Wie zich verdiept in de koloniale en postkoloniale geschiedenis van Suriname en in het bijzonder in de lotgevallen van de hoofdfiguur in die geschiedenis tijdens de afgelopen 35 jaar, voormalig sportinstructeur en huidig president Desi Bouterse, kan maar tot één conclusie komen: het is een bijna schizofreen verhaal vol postkoloniale dubbele bodems.

Valk
Kolonel Hans Valk

Over het aan de macht komen van Desi Bouterse op 25 februari 1980 en de rol daarbij van de Nederlandse Militaire Missie doen vele verhalen de ronde, maar in dit interview dat kolonel Hans Valk twee jaar na de coup – en luttele weken ná de decembermoorden –gaf aan VN journalisten Gerard van Westerloo (helaas wijlen) en Elma Verhey blijkt zonneklaar dat Valk er dik inzat voor, tijdens en na de Februaricoup, al is de inmiddels overleden Valk dat later gaan ontkennen en wordt het tot op de dag van vandaag ontkend door Bouterse zelf.

Ook de befaamde Joris Demmink heeft daarbij als toenmalig Suriname-coördinator op het Ministerie van Defensie mogelijk een rol gespeeld, maar ook dat is nooit helemaal opgehelderd.

Natuurlijk ontkent Bouterse de rol van Valk, want het zou niet best zijn voor zijn status als held van de revolutie als hij zou toegeven dat hij in feite tot de coup werd aangezet door een losgeslagen Nederlandse kolonel, die het land wilde moderniseren en die de postkoloniale vriendjespolitiek en de patronagecultuur (Suriname is helaas een Griekenland in het kwadraat als het op patronage aankomt) opzij wilde schuiven ten gunste van een soort verlicht burgerbestuur, waarvoor Valk de internist Henk Chin-A-Sen en diens vriend, de Surinaams-Nederlandse jurist André Haakmat bereid had gevonden. Bouterse moest deze burgerregering steunen als het nieuwe hoofd van het leger. Het feit dat Bouterse totaal geen interesse toonde in de politiek, vond Valk daarbij een erg geruststellende gedachte.

Helaas, Valk had er niet op gerekend dat Desi Bouterse langzaam maar zeker verslaafd zou raken aan de macht en dat hij na zijn bezoekjes aan de Castro’s op Cuba en Maurice Bishop op Grenada, tot de gedachte kwam dat hij zelf ook maar een linkse revolutionair moest worden. En toen de hevig geschrokken Nederlandse regering drie maanden na de coup Valk wegpromoveerde naar het NATO-hoofdkwartier in Brussel, haalde ons land daarmee de enige pion weg die nog enige invloed had op de voormalige sergeant en sportinstructeur. Het gevolg is bekend: de situatie escaleerde in Suriname en op 8 december 1982 werden 15 mensen geëxecuteerd die op dat moment de fine fleur waren van Suriname (advocaten, journalisten, vakbondsleiders en militairen).

Ik zal hier niet de hele geschiedenis oplepelen: nadat het land steeds verder in isolement en recessies wegzakte, gaf Bouterse in 1990 de politieke macht af aan een democratisch gekozen regering onder president Venetiaan. De Ontwikkelingshulp vanuit Nederland kwam weer op gang, maar omdat Nederland het geld niet in een bodemloze put wilde storten werd vanuit Den Haag aangedrongen op een hervormingsprogramma onder begeleiding van het IMF. De toenmalige president Venetiaan voelde daar helemaal niets voor, zie dit Volkskrant artikel uit 1995. 

Het Koninkrijk Statuut (1954) en de Onafhankelijkheid (1975)
En zo modderde het land voort. Om de problemen van Suriname en de beroerd functionerende instituties te begrijpen moet je uiteraard terug gaan naar de onbeschrijflijke ellende van het koloniale tijdperk , zie deze beschouwing van mij van Anton de Kom’s boek Wij slaven van Suriname. Vervolgens moet je niet – wat veel mensen doen – gelijk doorstappen naar de Onafhankelijkheid van 1975, maar ook de belangrijke periode 1954 (Koninkrijk Statuut) tot 1975 (onafhankelijkheid) bestuderen.

Het is mijn overtuiging dat het in die periode grondig mis ging. Nederland wilde in Suriname een modeldekolonisatie bewerkstelligen na het bloedige en voor ons vernederende drama van de dekolonisatie in Indonesië en droeg daarom het binnenlands bestuur in 1954 over aan de Surinamers, die echter op dat moment geen enkele grip op de economie van hun eigen land hadden: die was in buitenlandse (vooral Nederlandse en Amerikaanse) handen.

