hondje

Dit fragment komt uit het boek van mijn grootvader, “Volgende patiënt!” gepubliceerd in 1940 door de Amsterdamse uitgever Andries Blitz, die helaas in 1942 werd vermoord in Auschwitz. 

Het verhaal is geschreven vanuit het perspectief van de dierenartsassistente.

***

De onmisbare hond komt niet veel voor. Een hond is een gezelligheidsdier of een viervoetig voorwerp, waarmee je tentoonstellingsprijzen kunt halen. Maar de nuttigheid van de canis familiaris moeten we niet overschatten. Wij kennen de waakhond. Voor het platteland van betekenis, in de grote stad alleen een wanhoop voor buren en slapende kinderen.

Dan hebben we de trekhond – jammer genoeg! Ik ken geen hatelijker gezicht dan een dikke boer op zijn karretje en een afgesjouwde hond, die er met de tong uit de bek vóór loopt te hijgen, terwijl de boer alleen maar zwaarlijvig zit te zitten.
Hoe eerder deze “nuttigheid” van de hond bij de wet verboden wordt, des te beter is het voor het beest en des te eervoller voor de mens! Maar wij hebben een cliënt, voor wie de hond onmisbaar is. Die cliënt is blind…

Elke keer als onze blinde cliënt, meneer Verbeek, binnenkomt, onderga ik een ontroering. Hij heeft zijn hond kort vast aan de beugelband en het dier bestuurt de schreden van zijn baas. Laatst zag ik ze het huis in komen. Voor de deur gaf de hond al een seintje. Dan voorzichtig de gang door en bij de wachtkamer – wonderlijk hoe die herder al weet, dat ze daar moeten wachten! – klopt de blinde aan tot de deur wordt geopend.

Die meneer Verbeek draagt zijn lot waardig. Ik heb hem nog niet één keer horen klagen over zijn gebrek. Daarbij heeft hij de zegen van een opgeruimd humeur. Hij kan zo smakelijk lachen en zo genoeglijk aan zijn sigaretje trekken.

blindegeleidehond JanDe verhouding tussen hem en Jan, de hond, is prachtig. Het is net of die twee door een fluïdum met elkaar verbonden zijn. En die wederzijdse genegenheid komt heus niet tot uiting in overdreven lieve woordjes en aanhalingen. Als meneer Verbeek zijn Jan even tastend over de grote kop streelt, dan duwt de hond zijn natte snuit eens in zijn hand en kwispelt met de staart. De oren maken een beweging van welbehagen. De baas is goed op hem en Jan is gelukkig.

Hoewel mijn dokter er geen woord van zegt, heb ik de overtuiging, dat hij op Jan nog tien keer meer zijn best doet dan voor welke andere hond dan ook. Uit sympathie voor de hond en voor meneer Verbeek.

Jan was er bijna niet meer geweest. Een woesteling van een motorrijder heeft hem aangereden, toen hij in alle omzichtigheid met zijn baas overstak. Gelukkig heeft iemand het nummer van dit heerschap kunnen noteren. Twee maanden hechtenis heeft-ie gekregen. Wraakzuchtig ben ik niet, maar ik gun het hem van harte!

Gelukkig had meneer Verbeek geen enkel letsel. Hij stond hulpeloos in de drukte van het verkeer. De hond hoorde hij hevig janken en hij begreep, dat er iets heel ergs was gebeurd. Dadelijk kwamen voorbijgangers toesnellen en die wilden hem in veiligheid brengen.
“Eerst de hond”! zei hij, “anders verzet ik geen stap!”

Een handige slagersjongen nam Jan op en droeg hem voorzichtig naar een winkel. Daar vertelden ze de blinde, dat de hond lelijk gewond was.
“Een beenpunt stak hem dwars door zijn huid heen!” deelden ze hem mede. “Dat stomme dier zal wel afgemaakt moeten worden…”
“Eerst dr. Gajentaan opbellen!” zei Verbeek. Mijn baas reed er onmiddellijk heen en legde de hond als een ziek kindje achter in de auto.

opa-2
Dr. Jan Gajentaan

Het bleek dat Jan een gecompliceerde dijbeenbreuk had. Het dijbeen stak door de opening van de huid. Een röntgenfoto liet duidelijk zien, dat het arme beest er slecht aan toe was.
Meneer Verbeek streelde zachtjes de kop van zijn geleidehond.
“Is er nog iets aan te doen, dokter?” vroeg hij treurig. “Anders moet u hem uit zijn lijden verlossen…”

Misschien zou mijn baas in gewone omstandigheden tot een spuitje zijn overgegaan. Maar het betrof hier zo’n bijzonder geval. De geleidehonden zijn als het ware de ogen van de blinden. Niet alleen een dier, maar ook een mens had er het hoogste belang bij dat het uiterste gedaan zou worden om Jan te genezen.
Ik bracht meneer Verbeek met een taxi naar huis en toen ik terugkwam, zag dr. Gajentaan er een beetje opgewekter uit.
“Er is een kans dat we Jantje erdoor slepen!” zei hij, “hoewel het een zeer bedenkelijk geval is”.

Hij onderzocht het gebroken been nauwkeurig, maar tijdens dit onderzoek schoot de uitstekende beenpunt onverwachts terug in de wond. Ik heb mijn dokter zelden onbehoorlijke woorden horen gebruiken maar bij die gelegenheid kwam er een woordje uit, dat in een damessalon niet van pas ware geweest.
“Nou zal er zeker wel een infectie bijkomen!” riep hij. “Ik wil die beenpunt eenvoudig afknippen!”.

Na enige manipulaties kwam het gesplinterde bot weer uit de wond tevoorschijn.
“Gauw de beenschaar!” gelastte de baas op een toon van een kapitein, die zijn schip uit de branding moet redden. Zelden heb ik een opdracht zo snel uitgevoerd! “Krak”! zei het been.

“Van strenge steriliteit is natuurlijk geen sprake”, zei dr Gajentaan. “Een bacterioloog zou ervan rillen, maar ik ben nu eenmaal practicus en een dier kan gelukkig wat meer hebben dan een mens. Als je ziet, hoe onbevoegde veekwakzalvers met vuile vingers een buikoperatie uit durven uitvoeren, dan durf je nauwelijks nog aan het bestaan van bacteriën te geloven. Laten we hopen, dat Jantje een behoorlijke natuurlijke weerstand heeft!”.

En die bezat Jan inderdaad!
Na enkel dagen had de huidwond zich merkwaardig genoeg zonder infectie gesloten. Er trad zelfs geen beenfistel op en dat was toch wel het minste, dat de dokter had verwacht.

Iedere dag kwam meneer Verbeek naar zijn hond informeren en na veertien dagen kon hij hem mee naar huis nemen. Jan probeerde al op zijn gebroken been te staan. Het ging nog wel niet best, maar het beloofde toch alle goeds. En na vijf weken was van de kreupelheid vrijwel niets meer te constateren. Jan was gered.

Is het niet een wonder dat deze mooie Hollandse herder een bijzondere plaats onder onze patiënten inneemt? Hij is ook geen gewone hond, dat houd ik vol! Alle hebbelijkheden van een hondebeest mist hij of weet hij te onderdrukken.
’t Is net, of hij zich volkomen van zijn hoge taak bewust is. Zijn dienende taak van geleidehond!
Ik behandel hem altijd met een zeker respect, als hij bij ons komt voor een of andere kleinigheid.
Jan is mijn favoriet…!

hondje b

 

 

 

Advertenties

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s