Eerder heb ik wel eens in een column de open brief uit 1995 in de Volkskrant aangehaald van Prof. S.W. Couwenberg, de inmiddels 89-jarige – maar nog steeds alive and kicking – oud-hoogleraar in het publiekrecht. Zijn open brief was getiteld: “Tijd voor een nationaal reveil”.

In zijn essay vertelt Couwenberg over wat we zouden kunnen noemen de opkomst en de (gedeeltelijke) ondergang van de Nederlandse nationale beweging. Couwenberg is een vooraanstaand lid van het Algemeen Nederlands Verbond (ANV), een vereniging waarin mijn grootvader Dr. J. Gajentaan (1902 – 1987) voor WO2 actief was als bestuurslid van de afdeling Amsterdam.

Als we het hebben over een Nederlandse nationale beweging of stroming zit er een addertje onder het gras: het Nederlandse nationalisme werd eigenlijk nooit als zodanig  benoemd. Het werd vanaf eind 19e eeuw gedreven door de liberale burgerij en het vertaalde zich niet in een politieke beweging, maar in gemeenschappelijke symbolen zoals het Huis van Oranje. Kernwaarden waren God, Koningin en Vaderland. De NSB van de jaren dertig en veertig noemde zich wel nationalistisch, maar was in wezen Duits / nationaalsocialistisch georiënteerd en lag daarom slecht bij de vaderlandslievende burgerij.

Ik haal twee stukken aan uit Couwenberg’s open brief van 1995, omdat ik die  historisch erg interessant vind:

Omstreeks de vorige eeuwwisseling (inmiddels de eervorige, dus rond 1900, JG) zien we enerzijds scherpe politieke tegenstellingen ontstaan die nog altijd ten grondslag liggen aan ons partijstelsel. Anderzijds treedt vanuit de liberale burgerij een nationalistische stroming op de voorgrond, die dwars door die tegenstellingen opkomt voor versterking van nationaal zelfrespect, nationale vitaliteit en weerbaarheid. Een organisatie die zich in het bijzonder heeft ingezet voor de ontwikkeling van dit besef, is het Algemeen Nederlands Verbond (ANV), dat dit jaar zijn 100-jarig bestaan viert. Maar ook de oprichting van de ANWB, de Bond Heemschut, de Vereniging Volksweerbaarheid, de padvinderij en de Tucht-Unie, in 1908 in het leven geroepen ter bestrijding van tuchteloosheid en versterking van zedelijke volkskracht, zijn hiervan een uitvloeisel. Ook de introductie in 1890 van Koninginnedag als nationale feestdag hebben we hieraan te danken. Doel hiervan was het religieus en politiek diep verdeelde volk op die dag rond het Oranjehuis te herenigen.

Het beeld dat Couwenberg schetst is voor mij erg herkenbaar. Mijn liberale grootvader, in het dagelijks leven dierenarts, was niet politiek geëngageerd maar wel erg actief in het in de Oranjebeweging en ook in het ANV. In artikelen en toespraken van hem die ik heb kunnen vinden vóór WO2 spreekt hij vaak van “de nationale zaak” die hem na aan het hart lag. En al zou hij vanaf de jaren vijftig bekend worden als de Amsterdamse Sinterklaas, hij heeft wel eens aangegeven in een interview dat hij de Sinterklaas intocht een prachtige gebeurtenis vond maar dat zijn echte ideële betrokkenheid meer lag bij zijn verenigingsactiviteiten voor de oorlog.

Een ander interessant fragment uit het stuk van Couwenberg:

Wanneer na de oorlog de traditionele neutraliteitspolitiek niet langer valt te handhaven en ons koloniale rijk in de Oost ten onder gaat, zoekt Nederland zijn politieke heil in de richting van een verenigd supranationaal Europa. In samenhang met de Koude Oorlog raakt de nationale gemeenschapsgedachte opnieuw op de achtergrond en de culturele revolutie van de jaren zestig versterkt die tendens nog meer. Zozeer zelfs dat cultivering van nationaal besef en identiteit in veler ogen geldt als volstrekt verouderd. Dat besef staat immers haaks op de toenemende individualisering en internationalisering van onze samenleving. Als de tekenen niet bedriegen, is aan het eind van de twintigste eeuw opnieuw sprake van een kentering. Zo is opkomen voor de eigen nationale identiteit niet langer taboe. Door een samenspel van factoren zoals de invloed van Europese integratie, internationalisering van economie en cultuur en ontzuiling, groeit er meer behoefte aan het affirmeren van de eigen culturele identiteit, als nieuw houvast in een tijd waarin traditionele ideologieën dit houvast niet meer bieden. Bij die affirmatie speelt de houding tegenover de eigen taal een beslissende rol.

