Eddy was mijn beste vriend in de brugklas op het Amsterdams Lyceum. Het was 1971. Twee opgeschoten, magere jongens waren we, met lange wapperende haren. Eddy was joods, ik protestants, maar met het geloof hielden we ons absoluut niet bezig.

Eddy had thuis een drumstel staan in een aparte ruimte, in de villa in Amsterdam Oud-Zuid van zijn ouders. Zijn vader deed iets in de textiel, geloof ik. Eddy was altijd druk in de weer met allerlei bandjes, hij was ook een soort band manager in spe en had een eigen disco show. Vaak bezocht ik hem thuis en luisterde naar zijn begeesterde verhalen.

In die tijd ging het niet zo prettig bij mij thuis, om verschillende redenen. Bij Eddy thuis was warmte en geborgenheid, dat kon je merken. Ik voelde me er altijd op mijn gemak als we matses aten met bruine suiker, samen met de zussen en broers van Eddy op de bank gezeten.

Terwijl ik nipt overging naar de tweede klas, bleef Eddy zitten. Op enig moment werd Eddy verzocht een andere school te zoeken. Of hij nu leerproblemen had of gebrek aan discipline, weet ik niet. In ieder geval zaten we allebei regelmatig op het strafbankje in de gang, tegenover de kamer van de rector, de nogal gezette heer Van Pesch. Als je geluk had kwam je ervan af met het halen van wat broodjes voor de heer Van Pesch.

Kwaaie jongens waren we niet, maar we hadden wel iets rebels. Na het Amsterdams Lyceum heeft Eddy het nog op een stuk of vijf middelbare scholen geprobeerd, maar verder dan de tweede klas is hij nooit gekomen. School en Eddy was geen gelukkige combinatie. We verloren elkaar uit het oog.

Ergens in de jaren negentig, ik werkte op een assurantiekantoor, had ik Eddy ineens aan de telefoon in verband met de één of andere polis. Hij zat toen ook in de textiel, meen ik. Eddy sprak keurig ABN, een beetje zoals zijn vader vroeger en waarschijnlijk gold voor mij hetzelfde. We zijn  twee keurige heren geworden, dacht ik.

Al die tijd hebben we elkaar niet meer gezien of gesproken, totdat Eddy een jaar of anderhalf geleden contact legde via Facebook. Hij woont nu in Spanje, waar hij een succesvol eigen bedrijf heeft. Een schooldiploma is dus niet bepalend voor het slagen in het leven; gelukkig maar. Dat Eddy destijds het Amsterdams Lyceum moest verlaten zit hem nog altijd een beetje dwars, geloof ik.  In februari bestaat de school honderd jaar trouwens.

We spraken af bij één van de bezoekjes van Eddy met zijn Spaanse vrouw aan Amsterdam. Zijn broers en zussen waren er ook, vrienden, familie. Eddy en ik, twee heren op gevorderde leeftijd inmiddels, sloten elkaar in de armen.

Gelukkig was de Amsterdamse gein niet verdwenen, want ik heb heel wat gelachen die avond. Met Eddy in de buurt hoef je je nooit te vervelen en dat rebelse heeft hij nog steeds. Dat geldt ook voor mij, hoop ik.

Op de terugweg naar Rotterdam in de auto moest ik denken aan het leven van mijn grootvader bij wie verschillende joodse vrienden een belangrijke rol speelden in zijn leven, van wie sommigen de Tweede Wereldoorlog overleefden, anderen niet.

Zo had je de flamboyante “Maupie” de Hartogh, de Amsterdamse huisarts en voorzitter van zijn eigen éénmanspartij; de man die het ICA had opgericht en met het plan kwam voor de Amsterdamse Sinterklaasintocht. De creatieve cartoonist Jo Spier die de illustraties verzorgde voor opa’s boek, of de degelijke Max Goldenberg die met opa in het Amsterdamse Oranje-Comité zat maar de oorlog net als zijn vrouw helaas niet overleefde.

Wat is dat nu, dat specifieke dat we Amsterdamse humor noemen, dacht ik. Die humor, dat bijdehante, het spirituele ook… Is het niet het gelukkige resultaat van een eeuwenlang vreedzaam samenleven van joodse, protestantse en katholieke Amsterdammers in een vrije stad, totdat de nazi’s ruw besloten dat er een einde aan moest komen?

Al rijdend bedacht ik me dat ik me domweg gelukkig voelde daar bij Eddy en zijn vrienden en familie, net als vroeger; het leek een warm Amsterdams bad dat ik een tijdje gemist had of sloeg mijn verbeelding nu op hol?

Nou ja, Amsterdam is ook niet meer wat het geweest is  dacht ik, terwijl ik op de snelweg Den Haag alweer passeerde en Rotterdam in zicht kwam. Eddy en ik zijn twee vogels die het Amsterdamse nest hebben verlaten, dus klagen geeft geen pas. Andere vogels hebben het nest overgenomen.

Advertenties

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s