De spindoctors van VVD en PvdA schreeuwen het van de daken: het gaat goed met Nederland. Sinds een paar jaar is er weer sprake van economische groei, de werkloosheid loopt terug en de meeste Nederlanders gaan er iets op vooruit in koopkracht. De huizenmarkt herstelt en vertoont zelfs al tekenen van overspannenheid, in ieder geval in sommige regio’s.

In veel overzichten is Nederland de laatste tijd gestegen. Zo staan we nu op de vierde plaats in de lijst van meest concurrerende economieën ter wereld en zijn daarbij de koploper van de EU.  Zelfs Duitsland zijn we gepasseerd. Dit zou onder meer te danken zijn aan het kabinetsbeleid van hervormingen, bezuinigen waar nodig en stimuleren van innovatie.

Zeker ten opzichte van veel andere EU-landen zoals Frankrijk of Italië staat Nederland er beter voor. Ik behoor niet tot degenen die de noodzaak van hervormingen ontkenden of die constant spelen met de linkse gedachte dat de problemen van stagnatie in de EU  het beste opgelost kunnen worden met veel overheidsuitgaven. Dat niet alles slecht was van dit kabinet, mag van mij best gezegd worden.

Kanttekeningen
Toch zijn er een hoop kanttekeningen te plaatsen bij het zogenaamde succesverhaal. Over veel hervormingen die nu geprezen worden in internationale rapporten, zijn de meningen verdeeld. Zo ziet men vooral in het MKB de arbeidsmarkthervormingen van Asscher, met name de WWZ eerder als een blok aan het been dan als een verbetering.

Verder heeft onder meer Syp Wynia erop gewezen dat het economisch herstel minder groot is dan het kabinet doet voorkomen en dat het meer een kwestie is van een procentje hier en een procentje daar. Ik ging daarop in in mijn blog Slaap zacht: iedereen een procentje erbij

Ook spelen externe omstandigheden een grote rol. De kunstmatig laag gehouden eurokoers is gunstig voor het exporterend bedrijfsleven, de extreem lage rente heeft de kwakkelende huizenmarkt nieuw leven ingeblazen (met het risico van een nieuwe zeepbel), de lage olieprijs is gunstig voor productiebedrijven, het ongekende monetaire stimuleringsbeleid van de ECB voorkomt instorting van de eurozone.

Kortom, door kunstmatig stimuleringsbeleid en financiële repressie door de ECB wordt de zaak op gang gehouden, maar vroeg of laat zal de etterende wond weer openbarsten, zie ook de giga problemen bij Italiaanse en Duitse banken. Er lijkt een beleid te zijn om problemen door te schuiven in plaats van ze op te lossen, waarbij het financiële systeem zo complex is dat slechts weinigen het begrijpen.

Ik heb de indruk dat het de huidige nationale regeringen en de EU wel zal lukken de problemen  door te schuiven tot eind 2017. Dit ook met het oog op het referendum in Italië (december 2016) en de verkiezingen in Nederland (maart 2017) Frankrijk (presidents- plus parlementsverkiezingen in mei en juni 2017) en tenslotte in Duitsland (september 2017).

Pijnlijke maar noodzakelijke maatregelen zullen doorgeschoven worden tot na die verkiezingen, om het roze beeld van herstel en stabiliteit niet te doorbreken. De bestaande gevoelens van onvrede onder de Europese bevolking over de stagnatie door de slecht werkende eurozone en de grote zorg (en woede!) over het veel te ruimhartige asiel- en immigratiebeleid (c.q. EU-omvolkingsbeleid) hoopt men zo onder bedwang te kunnen houden.

Strategie
Dit alles maakt het lastig voor partijen als de PVV (de grootste partij van de oppositie en volgens peilingen zelfs de allergrootste partij na de verkiezingen) of Front National in Frankrijk. Aangemoedigd door de Brexit zetten zij nu in op een harde anti-EU en anti-euro koers. Inhoudelijk is daar veel voor te zeggen, maar is de bevolking klaar om uit de EU te stappen? Uit peilingen blijkt dat dit niet het geval is. Wel is er een meerderheid die minder EU wil en meer nationale bevoegdheden.

