Het is misschien verrassend om te vernemen van mij als kleinzoon van de vermaarde Oranje-veteraan Dr. J. Gajentaan, maar in de jaren negentig was ik behoorlijk republikeins en zelfs een tijdje lid van de Republikeinse Moderne Partij. In die hoedanigheid heb ik zelfs een keer een bezoekje gebracht in het mediapark aan de bekende republikein… Peter R. de Vries.

IJsclub2
Mijn opa naast koningin Wilhelmina, 1937

Hoewel mijn grootvader iets van 40 jaar actief was in de Oranjebeweging en daarin een prominente rol speelde, eerst als voorzitter van de Oranje Jeugdbond in Amsterdam en later als bestuurslid en voorzitter van het Oranje-Comité aldaar met als hoogtepunt het organiseren van de zilveren bruiloft van Juliana en Bernhard in 1962, was hij behoorlijk zwijgzaam over die periode na zijn aftreden in 1965, uit protest tegen het huwelijk van prinses Beatrix met de “oorlogsduitser” (aldus mijn grootvader) Claus von Amsberg.

Hij sprak er daarna weinig meer over en het enige dat ik me nog kan herinneren is dat hij altijd begon te mopperen als Beatrix op de beeldbuis kwam: “kijk dat mens eens dom lachen”. En omdat mijn vader zich ook niet buitenmatig voor het Oranjegebeuren interesseerde, werd deze Oranjeliefde mij dus niet echt met de paplepel ingegoten.

In de jaren tachtig en negentig was ik een sociaal-liberaal met een republikeinse zienswijze.  De VS en Frankrijk vond ik politiek interessante landen, waar de kiezer behalve op een partij ook op een president en op een burgemeester kon stemmen (en in het geval van Frankrijk ook een bindend referendum kende) en dus veel meer te zeggen had dan bij ons. Dat sprak me aan, daarnaast vond ik het rationeel redenerend onzin om de keuze voor het staatshoofd te laten bepalen door erfopvolging.

Bovendien, was Nederland niet de eerste, fiere republiek van het moderne Europa? Ik schreef op de middelbare school mijn geschiedenis scriptie over Johan de Witt.

hans
Hans Gruijters en Hans van Mierlo

Overigens is die op Amerika  geïnspireerde republikeins-liberale geesteshouding ooit de ontstaansreden van D66 geweest, want de republikeinse liberaal Hans Gruijters werd in 1965 uit de VVD gegooid nadat hij weigerde op de huwelijksreceptie van – daar heb je ‘m weer – Beatrix en Claus te verschijnen. Dat is toen de directe aanleiding geweest van de oprichting van D66. Heel andere koek dus dan de Israel-hatende policor knuffelaars die tegenwoordig deze partij bevolken; Gruijters zegde dan ook zijn lidmaatschap van D66 op, een jaar voor zijn dood in 2005.

We dwalen af. Ik was in de jaren negentig dus republikeins ingesteld en kan me nog goed herinneren hoe ik me groen en geel ergerde aan het tergend slaafse gedrag van royalty verslaggevers zoals Maartje van Wegen. Toen ik er via internet achter kwam dat er een republikeinse partij was opgericht, de RMP (Republikeinse Moderne Partij), was ik nieuwsgierig en besloot een ledenbijeenkomst te bezoeken, die tot mijn verbazing verslagen werd voor TV door Sjaak Bral.

Heel veel mensen kwamen er niet naar de bijeenkomst en het geheel was voor verbetering vatbaar, maar ik besloot me aan te melden als lid en werd al snel voorzitter van de afdeling Amsterdam, waar ik toen woonde. Overigens is mijn opvolger daar, ene Delano Felter, in opspraak geraakt door homo-vijandige uitspraken, waarvoor hij ook veroordeeld is. Hoe hij daarbij kwam weet ik niet, ik ken Delano Felter niet en er stond niets in het partijprogramma – waar ik zelf toen nog aan meegeschreven heb – dat op homovijandigheid zou kunnen duiden.

peter r
Peter R. de Vries in 2002

Het wilde destijds niet echt vorderen met de ledentoestroom en toen ik een keer las dat Peter R. de Vries een overtuigd republikein was, deed ik het bestuur van de RMP het voorstel om hem te benaderen als lijstduwer.

In die tijd was Peter R. de Vries nog niet bekend als de irritante, zurige bemoeial bij TV-shows over allerlei onderwerpen waar hij totaal geen verstand van heeft, wat bleek toen hij daags na het Charlie Hebdo drama de gecultiveerde en erudiete redactie die daar overhoop werd geschoten een “je moeder is een hoer-niveau” voor de voeten wierp. Peter R. was in die tijd nog gewoon een degelijke, besnorde misdaadverslaggever die op mij wel sympathiek overkwam.

Zo gezegd, zo gedaan en op een dag in juni 2002 hadden wij met een RMP-afvaardiging van drie man – de voorzitter, de penningmeester en ondergetekende – een afspraak met  Peter R. de Vries op het Mediapark waar ik – verlaat door allerlei files – nog net op tijd aankwam.

Nu was de voorzitter van de RMP een af en toe nogal vreemd communicerende man. Omdat enkele weken voor onze afspraak Pim Fortuyn vermoord was op het Mediapark, opende hij het gesprek met Peter R. op een heel rare manier door luidkeels de vraag te stellen: “ben je niet bang dat ze jou ook door je kop schieten, Peter?” .  Je zag Peter R. hem aankijken met een blik van “wat heb ik nu weer aan mijn fiets hangen”.

