Er is een tijd geweest vlak voor zijn overlijden in 1987 dat ik vrij veel optrok met mijn grootvader de Amsterdamse dierenarts Dr. Jan Gajentaan (1902 – 1987). We spraken toen over van alles en nog wat, maar zelden of nooit over de jaren dertig. Daarvan heb ik nu spijt.

Het zat zo: mijn oma was overleden begin 1984, mijn ouders woonden nog in Amerika en mijn oom was ambassadeur in het buitenland. Opa woonde alleen in zijn flat in Buitenveldert en geestelijk ging het niet zo goed meer met hem. Ikzelf woonde toen in de Rivierenbuurt dus het was een kleine moeite om op de fiets te stappen en bij hem langs te gaan, wat ik dan ook regelmatig deed.

Nu had ik natuurlijk als kind van de jaren zestig en zeventig een andere belevingswereld dan mijn grootvader, een man van begin 20e eeuw die allerlei ideeën had over vlaggensymboliek en ontvangstcomités waar ik me destijds helemaal niets bij kon voorstellen. Toch konden we het altijd wel goed vinden, met als gemeenschappelijke noemer misschien de Amsterdamse humor.

Vaak hadden we het wel over zijn Sinterklaas periode (1950 – 1962) en dat vond ik toen een leuk onderwerp om hem over “uit te horen”, omdat hij daar tenslotte bekend door was geworden. Zoals het vaak gaat bij mensen die oud worden, was zijn lange termijn geheugen beter dan zijn korte termijn geheugen dus mijn opa kon er nog mooi over vertellen. Hij kon ook heerlijk mopperen, vooral over de NOS (NTS), die volgens hem de intocht gekaapt had van het ICA (Initiatief Comité Amsterdam).

Voor de jaren dertig, toen mijn grootvader heel actief was in de Oranjebeweging en het Algemeen Nederlands Verbond, had ik toen zelf niet zo veel belangstelling dus vroeg ik er niet specifiek naar. Terwijl dit mij nu juist het meeste interesseert. Dat komt waarschijnlijk door de parallellen van de jaren dertig met onze huidige tijd: een langdurige financiële crisis, een gevoel van dreiging op de achtergrond, een maatschappij die steeds meer polariseert en radicaliseert.

Ik besef nu steeds meer dat de liberale burgerij destijds het Koningshuis zag en ook gebruikte als symbool van nationale eenheid.  Dat was al aan het eind van de 19e eeuw zo: “Prinsessedag” op 30 april werd gezien als een mooie manier om de 1 mei viering van de socialisten af te troeven. Maar toen in 1917 (voor mannen) en 1919 (voor vrouwen) het algemeen kiesrecht werd ingevoerd in Nederland op basis van het stelsel van evenredige vertegenwoordiging, werd het land politiek minder stabiel.

De liberale, vaak protestantse burgerij die het in de 19e eeuw voor het zeggen had, kreeg het in de loop van de 20e eeuw moeilijker om politieke meerderheden te verwerven. In de jaren dertig was het een komen en gaan van kabinetten en van een krachtdadig beleid was vaak geen sprake.

Naar het schijnt was dat een bron van ergernis voor koningin Wilhelmina. Bekend is met name het uithollen door bezuinigingen van de Nederlandse krijgsmacht (denk aan het felle verzet tegen de vlootwet in 1923) waar pas eind jaren dertig weer in geïnvesteerd werd, toen het al veel te laat was. Het gevolg is bekend: zowel tegenover Nazi-Duitsland (1940) als in Nederlands-Indië tegenover Japan (1942) waren we kansloos toen het Nederlandse grondgebied verdedigd moest worden.

WilhelminaRO
Kon. Wilhelmina in Londen

Het is daarom ergens wel begrijpelijk dat Wilhelmina in haar Londense jaren ideeën koesterde van een na-oorlogs Nederland met een “sterke kroon”. Zij noemde dat het nieuwe Nederland, al zou je ook kunnen zeggen dat het ergens een verlangen was naar de periode van Koning Willem I. Dus een oud Nederland.

Uiteindelijk is van dat nieuwe Nederland waar Wilhelmina van droomde weinig terecht gekomen: na de oorlog was het weer de oude politiek die zijn rechten hernam. In 1948 trad de teleurgestelde Wilhelmina af.

Overigens vind ik dat we Wilhelmina ook weer niet groter moeten maken dan zij was. Zo las ik laatst dat zij in juni 1940 serieus van plan was de regeringszetel te verplaatsen van Londen naar het toen nog vrije Nederlands-Indië, maar zich een week later bedacht toen er een hittegolf heerste in Engeland: Nederlands-Indië zou voor haar véél te warm zijn. Ze besloot toen zelf in Londen te blijven en alleen de regering over te plaatsen naar Nederlands-Indië maar haar ministers voelden daar weinig voor, waardoor het idee een langzame dood stierf.

Afijn, ook het koningschap ging gepaard met een bepaalde mate van dilettantisme, zullen we maar zeggen.

Toch vind ik de historische figuren zoals Wilhelmina interessant en met name dit Nederlandse nationalisme van het interbellum dat dus een uitweg zocht via de Oranjebeweging en waarbinnen protestantse, katholieke, joodse en nationale verenigingen zich bundelden. Een vaderlandslievende beweging, waarin mijn grootvader enorm actief was en die hij later zelf belangrijker vond dan het Sinterklaas-gebeuren waarmee hij bekend werd in de jaren vijftig.

IJsclub2
Opa als 35-jarige man naast koningin Wilhelmina (linksboven). 1937.

Juist over die tijd van de jaren dertig heb ik hem veel te weinig gevraagd tijdens die bezoekjes in de jaren tachtig. Een gemiste kans, te meer ook omdat hij door zijn activiteiten in de Oranjebeweging persoonlijk bekend was met een aantal hoofdrolspelers zoals koningin Wilhelmina en prinses – later koningin – Juliana.

Gelukkig hebben we tegenwoordig Delpher.nl en andere archief- en foto sites, waardoor je je toch een beeld kunt vormen.

Advertenties

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s