Zo blijkt bijvoorbeeld uit peilingen in Duitsland (het land dat economisch het meeste profiteert van de euro) dat maar ongeveer één derde van de bevolking uit de EU wil, maar dat er daarentegen een meerderheid van 62% is die minder EU wil (dus een decentralere EU met meer nationale bevoegdheden). Ook wat betreft Nederland zien we bij de meeste peilingen een dergelijk beeld. Dus (nog) geen meerderheid voor een Nexit, wél voor een flexibeler EU met meer nationale bevoegdheden.

Daar kun je het om ideologische redenen niet mee eens zijn maar er is ook nog zoiets als de politieke en maatschappelijke realiteit. Ik denk dat het hierboven omschreven beeld niet zal kantelen, tenzij er voor maart 2017 drastische gebeurtenissen komen in de vorm van grote aanslagen in Nederland of een majeure financiële crisis. Maar op die onzalige verwachting kan en moet je geen strategie bouwen, lijkt mij.

Visegrad strategie
Ik heb wel eens vaker geschreven dat het daarom goed is te bekijken wat de Visegrad Groep (V4) doet in de EU en het EU-hervormingsvoorstel dat zij ingediend hebben bij de EU-top te Bratislava in september jl.

In dit plan is sprake van het terughalen van nationale bevoegdheden vooral ook wat betreft asiel- en migratiebeleid. In de voorstellen van de V4 bepalen landen zelf of zij asielzoekers willen en kunnen opnemen, redenerend vanuit het recht op bescherming van hun eigen culturele en religieuze identiteit. Een punt waarvoor mijns inziens  veel steun te vinden zou zijn onder de Nederlandse bevolking, maar zowel bij onze eigen nationale elite als bij de EU-elite is dit vloeken in de kerk!

Voor de V4 landen en de Hongaarse premier Orbán is het dus vechten tegen de EU-bierkaai hoewel  er onder meer realistische geesten waardering is voor het harde maar duidelijke beleid van Orbán. Niet voor niets werd hij onlangs in privé audiëntie ontvangen door Helmut Kohl. Orbán gaat tot het randje om zijn bevolking te beschermen tegen de omvolkingswaanzin van de EU (onder meer door naleven nationale grenzen!) maar hij gaat niet zo ver om vrijwillig uit de EU te stappen, integendeel: hij wil er juist in blijven.

Overigens, Merkel, Rutte en de EU kloppen zich nu op de borst dat de asielmigratie minder is dankzij hun deal met Turkije, maar het zou wel eens zo kunnen zijn dat het afsluitingsbeleid van de Balkanlanden waaronder ook Oostenrijk daarvoor veel belangrijker is geweest. Terwijl die landen nu juist verketterd worden door Merkel en haar vrienden in Brussel. Hypocrisie is nu eenmaal het handelsmerk van deze EU!

Het V4 hervormingsplan van Bratislava zou wellicht een zinnig Plan B kunnen zijn voor zowel PVV als Front National. Al streven zij nog steeds naar een Nexit cq. Frexit en dus volledig herstel van de nationale soevereiniteit, ook in monetair opzicht, zolang daar geen democratische meerderheid voor is (en die lijkt er in 2017 nog niet te zijn) zou je kunnen aansluiten in de EU bij de V4-koers.

Hiervoor lijkt in 2017 namelijk wel een meerderheid te vinden onder de Nederlandse (en Franse, Duitse etc.) bevolking als we afgaan op peilingen. In Nederland zou dan een partijencoalitie gevormd kunnen worden door PVV en VVD, waarbij partijen als VNL en SGP kunnen aansluiten. Samen al goed voor iets van 60 zetels. Als we daar nou eens 80 zetels van maken?

 

 

 

Advertenties

Een gedachte over “Visegrad-strategie mogelijk ook zinnig voor Nederland

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s