Vervolgens probeerden we er met ons drieën nog wel iets van te maken, maar echt serieus werd het niet meer genomen en ik moet achteraf zeggen, geheel terecht. Ik kan er niets anders van maken dan dat Peter R. ons heel vriendelijk en geduldig ontvangen heeft, waarvan akte. Later is hij zelf de politiek ingegaan met zijn eigen beweging, maar die is zoals bekend een snelle dood gestorven bij gebrek aan steun.

Ons bezoek aan Peter R. was dus bepaald geen succes, maar goed, het was natuurlijk wel een mooi verhaal voor op kantoor, de volgende dag. Niet lang daarna heb ik mijn lidmaatschap van de RMP maar opgezegd; ik had niet het idee dat er ooit nog iets heel serieus uit zou komen. Bij mijn weten is de partij nog steeds marginaal, maar ik volg het al jaren niet meer.

Republikein of monarchist?
Komt de hamvraag: ben ik anno 2016 republikein of monarchist? Tja, op de eerste plaats staan we inmiddels voor problemen (de falende eenheidseuro, de opkomende EU-superstaat, de uitholling van onze nationale soevereiniteit en democratie, de islamisering en terreurdreiging) waarbij vergeleken dit discussiepunt me minder van belang lijkt. Zolang de overgrote meerderheid van de Nederlanders de monarchie wil behouden en dit een constitutionele monarchie blijft, heb ik er vrede mee.

Bovendien ben ik door recente studie het Nederlandse monarchisme wat anders gaan bekijken. Ten eerste was het Nederlandse monarchisme altijd al bijzonder door de band tussen stadhouder (later monarch) en volk, terwijl in andere landen de monarchie juist verbonden was met het absolutisme. Ten tweede was de Oranjebeweging vanaf eind 19e eeuw tot aan WO2 – de beweging dus waarvan mijn grootvader zo’n enthousiast lid was – in feite drager van het nationalisme of patriottisme van de burgerij, zoals ik in dit artikel heb uitgewerkt.

Het Nederlandse monarchisme ging dus niet om een soort van slaafse onderdanigheid aan de monarch – zeg maar het Maartje van Wegen-gedrag dat mij zo stoorde, en nog steeds trouwens. In zekere zin is de geschiedenis van mijn grootvader, die als fervent Oranje-aanhanger met 40-jarige staat van dienst zijn Oranje-pet aan de wilgen hing op het moment dat hij de huwelijkskeus van de troonopvolger niet kon rijmen met zijn vaderlandsliefde, een illustratie ervan dat het geen onderdanig soort monarchisme was.

Er was een twee-eenheid constitutionele monarchie en vaderlandsliefde en het laatste prevaleerde. Dit even los van de inhoudelijke kant van de kwestie Claus-Beatrix, waarbij je misschien achteraf moet stellen dat mijn grootvader – en ook Hans Gruijters – te snel hun oordeel hadden geveld waar het de mens Claus betrof.

Hoe je het ook wendt of keert, de constitutionele monarchie is anderhalve eeuw een belangrijke bindende factor geweest voor ons volk dat in alle opzichten verdeeld was: politiek, religieus en tegenwoordig ook nog qua etnische samenstelling.

Zijn we nu zo ver dat we samen een krachtige natie kunnen vormen zonder het symbool van de constitutionele monarchie? Dat is een interessante vraag, waarop ik het antwoord niet zo 1-2-3 kan geven. Tot het zo ver is, heb ik mijn republikeinse geestesgesteldheid maar even geparkeerd.

 

 

Advertenties

2 gedachtes over “Mijn republikeinse jaren en de ontmoeting met… Peter R. de Vries

  1. Inderdaad, Oranjegezind zijn is een deugd en we zijn het Willem van Oranje, Maurits, Frederik Hendrik, etc. verplicht, maar zoals het er nu bijstaat, kun je ze niet steunen. Tenzij Willem-Alexander uit de betovering van zijn mega-eega mag komen en voor de goede zaak gaat staan. Hij heeft wel een rechtse inborst, maar hij mist kennelijk de wil/moed om waarheid te spreken en zijn ware taak te aanvaarden. Hij loopt maar zo’n beetje achter de EU en de VN aan, geheel naar de zin van zijn vrouw.

    Koningin Wilhelmina wilde na de oorlog terug naar de situatie zoals deze was ten tijde van de stadhouders. Haar grote voorbeeld was stadhouder Willem III, die ons land heldhaftig verdedigde tegen Frankrijk en Engeland. Ze werd uitgelachen door de politiek, maar haar streven was nobel. Zij wilde o.a. dat verzetsstrijders hoge posities zouden bekleden.

    Prins Bernhard is de laatste van wie het ‘goede’ volk hield. Wat men ook van hem zegt, hij heeft voor Nederland gestreden en was zeer geliefd bij de verzetsstrijders en militairen. Hij belde regelmatig de redactie van de Telegraaf op als hem iets niet aanstond en bood zelfs aan om de boete te betalen van een winkelier die een dief in elkaar had geslagen.

    Beatrix was het absolute dieptepunt en een regelrechte vijand van het goede volk. Zij heeft de Oranjes zeer veel schade berokkend en zelfs de meest trouwe en slaafse Oranjegezinden tegen zich in het harnas gejaagd.

    Like

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s