Er zit een wonderlijk aspect aan de levensgeschiedenis van mijn grootvader Dr. Jan Gajentaan (1902 – 1987) die in zijn tijd bekendheid genoot als Amsterdamse dierenarts, schrijver van een roman, Sinterklaas (1950 – 1962) en bestuurslid in tal van verenigingen zoals het Oranje-Comité, het ICA dat veel evenementen organiseerde en het Algemeen Nederlands Verbond (ANV).

Hij is ooit geboren als lid van een tweeling: Jan en Cor.

Jan en Cor_0001
Ca. 1905, Jan en Cor

De moeder van mijn grootvader was kinderloos gebleven tot haar veertigste jaar, maar toen niemand het nog verwachtte was het toch raak en wel meteen goed: in 1902 beviel zij van de tweeling Jan (Johannes) en Cor (Cornelis).

De tweeling groeide op in de woning van mijn overgrootvader aan de Nassaukade in Amsterdam. Mijn overgrootvader was boekhouder, procuratiehouder en accountant bij de scheepsverzekerings-maatschappij Van Es & Van Ommeren. Het gezin leefde in een redelijke welstand. Ook was mijn overgrootvader actief als ouderling bij de kerk.

Update 2017: het toeval wil dat mijn oudste zoon Robert sinds kort aan de Nassaukade woont. Niet ver van het huis waar mijn overgrootvader in 1946 is overleden en Jan en Cor hun eerste jaren doorbrachten, in het prille begin van de 20e eeuw.
Nassaukade 2

Laten we terugkeren na die beginjaren. In 1907 werd het gezin getroffen door een drama: Cor overleed, nog maar vijf jaar oud, door een longontsteking. Ik kan me herinneren van vroeger dat mijn opa niet eens wist van de foto’s die er nog waren van de tweeling wie hij zelf was en wie zijn broer, zo leken ze op elkaar.

Mijn grootvader was een sociaal heel begaafd iemand en ook een goede spreker. Mogelijk heeft het gegeven dat hij zich kon optrekken aan het contact met zijn tweelingbroer zijn ontwikkeling bespoedigd in zijn eerste levensjaren die zoals bekend bepalend zijn voor de vorming van een mens. Vanaf zijn vijfde jaar was hij dus ineens enigst kind. Ik heb me vaak afgevraagd wat dat voor zijn psyche betekend kan hebben.

Het is misschien psychologie van de koude grond, maar ik kan me indenken dat mijn grootvader een uitlaatklep zocht voor het verlies van zijn broer. Daarnaast zal waarschijnlijk de verveling toe hebben geslagen, als enigst kind van twee ouders die niet de jongsten waren. Hij werd actief in de padvinderij en dat heeft zich daarna voortgezet in al die andere verenigingen waarin hij actief was. Mogelijk verwerkte hij zo het verlies van zijn broer.

Het is ook raar om erbij stil te staan wat er was geworden van Cor, als deze niet getroffen was door een longontsteking. Zou hij ook dierenarts zijn geworden? En wie van de twee was dan Sinterklaas geworden?

Intocht 1956  B
Mijn opa, de Sinterklaas van de jaren vijftig en zestig

Ik moest daaraan denken bij het overlijden van Johan Cruijff, die zijn vader verloor toen hij twaalf jaar oud was. Terwijl de kleine Johan samen met zijn moeder zijn eindrapport ging bespreken op de lagere school, kreeg de vader thuis een fatale hartaanval. Bekend is het verhaal van Johan Cruijff als middelbare scholier die op weg van school naar huis vaak langs het graf van zijn vader liep en daar denkbeeldige gesprekken met hem voerde.

jopie
Johan Cruijff (links) met zijn vader, begin jaren vijftig

Zou dit droeve lot van de jong vaderloos geworden Johan Cruyff hem een extra stimulans hebben gegeven om zijn eigen weg te volgen en ondanks allerlei belemmeringen – zo was hij fysiek eigenlijk te zwak om profvoetballer te worden – toch de absolute top te halen?

Ook dit is psychologie van de koude grond, natuurlijk. Misschien zijn mensen soms in staat om het noodlot te overwinnen, door het te sublimeren.

 

Advertenties

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s