Couwenberg zag dus in 1995 al een nieuwe behoefte ontstaan aan beleving van de Nederlandse nationale culturele identiteit, iets wat hij bijvoorbeeld weerspiegeld zag in de terugkeer van de Nederlandse taal in de popmuziek (vanaf Doe Maar en Frank Boeijen e.d.). Maar de internationalisering en de uitholling van onze nationale soevereiniteit gingen gewoon verder, zelfs in een versneld tempo als gevolg van de euro (2002) en de EU. Aan de andere kant zien we vanaf de jaren negentig toch ook een groeiend nationaal onbehagen, wat zich eerst vertaalde in een brede steun voor de kritische Bolkestein, later voor Fortuyn en tegenwoordig voor de beweging van Wilders (en die van Baudet, update 2017).

Het komt mij voor dat we ons op een soort kantelpunt in de geschiedenis bevinden. De belofte van vrede en steeds meer welvaart door internationalisering waar mijn generatie (post-babyboomer) en latere generaties mee zijn grootgebracht, is ernstig in diskrediet geraakt door de financiële crisis van 2007 en de daarop volgende eurocrisis. De euro bracht ons niet de beloofde welvaart en groei maar stagnatie, financiële repressie en een schuldenberg. De huidige economische opleving doordat de ECB 60 tot 80 miljard euro per maand in het monetair systeem pompt, kan dat hooguit tijdelijk verhullen.

Het opgaan van Nederland in een federale EU onder Amerikaanse paraplu lijkt conflicten eerder naderbij te brengen dan deze te voorkomen. Denk aan Oekraïne maar ook aan de wantoestand in het Midden-Oosten die erger is dan noodzakelijk door ongelukkig ingrijpen en daarna wegkijken van zowel USA als EU.

Voor het eerst sinds WO2 zien we door heel Europa de opkomst van nationale of patriottische partijen; zelfs in Duitsland waar dit altijd een taboe was is dit nu gebeurd na de electorale doorbraak van AfD afgelopen zondag. Er is sprake van een merkwaardige contradictie: aan de ene kant zijn we kosmopolitischer dan ooit in ons doen en laten, anderzijds (of juist daardoor) bestaat er een behoefte tot koestering van het eigene en het zoeken van bescherming bij de democratische natiestaat tegenover allerlei bedreigende internationale krachten: globalisering leidend tot kaalslag, islamitische terreur, ongecontroleerde massa-immigratie, internationale militaire conflicten, etc.

Misschien heeft Nederland de dubbele nederlaag van 1940-45 (in Europa tegen Duitsland en in “de Oost” tegen Japan) en de daaraan gekoppelde ondergang van het koloniaal imperium nooit goed verwerkt. Onze in WO2 falende neutraliteitspolitiek van de eerste helft van de 20e eeuw werd na de oorlog overhaast ingeruild voor het supranationalisme, zoals Couwenberg schreef. Nu slingert de pendule weer de andere kant op. Het supranationaal Europa lijkt te falen. Er is een toenemende behoefte om de Nederlandse natiestaat opnieuw uit te vinden en onze culturele identiteit te hervinden en te koesteren.

Toch weten we dat een terugkeer naar het verleden onmogelijk is. Het is misschien tijd voor een nationaal reveil, maar dan in een versie 4.0 of hoger.

 

Advertenties

5 gedachtes over “Tijd voor een nationaal reveil 4.0

  1. Ik zei het al Jan, dit is ook voor mij een gevoel dat de laatste jaren overheerst. We zijn de weg kwijt. We dolen. Er zijn veel oorzaken voor te bedenken, maar ik stel vooral politiek- links en Europees-pro verantwoordelijk voor het ontbreken van een nationale reflex in tijden van bedreiging. In Frankrijk worden ze zo nu en dan nog eens half-wakker, als er schoten klinken, maar ook daar keert de apathie zo snel mogelijk terug. Apathie van het volk, dat is het wat onze politici de kans geeft om de grootste onzin voor waarheid te verkopen. Ik zeg u: laat het reveil komen, anders zijn onze volkeren machteloos en verloren, ten prooi aan zelfs de kleinste bedreiging.

    Like

  2. Nationalisme zoals de Turken nu beleven is te ver doorgeschoten. Een bepaalde vorm van nationalisme – zonder oorlogszucht- is acceptabel. Zou Jan dat als ex-leraar Frans dat ook in de Franse taal kunnen opschrijven?

    Like

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s