Mijn buurman was  gisteren aan het werk (hij werkt als incidentenbestrijder op de snelweg voor een milieureinigingsbedrijf) toen hij hoorde dat zijn kentekenplaten gestolen zijn. Uiteraard maakte hij zich zorgen over boetes die straks op de mat vallen als er criminelen rondrijden met zijn kentekenplaten en wilde graag zo snel mogelijk aangifte doen.

Dus belt buurman de politie. “Aangifte doen kan alleen via internet, meneer”.  Buurman belt zijn baas en vraagt een uurtje vrij. Snel naar huis. Ik heb mijn kantoor aan huis en omdat hij niet zo heel handig is met internet vraagt buurman mij hem een handje te helpen. Geen probleem. We openen de site. Aangifte doen kan alleen met DigiD. Buurman haalt zijn DigiD en komt terug.

Volgende stap: sms-controle op DigiD. Nee, dat heeft hij niet. Aanvragen dus. De sms-code moet geactiveerd worden met een aparte code, blijkt. Die ontvangt u binnen drie werkdagen per post, meldt het systeem. Hè, dat is vervelend. Buurman denkt weer aan de boetes die ongetwijfeld op de deurmat gaan vallen en belt weer met de politie.

“Kan ik dan persoonlijk aangifte doen” vraagt buurman. “Ik woon in Hoogvliet”. “Ja, dat kan hoor”, zegt de politiemevrouw. “De eerste mogelijkheid is vrijdag aanstaande, in Ridderkerk”.

“Ja, maar ik wil vandaag aangifte doen”, zegt buurman. “Vrijdag naar Ridderkerk gaan heeft geen zin, want tegen die tijd heb ik mijn sms-code wel. Ik wil juist vandaag aangifte doen!”.

“Het spijt me, dat is niet mogelijk”, zegt de politiedame. “Wel wordt dit gesprek ergens geregistreerd. Bij een eventuele rechtszaak vanwege onterecht ontvangen boetes kunt u proberen de banden op te vragen. Maar dat is inderdaad wel een heel gedoe, ja”.

Buurman krijgt nu een heel slecht humeur, maar beëindigt het gesprek vriendelijk. Ik bied hem een kopje koffie aan.

Om de buurman te troosten vertel ik hem een bureaucratieverhaaltje van vroeger, jaren tachtig denk ik.

Een kennis van mij in Amsterdam had een Bijstandsuitkering, maar had werk gevonden. Hiep hiep, hoera. Hij naar het gemeentelijke Bijstandkantoortje, niet ver van zijn huis. Daar aangekomen meldt hij zich bij de balie. Ik kom mijn uitkering opzeggen, meneer, zegt hij vrolijk.

“Helaas, dat gaat niet zomaar”, sprak de ambtenaar streng. “Opzeggen van de uitkering mag alleen telefonisch”.

Onze kennis was niet voor één gat te vangen. Aan de overkant van het kantoortje stond een telefooncel. Hij erheen en een dubbeltje erin gegooid (we leefden nog in het gulden tijdperk). Toevallig had hij door de telefooncel en het raam, een goed uitzicht op de balieambtenaar die hij net gesproken had. Hij zag hem de telefoon opnemen en herkende vervolgens zijn stem.

“Meneer, ik kom mijn uitkering opzeggen”, zei mijn kennis wederom.

“Ga uw gang, meneer” zei dezelfde ambtenaar, nu iets vriendelijker door de telefoon. En noteerde zijn gegevens.

“Je ziet, buurman”, zei ik, “dat er weinig veranderd is, internet of geen internet. Ambtenaren denken in regeltjes en niet in inhoud, zoals gewone mensen. Daarom kan jij vandaag geen aangifte doen en heb je een hoop kopzorgen voor niets”.

Mijn buurman kon er niet echt om lachen. Hij nam een slokje van zijn koffie en keek bezorgd op zijn horloge. Hij moest maar weer eens snel aan het werk gaan.

 

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s