Nu ik deze week toch zo’n beetje bezig ben met de familiegeschiedenis van de Gajentaans in relatie tot de Tweede Wereldoorlog, vandaag dan maar het verhaal over een verdoofde waakhond van de Duitsers én het verhaal van de pet van Ferdinand aus der Fünten.

ausder
Het gezin Gajentaan in 1939

Mijn grootouders Jan en Dien Gajentaan waren geen verzetshelden en hebben dat ook nooit gepretendeerd. Er werd bij ons in de familie, net als bij veel Nederlanders, niet zo vaak gesproken over de oorlog. Een duistere periode die je maar het beste achter je kon laten, was het idee.

Een enkele keer als het gesprek op de oorlog kwam werd toch wel een kleine “verzetsdaad” gememoreerd, die meestal een hoog “Do ist der Bahnhof!” gehalte had.

Zo wist mijn grootvader te vertellen dat hij ooit op verzoek van het Verzet een waakhond van de Duitsers had verdoofd, ik meen bij de overval op een bevolkingsregister.

Een ander familieverhaal uit de oorlog betreft ook een hond. Hier gaat het om een symbolisch verzetsdaadje van mijn oma, een vrolijke en positieve vrouw die als Amsterdamse altijd in was voor een geintje.

De pet van Ferdinand aus der Fünten

aus der funten
Ferdinand aus der Fünten

Het verhaal gaat over de hond – en de pet – van de beruchte Ferdinand aus der Fünten,  later bekend als lid van de Drie van Breda, één van de ergste oorlogsmisdadigers in ons land.

Ferdi aus der Fünten was Hauptsturmführer van de SS en van 1941 tot 1943 verantwoordelijk voor de Zentralstelle für Judische Auswanderung in Amsterdam. Een hoofdrolspeler in de deportatie van en de moord op ruim 100.000 joodse Nederlanders.

Op een dag meldde deze Ferdinand aus der Fünten zich met zijn hond (het zal wel een herdershond zijn geweest, stel ik me zo voor) bij de dierenartsenpraktijk van mijn grootvader, in verband met één of ander euvel van de hond.

Opa1
De Amsterdamse dierenarts Dr. Jan Gajentaan, ca. 1955

Mijn grootvader wist niets anders te doen dan hem maar te helpen en rechtvaardigde dit na de oorlog met de uitspraak “dat de hond er ook niets aan kon doen dat zijn baas Aus der Fünten was”.

Aus der Fünten kwam de gang van ons huis tevens praktijk aan de Johannes Verhulststraat in Amsterdam Oud-Zuid binnengelopen, hing zijn SS-pet aan de kapstok en werd vervolgens met hond en al doorgeleid naar de spreekkamer.

Zodra Aus der Fünten verdwenen was in de spreekkamer greep mijn oma de SS-pet, zette die op haar hoofd en hield in de gang een soort imitatie van de Charlie Chaplin-film “The Dictator” voor de aanwezigen.

In hoeverre zij zich bewust was van de reputatie van Aus der Fünten weet ik niet, maar helemaal ongevaarlijk was dit geintje niet. Als Aus der Fünten op het verkeerde moment uit de spreekkamer was gekomen had het nog verkeerd af kunnen lopen. Dat gebeurde niet en aan mijn vaders kant is de familie de oorlog redelijk ongeschonden doorgekomen. Aan mijn moeders kant was dat minder: daar vielen enkele doden, met name in Nederlands-Indië (Birma spoorlijn en Slag in de Javazee).

Aangezien mijn grootvader een bijbaan had bij de Gemeente Amsterdam als bacterioloog voor het abattoir kon hij makkelijk aan vlees komen, waardoor zelfs de hongerwinter wel meeviel. Mijn overgrootouders hadden het minder getroffen; zij woonden aan de Nassaukade in Amsterdam en hadden het slecht. Uiteindelijk heeft mijn grootvader hen beiden in huis gehaald om ze de hongerwinter van 1944 door te laten komen.

Een andere anekdote betreft het Britse bombardement op de Euterpestraat in Amsterdam-Zuid (tegenwoordig Gerrit van der Veenstraat geheten) op 26 november 1944, waar de Sicherheitsdienst gevestigd was. Het Verzet had de Engelsen daarom gevraagd omdat er veel documenten lagen. Op verzoek van mijn grootvader ging het hele gezin de kelder in om daar te schuilen voor het bombardement, maar mijn overgrootvader had daar geen trek in en bleef volstrekt onverstoorbaar in zijn eentje aan tafel zijn koffie drinken en sigaar roken totdat het bombardement was afgelopen.

Bevrijding
De Bevrijdingsintocht van het Canadese leger in Amsterdam-Zuid op 8 mei 1945.

Zo kwam onze familie de oorlog door. Ze waren niet fout, maar ook geen helden. Ze hielden zich gedeisd.

Een grote dag was de Bevrijdingsintocht van de Canadezen in Amsterdam op 8 mei 1945. Wat een feest. Mijn grootouders stonden net als de hele buurt op straat.

Mijn grootvader heeft er een prachtige film van gemaakt. Mijn vader, toen 14 jaar oud, reed mee op een Canadese tank. Zijn jongere broertje Henk stond met een Nederlands vlaggetje te zwaaien op straat. De ellende was voorbij!

 

 

 

 

Advertenties

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s