.

adele-1967-jac-de-nijs
Adèle Bloemendaal in 1967, foto Jac de Nijs

Pluk de dag! Zou Adèle waarschijnlijk gezegd hebben. Degenen die getroffen werden door het nare lot van (om wat voor reden dan ook) moeizame laatste jaren zoals Adèle Bloemendaal, moeten we denk ik vooral proberen te herdenken zoals ze waren in hun beste dagen.

 

 

 

 

Foto bovenaan artikel: auteur Jan Zandbergen