Het is dus niet zo verwonderlijk dat er een run op overheidsbaantjes ontstond die door de politiek (van alle partijen) aangemoedigd werd: stem op mij en ik regel voor u een ambtenarenbaan. De instituties, die voor 1954 weliswaar ten dienste van Nederland stonden maar niet zo slecht functioneerden, werden in een razendsnel tempo uitgehold en door de massale migratie naar Nederland rond 1975 werd dat alleen maar erger. Als een land eenmaal verziekt is door patronage, is dat heel moeilijk te herstellen. Ik schreef ooit dit artikel over de parallel in dat opzicht tussen Griekenland en Suriname: twee landen die totaal verziekt zijn door een patronagecultuur.

2010: Bouterse weer aan de macht
boutaIn 2010 kwam Bouterse weer aan de macht, ditmaal langs politiek weg. Ik heb dat van dichtbij kunnen volgen omdat ik toen politiek adviseur was van de politieke partij ABOP. Dat betekende ongeveer dat ik allerlei adviezen gaf waar niemand zich aan hield, maar ik had er zelf wel lol in en als ik ermee wilde stoppen werd me altijd vanuit vanuit Suriname verzocht om ermee door te gaan: “Jan, we hebben jouw inbreng nodig” (om er vervolgens niets mee te doen, natuurlijk).

De Surinaamse hartelijkheid en humor bracht me altijd weer in verleiding en ik vond het ook wel leuk om mee te schrijven aan partijprogramma’s en beleidsdocumenten.

Al snel nadat Bouterse president werd, bleek dat hij zijn oude streken niet had verleerd. Er werd in een vrij dictatoriale stijl geregeerd; goede mensen werden op non-actief gesteld, dubieuze vriendjes en familieleden in hoge posities geplaatst. De Surinaamse overheid die toch al topzwaar was werd ook nog eens belast met de talloze adviseurs (met ministerssalaris) en taskforces van de president. Aan de andere kant, kan niet ontkend worden dat Bouterse getracht heeft het land te moderniseren.

Ik begon eind 2010 / begin 2011 kritische columns te schrijven op Surinaamse websites over de geldsmijterij door de Surinaamse regering en wees erop dat het zo niet goed kon gaan: het overheidsapparaat moest dringend hervormd worden. Toen ik Bouterse in maart 2011 toevallig een keer sprak op een feestje in Moengo (Oost-Suriname) zei hij mij dat hij veel hoofdpijn kreeg van die stukken, die hij dus kennelijk wel las of erover hoorde. Maar toen rond 2013 de grondstoffenprijzen begonnen te dalen, werd duidelijk dat het land met de veel te grote overheid al vele jaren boven zijn stand leefde.

De financiële situatie werd vanaf 2013 steeds penibeler, de munt devalueerde, de overheid kon haar rekeningen niet voldoen, maar Bouterse haalde bij de verkiezingen van mei 2015 nog één keer alles uit de kast, beloofde zijn trouwe aanhang gouden bergen en wist door slim gebruik te maken van het Surinaamse districtenstelsel een electorale minderheid om te zetten in een parlementaire meerderheid. Hij kon nog vijf jaar aan de macht blijven.

Kort na de verkiezingen van mei 2015 werd de rampzalige toestand van ’s lands financiën pas volop zichtbaar. Het land is in feite failliet maar Bouterse’s minister van Financiën, voorheen Centrale Bank Governor Gillmore Hoefdraad die zelf ooit bij het IMF werkte, is erin geslaagd een deal te sluiten met het IMF. In ruil voor een streng door het IMF begeleid hervormingsprogramma krijgt Suriname nu van het IMF een overbruggingsfinanciering van 478 miljoen USD  die door andere partijen aangevuld zal worden tot ca. 900 miljoen US Dollar. Bouterse lijkt op een kat met zeven levens en kan weer twee jaar vooruit.

Daarmee is de bijna schizofrene ironie van het geval Bouterse volmaakt. Uiteindelijk zal hij – gedwongen door de omstandigheden en terwijl hem nog steeds een strafzaak boven het hoofd hangt vanwege de Decembermoorden – moeten doen wat zijn geestelijke vader Hans Valk ooit bedoeld had: Suriname omvormen van een postkoloniaal verziekt ambtenarenland tot een land met een vitale en dynamische economie; het Singapore van Zuid-Amerika. En dat nog wel onder begeleiding van het IMF, wat Nederland altijd al graag wilde en president Venetiaan weigerde.

Dat hervormingsprogramma kan alleen lukken als Bouterse daarvoor voldoende draagkracht heeft onder de bevolking. Er worden namelijk bij een IMF hervormingsprogramma veel pijnlijke offers gevraagd. Het zou nog wel eens – voor de zoveelste keer – een hete zomer kunnen worden in Suriname.

 

 

 

 

Advertenties

3 gedachtes over “Bouterse en het IMF

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s